De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De bewogenheid van God

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De bewogenheid van God

Nieuw boek over Nederlandse belijdenisgeschriften

11 minuten leestijd

Toen de Italiaanse natuurkundige Galileo Galileï in navolging van Copernicus bleef bij zijn stelling dat de aarde in plaats van stil te staan voortdurend rondom de zon beweegt, werd hij in 1633 door het Vaticaan gedwongen deze zienswijze af te zweren. Zij was toen immers in strijd met de overgeleverde leer der kerk. De toen 71-jarige Galileï erkende daarom tegen wil en dank dat de aarde gezien moest worden als het onbewegelijke middelpunt van het heelal. Maar het verhaal gaat dat hij bij het verlaten van de zaal nog snel even fluisterde: 'En toch beweegt zij!' Ook al is dit verhaal vermoedelijk niet op de feiten gebaseerd, toch is het de eeuwen door deel uit blijven maken van de geschiedenis van het proces tegen Galileï. Of hij de beroemde woorden nu wel of niet echt gesproken heeft, Galileï's herroeping is niet totaal en welgemeend geweest. Altijd heeft men behalve van zijn officiële herroeping ook van zijn stille protest geweten.

En toch beweegt Hij

De hervormd-gereformeerde legerpredikant dr. J. van Eck ontleent aan deze geschiedenis de titel van zijn jongste boek. Dat boek heet namelijk: En toch beweegt Hij. Het onderwerp is nu dus niet de aarde, maar de Heere God. Van Eck legt zijn titel verder niet echt uit, maar het is duidelijk dat hij een belangrijke parallel ziet met de geschiedenis rond Galileï. Zoals Galileï zijn juiste opvatting over de beweeglijkheid van de aarde ondanks de druk van buitenstaanders toch nooit volledig herroepen heeft, zo heeft de kerk haar juiste opvatting over de beweeglijkeheid van God ondanks druk van buitenstaanders toch nooit helemaal losgelaten. En wie onze Nederlandse belijdenisgeschriften op zich in laat werken, die merkt hoe het bijbelse getuigenis aangaande de beweeglijkheid en bewogenheid van God daarin (anders dan in veel officiële theologie!) voor de goede luisteraar overal doorklinkt. Precies dat ontvankelijke luisteren naar de taal die de belijdenisgeschriften spreken, is dan ook wat Van Eck met zijn boek voor ogen staat. Zo neemt hij ons mee op een fascinerende rondgang door de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels.

Gods bewogenheid herroepen

Laten we nog even bij het begin beginnen. De Bijbel tekent ons God op allerlei plaatsen als een beweeglijke en bewogen God. God is niet onbewogen onder de menselijke schuld en nood, maar deed en doet er alles aan om de mens in zijn verlorenheid op te zoeken en hem eruit te verlossen. Daartoe is Hij in Zijn Zoon neergedaald op aarde: 'om ons mensen en om onze zaligheid', zoals de geloofsbelijdenis van Nicea het uitdrukt. De relatie van God tot Zijn schepping is er één van voortdurende emotionele betrokkenheid. God wordt werkelijk geraakt door onze zonde, en vertoornt zich daarover - zozeer zelfs dat Hij er ooit berouw van kreeg de mens te hebben geschapen. Tegelijkertijd blijft Hij echter met ons lot bewogen. Zozeer is Hij uit op ons behoud, dat Hij óók telkens weer berouw heeft van het kwaad dat Hij gesproken heeft de mens te zullen doen.

In belangrijke delen van de theologie nu is dit bijbelse getuigenis over de bewogenheid van God grotendeels herroepen. God werd niet zozeer gezien als degene die zelfs in het oordeel over Zijn volk nog aan het ontfermen gedenkt, maar veelmeer als Degene die heel de geschiedenis van tevoren geprogrammeerd heeft, en deze vervolgens als een film af laat draaien. Van afstand dus, en zonder dat Hij Zelf werkelijk geraakt wordt door wat er in de geschiedenis gebeurt. Alles wat de Bijbel zegt over Gods levendige betrokkenheid op onze geschiedenis, moet in deze gedachtegang niet letterlijk genomen worden maar overdrachtelijk. Dat men het bijbelse spreken over Gods. bewogenheid niet letterlijk wilde nemen, hing samen met de grote invloed van buitenstaanders op de theologie - in concreto met die van Griekse en Romeinse filosofieën. Daarin werd God namelijk bij voorkeur afgeschilderd als de grote Onbewogene, die ver boven al het aards gewemel een ongestoord leven leidt, zonder Zich iets aan te trekken van wat er op aarde gebeurt. Bewogenheid met ons lot zou volgens deze heidense filosofieën maar afbreuk doen aan de grootheid en verhevenheid van God.

