Een volksdeel doorgelicht
'De boodschap en de kloof'
'De boodschap en de kloof, onder deze titel hield de EO een tweedaags congres, waaraan een onderzoek inzake 'godsdienst en moraal' onder de achterban ten grondslag lag. De resultaten van dit onderzoek werden gepubliceerd kort nadat de resultaten van een soortgelijk onderzoek onder het hele nederlandse volk waren publiek gemaakt onder de titel 'God in Nederland'. De publiciteit rondom het EO onderzoek stelde (voorlopig) wel het onderzoek onder het Nederlandse volk in de schaduw. Pagina's lang is in de pers aan de orde geweest wat 'orthodoxen', zoals de EO-achterban wordt aangeduid, geloven of niet (meer) geloven. Het RD en het ND wijdden er vele kolommen aan. Dat heeft ongetwijfeld mede te maken met het feit dat het ook om (een deel van) de achterban van deze dagbladen ging. Het heeft ook te maken met het feit, dat de resultaten van het EO-onderzoek werden gebundeld in een boek, waarin ook de referaten van het congres bijeen waren gebracht. Stof tot publiciteit dus te over.
De EO telt ongeveer 600.000 leden en werd de op één na grootste omroep van Nederland. Met deze achterban is niet de totale orthodoxie in Nederland aangegeven. Hoewel deze achterban voor 27 procent bestaat uit leden, die behoren tot wat sociologisch het 'bevindelijk gereformeerde' volksdeel wordt genoemd, is er ook een deel van dat volksdeel, dat niet tot de EO-achterban gerekend moet worden. Dit ondanks het feit, dat de EO haar leden ook betrekt uit alle kerken van de Gereformeerde Gezindte. Er is bijvoorbeeld wel een grote overlap tussen EO-aanhang en RD-aanhang maar geen totale overlap.
Hoe men echter orthodoxie in Nederland ook wil meten of tellen, het gaat om een minderheid van een minderheid in ons volk. De kerk is een minderheid geworden in dit land. En hoezeer er dankbaarheid mag zijn over het feit, dat een groot deel van het volk nog Schriftgelovig en dus orthodox mag heten, getalsmatig is deze orthodoxie op het geheel van de kerken op zich ook weer een minderheid. Als zodanig steken de resultaten van het onderzoek 'God in Nederland' schril af bij die van 'De boodschap en de kloof.
Overigens is het opmerkelijk en verheugend, dat orthodoxie niet alleen een zaak blijkt te zijn van ouderen maar ook van jongeren. Die komen in bepaalde opzich ten zelfs 'orthodoxer' voor de dag dan ouderen. Dat zal te maken hebben met het feit, dat alleen die jongeren zijn bevraagd, die bewust meeleven. Die maken, alle kerkverlating ook van jongeren ten spijt, bewuste keuzen. Maar feit is, dat orthodoxie geen vergrijzend verschijnsel is in Nederland.
De EO heeft kennelijk invloed, niet alleen op kerkleden in het algemeen maar ook op jongeren, getuige de massaal bezochte jongerendagen. Hier rijst de vraag hoe het komt, dat, terwijl er sprake is van een aangrijpende secularisatie, de EO de op één na grootste omroep kon worden. Tijdens het EO-congres ontmoetten ongeveer 350 personen uit de kerken en de evangelische beweging elkaar, waaronder vele predikanten. De overgrote meerderheid van de deelnemers kwam overigens uit de kerken. En 'slechts' 20 procent van de EO-achter ban blijkt tot evangelische gemeenschappen te behoren, al zien we, dat in dit percentage overgang van mensen uit de gevestigde kerken naar evangelische gemeenten een flinke rol speelt. Het onderzoek raakt dus wel in verschillende opzichten de orthodoxie in de kerken.
Orthodox
Met de resultaten van het onderzoek en wat behandeld is op het EO-congres is stof aangereikt voor vele artikelen. Her en der wordt het onderzoek op onderdelen beoordeeld. Ik beperk me hier tot een enkele hoofdlijnen.
Bij het onderzoek stond de vraag voorop; 'in hoeverre kan de EO-achterban als orthodox christelijk worden aangemerkt? ' In dat verband wordt zelfs gesproken over uitspraken, die staan voor 'strikte orthodoxie': geloof in leven na de dood, de hemel, de duivel, met percentages boven 90 procent; of: geloof in 'Jezus de Zoon van God', met 97 procent. Gaat het evenwel om het geloof als zodanig, dan wordt het volgende gezegd:
'Naar de opvatting van velen is het geloof de afgelopen tijd meer iets van henzelf geworden en is het tegelijkertijd sterker geworden. Het accent is volgens hen meer op "vertrouwen" komen te liggen en minder op "weten". Meer op "mogen" en minder op "moeten", meer op de persoonlijke relatie met Christus dan op allerlei regels en opvattingen. Een verschuiving van de nadruk op de kerkelijke leer naar persoonlijke beleving. De 35-54 jarigen kennen deze ontwikkeling beduidend sterker dan de ouderen en de jongeren.'
