De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

14 minuten leestijd

MONSTER (1)

Dit Westlandse dorp heeft een zeer oude, vaak ook bewogen, geschiedenis. Het is het meest bekend als deel van de glazen stad. De huidige burgerlijke gemeente bestaat uit drie kernen: Monster, Poeldijk en Ter Heijde.

Het grondgebied van Monster was oorspronkelijk een soort delta-gebied. Tussen Monster en 's-Gravenzande kwam de noordelijke arm van de Maas in zee uit. De Maas liet daar bij overstromingen op de veengronden zand en klei achter, die later zeer vruchtbaar bleken te zijn. De teeltgronden waren tot de Reformatie voor een belangrijk deel in handen van de kloosters, de adel en rijke kooplieden. De middeleeuwse kloosters werden echter opgeheven en de adel daalde in aanzien. In de Gouden Eeuw was de toestand in het Westland niet rooskleurig. De oplossing om een betere opbrengst van de grond te krijgen werd gevonden in de tuinbouw. In 1647 kwam pastoor Verburgh van Berkel naar Poeldijk. Hij wordt beschouwd als de grondlegger van de tuinbouw in dit gebied. Er werd een begin gemaakt met de druiventeelt in onverwarmde muurkassen.

De parochie Monster was belangrijk, want zij omvatte aanvankelijk ook 's-Gravenzande, Ter Heijde, Poeldijk en Den Haag. Het geslacht Van Polanen bewoonde een kasteel in het noordelijk deel van Monster. Deze behuizing werd in 1393, tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten verwoest. Alle bezittingen van de Polanens kwamen in 1404 door het huwelijk van erfdochter Johanna met Engelbert van Nassau in het bezit van het huis Nassau.

Kerkbouw

De fraaie, oude dorpskerk aan het Kerkplein te Monster, waarin de hervormde gemeente haar erediensten houdt, heeft een lange geschiedenis. De oudste betrouwbare oorkonde waarin de kerk van Monster voorkomt, is die van 14 mei 1238, maar opgravingen hebben aangetoond dat er waarschijnlijk rond 1100 al een kerk was. In die oorkonde lezen we dat Otto II van Holland, die de nog niet gewijde bisschop van Utrecht was, 's-Gravenzande afscheidde van de kerk van Monster en dit gebied toewees aan de kerk aldaar, die door Gravin Machteld gesticht was. De kerk te Monster behoorde tot 1276 toe aan de St. Paulusabdij te Utrecht. In dat jaar werd de kerk overgedragen aan de Abdij van Middelburg. Tevens werd in dit jaar de kerk van 's-Gravenhage afgescheiden van die van Monster.

Zo weten we dus, dat de kerk van Monster vroeger een belangrijke plaats innam. De parochie van Monster is één van de oudste in het kustgebied en de moederkerk van vele omliggende kerken, o.a. die van Den Haag. Dat de kerk van Monster een belangrijke plaats innam, laten schepenzegels uit 1298 en 1299 zien, waarop een kerk met toren staat afgebeeld. De wereldlijke macht beeldde op die zegels een kerk af. Niet bekend is of dit werkelijk de Monsterse kerk is. Gewoonlijk was zo'n afbeelding een symbool. Maar gezien opgravingen zou deze afbeelding wel eens met de werkelijkheid overeen kunnen komen.

Vóór de Reformatie had de kerk als patroon de H. Machutus, zoals thans ook nog de R.K. kerk alhier heeft. Deze Machutus leefde aan het einde van de 6e eeuw en het begin van de 7e eeuw in Frankrijk. De kerk bezat van deze Machutus belangrijke relikwieën en werd daarom bezocht door mensen die leden aan de zgn. vallende ziekte. Voor zover ons bekend, was de Monsterse kerk vroeger de enige kerk in Nederland, die deze Machutus als schutspatroon had.

Tijdens de restauratie van de kerk in de jaren 1963 en 1964 is er door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg een bescheiden bouwhistorisch onderzoek verricht. In de kerk zijn de restanten van een kleine romaanse kerk en toren gevonden; deze waren uit tufsteen opgebouwd. De tufstenen kerk is in de eerste helft van de 12e eeuw - wellicht nog eerder - gebouwd. De toren is later dan de kerk gebouwd, rond 1200 of eerder.

De volgende bouwfase was het bouwen van een dwarsschip en een groter koor; deze fase is rond 1250 voltooid. Vervolgens is tot ca. 1400 de kerk vergroot tot een driebeukige hallenkerk met de drie hierbij behorende koren.

De laatste bouwfase van de kerk was de bouw van de huidige toren en de sloop van de oude kleinere tufstenen toren (rond 1450 voltooid).

