De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

10 minuten leestijd

Scheiden en lijden

Er is tegenwoordig bijna geen familie meer waarbinnen men niet met de problematiek van de echtscheiding te maken kreeg of nog zal krijgen. Soms zie je het aankomen, maar soms ook verrast het iedereen. Scheiden mag dan in bepaalde omstandigheden een oplossing zijn voor uitzichtloze situaties waarin twee mensen met elkaar zijn terecht gekomen, meestal zijn er ingrijpende en uiterst pijnlijke moeiten als nasleep voor vele betrokkenen. Scheiden laat veelal de kinderen het meest lijden, soms jarenlang. In Hervormd Nederland (8 november 1997) stond een gesprek te lezen met de Amerikaanse schrijfster Martha McPhee onder het opschrift Het echtscheidingstijdperk.

Onlangs verscheen van haar hand haar debuut dat de titel 'Engelentijd' mee kreeg. Ze beschrijft in dit boek een echtscheidingsdrama dat zich afspeelde begin zeventiger jaren. Frans Willem de Zoete had een gesprek met McPhee en daaruit citeren we enkele fragmenten.

'Waarom schreef u een roman over echtscheiding?

Het boek is deels autobiografisch. Mijn ouders scheidden toen ik vier was en ik kwam - samen met mijn zusjes en moeder - in een nieuw gezin terecht. Maar ik was absoluut niet als Kate hoor. Ik was juist erg stil en teruggetrokken. Op school zat ik meestal in mijn eentje met poppen te spelen. Ik wilde achteraf dat ik meer stem had gehad, net zoals Kate. Vermoedelijk heb ik daarom deze roman geschreven.

Ik wilde ook het 'echtscheidings-tijdperk' begrijpen, de tijd waarin het Amerikaanse gezinsleven radicaal veranderde. Mensen begonnen te scheiden, hertrouwden en uit oude families werden nieuwe families gemaakt. Het was gek. Als kind werd je gedwongen plotseling van zo'n nieuwe gezin deel uit te maken. Je kreeg een hele ris broers en zussen, een stiefvader of stiefmoeder, en we moesten elkaar liefhebben als in één grote gelukkige familie die altijd al bestaan had.

Het was een onnatuurlijke situatie, omdat bloedbanden het gezin automatisch verdeelden. Ook trokken mensen vaak niet in een nieuw huis, maar kozen ze voor het huis van de vader of moeder. En zo moest je ineens jouw eigenste plekjes met anderen delen. Het credo van de ouders was: "Geven, geven en geven", maar er ontstond natuurlijk een gecompliceerde toestand waar jaloezie, wantrouwen en ruzie van kwamen.

Veel mensen hebben zo'n situatie in een "vernieuwd gezin" meegemaakt, een situatie waarin je als kind je veilige omgeving verliest. Ik hoop dat deze kinderen - die opgroeiden in de jaren zestig en zeventig - zich in mijn roman zullen herkennen. Uit de reacties merk ik dat volwassenen uit die periode zich in ieder geval voelen aangesproken. Zij zien voor het eerst hoe zo'n gebeurtenis wordt beleefd door een kind van zeven jaar, Kate.'

McPhee zegt dat het in haar jeugd (ze is in 1965 geboren) eigenlijk nog een tamelijk nieuw fenomeen was dat mensen gingen scheiden. Mensen zijn er eerst bang voor als het gebeurt. In het boek vertelt ze dat kinderen uit het dorp ineens niet meer met de kinderen van het gebroken gezin mogen spelen. Maar tien jaar later zijn de meesten van die ouders intussen zelf ook al gescheiden. Mannen en vrouwen die uit elkaar gaan, vechten soms hun frustraties uit over de hoofden en ruggen van hun kinderen. Zeker in die tijd besefte men nog onvoldoende dat je je kinderen buiten je eigen problemen moet houden.

'In de zomer van 1969 verlaat de vader zijn vrouw en drie dochters. U laat hem vertrekken op de dag dat "de mannen op de maan landen". Waarom precies toen ?

We gingen naar de maan, terwijl er op aarde drie oorlogen aan de gang waren. In plaats van iets te doen aan het mogelijke, de oorlog stopzetten, probeerden we het onmogelijke te overwinnen. Ik trek in mijn roman een parallel: in plaats dat de vader het in orde maakt met zijn vrouw, gaat hij weg voor iets nieuws, iets exotisch, een nieuw leven met de vrouw van zijn jeugdvriend, maar hij doet weinig om het huwelijk te repareren.