Nu betekent orthodoxie letterlijk 'recht (zuiver) in de léér'. Wanneer derhalve gesproken wordt van een verschuiving van de kerkelijke leer naar persoonlijke beleving, raakt dat wel een wezenlijk element van wat orthodoxie is. Vooropgesteld zij, dat leer zonder geestelijk leven tot dode orthodoxie leidt. Het gaat niet alleen om de rechte leer, maar ook om het rechte kennen, dat is bevinden. Als zodanig kan orthodoxie een te massieve bijklank hebben. En geloof is, naar de Heidelbergse Catechismus, een vast vertrouwen (zondag 7). In zondag 7 wordt echter, voorafgaand aan 'vast vertrouwen' van het geloof, gezegd, dat het 'een stellig weten of kennis' is, namelijk 'waardoor ik voor waarachtig houd, dat ons God in Zijn Woord heeft geopenbaard.' Geloof vraagt om kennis, is gebaseerd ook op het kennen van de Schrift en van het dogma, dat aan de Schrift is ontleend. Daarom mag ook worden gevraagd wat het geloof is zonder de rechte leer. Die leer is, voorzover ze naar het Woord is, levend en krachtig. De Kerk der eeuwen heeft in haar belijdenissen uit de Schriften de 'heilige leer' verwoord, als staf om te gaan, als stok om te slaan en als lied om te zingen. Geloof heeft dan ook structuur, heeft een basis. Die leer is daarvoor nodig. Daarom is er ook gemeenschap (van de kerk van alle tijden en plaatsen) in geloof en belijden.
Het mag op zich verheugend heten wanneer mensen op zoek zijn naar en gekomen zijn bij een persoonlijk doorleefd geloof. Want wat is geloof als het niet persoonlijk is! Maar als dat gepaard gaat met verminderde belangstelling voor de leer is er toch sprake van een verschuiving, die vragen oproept. Hoezeer geloof ook persoonlijk van aard is, het is niet individualistisch.
Daarbij dient direct te worden gezegd, dat de leer of het dogma van de kerk der eeuwen, niet samenvalt met van elkaar verschillende leerelementen van de onderscheiden kerken of met regel(tje)s, die meer op traditie berusten dan op de geloofsschat van de kerk der eeuwen. Die kunnen het geloof zelfs belemmeren. Maar beleefd geloof is ook beleden geloof, samenhangend met het geloof der kerk.
Ervaring
Dat brengt me op het tweede wat vragen oproept. Het EO-congres was op zich een goede belevenis van gemeenschappelijkheid, over grenzen van kerken heen, met betrekking tot de vraag hoe vandaag het Evangelie kan worden gecommuniceerd. Er gaapt kennelijk een kloof tussen de verkondiging van het Woord en het levensbesef van de (post-)modeme mens. Om het met de woorden van de Engelse spreker dr. A. E. McGrath te zeggen: 'it may be true, but it doesn't seem to be real', het kan wel waar zijn, maar het schijnt niet meer reëel te zijn, niet meer op de werkelijkheid te slaan, waarin de hoorders leven. Intensief werd dan ook nagedacht over de vraag hoe vandaag de boodschap zal landen bij de mensen, zowel in de kerk als daarbuiten. Die vraag mag niet worden onderschat. De prediker zal het Woord dienen te kennen alsook de hoorders, in de situatie, waarin zij zijn gelegerd.
Het gevaar is nu echter niet denkbeeldig, dat aan de ervaring het gevoel zelfs prioriteit wordt gegeven. Dat is op zich puur modem. Ik ervaar (niet) dus ik geloof (niet). Ervaring is vandaag in. Ervaring is dan vooral gevoelige ervaring. Maar dat is nog iets anders dan bevinding van het geloof, die in het Woord, niet in het gevoel is gegrond
Ik noem een paar momenten met betrekking tot bevinding. In de bevinding van het geloof komt schuldbesef mee en is er tegen die achtergrond sprake van ondervonden genade.
In bevinding gaat het ook om beleving van Godsgemis. Van God die Zich verborgen houdt. Maar dan ook van God, die Zich laat vinden, in vindenstijd, in de weg van schuldbelijdenis en die zo tot een Verberging, een Schuilplaats wordt (psalm 33). In de bevinding van het geloof wordt ook de leegte van een wereld, die zozeer leeg is van God, als schuld meebeleefd. De schuld en nood van de wereld is mijn schuld en nood. Zo is er ook sprake van ingaan in het heiligdom (psalm 73). Die elementen kwamen op de conferentie (te) weinig uit de verf. De profeten in het Oude Testament hebben de afwezigheid van God doorkermd en geloofden nochtans Gods aanwezigheid achter de wolk en smeekten om het scheuren van de hemel. God kan Zich verbergen. Opdat er bekering, wederkeer, terugkeer tot Hem zou komen onder het volk, in de weg van verootmoediging.
In de Schrift lezen we de indringende vraag of Christus, als hij terugkomt nog geloof zal vinden. Het geloof gaat boven de ervaring en het gevoel uit. En bevinding valt niet met gevoel samen.