De toren heeft gezien zijn bouwtrant een Zeeuws uiterlijk. In Zeeland vinden wij enige vergelijkbare torens zoals die te 's Heer Arendskerke en het is zeer waarschijnlijk, dat een Zeeuwse bouwmeester de ontwerper van de toren is geweest, temeer daar de Monsterse kerk onder de Abdij van Middelburg ressorteerde.

Een beschrijving van de kerk van omstreeks 1793 vermeldt o.m. het volgende: 'De kerk zoals men dezelve nu nog ziet is een oud sterk gebouw van een aanzienlijke hoogte, bestaande uit drie nevens elkander aangebouwde daken, waarvan de twee buitenste met leien en de middelste met pannen is gedekt. Aan de noordzijde staat een capel-gevel uitgebouwd, waar de kerkeraadskamer is. Binnen is dezelve allerbezienswaardigst, pronkende met twee reien pilaren; de predikstoel en het doophek staan omtrent midden in de kerk, over dezelven is de plaats van zijne Doorl. Hoogh. den Ambtsheer, waarboven zijn wapen is. De verdere gestoelten en zitplaatsen van alle regeeringsleden zijn met verhemelten overdekt; allen, gelijk mede de verdere zitplaatsen en gestoelten zijn zeer geschikt geplaatst. Al het houtwerk is met een zindelijke bruine kleur geverfd; men vindt er verder nog een overblijfsel van 'n orgel, evenals er te Wateringen is. Men vindt ook hier en daar enige borden, waarop de Wet des Heeren en andere Bijbelplaatsen geschilderd staan, en welke borden schijnen vereerd te zijn door enige families, uit aanmerking dezelve zo met famielleals quartierwapens pronken; verder hangen verscheidene famielle wapenborden; het choor is met geen hek afgesloten. In deze kerk is de begraafplaats van Vrouwe Katrijn van Brederoden, vrouwe van Polanen, dewelke omtrent den jaare 1370 of 1380 gestorven is. Aan het einde der kerk in het choor is voor enige jaren tegen de muur een wit marmeren gedenkteken opgericht, ter nagedachtenis van den vermaarden zeeheld Pieterzoon, pronkende met mans wapen en zinspelend bijwerk, alsmede een vers van den grooten Hoogstraaten. Nog is er een blauwe steenen gedachtenisteken met het wapen, inscriptie en bijwerk opgericht ter eere van een latere afstammeling van dien held, aldaar in den jaare 1764 begraaven. Men vindt in de kerk eenige kooperen kaarskronen, de overblijfzelen van geschilderde glazen en andere cieraden meer.'

Omstreeks 1820 komt ook het 'begeren' om een orgel in de kerk-te hebben. Op 8 juli 1827 wordt het in gebruik genomen. 'Hetzelve werd op de plechtigste wijze ingewijd door onze leeraar Ds. H. W. Benier' met Coll. 3 : 16b. 'Het zingen van mannen en vrouwen bij beurten en andere omstandigheden in den avond van dezen dag, hebben deze geheele plechtigheid met stillen eerbied en Christelijke vreugde doen afloopen.'

In 1861 werd het kerkgebouw grondig onderhanden genomen. Het interieur zoals hierboven beschreven is tijdens de brand van kerk en toren op zaterdag 13 juli 1901 geheel verloren gegaan. Het vuur is waarschijnlijk ontstaan door loodgieterswerkzaamheden op het kerkdak. Het kerkelijk archief, de kanselbijbel en enige andere zaken konden worden gered. De volgende dag bezochten naar schatting zo'n 10.000 mensen de ruïnes. Op de foto is een deel van de restanten na de brand te zien. De toen 20-jarige Koningin Wilhelmina kwam persoonlijk poolshoogte nemen (op de foto de dame met de grote witte hoed). Zij schonk uit eigen middelen een bijdrage voor de herbouw van de kerk.

Op zondag 14 juli kwam de gemeente bijeen in het kerkgebouw van de gereformeerden. Ds. Van der Sluis preekte over de tekst: Hij heeft Zijn heiligdom te niet gedaan' (Klaagl. 2 : 7). Nadien werd gekerkt in het kerkgebouw van Ter Heijde. Na de brand is de kerk in 1902 hersteld; toen zijn o.a. de huidige afsluitingen van het noordkoor en zuidkoor gebouwd. De toren was in 1908 gereed.

Als we nu een korte beschrijving geven van de huidige kerk dan is de kerk een driebeukige hallenkerk, waarvan de zuiderzijbeuk smaller is dan de noorderzijbeuk; de drie veelhoekig gesloten koren zijn echter even breed. De huidige vorm van de kerk is dus rond 1450 voltooid.

