De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

9 minuten leestijd

DEN BOMMEL

Het dorp Den Bommel is gelegen op het noordoostelijk deel van het voormalig eiland Goeree-Overflakkee. Het eiland is tegenwoordig ontsloten door bruggen en dammen. Het gebied is vrijwel geheel agrarisch, zo ook het dorp Den Bommel. Het ontstaan van het dorp ligt al meer dan 700 jaar terug.

Vooral in vroeger eeuwen lag het eiland met daarop de dorpen nogal geïsoleerd om niet te zeggen dat het moeilijk te bereiken was. Maar voor de Heere, de God van hemel en aarde, waren er geen hindernissen. Hij wist het eiland te bereiken en vooral te bearbeiden met Zijn Woord. Over het eerste begin daarvan hebben we weinig gegevens, maar vanaf de reformatie hebben we vrij nauwkeurige documentatie. Het gehele archief van de hervormde kerk is nog aanwezig. Uit de notulenboeken, doop- en trouwboeken en akten e.d. is heel veel informatie te putten.

Er kwam na de val van Den Briel een krachtige reformatorische stroming op gang op het eiland. De eerste predikant die de gemeenten Ooltgensplaat en Den Bommel diende, kwam al in 1574. De kerkelijke gemeente van Den Bommel is tot 1642 aan Ooltgensplaat verbonden geweest. De eerste acht predikanten dienden de beide gemeenten. In het jaar 1642 is de gemeente Den Bommel losgemaakt van Ooltgensplaat en zelfstandig geworden. Er werd toen al direct een kerkenraad ingesteld van 3 ouderlingen en 2 diakenen. De kerkenraad stelde steeds in december of januari tweetallen op om nieuwe ambtsdragers te verkiezen, zodat de toen waarlijk niet lichte taken zoveel mogelijk verdeeld werden. Maar om telkens andere ambtsdragers te krijgen viel ook toen al niet mee. Voornamelijk het ambt van ouderling woog toen ook zwaar. Men was bevreesd voor de verantwoordelijkheid en men komt werkelijk diep onder de indruk van de geloofsmoed en de gedrevenheid van die mensen als men leest met hoe grote moeite en zorg zij zich van hun taak hebben gekweten.

Zij hebben vele moeilijkheden te overwinnen gehad. Veel reizen zijn gemaakt om classicale vergaderingen te bezoeken of als er zich in die tijd gemakkelijk voordoende geschillen op te lossen waren en niet te vergeten de reizen als er een predikant moest worden gehoord voor een beroep. Dat ging soms tot in Groningen en Friesland toe. De reizen werden dan gemaakt met het zeilschip, de trekschuit, met paard en wagen en ook gedeelten te voet. Het laat zich begrijpen dat dit een zeer tijdrovende en kostbare zaak was.

Als een beroep werd uitgebracht, moest daar eerst de ambachtsheer zijn toestemming aan geven, wat nogal eens tot problemen heeft geleid, dan volgde een classicaal examen. Men kan zich zeer wel voorstellen hoe groot de teleurstelling geweest moet zijn als na een zo lange en moeitevolle weg een bedankje volgde. Dan moest de hele procedure weer opnieuw beginnen. Maar ze kregen telkens weer de geloofsmoed om verder te gaan en het zal zeker een zaak van vele gebeden geweest zijn.

De eerste predikant die de zelfstandige gemeente Den Bommel mocht dienen, was ds. A. Stamperius, die uit Sommelsdijk overkwam en op 6 november 1644 werd bevestigd. Hij heeft de gemeente maar kort mogen dienen, want hij stierf binnen een jaar.

In 1645 werd voor het eerst in de notulen vermeld dat er een grote behoefte aan een eigen kerkgebouw bestond. Daar werd over gesproken en men overwoog de mogelijkheden. Maar eerst diende zich een ander probleem aan. Er moest immers een nieuwe predikant worden beroepen.

In Gorkum had zich een predikant gevestigd die dienst had gedaan in West-Indië. De reis naar Gorkum werd ondernomen en na een kennelijk goed gesprek werd een beroep uitgebracht. De ambachtsheer bewilligde hierin en op de classicale vergadering te Ouddorp werden op 26 juni 1646 zijn stukken onderzocht en 'seer loflick' bevonden. Op 26 juli 1646 werd hij door ds. Schapenberg uit Dirksland aan de gemeente van Den Bommel verbonden. Deze predikant zou van grote betekenis voor Den Bommel worden. Zijn naam was: Cornelius Willemse van der Poel.

Het werd voor ds. Van der Poel een hele aanpak. Er was geen pastorie, er was geen kerk waar de gemeente samen kon komen om het Woord te horen. Er moet wel een ruimte boven aan de dijk geweest zijn, maar daar is weinig van bekend. Ds. Van der Poel begon met zelf een pastorie te kopen. Van het aankoopbedrag kreeg hij later gelukkig een groot deel terug van de Staten van Zuid-Holland. Deze zeer ijverige man stelde het als zijn ideaal en zag het als zijn opdracht om een nieuw kerkgebouw in Den Bommel te stichten. De notulen zeggen hiervan: 'Van ds. v. d. Poel voorgestelt ende met verscheyden bewechreden bevestigt hoe nodich dat tot pleginge des H. godtsdienst was een geheyligde ofte afgesonderde Plaets, opdat den H. godt met meerde Bequaemheyt ende Respeck mocht gediend worden'.