(On)zekerheid
Dat brengt me op het tweede, dat bij nadere reflexie vragen bij mij opriep. 'We weten alles niet meer zo zeker'. Dat was een grondtoon op de conferentie, met name in een betoog van prof. dr. W. J. Ouweneel. Het is één van de symptomen, dat we zelf - aldus Ouweneel - ook 'post-modern' zijn geworden.
Feit is inderdaad, dat er ook onder het orthodoxe volksdeel verschuivingen optreden in bepaalde opvattingen. Dat geldt bijvoorbeeld het geloof in 'zes scheppingsdagen van 24 uur'. De vraag is dan wel of de Schrift op dit punt altijd juist is uitgelegd, juist ook in evangelisch-fundamentalische kringen. Het geloof in God als Schepper staat recht overeind. Vrucht van de bestudering en de doordenking van de inhoud van Genesis 1 is echter, dat de opvatting als zou de schepping zes maal 24 uur hebben geduurd door velen niet wordt gehuldigd, zonder dat daarmee de evolutietheorie wordt aangehangen.
Wat wèl verrast is, dat de helft van de ondervraagden geen moeite blijkt te hebben met een vrouwelijke predikant. Hier valt te vragen of het onderzoek echt gedifferentieerd genoeg is geweest. Hoe zit dat bij evangelischen, die het ambt afwijzen? En hoe zit dat echt onder 'bevindelijk-gereformeerden' en vrijgemaakten?
Deze vragen ten spijt moet echter worden geconcludeerd, dat bezinning, ook in orthodoxe kring, op de positie van de vrouw het ambt niet ongemoeid laat.
Zo zijn er - blijkt uit het onderzoek - ook op andere punten verschuivingen, bijvoorbeeld inzake ethische vragen (rondom het huwelijk).
Dat alles niet meer zo vaststaat als vroeger is duidelijk. Maar dat is nog iets anders dan de onzekerheid tot uitgangspunt te nemen. Ik bedoel hier niet te ontkennen de existentiële aanvechtingen omtrent Gods handelen of omtrent de vraag of de boodschap wel goed wordt gecommuniceerd. Maar er is in de breedte van de kerken ook al zo lang een door theologen gevoed besef, dat twijfel de hoogste vorm van zekerheid is. Het kan dan ook heel modieus zijn om dat nu ook zo te gaan zeggen in orthodoxe kring. Post-modern betekent dan vooral vraagtekens zetten.
Nochtans hebben we ook vandaag het profetische Woord, dat zeer vast is. We doen goed daar acht op te geven. Dat wordt zeker niet ontkend. Maar ongemerkt kan in de boodschap zelf ook de twijfel binnensluipen. De tijd van 'de grote woorden' is inderdaad voorbij. Ging het vroeger soms wel eens niet te triomfantelijk toe? Maar 'het Hoge woord' zal er toch uit moeten, alle moderne twijfel ten spijt.
Communicatie
Er was op het EO-congres zeker geen sprake van triomfantelijkheid. Daarvoor werd te diep beseft, dat ook de orthodoxie in Nederland deel uitmaakt van het probleem inzake 'de boodschap en de kloof. Treffend waren de gebeden. Grondig waren de sociologische analyses van prof. dr. J. Hoogland, drs. W H. Dekker en M. L. O. de Bruijne, waarin de deelnemers een spiegel werd voorgehouden. Indringend waren de 'praktijkverhalen' van ds. O. Bottenbleij ('Boodschapper, boodschap, levenswandel en passie voor evangelisatie'), drs. W. Dekker ('Ik heb het zelf uit Zijne mond gehoord'), ds. S. van Deventer ('Omgaan met erediensten'), drs. P. de Vries ('De vrucht op de bediening') en ds. E. Overeem ('Terug naar het bijbels abc'). Zelfkritisch en bewogen waren de reflexies (o.a. van drs. I. A. Kole).
Naar mijn eigen waarneming was het niet zo, dat de deelnemers aan de conferentie zich aan de ene kant van de kloof wisten en zich slechts bezig hielden met de vraag hoe ze 'de anderen', aan de andere kant van de kloof, moesten bereiken. Misschien moeten we zeggen, dat het besef leefde, dat we met de boodschap samen in de kloof staan; een kloof, die soms door het eigen hart loopt, vanwege de aanvechtingen, die het hart kunnen verscheuren.
Wat ik hierboven schreef wil er echter aan herinneren, dat geloof niet staat of valt met onze ervaring maar met de Openbaring van de levende God; God, die Mens werd; God, die in de gestalte van de Heilige Geest wegen schrijft in de tijd en in het hart van mensen. Ook als die tijden donker zijn. Hoezeer de gelovige ook aan twijfels onderhevig is, het geloof zelf twijfelt niet. En daarom: van God uit blijven boodschappen! En toch preken!
N.a.v. 'De boodschap en de kloof - communicatie van het Evangelie in postmoderne tijd', Uitgave Evangelische Omroep, Hilversum, 132 pag., ƒ 24, 50.
EO-leden naar kerkelijke Kerkelijke richting richting waarin men is opgevoed en waartoe men zich nu rekent.
N.B. Zie voor de tabel het originele artikel in de WV van 27-11-1997
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's