In het middenkoor van de kerk bevindt zich een witmarmeren epitaaf voor luitenant-admiraal Anthony Pieterson, overleden in 1722. Dit epitaaf is van de hand van Nicolaas Seunties en bestaat uit een opschriftplaat en een afbeelding in reliëf van de zeeslag bij Vigo, het geheel omlijst door tritons en krijgsemblemen. Hiernaast zien we een kleinere epitaaf voor vice-admiraal Jacob Johan Pieterson, overleden in 1764. Verder bevinden zich onder het orgel nog een grote en een kleine zerk. Dit gedenkteken is in 1994 fraai gerestaureerd.

Het orgel is gebouwd en ontworpen door L. van Dam en Zonen te Leeuwarden en is in 1904 in gebruik genomen. Het is een mechanisch zogenaamd sleepladenorgel met aanvankelijk 22 stemmen:10 stemmen op het hoofdwerk, 7 op het bovenwerk en 5 op het pedaal. In de jaren '50 is een sesquialter bijgebouwd en in 1972 is een register op het pedaal bijgebouwd, namelijk een 16-voets tongwerk (fagot).

Reformatie

In de tijd van de Reformatie kwamen de denkbeelden van Luther door geschriften en ook door rondreizende predikers onder de aandacht van het volk. De Calvinistische geschriften die het land binnen kwamen, zorgden ervoor dat de 'nietiwe leer' ook in het Westland niet onbekend bleef. In Monster werd het Evangeüe van vrije genade vooral gebracht door de rondtrekkende prediker Wouter Simonsz. Hij heeft de grond gelegd voor de kerk der Hervorming in Monster en omgeving. Evenals anderen in die tijd werd ook Wouter Simonsz. op het schavot ter dood gebracht (op 30 mei 1570). Zijn laatste indrukwekkende gebed op de brandstapel is nog bewaard gebleven. Zijn naam staat met het jaartal 1569 als eerste vermeld op het predikantenbord.

Het was een bewogen tijd. Spaanse terreur, geuzengeweld en beeldenstorm raasden over de kerk. Het bloed van de martelaars was het zaad van de kerk. In 1571 ving de hervormingsgezinde Alardus Theodori zijn ambtsbediening in Monster aan. Hij was de eerste officiële predikant van Monster. De eerste tijd na de reformatie was niet eenvoudig.

In 1572 werd te Monster de R.K. eredienst opgeheven. De 'nieuwsgezinde predikant' Theodori nam direct bezit van kerk en pastorie. De tijd dat men in 't verborgen bijeenkwam, was voorbij.

De opvolgers van ds. Theodori bleven soms kort, soms lang. Ds. C. Streso, in 1637 gekomen, vertrok reeds binnen het jaar naar 's-Gravenhage. Hij wordt gerekend tot de oud-vaders. Van hem hangt in de consistoriekamer een portret. Hij heeft een boek geschreven 'Geestelijke regering des harten', Tiel 1661.

Ds. Samuel Guldemond, die in 1649 intrede deed, bleef Monster trouw tot zijn dood in 1687.

Vermeldenswaard is dat Ter Heijde, dat lange tijd kerkelijk tot Monster behoorde, in 1664 toestemming kreeg een eigen predikantsplaats te stichten. Volgens de kerkenraadsnotulen ligt hieraan een conflict ten grondslag over een kist, waarin de bescheiden van een legaat werden bewaard van wijlen kapitein Olivier Vaas, die na een schipbreuk door Heijdse vissers werd gered. Deze kist stond bij de administrerend diaken, die jaarlijks beurtelings uit Monster of Ter Heijde kwam. Een aantal 'ledematen' uit Ter Heijde wilde deze voortaan uitsluitend in Ter Heijde bewaren. Allerlei bemiddelingspogingen mislukten, zelfs de classis werd ingeschakeld, die zich verstaan heeft met het Hof van Holland. Het mocht niet baten.

Een andere bron rept niet over 'de kist'. De Heyenaars zouden zich achtergesteld gevoeld hebben en het griefde hen dat zij volledig moesten meebetalen aan de hoge kosten van reparatie en onderhoud aan de Monsterse toren en kerk. Men wenste een eigen kerkelijk leven. Wat de oorzaak dan ook geweest moge zijn: Monster en Ter Heijde werden twee afzonderlijke gemeenten.

Ook ds. Johannes Raven had 37 jaar in Monster gestaan tot hij in juli 1724 overleed. Ook zijn opvolger bleef lang, 32 jaar, in zijn Westlandse gemeente. De kerkelijke twisten in de eerste tientallen jaren van de zeventiende eeuw zorgden ervoor dat in de classis Delft, waartoe de Westlandse gemeenten behoorden, de meerderheid de remonstrantse leer aanhing. De Westlandse gemeenten verzetten zich tegen 'de beroerten, scheuring ende welstant der kercken hier te lande'.

