Overvloedig in de liefde
'En de Heere vermeerdere u, en make u overvloedig in de liefde jegens elkander en jegens allen, gelijk wij ook zijn jegens u.' 1 Thessalonicenzen 3:12
In deze tekst worden we meegenomen naar de binnenkamer van de apostel Paulus. De apostel gunt de lezers en ook ons een blik in zijn gebedsleven. Het gebed is de meest persoonlijke omgang tussen de HEERE en Zijn kinderen. Een gebed kan daarom ook nooit onpersoonlijk en afstandelijk zijn. In het gebed klopt, als het goed is, het hart van het geloof. Het kind stort het hart uit voor de Vader in de hemel.
Zo bidt Paulus. Het is een gebed geleerd door de Heilige Geest.
Ik vroeg eens aan verschillende groepen catechisanten: 'Wie van julhe bidt 's avonds voor het slapen gaan tot de HEE RE, om je zonden van die dag te belijden, om je vragen voor Hem neer te leggen, om te bidden om bewaring voor de nacht, om te danken voor Zijn zegeningen? '
Velen zeiden tegen me: 'Wij hebben geen persoonlijk gebedsleven.'
Dat is pijnlijk om te horen, want het gebed is de adem van het geloof. Als wij geen gebedsleven kennen, dan is dat een teken van ongeloof.
Wat ligt hier een belangrijke taak voor vaders en moeders, om de kinderen voor te gaan in het gebed. Niet dat we onze kinderen het geloof kunnen schenken, maar we kunnen wel een voorbeeld zijn.
Paulus bidt. En laten we dan maar luisteren naar de inhoud van zijn gebed.
Dat lezen we in vers 12: 'En de Heere vermeerdere u en make u overvloedig in de liefde.'
Verdrukking en lijden kunnen tot gevolg hebben, dat mensen hard, benauwd en egoïstisch worden.
In de gemeente van Christus mogen we iets anders verwachten, omdat Hij daar aan het werk is. Het is Zijn werk in ons, als we vijandschap met liefde beantwoorden, vloek met zegen, vervolging met voorbede en haat met goeddoen.
Paulus heeft het van Timotheüs al gehoord, dat er geloof en liefde is in de gemeente. Maar nu is het zijn gebed, dat de Heere Jezus die liefde zal laten toenemen, zodat het nog meer wordt. Ja, het is zijn wens, dat de gemeente overvloedig wordt in de liefde. Letterlijk staat er, dat ze overstromen van liefde. We zien daarin het beeld van een beker, die vol gegoten wordt, eerst tot aan de rand, maar dan komt er nog meer bij en de inhoud stroomt over de rand. In Psalm 23 lezen we: 'Mijn beker is overvloeiende.' Gods zegeningen stromen over de rand. Het is te zien.
En zo is het nu ook het gebed van Paulus: 'Heere Jezus, wilt U de gemeente zoveel liefde geven, zodat ze overstroomt van liefde.'
Die liefde vindt niet haar oorsprong in ons. Dat kunnen we lezen in Romeinen 5 : 5 waar staat: Omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest.' En in Galaten 5 : 22 staat: Maar de vrucht van de Geest is liefde.'
Deze liefde komt bij God vandaan en wordt zichtbaar in de Heere Jezus Christus.
In Zijn lijden en sterven schittert Gods liefde voor zondaars. Zo laat Hij zien: Het gaat Mij om uw en jouw behoud.
'De Heere vermeerdere u en make u overvloedig in de liefde.'
Juist omdat de bron van deze liefde niet in ons zit, daarom moet ze geschonken worden door de Heere Jezus Zelf. En als Hij Zijn liefde in ons uitstort, dan wordt het steeds meer.
Ik hoor nog wel eens de klacht, dat er zo'n gebrek is aan liefde, dat mensen zo ik-gericht zijn. Dat is waar. Maar alleen met klagen over liefdeloosheid komen we er niet uit. Het gebed is nodig: 'Heere, wilt U de hemelse sluizen openen, maakt U ons vol van Uw liefde.' En als de Heere Jezus Zijn liefde uitstort in ons leven, dan raken we onze Ik-gerichtheid kwijt, dan gaan we onze naaste pas echt leren zien. Dat lezen we in het vervolg van vers 12: 'En make u overvloedig in de liefde jegens elkaar en jegens allen.'
Zo is de liefde in de gemeente eigenlijk een cirkel. Je mag liefde uitstralen naar de ander en ook weer liefde terug ontvangen. Zo groeit er een liefdeband in de gemeente. Mensen die zorg dragen voor elkaar.
Waar nood is ben je er tot ondersteuning. Je gaat meedragen in de zorgen van de ander. Je merkt het, ik sta er niet alleen voor.
Er zijn broeders en zusters, die voor mij bidden, die met mij strijden en lijden. Dat is werkelijk gemeente-zijn.
Als de hemelse fontein van liefde gaat stromen, ja gaat overstromen in de gemeente, dan is het geweldig om daar te mogen zijn, om daar bij te mogen horen. Dat is de gemeenschap der heiligen. Daar gaat rust vanuit, terwijl het toch bruist van leven. En dan blijft het ook niet beperkt binnen de gemeentegrenzen, dan krijgen we ook de wereld om ons heen in het vizier. De wereld waar geleden wordt, waar oorlog is, rampen, gebrokenheid. Dat noemt onze tekst de liefde jegens allen.
Onze liefde is vaak selectief, gericht op mensen die wij mogen, die ons liggen, mensen die van onze kleur zijn, lichaamskleur, politieke kleur, godsdienstige kleur. Dan maakt de tekst ons wel beschaamd: Liefde jegens allen, vriend en vijand. Dat is de liefde die uit God is.
De liefde, die we ten volle zien in onze Heere en Zaligmaker: Jezus Christus.
'Waar liefde woont, gebiedt de HEER de zegen, daar woont Hijzelf, daar wordt Zijn heil verkregen en 't leven tot in eeuwigheid.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's