De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Promotie in Apeldoorn

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Promotie in Apeldoorn

7 minuten leestijd

Op donderdag 13 november jl. vond er in het auditorium van de Theologische Universiteit van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Apeldoorn een heuglijk gebeuren plaats. Ds. L. W. Bilkes was met zijn gezin overgevlogen vanuit zijn gemeente Abbotsford in Canada, British Columbia, om aan de universiteit waar hij zijn opleiding heeft genoten nu de graad van doctor in de theologie te verkrijgen. Zijn proefschrift is in het Engels geschreven. Er is een Nederlandse samenvatting opgenomen. De titel in het Nederlands luidt: Theologische ethiek en Heilige Schrift. Dr. Bilkes geeft in zijn proefschrift een uitvoerige weergave van de wijze waarop de Schrift functioneert in de ethische bezinning van drie belangrijke Amerikaanse protestantse theologen van deze tijd, namelijk James M. Gustafson, R. Paul Ramsey en Allen D. Verhey. Deze drie verschillen onderling op niet onaanzienlijke punten, maar Bilkes neemt van alle drie afstand op dezelfde grond, namelijk dat in hun ethische bezinning onvoldoende recht wordt gedaan aan het unieke gezag van het Woord van God. Hij geeft overigens wel aan het dichtst bij Verhey te staan, maar is van mening dat er bij laatstgenoemde toch te weinig garanties zijn tegen erosie van het schriftuurlijk gehalte van de theologische ethiek.

De verdediging van het proefschrift was voor Bilkes geen sinecure, aangezien hem van verschillende zijden scherpe vragen werden gesteld. Zo hoort het ook! Daarbij was opmerkelijk dat de meeste vragen zich op dezelfde kernkwestie richtten: hoe werk je nu zelf een bijbels verantwoorde ethiek uit? Kritiek hebben op anderen is één ding, het zelf beter doen is een tweede. Welnu, men waardeerde Bilkes' poging om aanzetten te geven in die richting, maar had graag wat meer uitwerking van de aangegeven principia gezien. Prof. dr. J. Douma, die nog dezelfde avond voor het laatst college zou geven in Amsterdam (Lindeboom-leerstoel), uitte zijn waardering voor de ordening van veel materiaal in dit proefschrift. Zijn vraag was intussen of de promovendus de beschreven auteurs wel ten volle recht had gedaan. Kun je zeggen dat ze zich louter op ervaring baseren, terwijl het hen in meerdere of mindere mate toch begonnen is om ervaring van Gods openbaring?

Verder wees Douma erop dat bijbelse moraal niet samenvalt met schriftuurlijke ethiek. Wanneer bijvoorbeeld uit vele gedeelten van het Oude Testament duidelijk wordt dat polygamie in die tijd ook binnen Israël een geaccepteerd verschijnsel was, dan kan gezegd worden: polygamie (dus het gegeven dat één man meerdere vrouwen heeft) behoort tot de moraal van het oude Israël. Maar dan zullen we toch in ons moreel beraad en ethische bezinning onderscheid moeten maken tussen historische, maar niet normatieve gegevens enerzijds en blijvend normatieve elementen anderzijds. Dit onderscheid wordt in de dissertatie nog onvoldoende benoemd en uitgewerkt.

Ook de promotor zelf, prof. dr. W. H. Velema, terug uit Korea en dankbaar voor het aanvankelijk herstel van zijn vrouw die in dat verre land ernstig ziek was geworden, stelde de vraag naar ­de reformatorische hermeneutiek aan de orde. We kunnen niet om de hermeneutiek heen. De bijbelse gegevens moeten vertaald en vertolkt worden naar de situatie waarin wij hier en nu leven. Daarbij kan van alles misgaan, zoals we dat zien in allerlei ethische ontwerpen waarin de Schrift voor een deel monddood wordt gemaakt. op Maar welke principia en markeringspunten zijn ­ er dan aan te geven voor een echt reformatori­ e­sche ethiek die in dat noodzakelijke vertolkings­ ar proces het gezag van de Schrift over de hele linie ten volle geldig laat zijn?

