De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

In de christelijke gereformeerde kerk 'De Fontijn' te Bunschoten hangt een wandbord met daarop 'de tien geboden' met een kort, puntig rijm:

'Dient eenen God en anders geen
Buigt voor geen beeld van hout of steen
Gebruikt Gods naam met diep ontzag
Gedenkt en heiligt 's Heeren dag
Ziet toe dat gij uw ouders eert
Dat gij niet doodt of iemand deert
Breekt nooit de eens gesloten echt
Steelt niet, 't is beter arm dan slecht
Spreekt nooit een vals getuigenis
Begeert niet wat uws naaste is.'

Aart Peters, diaconaal consulent in Gelderland, werd vanwege de noden in de samenleving geïnspireerd tot het volgende rijm; 'Rijkdom en armoede':

Een afgevallen blad waar ik naar staar,
peinzend over de tijd waarin we leven.
Rijkdom en Armoede word ik gewaar
Wie worden er door voort-gedreven?

De boeren hebben de oogst weer binnen.
Dankdag voor gewas en arbeid is geweest.
Op de beurs is het verlies of winnen;
de rijken bieden steeds het meest

De multi-nationals, ze scoren best,
in een land van overvloed en welvaart.
Gouden kalveren worden goed gemest;
polissen in kluizen zorgvuldig bewaard.

Uitgeprocedeerden en zwervers nemen toe,
zijn het procederen, de regelgeving moe.
Aangewezen op de bedelnap, de straat,
geen veilig huis en warm gewaad.

Mantelzorg, bescherming, open armen,
'is daar nog tijd en aandacht voor?
Een haardvuur om je bij te warmen.
Wie komen de armen op het spoor?

Niet alleen toch blijven staren,
naar een stervend afgevallen blad.
Maar in liefde de Waarheid betrachten;
is omzien naar hen, die hulp verwachten.

Van dr. M. J. Arntzen, emeritus geref. predikant (vrijg.) ontvingen we onderstaande brief in reactie op 'Globaal bekeken' over Abraham Kuyper:

'In de Waarheidsvriend van 13 nov. jl. lazen we he kostelijke stukje over A. Kuyper in de rubriek "Globaal bekeken". Daarin wordt verteld dat Kuyper op een jaarvergadering van de mannenbroeders het tafelgebed deed. Er staat niet bij welke jaarvergadering Kuyper toen bezocht Was het een deputatenvergadering? (van antirev. kiesverenigingen? ) Daarnaar moeten we dus gissen. Maar het ging er natuurlijk om, dat Kuyper, van wie men een "mooi gebed zal verwacht hebben, volstond met de woorden "Here zegen deze spijze, amen".

Het is, zoals gezegd, een mooi en kostelijk verhaal. Maar er is een dergelijke anekdote die de ronde doet over Nicolaas Beets. Deze prof. Beets was een van de aanzittenden aan een maaltijd gegeven door koning Willem III. Deze was, zoals bekend niet al te godsdienstig, maar wilde die maaltijd toch "waardig" laten beginnen met een tafelgebed. Daa toe werd dan prof. Nic. Beets uitgenodigd. En die zou toen ook volstaan hebben met de woorden "Here zegen deze spijze, amen".

Dr J. J. Buskes, die dit verhaal ergens vermeldd tekende erbij aan "De Hlldebrand van de camera was nog niet helemaal gestorven in hem". Waar ik dit alles gelezen heb weet ik niet meer, maar het wel zo, dat blijkbaar soortgelijke anekdoten van Kuyper en Beets verteld worden. De vraag komt dan natuurlijk op: Zou het echt zo geweest zijn? O zou het van één van beide verzonnen zijn, of zijn beide verzonnen? Het is toch niet zo waarschijnlijk dat twee vooraanstaande theologen beiden zoiets opvallends en merkwaardigs gedaan hebben. Kan het niet een mooi "volksverhaal" een soort legende zijn, die dan onder het gelovige volk de ronde doet. In elk geval, het was mooi, dat het weer eens opgehaald werd in "Globaal bekeken".

