Op het spoor van armoede en sociale uitsluiting
De armoede is terug in Nederland. Dit blijkt uit de vele rapporten van overheid, vakbeweging en Raad van Kerken. Juist nu het economisch voor de meerderheid van de Nederlanders goed gaat, spreken de kerken haar zorg uit over de tweedeling in de maatschappij. Rijk en arm, kansrijken en kansarmen groeien verder uit elkaar. Het opkomen voor zwakkeren is voor de kerken één van de primaire uitgangspunten.
Conferentie
In het Reformatorisch Dagblad van woensdag 1 oktober lees ik het volgende bericht: 'Het is niet gelukt (namelijk: armoede uit de onzichtbaarheid halen - AP). Wat tien jaar geleden, op de vijfde dinsdag van september 1987, als een triomfantelijke, interkerkelijke triomftocht was begonnen, is uitgelopen op een verhaal waarvan het einde nog lang niet in zicht is. Desondanks vierde 'De arme kant van Nederland gisteren in de Mozes en Aaronkerk (!) in Amsterdam een luidruchtig feest: Tien jaar later. September 1987. In Amsterdam vindt op initiatief van de Raad van Kerken en DISK (arbeidspastoraat) de eerste kerkelijke conferentie tegen verarming plaats. Ds. W. R. van der Zee, de inmiddels overleden secretaris van de Raad van Kerken, zei toen in een krachtig getoonzette toespraak dat de kerken de uitdrukkelijke plicht hadden de armoede uit de onzichtbaarheid te halen: Want armoede is mensonterend; zij is het gevolg van wettelijke maatregelen.'
Armoede op liet spoor
Armoede uit de onzichtbaarheid halen, hoe doe je dat eigenlijk? In gesprek met diakenen merk ik, dat zij het heel moeilijk vinden armoede op het spoor te komen. Over het algemeen is er binnen de diaconieën wel een toename van aanvragen voor financiële ondersteuning waar te nemen. 'Er is veel meer "stille" nood dan wij weten, ' merkte onlangs nog een diaken op. Een en ander blijkt ook wel uit de cijfers. Uit het rapport 'Arm Nederland', het eerste rapport over armoede en sociale uitsluiting, blijkt dat in 1994 657.000 huishoudens leven met een inkomen onder of rond het sociaal minimum. Dat is 11 procent van de huishoudens. Dit betekent dat in een behoorlijk grote woonplaats vele honderden huishoudens leven onder of rond het sociaal minimum. Zij hebben te maken met armoede. Het goed functioneren van de sociale zekerheid ook op plaatselijk niveau is voor hen van levensbelang.
Geen warme maaltijd
Ruim 60% in Nederland van degenen die leven met een inkomen rond of onder het sociaal minimum, leven al vier jaar of langer onder of rond het sociaal minimum. Ook wijst de bijstand-statistiek uit dat 30 procent van de bijstandsontvangers al 5 jaar of langer een uitkering heeft. Hieronder zijn vele alleenstaande ouders met jonge kinderen. Ook zij die leven van alleen een AOW-uitkering, verkeren vaak in soortgelijke situatie. Geschat wordt dat in Nederland 43.000 huishoudens door geldgebrek niet iedere dag een warme maaltijd hebben, dat 100.000 huishoudens problemen hebben met het betalen van huur-en energierekeningen en dat een half miljoen huishoudens onvoldoende geld hebben voor de aanschaf van nieuwe kleding. Jarenlang leven rond of onder het sociaal minimum betekent niet alleen vaak onvoldoende geld voor allerlei aankopen, maar vaak ook dat aan veel zaken uit het sociale leven niet kan worden deelgenomen. Dit betekent behalve financiële ook sociale uitsluiting.
Relatief begrip
Armoede is in onze cultuur en maatschappij een relatief begrip. Armoede in Nederland is niet te vergelijken met de armoede bv. in Peru, of in de afgelegen dorpen in Roemenië.
Toch kan voor velen met name de sociale uitsluiting behoorlijk pijn doen. We leven in een rijk land. Er is van alles te koop en binnen handbereik. Grote winkelbedrijven puilen nu al weer uit met 1001 ('kerst')-artikelen. Vooral jongeren letten erg op elkaar. Welke (merk) kleding wordt gedragen, welke cd's liggen er naast de prachtige stereotoren. Met een goed inkomen kan aan veel zaken worden meegedaan zoals: sport, ontspanning, aanschaf lectuur, bibliotheek, cadeautjes, lange telefoongesprekken met vrienden en vriendinnen, gezellig shoppen enz. enz. Velen, die louter zijn aangewezen op een uitkering kunnen dit beslist niet. Uitsluiting is het gevolg. Je kunt niet meer meedoen, je hoort er niet meer bij. Je durft nauwelijks meer te gaan winkelen, omdat je bang bent dat anderen er wat van zeggen. Postorderbedrijven spelen daar handig op in. Thuis winkelen is net zo handig en gezellig. Anoniem kopen uit een 'etalage' van wel honderden bladzijden. Betalingen kunnen (met rente!) worden uitgesteld. De 'zwakken' worden er de dupe van. Resultaat? Hoog opgelopen schulden, die met geen mogelijkheid meer afgelost kunnen worden. Echte armoede, vaak stille armoede is dan het gevolg!
