De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De plaatsing van de boeken Ezra en Nehemia

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De plaatsing van de boeken Ezra en Nehemia

10 minuten leestijd

Dr. A. Jopsen, Ezra en Nehemia, Een praktische bijbelverklaring, Tekst en toelichting, uitgave Kok, Kampen 1997, 180 blz., ƒ 40, - .

Aanleiding

In de serie Tekst en toelichting is onlangs een commentaar verschenen op de boeken Ezra en Nehemia.'" Wat mij daarin trof was vooral de aandacht die besteed werd aan de plaatsing van beide bijbelboeken in de Heilige Schrift. Meestal gaat men daaraan voorbij. Dat is vreemd. Want om een bijbeltekst goed te kunnen begrijpen moeten we ook letten op het tekstverband. Datzelfde geldt ook voor een bijbelboek. Dan is het belangrijk te letten op de plaats die het heeft gekregen in het geheel van de Bijbel. Daar zit een duidelijke lijn in. Denk maar aan de hoofdsom van de wet. De Heere Jezus zegt daarvan: aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten. Wie de wet leest van boek tot boek, en daarna de profeten, ook weer van boek tot boek, die ontdekt waar het om gaat: ik moet God liefhebben en mijn naaste als mijzelf.

Groot Kronieken

In onze Bijbel volgen de boeken Ezra en Nehemia op 1 en 2 Kronieken. Dit viertal vormt een eenheid. We spreken dan van Groot Kronieken. Algemeen wordt aangenomen dat deze bijbelboeken teruggaan op één auteur of een groep van gelijkgezinde auteurs. We noemen hem de kronist. In Groot Kronieken wordt ons een beschrijving gegeven van de wereldgeschiedenis. Die begint bij Adam en eindigt met Nehemia. Nu zouden we achter het woord 'wereldgeschiedenis' wel een vraagteken kunnen zetten. Zeker, Nehemia is een hoge ambtenaar in dienst van de Perzische koning. De Perzen hebben het in die tijd ook voor het zeggen. Maar Juda is niet veel meer dan een grensdistrict van dit immense wereldrijk en de interne moeilijkheden in deze regio zijn politiek nauwelijks interessant. Het grote probleem voor de Perzen zijn de Grieken. Het slot van het boek Nehemia is trouwens weinig bemoedigend. Dr. Jobsen schrijft als titel boven dit laatste hoofdstuk 'Een mislukte missie? ' Dat is veelzeggend.

De plaatsing van Ezra en Nehemia

In de Hebreeuwse Bijbel behoren de boeken Ezra en Nehemia tot het derde hoofddeel, de geschriften. Ze staan bijna helemaal achteraan. Maar er is iets bijzonders gebeurd. Ezra en Nehemia zijn verplaatst. Ze staan nu niet meer achter de beide boeken Kronieken maar ervóór. Heeft dat een bepaalde bedoeling?

Dr. Jobsen is van mening dat er in de geschriften een duidelijke lijn te herkennen valt. De Hebreeuwse Bijbel is zo ingedeeld dat de boeken Ezra en Nehemia volgen op Daniël en Esther. Dit viertal rekent de schrijver tot de categorie van de 'bemoedigingsliteratuur'. Ze geven het vroege jodendom een eigen identiteit ondanks de teloorgang van de joodse staat. De beide boeken Kronieken fungeren dan als een herziene geschiedschrijving.

Hij trekke op

Toch is daarmee niet alles gezegd. Het boek Ezra begint met een edict aan Kores. Hij geeft de joden in ballingschap toestemming om weer terug te keren naar Jeruzalem en de tempel te herbouwen. Datzelfde edict staat aan het slot van 2 Kronieken. In dat opzicht is Ezra duidelijk het vervolg. Toch is er iets merkwaardigs aan de hand. Het edict van Kores zoals we dat aantreffen aan het slot van 2 Kronieken houdt midden in een zin op. Het laatste woord is 'hij trekke op' (in het Hebreeuws één woord). Maar in Ezra 1 loopt de zin gewoon door. Daar lezen wij: 'hij trekke op naar Jeruzalem, dat in Juda is, en hij bouwe het huis van de HEERE, de God van Israël; Hij is de God, Die te Jeruzalem woont'. En dan volgt het slot van het edict van Kores. De Hebreeuwse Bijbel houdt dus midden in een zin op. Er staat geen punt achter. Zo staat het Oude Testament open naar Gods grote toekomst.