Dezer dagen verscheen bij uitgeverij De Groot (Goudriaan/Kampen) een levensbesclirijving van wijlen Jan Vroegindeweij, de vader van de vier predikanten Vroegindeweij, Arend, Leendert, Wouter en Willem. Uit dit lezenswaardige boek de volgende passages:

• 'Vader was bereikbaar in z'n eigen huis voor iedereen. En hij toonde zich telkens weer een pleitbezorger voor de armen. In feite kon hij armoede niet goed verdragen. De overheid had dan ook in zijn beleving de roeping voor armen en zwakken het beste te zoeken. Dat was voor hem ook wezenlijk voor de confessionele politiek die zijn partij voorstond. Maar mooi praten daarover deed hij niet. Hij handelde in stilte en deed wat hij kon om in een tijd waarin velen moesten leven van een krappe beurs de mensen bij te staan.

Op een dag kwam er hoog bezoek in Menheerse. De commissaris van de koningin bracht een bezoek aan het gemeentebestuur.

Die commissaris moest uiteraard keurig ontvangen worden. Aan het eind van de dag werd hem dan ook een diner aangeboden. Jan Vroegindeweij, wethouder der gemeente, werd daarvoor ook uitgenodigd. Hij trok zijn lange preekjas aan en wilde de deur uitstappen. Maar zijn vrouw probeerde hem tegen te houden: "Doe dat toch niet. Jan, blijf toch thuis, jongen. Zo'n diner met de commissaris van de koningin er bij, daar hoor Je niet. Ze eten daar vast met mes en vork en Jij kunt nog niet eens netjes met een vork eten..."

Maar Jan gaf geen krimp: "Maak je daar nou maar geen zorgen over, moeder", antwoordd hij, "dat komt best goed. Ik kijk wel hoe de anderen het doen. Nou, dan kan er toch niks mis gaan".'

Jan Vroegindeweij was zeer oranjegezind. He was voor hem dan ook een buitengewoon gebeuren toen Koningin Wllhelmina en prinses Juliana op 25 april 1936 de gemeente Middelharnis bezochten. De schoolkinderen zongen in die tijd vaak "Leve de Willemien, ik heb Je nog nooit gezien", maar vanaf die datum hoefden ze dat niet meer te zin­gen! Wethouder Jan was bewogen toen hij thuis vertelde zijn geliefde vorstin de hand gedrukt te hebben. Het koningshuis had en hield de liefde van zijn hart.

Na de Tweede Wereldoorlog kwam prinses Julian ditmaal met haar echtgenoot prins Bernhard, opnieuw naar Middelharnis. Wethouders Vroegindeweij zat in het ontvangstcomité. Hij genoot van de ontvangst van het koninklijk paar op het ponton op het havenhoofd. Het waaide er behoorlijk. Toch had hij netjes zijn hoed afgezet. Prins Bernhard adviseerde hem zijn hoed weer op te zetten, "anders vat u nog kou!"

­Deze opmerking deed Jan Vroegindeweij zeer goed. Een prins die "gewoon" deed! Dikwijls haalt hij dit aan als hij over dit bezoek vertelde. Tijden dat bezoek mocht hij ook het koninklijk paar toespreken. Hij zei onder meer: "Hoogheid, u hebt zo geweldige mooie naam: Juliana. U bent genoemd naar Juliana van Stolberg".

Over haar had hij gelezen, want hij las graag boeken over vaderlandse geschiedenis. Hij herinnerd de prinses aan enkele gebeurtenissen uit het leven van haar stammoeder Deze was niet alleen een verstandige, maar ook een gelovige vrouw. Hij sprak de wens uit, dat prinses Juliana ook wat haar geloof betreft In de voetsporen van Juliana van Stolberg zou gaan als zij eens koningin zou worden.

­Volgens de kamerdienaar van de prinses duurde zijn toespraak te lang. Hij maande hem op een gegeven moment te eindigen opdat het programma niet in het honderd zou lopen. Maar wethouder Vroegindeweij hoorde de man rustig aan en zei in het half Flakkees dialect: "Als ik klaar ben dan houd ik wel op!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's