De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Religie en Religieus besef (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Religie en Religieus besef (1)

Een studiedag

9 minuten leestijd

Op initiatief van de IZB en de GZB in samenwerking met het Theologisch Seminarium Hydepark te Doorn, werd op woensdag 3 december jl. een theologische studiedag gehouden n.a.v. de dissertatie van dr. P. J. Visser (Bergambacht) 'Bemoeienis en getuigenis' (het leven en de missionaire theologie van Johan H. Bavinck). Het thema voor deze dag luidde: Religie en evangelie: confrontatie en communicatie.

Bavinck heeft zich diepgaand bezonnen op de oorsprong en het wezen van het religieuze besef. In de godsdiensttheologische bezinning blijven steeds twee vragen boeien: in hoeverre openbaart God zich buiten het evangelie om en 2. In hoeverre mag aan het religieuze beleven (heils)waarde toegekend worden? In de antwoorden die gegeven worden blijkt steeds weer spanning te bestaan tussen twee uitersten: religie als een Godsgeschenk of als afgoderij. Het antwoord op deze vragen is sterk bepalend voor de inhoud van de missionaire en evangelisatorische opdracht.

We willen deze dag in twee artikelen verslaan. Bezinning op deze zaak is meer dan ooit geboden.

Religie mag weer

Dr. B. Plaisier, de secretaris-generaal van onze kerk, was gevraagd zijn stellingname in genoemde zaak te verwoorden, mede vanuit zijn ervaring in het zendingswerk in Indonesië. Zijn bijdrage 'religie en religieus besef had als ondertitel 'God terug van weggeweest? '. Hij merkte op dat het veranderde religieuze klimaat voor velen wel een opluchting is, maar dat we onze ogen niet moeten sluiten voor de groeiende groep van agnostici of atheïsten. Zijn de mensen die zeggen in een god te geloven wel wezenlijk zo verschillend van de mensen uit deze groeiende groep? De negatieve, de opstandige of verdrietige woorden over het goddelijke kunnen antwoorden zijn op de (zozeer) verborgen aanwezigheid van God in een mensenleven of in een cultuur. Ook de houding van agnostici en atheïsten kan wel eens een antwoord zijn op de manifestatie, de verborgen aanwezigheid van God! Evenals de religieuze ervaringen van velen, die inspirerend, interessant en waardevol genoemd worden.

Het is duidelijk dat in onze vertechniseerde samenleving de vraag naar God levend is gebleven. De onderzoeken van de laatste tijd kunnen dat met de cijfers aantonen. Het is waar dat de instemming met de orthodoxe christelijke geloofsvoorstelling afneemt. Het geloof is persoonlijker geworden, steeds minder geïnstitutionaliseerd. Steeds meer mensen shoppen religieus en 'vormen' zich een eigen levensbeschouwing. Het gemeenschappelijke verdwijnt steeds meer.

Volgens een recent onderzoek denkt 69% dat er een revival zal komen van het geestelijk leven en dat de kerk op dit gebied absoluut niet uitgespeeld is. Velen zijn weer op zoek naar de zin van het bestaan.

De vraag is wel of de kerk een spirituele voortrekkersrol kan spelen.

Waardering

De vraag is hoe we de opleving van de spiritualiteit waarderen. Betekent dit alles dat de afwezige God weer terug is in de Nederlandse polders?

Of is Hij ten diepte nooit weggeweest. Ook niet daar waar agnostici en atheïsten zich groot en breed maken? Spreekt de apostel Paulus niet van het feit dat God zich nooit onbetuigd laat in een cultuur of in een mensenleven? ! En kan van daaruit niet gezegd worden dat er in die ene tijd meer gereageerd wordt op de verborgenheid en in de andere tijd op de aanwezigheid van God?

Dit staat boven alles vast: beide reacties kunnen niet buiten de verkondiging van het evangelie! Pas na de prediking van de ene Naam, gegeven tot zaligheid, zal duidelijk worden wie deze verborgen God is. De lijn van religiositeit naar het geloof in Jezus Christus is geen lijn zonder breuk. Het geloof is levensnoodzakelijk. Dat wordt in het missionaire gesprek gemerkt.

Benadering

De verschillende reacties op Gods bemoeienis vereist wel eigen vormen van getuigenis. De kerk kan niet volstaan met een oproep om zich te conformeren aan de vormen en normen van een uniforme kerkelijke groep. Het antwoord voor de een is nog niet het antwoord voor de ander. Het vraagt van de kerk flexibiliteit. Het vraagt een groot vertrouwen in de Heere God, die Zijn zaak op Zijn tijd en Zijn wijze doorzet. We hebben een God die het doet! Hij brengt tot geloof. Hij is het die wonderen, verrassingen werkt.

Dr. Plaisier geeft vervolgens voorbeelden uit de praktijk van de zending. En stelt de vraag 'hoe het komt dat het evangelie ondanks soms gebrekkige verkondiging aanvaard is en ook dat een ander facet van Christus bepalender is geworden dan zendelingen verkondigden'. De spreker zoekt het antwoord in de aanwezigheid en de werkzaamheden van God in deze culturen en in het leven van mensen. 'De Geest werkt onvermoed breed, soms buiten het Woord om'. Het resultaat van ons zendingswerk is daarom soms zo anders dan verwacht werd.