Calvijn

Van Eck legt er de vinger bij dat zelfs iemand als Calvijn, aan we hij eerder een boek wijdde, nog door dit buitenbijbelse filosofische denken beïnvloed was. Met name met de stoïsche filosofie (waarin onbewogenheid als het hoogste ideaal gold) heeft Calvijn zich voor zijn bekering intensief beziggehouden. Heeft dat er wellicht toe bijgedragen dat Calvijn in zijn uitleg van de Bijbel juist als het gaat over de bewogenheid van God zo vaak zegt, dat het hier natuurlijk niet om 'echte' bewogenheid gaat, maar dat dit slechts bij wijze van spreken zo genoemd wordt? In elk geval staat het voor Calvijn vast dat God niet echt bedroefd is over onze menselijke zonden. Het is enkel om ons duidelijk te maken hoe groot Zijn haat tegen de zonde is, dat de Geest Zich aanpast aan ons bevattingsvermogen en zaken als 'droefheid' en 'berouw' aan God toeschrijft. Die woorden geven dus niet de werkelijkheid weer. In werkelijkheid wordt God volgens Calvijn immers niet geraakt door wat er op aarde gebeurt, maar blijft Hij Zichzelf in onafgebroken rust.

Na Calvijn werd de onbewogenheid van God in de theologie nog strikter opgevat en in allerlei richtingen uitgewerkt. Vaak wordt beweerd, dat veel gereformeerde theologie uit de tijd na de Reformatie daardoor tot een gesloten denksysteem is geworden, waar alle leven en beweeglijkheid uit geweken zijn. Van Eck toont nu echter aan, dat dat de 'herroeping' van het bijbels getuigenis aangaande Gods bewogenheid in elk geval niet totaal en voluit is geweest. Hij doet dat door te laten zien hoezeer in de Nederlandse belijdenisgeschriften Gods levende betrokkenheid op de schepping in alle toonaarden doorklinkt. Overal hoort men als het ware een fluistering als die van Galileï: en tóch beweegt Hij!

De NGB over Gods bewogenheid

Niet dat dat laatste niet hardop gezegd mocht worden. Van Eck gaat in de Nederlandse Geloofsbelijdenis juist al die plaatsen na waar dat wél gebeurt. Dat levert een heel boeiende en verrassende uiteenzetting op. Van Eck luistert scherp naar hoe de dingen gezegd worden. Hij tast de woorden over God af op de beweeglijkheid die ze in zich dragen. Hij vergelijkt ook steeds met hoe de dingen in andere belijdenissen verwoord worden (bijv. de Franse geloofsbelijdenis, ontleend aan Calvijn). Dan blijkt dat de Nederlandse Geloofsbelijdenis uniek is in de levendigheid waarmee zij de heilsgeschiedenis beschrijft. God bewijst Zich in die geschiedenis 'zoals Hij is', zegt art. 16, namelijk 'barmhartig en rechtvaardig'. Zo is Hij dus werkelijk! En in art. 17 lezen we vervolgens dat God, ziende hoe ongelukkig de mens zich gemaakt had, zich begeven heeft om hem te zoeken toen deze al bevende voor Hem op de vlucht ging. Alles spreekt hier van Gods hartelijke betrokkenheid, waardoor Hij Zich in beweging laat zetten. Wanneer dan vervolgens de weg van Jezus' lijden en sterven nagetekend wordt, blijkt hoe diep die betrokkenheid gaat.

Vanuit deze lijnen leest Van Eck vervolgens ook de passages die de mogelijkheid van een onbewogen God lijken open te houden. Veel misverstand bestaat er in dit opzicht bijvoorbeeld rondom art. 1. Volgens veel critici wordt daar op een filosofische, onbijbelse wijze over God gesproken. Van Eck laat zien dat die kritiek allerminst terecht is, en dat alle eigenschappen die in art. 1 aan God toegeschreven worden geheel en al bijbels-beweeglijk geduid kunnen - en gezien de strekking van de NBG als geheel ook moeten - worden.

Van tijd tot tijd vraagt Van Eck ook terug naar hoe in de Schrift zelf over God gesproken wordt. Er blijken dan telkens twee lijnen te lopen: Enerzijds is God de grote Beweger, Die de geschiedenis regeert en vooruitstuwt; anderzijds is Hij bij uitstek de Bewogene, Die reageert op de nood en de verdrukking van mensen. Prachtig illustreert Van Eck beide lijnen aan de geschiedenis van Hagar: God Zelf geeft Abraham de opdracht haar weg te zenden - maar als Abraham dat gedaan heeft is het Diezelfde God die Hager ziet in haar ellende, haar opzoekt en verlost (Gen. 16 en 21). In ons denken krijgen we die twee lijnen nooit geheel bij elkaar (proberen we dat, dan 'knapt er iets in de hersenen', p. 46). Maar laat men één van beide los, dan zijn we de hoogspanning kwijt die door heel het Oude en Nieuwe Testament heentrekt. Wanneer Jezus in het Nieuwe Testament naar voren komt als 'met innerlijke ontferming bewogen', is dat geheel in overeenstemming met de wijze waarop God Zich reeds in het Oude Testament heeft geopenbaard. Ook de mens die tot geloof komt leert overigens de wereld met Gods ogen te bezien, en gaat delen in Gods bewogenheid.