De jongste dochter, Kate, weet zeker dat haar vader terugkomt, maar dat is niet zo. Als je klein bent, heb je een andere notie van tijd. Je denkt dat dingen eeuwig duren. Kate is weliswaar bang groot te worden, maar dat heeft met haar lichaam te maken. Ze is bang dat ze, als de vader thuiskomt, net als haar oudere zussen te groot zal zijn om op zijn schouders te zitten. In het begin is zij er zeker van dat haar vader weer thuiskomt. De zorg van de vader echter, een man van 38 jaar, is juist dat dingen niet eeuwig duren. Hij wil zijn geluk en dat is iets wat je als kind niet begrijpt. Nu begrijp ik het. En ik wil ook niet dat mensen bij elkaar blijven als ze doodongelukkig zijn. Dat is ook niet goed voor de kinderen.'

Kate is een meisje van acht jaar als haar ouders uit elkaar gaan. Zij is het die het hele boek door vertelt wat ze beleeft en voelt. Haar vader is bij hen weggegaan en haar moeder valt letterlijk en figuurlijk in de armen van een rondzwervende Gestalttherapeut, Anton geheten. Hij zwerft met zijn camper rond door het Amerikaanse Westen. Het is de tijd van de hippies: alles kan en alles mag, structuur, ontbreekt geheel aan het gezinsleven. Daarover in het gesprek nog het volgende:

'Kate, traditioneel opgevoed, verlangt in de camper niet alleen naar haar vader, maar ook naar een minder vrije manier van leven. Houden kinderen niet van vrijheid?

Kinderen zijn van nature conservatief. Dat moeten ze ook. Kinderen houden van vaste regels. Als je een kind bent, is er zoveel dat verandert en zich ontwikkelt, dat je je veilig wilt voelen. Je beleeft en onderzoekt het leven en dan wil je weer terug naar de veilige haven van het gezin. Kate vindt het een tijdje leuk dat er niemand is die zegt wat ze moet doen, maar de lol is er snel af.

Het nieuwe thuis, de camper, is een smerige bende, 's avonds eten ze vaak niet voor tien uur, iedereen loopt in zijn blootje rond en om de haverklap zijn er familievergaderingen om te bepalen waar ze heen zullen gaan. Kate wil haar geregelde leven terug, waarin zij wist waar ze aan toe was: klokslag zes uur een gezonde warme maaltijd, om acht uur naar bed, schone lakens, schone oren, geen ellebogen op tafel, et cetera. Als reactie op al dat bloot begint Kate een heleboel kleren over elkaar te dragen, zelfs ondergoed onder haar badpak.

Een gedisciplineerde leefstijl sluit heus geen avontuur uit, maar het gaat erom dat je als kind zorgeloos moet kunnen genieten. Door de leefstijl van mijn personages is er juist alle reden tot zorg. En als je zorgen hebt, heb je geen tijd om kind te zijn. Kate leert tijdens die twee jaar 'vrijheid' om voor zichzelf te zorgen. Ze kent de waarde van geld, dat haar moeder niet heeft. Ze zegt: "Geld maakte me sterk, hard." Op negenjarige leeftijd is haar jeugd voorbij. Dat is triest, maar eigenlijk heel gewoon. Een onbezorgde jeugd is zeldzaam. (Lachend) Kijk maar eens naar al de boeken die over een nare jeugd gaan.'

Geraakt door dit gesprek en gegrepen door de problematiek die een scheiding in het leven van mensen en vooral kinderen veroorzaakt, las ik intussen zelf het boek. Omdat het jongste kind vanuit haar beleving en beoordeling van de gebeurtenissen het verhaal vertelt, krijgt het boek klem. Je voelt haar ontreddering en ontgoocheling als het ware mee. Ik wil naar huis, denkt ze steeds, terwijl ze in de camper van moeders geliefde mee rondtrekt. Hoe gezellig en ontspannen de sfeer ook is, ze verlangt toch naar de orde en de structuur van haar ouderlijk huis toen haar pappa en mamma nog bij elkaar waren. Ze heeft behoefte aan uitleg waarom de scheiding er is gekomen. Het blijkt ook dat kinderen dingen verschillend beleven, want haar zusjes Jane en Julia hebben die behoefte niet zo. 'Engelentijd' bevat een tijdsdocument. Achtergrond is de hippietijd van de zeventiger jaren in de Verenigde Staten. Het laat een menselijk drama vanuit de kinderziel zien.

Gezin als bedrijf?

Dat staat boven een artikel in Opbouw (14 november 1997). J. W. Dollekamp haakt in op de stelling die de Bond Moeder CAO onlangs lanceerde: Het wordt hoog tijd dat elke moeder betaald wordt voor de gezinsverzorging. Ze produceert tenslotte de nieuwe generatie, zorgt voor sociale veiligheid en heeft dus economische waarde.