Het huis van David

In 1 en 2 Kronieken staan David en het huis van David in het centrum van de aandacht. Hier wordt de messiaanse lijn nog scherper geaccentueerd dan in de boeken Samuel en Koningen. In Ezra en Nehemia wordt deze lijn nauwelijks zichtbaar. Er wordt wel naar David verwezen wanneer het gaat om de vormgeving van de tempelliturgie, zoals bijvoorbeeld in Ezra 3 : 10. Maar daar blijft het dan ook bij. Toch vormt Groot Kronieken één geheel. Hoe is het verschil dat er in dit opzicht bestaat tussen aan de ene kant de boeken Ezra en Nehemia en aan de andere kant 1 en 2 Kronieken te verklaren? Ezra en Nehemia roepen hun tijdgenoten op om zich in te zetten voor het herstel van de eredienst en daarmee verbonden de heiliging van het huwelijk en de samenleving. Dat opent het perspectief op de vervulling van de beloften van God aan David en zijn huis. Wat dat betreft zijn Ezra en Nehemia te vergelijken met Johannes de Doper. Ze zijn wegbereiders voor Davids grote Zoon, onze Heere Jezus Christus. Dat is ook hun boodschap aan ons: de oproep om ons in te zetten voor het herstel van de openbare eredienst en de vernieuwing van ons hart en leven, persoonlijk en in onze omgang met elkaar, ook in onze aandacht voor de mensen in nood. Het is wereld-adventstijd. Daarin krijgt ook Israël naar Gods bestel zijn plaats.

De profeten en de geschriften

We hebben nu gezien wat het slot is van het derde hoofddeel van de Hebreeuwse Bijbel, de geschriften. Van een slot in de strikte zin van het woord kunnen we niet spreken. Het is veeleer een open einde. Het eigenlijke moet nog komen.

Aan het slot van het tweede hoofddeel van de Hebreeuwse Bijbel, de profeten, doet zich precies hetzelfde verschijnsel voor. In Maleachi 3 lezen wij de profetie van de Engel van het verbond. Hij zal haastig komen. In het heiligdom zal Hij Zich openbaren. Professor J. van Bruggen heeft in zijn commentaar op het evangelie naar Marcus aangetoond dat met de Engel van het verbond die voor Gods aangezicht zal uitgaan, niet wordt gedoeld op Johannes de Doper maar op Christus Zelf. Johannes de Doper komt ter sprake in Maleachi 4 : Zie, Ik zend u de profeet Elia, eer dat die grote en die vreselijke dag des HEEREN komen zal. En hij zal het hart der vaderen tot de kinderen terugbrengen, en het hart der kinderen tot hun vaderen, opdat Ik niet kome en de aarde met de ban sla. Ook hier eerst de Doper en dan de Christus. Niet dat de komst van de Christus afhangt van het werk van de Doper. Geen voorwaarden vooraf. Maar gevolg geven aan de oproep van de Doper opent het perspectief op Christus. De weg van het geloof is een weg die harten raakt en primaire levensverhoudingen herstelt. Aan het slot van de profeten gaat het over de gezinnen, het slot van de geschriften richt zich op het huwelijksleven. Zowel Maleachie als Ezra-Nehemia verbindt het herstel van de openbare eredienst met de bestrijding van een losse huwelijksmoraal. Zij waren dan ook elkaars tijdgenoten.