De Heidelberger en Dordt

Van Ecks boek is opgebouwd uit drie delen, waarvan het eerste en grootste gewijd is aan de NGB. De resterende delen gaan resp. over de wijze waarop de Heidelbergse Catechismus over Gods wil spreekt, en over hoe ook in de Dordtse Leerregels Gods bewogenheid geaccentueerd wordt. Van Eck laat zien dat ook achter het spreken over Gods 'willen' in de Heidelbergse Catechismus een diepe emotionele betrokkenheid schuilgaat. Van daaruit leest hij de veel bekritiseerde zondagen 4 tot en met 6 als.één doorlopend verhaal over Gods zoeken naar verzoening met de mens. Hij let daarbij onder meer op de formulering van de vragen - die vormen in de catechismus immers vaak al een preek op zichzelf. Houdt Beza zich in zijn geloofsbelijdenis ten aanzien van de verzoening vooral bezig met de dreigende logische tegenstrijdigheid tussen Gods rechtvaardigheid en barmhartigheid, de catechismus geeft deze spanning weer als een strijd die zich in God Zelf afspeelt. Net zoals we dat bijvoorbeeld in het boek Hosea tegenkomen (Hos. 11).

Vragen

We hebben geprobeerd in het bovenstaande een kleine proeve te geven van wat dit rijke boekje de lezer te bieden heeft. Een en ander wil niet zeggen dat er geen vragen te stellen zouden zijn. Ik noem er twee. Een eerste belangrijke vraag is voor mij, hoe het volgens de schrijver nu zit met de gelukzaligheid van God. Van Eck kritiseert bepaalde verwoordingen daarvan (bijv. op p. 41), maar laat zich niet met zoveel woorden uit over de zaak zelf. Echter: Gods gelukzaligheid hoeft toch niet in mindering gebracht te worden op Zijn bewogenheid en betrokkenheid op onze wereld vol nood en schuld? Ik heb in mijn jeugd God regelmatig horen aanspreken als 'de Volzalige in Zichzelf', en ik vind dat nog altijd een prachtige uitdrukking. Moet ik nu concluderen dat zo'n uitdrukking meer Grieks-filosofisch dan bijbels is, en daarom eigenlijk niet kan? Van Eck gaat er niet op in, maar het zou m.i. goed zijn wanneer hij zijn visie nog eens wat meer in systematische zin zou uitwerken. Dan zou hij er wellicht mee instemmen dat niet de gelukzaligheid die de Grieken aan hun goden toeschrijven op gespannen voet staat met de Bijbel, maar uitsluitend de afstandelijkheid en onbewogenheid.

In de tweede plaats is de poging die Van Eck in zijn laatste hoofdstuk doet om de Dordtse Leerregels op een persoonlijke, relationele manier uit te leggen wel sympathiek, maar toch evenals zovele eerdere pogingen in deze richting niet geheel overtuigend. Met Noordmans legt Van Eck veel nadruk op het feit dat de Leerregels Gods verkiezing beschrijven als een onherroepelijke keuze voor 'ons' (en niet neutraal: voor sommige mensen). De vraag is echter, of dit 'ons' niet eenvoudig ingegeven wordt door het feit dat het de kerk is die hier belijdend spreekt. In elk geval kan dit 'ons' niet, zoals Van Eck wil (p. 93, 120), zonder meer van toepassing geacht worden op ieder die het Evangelie hoort. De Leerregels laten de verkiezing nu eenmaal niet samenvallen met de 'uitwendige' roeping. Ook al is deze roeping nog zo welgemeend, ze is toch vooral de weg waarlangs God - meer oorzakelijk dan 'relationeel' - Zijn heil in de mens realiseert. De persoonlijke en beweeglijke taal die de Leerregels bezigen, en waar Van Eck te­ recht aandacht voor vraagt, doet toch niets af aan deze inhoudelijke positiékeuze.

Impuls

Al tonen deze vragen de noodzaak van voortgaande bezinning, ze laten onze waardering voor Van Ecks boek onverlet. Als hervormd-gereformeerden beroepen we ons graag op de belijdenis, en zien we niet zonder reden nauwlettend toe dat die in de nieuw te vormen kerk voluit zal kunnen functioneren. We zouden zo graag zien dat het gesprek over de inhoud van de belijdenis in de kerk als geheel weer grondig gevoerd wordt. Dan zullen we ons echter wel zelf geestelijk door de belijdenisgeschriften moeten laten voeden. Van Eek geeft ons met zijn boek een belangrijke nieuwe impuls hiertoe. Met grote fijngevoeligheid maakt hij duidelijk hoezeer onze belijdenis de atmosfeer ademt van de kerk der eeuwen en van het bijbels ABC. We zijn hem dan ook zeer erkentelijk voor deze nieuwe studie, die het hart raakt van waar het in geloof, kerk en theologie om gaat.

N.a.v.: Dr. J. van Eck, En toch beweegt Hij. Over de Godsleer in de Nederlandse belijdenisgeschriften, uitg. Van Wijnen, Franeker 1997, 123 blz., ƒ 24, 50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

De bewogenheid van God

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's