We kunnen zeggen dat Jezus geen vreemdeling is in welk cultureel erfgoed dan ook. Hij is gekomen met het oog op een nieuwe mensheid. Hij laat dat merken in onze eigen culturele context. En: waar de kerk nog met het Woord moet komen, daar werkt God al door Zijn Geest. Er is soms al een stille stem in het hart, een verlangen of juist een verzet tegen God. En wanneer dan het evangelie klinkt, lichten alle dingen op. Iemand als Daniël komt soms niet met een eigen getuigenis, maar verduidelijkt wat God in het verborgen al betuigd heeft. Denk ook aan de geschiedenis van Cornelius. Het is voor ons zaak om de diepte van de kloof, maar ook de brug die de Geest al gelegd heeft of bezig is te leggen, op te merken.

Weliswaar: de verheldering van een mensenleven, het stillen van het verlangen naar God of het verstaan van de zin van het leven, kan pas echt geschieden door de verkondiging van het evangelie. Dat evangelie is in geen mensenhart opgekomen. Het evangelie is het 'skandalon' (ergerniswekkende) voor het religieus besef van ieder mens. We komen tot de rechte kennis van God door ons te wenden tot de Zoon van God. Het Woord van God is het allesbeslissende. Een receptieve houding ten opzichte van de mensen om ons heen en ten opzichte van de Schrift, zal ons adequate vormen doen vinden waarin mensen God kunnen ontmoeten en zal ons woorden doen vinden die hen tot in het diepst van hun hart raken.

Bavincks visie

Dr. P. J. Visser geeft in kernpunten de visie van Bavinck weer. Waar ligt het begin van de religie, ligt het bij de mens of bij God? Is ze geboren uit de mens of is ze antwoord op wat God eerst gezegd heeft? Is ze reactie op Gods actie?

De grote vooronderstelling van de christen is het geloof in de absolute waarheid van Gods openbaring in de Schrift. God alleen kan ons zeggen wat 'religieus besef' is, waar het vandaan komt en waarin het eindigt.

Voor Bavinck is Romeinen 1:18 e.v. van groot belang in deze zaak. God houdt niet op Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid te openbaren in schepping, geschiedenis en geweten. Gods bemoeienis! Gods algemene openbaring.

Hoe reageert nu de mens daarop? De mens heeft in zijn diepste wezen angst voor God, ontloopt Hem en verzet zich tegen Hem. Hij houdt de waarheid in ongerechtigheid ten onder. De waarheid wordt door leugen vervangen. De mens schept zich een religie waarin rebellie verborgen zit. Zelf God willen zijn. Of proberen God te manipuleren. En... eenmaal verijdeld geworden in de overleggingen en verduisterd in het verstand kan de mens niet meer terug. Hij is schuldige en slachtoffer tegelijk.

Dus: In God ligt de oorsprong van alle religieus gevoel. Het is antwoord op Gods openbaring, hoe verwrongen ook. In dit alles ligt de mogelijkheid, het aanknopingspunt voor missionaire communicatie. Het gesprek dat God begonnen is en op niets is uitgelopen (rebels en demonisch van 's mensen kant) wordt voortgezet!

Vervolgens geeft dr. Visser Bavincks gedachte weer ten aanzien van de gevolgen van het zgn. transcendentieverlies door de ontwikkeling van wetenschap en techniek. Volgens Bavinck werken allerlei religieuze beseffen nog heel lang door. En: voor hem staat vast dat geen mens zich kan onttrekken aan de existentiële betrekking tussen God en zichzelf. De mens is en blijft schepsel Gods. Ons leven is en blijft een antwoord op vragen die aan ons gesteld worden. Geen mens is ooit a-religieus.

Atheïsme en Godsontkenning blijft een betrekkelijk verschijnsel.

Het besef van een hogere Macht blijft ieder mens achtervolgen. Ook de 20e-eeuwse mens. Bij alle veranderingen zijn de diepere lagen van ons bestaan gelijk gebleven. Gods sprakeloze spraak gaat ondanks het 'nee' van de mens door en daarom is de herleving van het religieus besef altijd een reële mogelijkheid.

Zonder de ernst van de secularisatie te ontkennen houdt Bavinck principieel vast aan de gedachte dat elk mensenleven een religieuze dimensie blijft bevatten.

Bavinck is daarin niet de enige. Dr. Visser toont aan dat ook H. Kraemer, J. Verkuyl, H. Jonker en J. A. B. Jongeneel deze gedachte zijn toegedaan.

Gesprek

Het gesprek dat na het referaat van dr. Plaisier en de reactie van dr. Visser ontstond cirkelde voornamelijk om de vraag of het gevaar van syncretisme niet levensgroot is als het verkondigde geloof als een soort continuüm van eigen (!) geloof wordt gezien.

Dr. Plaisier onderstreepte nog eens de breuk die benadrukt moet worden. Het gaat in de verkondiging om een andere God en we worden opgeroepen tot een radicale verandering. Dat alles kan uiteindelijk leiden tot een synthese. Het kan in eerste instantie agressie oproepen, maar op den duur zullen er bruggen ontdekt worden. Gevaar van syncretisme is er. Het eigene van het christelijk geloof mag niet teloorgaan als we duidelijk oog hebben voor Gods bemoeienis met mensen.

Dr. Visser betoogde dat het gevaar van syncretisme allerwege aanwezig is als het evangelie ingaat in een cultuur. Men hoort het evangelie met eigen oren! Maar we zullen ons hier niet bij neerleggen. Telkens weer moet het evangelie gehoord worden. Het onze moet telkens weer onder kritiek van het Woord gesteld worden. Alle religie is leugen. Het christelijk geloof is toch anders. Dat leert een mens zien. Maar in onze arbeid betekent dat geen agressieve benadering. We zoeken de mens op. We hopen op ontmoeting. Dat betekent veelal een lange adem.

Bavinck hield van mensen. Hij was naast theoloog ook een uitnemend psycholoog.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Religie en Religieus besef (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's