Armoede zichtbaar maken
Iedereen weet wel dat de armen niet in een villawijk wonen. Arme mensen leven veelal in een huurwoning, soms in een achterstandswijk, waar je als ouderling haast niet meer binnenkomt. 'De mensen laten je gewoon voor de intercom staan', zei onlangs nog een ouderling tegen mij. 'Je komt niet eens binnen, laat staan dat je zelfs maar even contact hebt.' Er zijn diakenen, die geen huisbezoek doen en die daardoor het directe contact missen met de armen. Zij moeten het hebben van de ambtsdragers, die niet altijd (en dat is begrijpelijk wanneer je vanuit een pastorale of evangelisatorische opdracht op pad gaat) een antenne hebben voor de sociale nood van een persoon. Maar dat is het niet alleen. Mensen komen meestal ook niet na één bezoekje al gelijk op de proppen met hun armoede. Er is vaak schaamte. Een mens doet zich soms beter voor dan de situatie zijn kan. Het lukt je misschien wel de armoede op het spoor te komen, wanneer er sprake is van een langdurige relatie, regelmatig contact. Ambtsdragers komen aan dergelijke langdurige relaties vaak niet toe. Hoe dan wel? Wellicht is het mogelijk de problematiek van de armoede een keer te agenderen op een kerkenraadsvergadering.
Laat u zich als kerkenraad eens informeren door een deskundige op dit terrein, bijvoorbeeld door een ambtenaar van de sociale dienst, of uw diaconaal consulent en bespreek dan met elkaar hoe u de armen (samen met de plaatselijke overheid!) in uw gemeente op het spoor kunt komen. De problematiek vervolgens eens bespreken tijdens een gemeenteavond (er is voldoende bezinnings-en gespreksmateriaal verkrijgbaar). Gemeenteleden zien vaak veel meer wat er in een wijk of straat gebeurt bij mensen dan een ambtsdrager, die probeert z'n wijk in twee jaar 'rond' te komen.
Een oproep zou naar alle gemeenteleden kunnen uitgaan, meer acht op elkaar te slaan, of vanuit een klein team (blok-ouderling, bezoekbroeder/zuster, diaken en wijkbewoner) een plan te maken voor allerlei activiteiten in de wijk, zoals een oppasdienst, hulpdienst, koffiemorgen, zangavond, ziekenbezoek, huiswerkgroepje voor jongeren, huisbijbelkring, openmaaltijd, uitruil van tijdschriften, kranten. D.m.v. deze activiteiten kan het sociale leven (de gemeenschap) bevorderd worden en raakt men meer van eikaars wel en wee op de hoogte.
Andere mogelijkheden?
De diaken toch wel op huisbezoek? Calvijn vond van wel. Door het vele vergaderen komt men er vaak niet aan toe, hoor ik diakenen zeggen. Jammer, want de belangrijkste taak voor een diaken is toch vooral helpen (= concreet doen) waar geen helper is! Zeker, we kunnen dat anderen opdragen, die daar meer zicht op hebben, bv. met betrekking tot het Werelddiakonaat c.q. het opzetten van diaconale projecten in eigen regio of het eigen land. Mijn vraag is wel deze: 'Moeten altijd de diakenen vergaderen, afgevaardigd zijn naar allerlei besturen, commissies, werkgroepen e.d.? Zijn er mogelijk anderen, die vanuit hun specifieke deskundigheid en/of interesse zich voor bepaalde verantwoordelijkheden willen inzetten? ' Persoonlijk diaconaat begint dichtbij huis en is bovenal iets heel unieks. Is op zoek gaan naar de enkeling, die roept: 'Ik heb geen mens!' In het persoonlijke contact leer je het best wat dienen ten diepste is!
Voor met name diakenen is het van belang contact te zoeken met uitkeringsgerechtigdenorganisaties, ouderenbonden, cliëntenraden. Doe moeite deze mensen te spreken. Luister naar wat zij te zeggen hebben. Het zijn niet altijd de makkelijkste mensen. Ze brengen immers een vervelende boodschap. Toch kunnen wij hun klacht gaan zien als een gratis goed advies.
Al eerder sprak ik over het contact vanuit de diaconie of kerkenraad met de sociale dienst, of met de wethouder, die verantwoordelijk is voor het sociale beleid van de gemeente. Met name de nieuwe algemene bijstandswet biedt de plaatselijke overheid de mogelijkheid een eigen minimabeleid vast te stellen. Hoewel de hoogte van de bijstandsuitkering door het Rijk wordt bepaald, kan de plaatselijke overheid wel via de bijzondere bijstand t.b.v. de echte minima voor extra financiële ondersteuning zorgen c.q. tot bepaalde maatregelen besluiten, bv. verlaging van gemeentelijke belastingen, kortingen op bijdragen voor sportactiviteiten, sociaal culturele activiteiten, abonnementen e.d. Het is vervolgens best interessant eens na te gaan, wat de verschillende politieke partijen in hun programma's schrijven over de armoedeproblematiek.