Nadat nog enkele predikanten de gemeente korter of langer hebben gediend, komen we aan het eind van de 18e eeuw en dus na de Franse revolutie in 1789. Dan komt het jaar 1795, bekend zowel in de vaderlandse als in de kerkgeschiedenis. Willem V wijkt uit. God heeft een twist met ons vaderland vanwege nationale zonden. De Franse revolutiegeest gaat ook in ons land doorwerken, tot op onze tijd toe. Vrijheid, gelijkheid en broederschap worden veel gehoorde leuzen. Men spreekt over de rechten van de mens. Een eedsformule werd ontworpen, ter ondertekening door 'rechterlijke en geestelijke beambten'.

De kerkenraad verklaarde daartoe wel bereid te zijn, 'mits dat zij dien eed afleidde overeenkomstig den aart van hun ampt in overeenstemming van Gods H. Woord en de leer der Herv. Kerk, waaraan zij door plechtige belofte en handteekeninge verbonden waaren'. Wij krijgen niet de indruk dat het van harte ging.

Juist in deze tijd gaat een zogenaamde verlichting veld winnen in de kerk. Maar enkele getrouwe predikanten bleven meer over. Ook te Monster verschuift alles meer en meer naar links. En het zou jaren duren voordat de gereformeerde leer weer zuiver geleerd zou worden.

In deze droevige tijden waar men alles deed voor de 'regten van de mens' ging het met de 'regten van de kerk' minder goed. Vandaar dat de classis in 1798 de opdracht gaf om een commissie te benoemen en kerkmeesters om te zorgen voor de kerken, pastorieën, traktementen enz. Zij zijn de voorlopers van de kerkvoogden.

De kerkenraad besluit 1 dec. 1799 van de preekstoel af bekend te maken, dat het ergerlijk is dat zovelen de Godsdienstoefeningen verzuimen. Ook degenen die van de diaconie bedeeld worden, komen niet meer of zo nu en dan in de kerk. Tegen hen zullen voortaan maatregelen genomen worden. Het verdriet de kerkenraad deze maatregel te moeten treffen.

In die roerige tijd was ds. H. W. Benier predikant, nl. van 1789 tot zijn emeritaat in december 1827. Hij behoorde nog niet tot de opkomende moderne richting, maar de toon en de inhoud van de oude schrijvers werden in de prediking gemist.

In 1804 wordt nog een poging ondernomen door het 'Gedeteerd Bestuur van Holland' om Monster en Ter Heijde weer te combineren, maar beide kerkenraden voelen er niets voor.

In de jaren 1810-1811 raakt de predikant achter met de ontvangst van zijn traktement. Dit was een gevolg van de overheidsbemoeiingen. Er wordt een commissie van zes leden benoemd om deze zaak tot een oplossing te brengen.

In 1812 verzoekt de classis Den Haag de gemeenten 'zorg te dragen dat de jongelingen die vermoedelijk tot den krijgsdienst staan opgeroepen te worden, dat jaar voor zij in de looting vallen, tot leden der Gemeente worden aangenomen'. Dit moest aan de visitatoren gerapporteerd worden. Verder moest hun een Bijbeltje of Testament meegegeven worden. Er werd dus wel aandacht besteed aan de geestelijke zorg van hen, die in het Franse leger moesten dienen.

De inkomsten bleken rond het jaar 1819 weer te zijn gestegen. In 1810 waren door Zijne Majesteit den Koning benoemd en aangesteld kerkvoogden, aan wie het beheer der kerkelijke eigendommen, fondsen en inkomsten en het regelen van de benodigde onkosten voor de Eredienst is toevertrouwd en waarbij de administratie der vorige kerkmeesters is komen te vervallen.

In die tijd moest, voordat een beroep kon worden uitgebracht, ook goedkeuring van Z.M. den Koning worden gevraagd. Toch werd de vacature van ds. Benier na een halfjaar weer vervuld. In die tijd hebben kerkvoogden en diakenen toch weer grote geldzorgen. Node gaat men over tot drastische bezuinigingen, , ook op het traktement en de emolumenten van de predikant.

In 1844 kwam ds. V. J. Berkhout, die bleef tot zijn overiijden op 24 juni 1873. Juist in zijn tijd wenden verschillenden zich van de kerk af en zoeken hun heil in de afgescheiden en Oud gereformeerde kerken. Al eerder bleek, dat Monster meer en meer van de aloude waarheid was afgeweken. Hieraan zal ook wel voor een deel de verarming van de kerk te wijten zijn, hoewel vanaf 1850 de moeilijkste tijd voorbij blijkt te zijn. Het traktement van de predikant wordt met ƒ 100, - verhoogd tot ƒ 1.000, - 'sjaars. (Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's