Prof. dr. H. G. Peels stelde zelfs dat het proefschrift duidelijk maakt dat Bilkes moeite heeft n met de hermeneutiek. 'U streeft naar een tamelijk ongecompliceerd en rechtstreeks Schriftge-na, ­ bruik in de ethiek, ' zo werd de promovendus ­voorgehouden. De vraag is dan of je niet te kort e door de bocht gaat. De Heilige Schrift is nu een­ p maal geen ethisch handboek. Onmiskenbaar is er ad sprake van diversiteit en historische ontwikkeling binnen de Schrift. Het is de beschreven auteurs niet kwalijk te nemen dat ze daarvoor aandacht vragen. Dat kan niet als rationalistische trekken worden afgedaan. De vraag aan de nieu­ de we doctor is dan: wat is uw eigen gereformeerd s ontwerp? Hoe gaat u gedetailleerd in op de o'n Schriftvraag in de ethiek? De Heere heeft ons de openbaring immers in een heel specifieke gestalte gegeven, die de onze niet is. De gestalte na­ ­ melijk van vele eeuwen geleden, die niettemin de n een blijvend gehalte bevat. Het wordt juist pas spannend wanneer concreet gepoogd wordt dat blijvende gehalte uit de gedateerde gestalten te lichten en het zo in een - opnieuw gedateerde, ar eigentijdse - gestalte te presenteren. Zo is gereformeerde bezinning op ethiek voluit vruchtbaar voor vandaag.

Ook de vragen en opmerkingen van de profes­ ­soren H. J. Selderhuis en M. Hofman wezen in deze richting. Wanneer Bilkes zich beroept op de positie van Calvijn, dan is dat uitstekend. Maar ud in de hedendaagse ethiek zal ook antwoord gegeven moeten worden op Immanuël Kant. Hoe verdisconteer je dat we na de verlichting leven? En waarom is niet ingegaan op Handelingen 15, de beslissingen van het 'Apostelconvent'. Is er wel voldoende ruimte in Bilkes' visie voor de ontwikkeling in de Godsopenbaring?

De promovendus ging op deze vragen rustig en weloverwogen in. Telkens legde hij de volle nadruk op het belang van onvoorwaardelijke aanvaarding van en onderwerping aan de norm van het Woord van God. De ontwikkeling van een eigen reformatorische hermeneutiek ten aanzien van ethische vragen zou een ander boek vergen. Hij gaf wel enkele aanduidingen van zo'n hermeneutische benadering: in elk geval zou die gekenmerkt moeten zijn door het laten gelden van het Woord van God over de hele linie, van Genesis 1 tot en met Openbaring 22. Het Woord geeft zelf aan hoe het in de eigentijdse vragen wil functioneren en richting geven. Er zijn niet altijd uitdrukkelijke teksten waarop we ons kunnen beroepen, maar wanneer we in de gemeente voor Gods aangezicht beslissingen nemen onder eerbiedig luisteren naar het Woord, dan zal zich een weg aftekenen om in liefdevolle gehoorzaamheid aan Gods Wet te leven. Daarbij zal de decaloog gezien moeten worden als de in en door Christus vervulde decaloog.

Na de promotieplechtigheid sprak de promotor een 'laudatio' uit, een waarderende toespraak aan het adres van de 'jonge doctor', alles volgens de academische tradities in dezen. Bilkes heeft, aldus Velema, gezorgd voor een duidelijke en faire portrettering van drie eigentijdse auteurs in hun eigen Amerikaanse context. Het proefschrift geeft er blijk van dat 'we in Apeldoorn wereldwijd willen theologiseren'. De rector, prof. dr. J. W Maris, sloot af met de constatering dat er een diepgaand gesprek was gevoerd over de gereformeerde weg tussen biblicisme en schriftkritiek door. Dat gesprek moet worden voortgezet. Persoonlijk heb ik aan mijn felicitatie aan het adres

van de sympathieke nieuwe doctor theologiae de wens toegevoegd dat het zou mogen komen tot iiet schrijven van een tweede boek met een uitvoerige uiteenzetting van een verantwoorde gereformeerde positie ten aanzien van Jiet Schriftberoep in de ethiek.

Deze middag Apeldoorn is mij heel goed bevallen. Hier is theologiseren op niveau ingebed in de vreze des Heeren. De academische plechtigheid werd dan ook begonnen en besloten met sobere, doch inhoudsrijke gebeden. En opnieuw schrijf ik: zo hoort het ook

N.a.v. L. W. Bilkes, Theological Ethics and Holy Scripture, uitgave Groen, Heerenveen, 274 biz., ƒ 49, 95.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Promotie in Apeldoorn

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's