'Dat gezinnen een belangrijke rol spelen in het economisch leven staat buiten kijf. Zo bepalen de ontwikkelingen binnen gezinnen, de waarden en prioriteiten die daarbinnen worden gesteld, veel van de belangrijkste economische trends. Daarmee is de rol van gezinnen in het economisch leven echter niet uitputtend beschreven. Terecht wijst de Bond Moeder CAO erop dat gezinnen ook een belangrijke bijdrage leveren aan het 'sociaal kapitaal' van de samenleving. Het gezin vormt de leden van de samenleving en onderhoudt het zicht op normen en waarden in het sociale verkeer. Binnen gezinnen worden nieuwe generaties opgevoed, waardoor mede de basis wordt gelegd voor het toekomstig consumptiegedrag en het potentieel aan werknemers en ondernemers.

Verzakelijking

Kenmerkend voor gezinnen en gezinszorg is de onderlinge liefde. Het gezin is gebaseerd op het huwelijk (echtelijke liefde) en voortplanting (ouderliefde). Mensen trouwen gewoonlijk uit hefde en niet om er rijker van te worden. Kinderen zijn naar bijbels gezichtspunt een zegen en niet bedoeld als investering (bv. met het oog op de ouderdom). Ouders zorgen voor hun kinderen (en omgekeerd) zonder dat daar een onmiddellijke tegenprestatie tegenover staat. Er wordt binnen het gezin niet in klinkende munt gekocht en verkocht. In de uitoefening van het gezag over hun kinderen zullen ouders hun eigen belang niet vooropstellen, maar zich veeleer opofferen voor hun kinderen. Goede ouders geven hun kinderen wat zij nodig hebben en onthouden ze wat niet goed voor ze is. Dit is niet alleen een hooggestemd ideaal, maar een voorwaarde voor een gezonde ontwikkeling van de samenleving, ook voor het economisch leven. De Bond Moeder CAO heeft dus in zekere zin gelijk: zorgarbeid in gezinnen is van onschatbare waarde. Aan de economische waardering van die zorg schort het nog wel eens. Zo wordt de zorg voor een groep kinderen in onze samenleving ongeveer op hetzelfde niveau gewaardeerd als het passen op een terrein met geparkeerde auto's. Meer waardering voor gezinsarbeid is dan ook noodzakelijk. Door de waardering voor gezinszorg uit te drukken in een "salaris" voor de gezinsverzorger (meestal de moeder), dreigt echter verzakelijking van de gezinsverhoudingen. Huwelijk en gezin worden opgevat als (duurzaam) contract tussen individuele gezinsleden en de moeder wordt een betaalde gezinsmanager.

Versterking gezin

Met het oog op versterking van de gemeenschapszin in gezinnen en in de samenleving verdient een meer structurele benadering van zorgarbeid in gezinnen steun. Zo kan de kinderbijslag worden verhoogd, waarbij rekening wordt gehouden met gestegen kosten van zorg in gezinnen (o.a. onderwijsbijdragen). Ook kan de voetoverheveling in de inkomstenbelasting worden omgebouwd tot een vergoeding voor onbetaalde verantwoordelijkheden (zorg, opvoeding). Een dergelijke ondersteuning door de overheid doet meer recht aan de eigen aard en verantwoordelijkheid van gezinnen, dan salariëring van de gezinsverzorger. Het laatste voorstel kleurt uiteindelijk gezinnen: geven en dienen moeten voldoende gecompenseerd worden door ontvangen en nemen. Daardoor wordt de bijdrage van gezinnen aan het sociaal kapitaal in de samenleving - waarop de Bond Moeder CAO haar voorstel mede baseert - niet versterkt, maar juist afgebroken.'

Politieke partijen hebben er in verkiezingstijd een handje van het gezin te gebruiken als een speerpunt om stemmen te winnen. Voor zover ze dat echt menen, is dat zeer toe te juichen. Het gezin in haar ouderwetse vorm raakt in veel opzichten ondermijnd. Onlangs bracht Vrij Nederland (25 oktober) een reportage over 'Grote gezinnen'. In opdracht van het Gemeentearchief in Amsterdam vond de fotografe Annie van Gemert veertien van de ruim tweeduizend Amsterdamse families met vijf of meer kinderen bereid om te poseren. Sociaal blijken grote gezinnen nauwelijks nog geaccepteerd. Er wordt grof mee gespot en financieel kunnen ze het hoofd bijna niet boven water houden.

Martha McPhee: Engelentijd, uitg. Meulenhoff, 286 blz., prijs ƒ 39, 90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 december 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's