Dat was het wat hem dreef en hij heeft zich daarvoor ook helemaal ingezet. Hij reisde stad en land af om bij overheden, kerken en particulieren bijdragen los te krijgen voor de bouw van de kerk. Hij heeft werkelijk moeite, tijd noch kosten gespaard en heeft het kennelijk met veel verve en overtuigingskracht weten te brengen. Maar wat het belangrijkste was in deze zaak staat er nog apart bij vermeld. Hij deed dit alles in de vreze des Heeren. Zijn werk werd dan ook rijk gezegend en hij mocht vele bijdragen meebrengen, terwijl ook de eigen gemeente zich niet onbetuigd liet.

Het mondde daarin uit dat de eerste steen kon worden gelegd op 18 maart 1647. De bouw liep voorspoedig, er werd hard gewerkt. Op woensdag 6 november 1647 kon het kerkgebouw worden ingewijd en dat niet alleen met een toespraak of predikatie, maar met een daad des geloofs: de viering van het Heilig Avondmaal. Zo ziet men hoe het sacrament leefde in het midden en de harten van de gemeente van het voorgeslacht.

Hiermee had Den Bommel een van de eerste nieuw gebouwde protestantse kerkgebouwen in den lande.

De eerste kerk had 70 stoelen die op een vloer van aangestampte aarde waren gezet. Dit in verband met de doden die men in de kerk placht te begraven.

In 1759 moest de toren worden vernieuwd en het dak van de kerk was in 1778 aan restauratie toe. In 1779 werd het voorportaal vernieuwd. Bij de eerste restauratie kwam het stoelental op 112.

In de Franse tijd zijn vele veranderingen ingevoerd op bestuurlijk en financieel gebied, maar de dienst van de prediking in de kerk is steeds blijven voortgaan.

In 1928 is in de kerk een gedenksteen onthuld ter nagedachtenis aan ds. C. W. v. d. Poel. Deze is onthuld door de ambachtsheer C. Goedkoop. Daarop staat vermeld hoe de kerk op 6 november 1647 is ingewijd. In 1929 is aan de bemoeienis van de ambachtsheer met de kerk een einde gekomen.

In de oorlogsjaren (de Tweede Wereldoorlog) lieten de bezetters de polder vollopen met water. De kerk heeft daardoor van april 1944 tot mei 1945 in het water gestaan. Het reikte tot één meter hoog. Dat leverde al veel schade op, maar veel ingrijpender was voor alles en iedereen, maar ook voor de kerk, de ramp van 1953. Toen heeft het water bijna twee meter hoog in de kerk gestaan. Dit water was rechtstreeks uit zee gekomen en het was dan ook veel zouter dan de vorige keer. Het interieur en vooral ook de muren liepen veel zoutschade op. Het bleek achteraf zo ernstig te zijn geweest, dat restauratie noodzakelijk werd. Na enkele jaren van voorbereiding kon in november 1961 met de restauratie worden begonnen. Het werd zeer ingrijpend, alleen de buitenmuren bleven staan. Na hard werken aan de opbouw kon de kerk op 19 november 1963 weer in gebruik worden genomen. Ook intern was er nogal wat veranderd. De banken waren weer vervangen door stoelen. Dat werden er 241 in getal en zij werden aangevuld met nog wat banken voor de kerkenraad en op de galerij kwam het uit op ongeveer 290 zitplaatsen. Ook werd een nieuw orgel geplaatst.

Waarom zo uitgebreid over de kerk geschreven? Het is u natuurlijk al opgevallen dat het op 9 november 1997 350 jaar geleden is dat het kerkgebouw is ingewijd en in gebruik genomen is met de viering van het Heilig Avondmaal. Sindsdien is het Woord Gods hier verkondigd en zijn de sacramenten bediend. Tot op heden hebben 41 predikanten in deze kerk mogen dienen. De voorgeslachten hebben er steeds een plaats gevonden om het spreken van de Heere te horen. Hun God heeft niet opgehouden te spreken en daarin zien we de trouw van God. Hij heeft voorbijgaande mensengeslachten steeds gewezen op hun verlorenheid in zichzelf, maar ook sprak Hij van de enige Weg tot behoud in Zijn genadegave van het Offerlam in Wie volkomen vergeving van zonden is. Hoeveel maal is dat de gemeente van Den Bommel gepredikt in hun bedehuis en hoevelen hebben hier hun Heere en Heiland ontmoet in Woord en sacrament? Hoevelen hebben hier de troost mogen horen van de geborgenheid in Jezus Christus en hoevelen hebben daar rustig het hoofd op mogen neerleggen, zich voor rekening van Jezus Christus de Heere wetende, door het geloof gerechtvaardigd.

Maar ook dringt de vraag zich op hoevelen het gehoord hebben en het tot hun eigen schade niet geloofd hebben.

En nog steeds gaat op zondagen en op bijzondere dagen de roep uit om mensen te nodigen. De gemeente mag zich dan neerzetten om te horen wat de Heere spreekt, want in Zijn zondaarsliefde spreekt de Heere nog steeds en Hij vindt nog steeds horende harten die hij vervult met Zijn vreze en vreugde.

En ziende op de trouw van God de Drie-Enige in het verleden en in het heden, mag ook met groot vertrouwen de toekomst tegemoet worden gezien. Al zijn de ontwikkelingen soms wat zorgelijk wat betreft de achteruitgang van het zielental, de kerkgang en de vergrijzing van de gemeente, toch mag vertrouwd worden op wat de Heere Jezus, de Koning van de Kerk, zélf gezegd heeft, dat Hij Zijn gemeente zal bewaren tot op Zijn dag.

Dat zij dan de bede dat nog velen ook in dit kerkgebouw hun Heere en Heiland mogen ontmoeten in Woord en sacrament en Hem leren kennen als hun persoonlijke Heere en Zaligmaker om de Vader, Zoon en Heilige Geest voor eeuwig te loven en te prijzen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's