Publiciteit kan ook van groot belang zijn. Schrijf eens een artikel over armoede als diaconie in een gratis huis-aan-huisblad en/of in de kerkbode. Bied aan dat u als diaconie best bereid bent om met iemand mee te gaan naar het gemeentehuis om formulieren te halen en te helpen bij het invullen. Dat u er voor aangesteld bent mensen te helpen in noodsituaties. Dat u graag wilt aankomen als er problemen zijn. Het aanbieden van een telefoonnummer, waar mensen anoniem hun verhaal kwijt kunnen zou ook eens te overwegen zijn. Schrijft u er dan wel bij, dat u de persoon - indien gewenst - wel wilt terugbellen, vanwege de telefoonkosten. Er zijn diaconieën, die goede ervaringen hebben met een diaconaal spreekuur! Soms moeten we als diaconie ook wel eens onze 'public-relations' nader onder de loep nemen en ons de vraag stellen hoe we als diaconie overkomen bij de mensen. Er leeft nog vaak het idee bij mensen, dat het aankloppen bij een diaconie iets heel minderwaardigs is en wel het laatste is wat je doet. Of dat je wel heel erg gelovig c.q. nauw bij de kerk betrokken moet zijn om hulp te ontvangen van de diaconie. Laten we via de weg van het diaconaat proberen afstanden die er kunnen zijn, of ontstaan zijn in de loop der jaren, te overbruggen, door eerst maar eens zelf over de brug te komen. Tenslotte nog een suggestie. U zou als diaconie eens kunnen nagaan of de plaatselijke overheid wel voldoende aan voorlichting en informatie doet. Vaak weten de burgers nauwelijks waar men recht op heeft en welke voorzieningen er zijn! Voorlichting natuurlijk in een krant die gratis huis-aan-huis verspreid wordt!
Profetische taak
De kerk is geroepen - vanuit haar profetische roeping - de overheid te wijzen op haar taak de gerechtigheid te betrachten! D.w.z. op te komen voor de zwakken in de samenleving. Zo'n opdracht komt niet zomaar uit de lucht vallen, maar is een voluit bijbelse opdracht. Het is immers de Heere God zelf, die zich het lot van de armen aantrekt, hen in bescherming neemt. Ja, zelfs het recht (!) der armen gelden doet (Ps. 146). M.a.w. de armen hebben recht op een eerlijke en waardige behandeling!
Wanneer nu de rijken rijker worden en de armen armer, dan is er iets mis in deze samenleving. In ieder geval is er maar één groep die van de tweedeling in deze maatschappij de dupe wordt en aan het kortste eind trekt: de armen! Zoiets is niet nieuw, maar al eeuwen oud. De profeet Maleachi zegt het heel scherp in hoofdstuk 3 vers 5: 'En Ik zal tot ulieden ten oordeel naderen; en zal een snel Getuige zijn tegen de tovenaars, en tegen de overspelers, en tegen degenen, die valselijk zweren, en tegen degenen, die het loon des dagloners met geweld inhouden, die de weduwe, en den wees, en den vreemdeling het recht verkeren, en mij niet vrezen, zegt de Heere der heirscharen'.
De Raad van Kerken roept het vandaag opnieuw en je kunt er de vraag bij stellen of de presentatie op een manier moet zoals gehouden in de Mozes en Aaronkerk te Amsterdam. Maar goed, toch wil ik wel de indringende oproep citeren en wel opnieuw vanuit het krantenbericht waar ik dit artikel mee begon: 'Het gaat goed met de economie, maar het gaat niet goed met mensen aan de arme kant.
We zijn nu tien jaar verder, maar de situatie is nog dezelfde als toen. Armoede in een rijk land als Nederland is geen noodlot, maar een onrecht. Armoede in dit land is een schande. Het is gemeen. Armoede raakt'.
Tenslotte wil ik dit artikel beëindigen met enkele indringende vragen aan onszelf: 'Is het profetisch spreken nog wel geloofwaardig, als we als gemeente van Christus zelf de armen nog niet of onvoldoende op het spoor zijn? ' En: 'Hoe wijzen we een niet-christelijke overheid er eigenlijk op de gerechtigheid te betrachten naar bijbelse maatstaven? ' Voorzichtigheid en zelfonderzoek is geboden.
Onlangs schreef dr. ir. J. van der Graaf inzake kerkasiel het volgende in de Waarheidsvriend neer: 'Waar het bewustzijn van Gods recht onder het volk wegzakt, verdwijnt het ook bij de Overheid. Het recht heeft zo alles te maken met Gods wet, met de geboden, die ten goede zijn en dus tevens barmhartigheid bedoelen. Wanneer de overheid steeds minder besef krijgt van Gods recht, wordt de profetische roeping van de kerk nog zwaarwegender. Het heersende recht kan gaan strijden met bijbelse rechtvaardigheid'.
De gemeente van Christus zal meer gemeenschap moeten worden. Zoiets vraagt om volstrekte omkering, bekering! Niet voor niets schrijft Paulus, dat een gemeente pas groeit in geloof, door dienstbetoon! (Efeze 4)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's