De Hebreeuwse Bijbel en de Griekse bijbelvertaling

De Griekse bijbelvertaling - ook wel de Septuaginta genoemd - rangschikt de bijbelboeken op een andere manier dan de Hebreeuwse Bijbel. Het begin, de vijf boeken van Mozes - dat zijn de boeken Genesis tot Deuteronomium - is bij beide nog hetzelfde. Maar dan komen de verschillen. De Griekse bijbelvertaling volgt de historische lijn. Daarom wordt het boek Ruth geplaatst tussen Richteren en 1 Samuel. De oorspronkelijke volgorde 1 en 2 Kronieken, Ezra en Nehemia wordt hersteld en komt nu als één geheel achter de boeken Samuel en Koningen. Ze behandelen voor het merendeel dezelfde geschiedenis, maar elk vanuit hun eigen gezichtshoek. De koppeling is opzet. Dat is af te leiden uit de titel die Kronieken krijgt in de Griekse vertaling: 'De dingen die weggelaten zijn (namelijk in de boeken Samuel en Koningen)'. Esther wordt dan het laatste boek in de historische reeks. De dichterlijke en profetische geschriften worden bij elkaar gezet, naar alle waarschijnlijkheid vanwege hun vaak poëtische karakter. Eerst Job, de Psalmen, Spreuken, Prediker en het Hooglied, dan de profeten. De Klaagliederen worden geplaatst achter Jeremia en het boek Daniël dat tot de laatste boeken van de Hebreeuwse Bijbel behoort, wordt ingeschoven tussen Ezechiël en de twaalf kleine profeten. Ook hier weer de historische lijn.

In de Hebreeuwse Bijbel staat het verbond centraal. In de wet gaat het over de wijze waarop God het verbond met mensen wil aangaan. Met de bedoeling dat Zijn volk dat verbond zal bewaren. En ook wij. De profeten geven de geschiedenis weer van de manier waarop God en Zijn volk omgaan met het verbond. Die geschiedenis is vooral profetie, prediking voor mensen toen en nu. De geschriften tonen het leven naar het verbond in een veelheid van aspecten. Zo doe je nu in het leven van alledag. Zo vind je een weg als je te maken krijgt met lief en leed. God herkent je in jouw situatie en jij mag Hem daarin ook weer herkennen als de God van het verbond.

De Nederlandse Geloofsbelijdenis

In de opsomming van de boeken van het Oude Testament in artikel 4 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis heeft de kerk der Reformatie zich gehouden aan de volgorde van de Griekse bijbelvertaling, maar wat het aantal bijbelboeken betreft is zij teruggekeerd tot de Hebreeuwse Bijbel. Zo ontstond het verschil tussen de canonieke en apocriefe boeken. De apocriefen kregen een aparte plaats en werden in de latere bijbeluitgaven niet eens meer opgenomen. De band met Israël werd weer hersteld zonder afbreuk te doen aan de opdracht het Woord van God uit te dragen in de wereld van het heidendom. De Griekse vertaling van het Oude Testament was daartoe een eerste aanzet. Geleid door de Pinkstergeest zijn de apostelen in dat spoor verder gegaan. Onderzoek heeft uitgewezen dat in het Nieuwe Testament meestal wordt teruggegrepen op het Oude Testament in de Griekse vertaling.

De benadering van het Oude Testament als canon

Er valt nog veel over de commentaar van dr. Jopsen te melden. Bijvoorbeeld zijn aandacht voor de liturgische elementen in Ezra-Nehemia. De inrichting van de eredienst vraagt zorgvuldige doordenking. Soberheid is geen vrijbrief voor slordigheid. Er zijn ook kritische opmerkingen te maken. Bijvoorbeeld zijn opvatting dat de voorlezing van de wet op het Loofhuttenfeest door Ezra in Nehemia 8 en 9 heeft plaatsgevonden tussen zijn aankomst in Jeruzalem (Ezra 7 : 9) en zijn maatregelen tegen de gemengde huwelijken in Ezra 10. Maar zijn opmerkingen over de plaatsing van Ezra en Nehemia accentueren nog weer eens de betekenis van de bestudering van het Oude Testament als canon. De canon is meer dan een boekenlijst. Daarin wordt al iets zichtbaar van de structuur van de Heilige Schrift.

Over structuur gesproken: Het laatste woord van de Hebreeuwse Bijbel is: 'hij trekke op'. Op naar Jeruzalem! Het laatste woord van Christus in het Nieuwe Testament is: 'Ja, Ik kom haastig'. Op reis naar Jeruzalem zie je al het nieuwe Jeruzalem neerdalen van God uit de hemel, toebereid als een bruid die voor haar man versierd is. Zo zien we: uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Daarom gaat het in de Schriften als een canoniek geheel. Of - zoals geformuleerd staat op het titelblad van de Statenvertaling: dit is de ganse Heilige Schrift.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De plaatsing van de boeken Ezra en Nehemia

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's