De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

14 minuten leestijd

Boodschap en kloof

In ons blad is al aandacht gevraagd voor de EO-conferentie van 19 en 20 november over het thema 'De Boodschap en de Kloof'. De ondertitel van dit thema geeft aan wat men aan de orde wilde stellen: communicatie van het Evangelie in een postmoderne tijd. Intussen zijn de teksten van de verschillende lezingen in een boek verschenen bij de EO. Het lijkt me van belang dat deze thematiek aan de orde blijft. Het gevaar is niet denkbeeldig dat na korte tijd weer ander nieuws om aandacht vraagt, zoals dat zo vaak gaat in onze informatiemaatschappij .

Het Nederlands Dagblad heeft een aantal gesprekken gepubliceerd met predikanten over de zaak die op de conferentie aan de orde is geweest. Koos van Noppen had in dit kader allereerst een gesprek met drs. W. Dekker, tot voor kort hervormd predikant in Wezep. Collega Dekker was zelf één van de sprekers op de conferentie. Ik citeer hier het laatste gedeelte van dit interview uit het ND van 22 november. De kwestie van de 'kloof' komt aan de orde uiteraard, maar dan benaderd vanuit de cultuur zelf.

De conferentie ging over 'de kloof: tussen predikanten en gemeente, tussen christenen en postmoderne tijdgenoten, etc. Wat is uw eerste indruk?

'Gevoelsmatig houd ik er veel waardevols aan over. Intellectueel zeg ik: we hebben aan het thema geroken, het was een snuffelconferentie. Er werd niet scherp geanalyseerd, over welke kloof we het nu precies hebben.'

Onder welke kloof gaat u het meest gebukt? 'De kloof die zich in onze cultuur manifesteert: enerzijds een wereld die in zichzelf rustend lijkt te zijn en waarin de mens in het middelpunt staat, terwijl anderzijds de Bijbel spreekt over God die ingrijpt in natuur en geschiedenis. Dat vind ik de grootste kloof, die een erfenis is van de Verlichting. Postmodernisme is een variant op het modernisme. Wij hebben allemaal last van die kloof. We hebben moeite om God te duiden in natuur en geschiedenis, maar zien Hem nog wel op het persoonlijk vlak van onze gevoelens, beleving en ervaring. Dat kun je vanuit de bijbelse kaders duiden, maar je kunt het ook immanent (binnenwerelds)-psychologisch verklaren. Daarmee hebben we de echte kloof niet overbrugd.'

Even concreet: Als 96 procent van de EO-leden zegt dat ze God ten minste af en toe ervaart, is dat dan voor een deel psychologisch te verklaren?

'Ja, je ziet wat je zien wilt; dat hoeft niet per definitie God te zijn. Bij dergelijke ervaringen, ook diepe religieuze, blijft de grote aanvechting: spreek je op verheven toon over jezelf, of heeft er echt iemand van de andere zijde gesproken? Dat is onze grote kwetsbaarheid.'

Wat is het criterium om te beoordelen, of iets van de andere kant komt?

'Binnen de kaders waarin de huidige westerse cultuur denkt, is dat moeilijk te zeggen. Kuitert zegt: Alles wat we over Boven zeggen, komt van beneden, ook als we zeggen dat het van Boven komt. De filosoof Theo de Boer heeft in zijn boek In de gewesten van het zijn een interessant antwoord gegeven op de problematiek die hier aan de orde is. Hij stelt: Is het niet fundamenteel voor onze menselijke ervaring dat we bij de dingen die ons het meest geraakt hebben, het gevoel kregen dat ze "van de andere kant" kwamen? De vrouw of de baan die je hebt gevonden, zijn je "toegevallen". Zijn er niet verwijzingen waaruit blijkt dat er meer is dan onze ervaringswereld? Die bezinning, op dit filosofisch niveau, is bijzonder belangrijk bij de zoektocht om de kloof te overbruggen. Ja, ook binnen de kerk moeten deze thema's beslist aan de orde komen. Anders blijf je in een cirkeltje rond jezelf draaien. Allerlei mensen die vandaag blij kunnen zijn met de ervaring "God is er", kunnen over vijf jaar denken: Ik praatte op een bepaalde manier over mezelf en vulde daar het woord "God" bij in.'

Onzekerheid

Voedt u hiermee niet de geloofsonzekerheid, dat mensen zich mogelijk voor de gek houden?

'Dat is de kwetsbaarheid van het geloof In onze cultuur wordt aan de fundamenten geschud: bedrieg je jezelf niet? Als je doorvraagt, kom je ook bij kerkmensen die vraag tegen, maar ze wordt vaak verdrongen. Vind je dat in de Bijbel ook? Nee, niet op deze wijze. Maar de Bijbel spreekt wel over God en de goden. Neem de geschiedenis van Elia en de Baalpriesters: Wie is God? De ene zegt Jahweh, de ander zegt Baal. En dan komt er een bovennatuurlijk ingrijpen, een antwoord van de andere kant. Daar kun je zelf ook zo naar verlangen, dat het voor iedereen duidelijk zal zijn: Jahweh is God. Maar dat gebeurt ook in de Bijbel maar een heel enkele keer Elia moet daarna ook in die kwetsbaarheid verder. Later heeft ook Johannes de Doper met soortgelijke vragen geworsteld: Was Jezus werkelijk de Messias die komen zou, of heb ik mezelf bedrogen?
Ik bedoel dit: Wij zitten wel in de unieke situatie van de Verlichting, maar je kunt in de Bijbel identificatiemomenten vinden. Hij is de Verborgene, Die zich openbaart. Daar zullen we mee moeten leren leven.'

Is de kloof te overbruggen door het accent te leggen op ervaren waarheid, zoals McGrath doet?

'Dat is een voorlopige pleister op de wonde. Ik gebruik die pleister ook hoor, maar het is een noodverband.'

Want ook hier geldt: ervaring en gevoel kunnen bedrieglijk zijn?

'In hoeverre ervaringen fundamenteel zijn, zul je moeten toetsen aan de Schrift. Van Abraham af zijn er mensen die geloofd hebben dat hun religieuze ervaring niet alleen maar iets van henzelf was. Het is zaak zo je eigen ervaring te duiden in lijn van de Schrift en de kerk. Daarvoor is essentieel, dat die ervaring dus gelijk op moet gaan met diepgaande studie van de Bijbel en de traditie. Je moet de verandering zoeken op die lange lijn van diepere, bredere belevingen van Abraham af; anders blijf je - heel postmodern - in een klein kringetje van je eigen ervaring rondcirkelen.'

Als ik u goed begrijp, gaat het dus niet alleen om de 'verborgen omgang', maar ook om de 'omgang met de Verborgene'? 'Dat is toch voluit bijbels? '

Hoe verhoudt zich dat dun tot die ervaringen van Gods nabijheid, zoals in de EO-enquête? Je krijgt in sommige getuigenissen de indruk dat het mogelijk is om - ik chargeer - iedere dag God te ervaren.

'Als je dat te veel accent geeft, kun je daar ontzettend mee in de knoop raken. Ik ben wel dankbaar voor iedereen die ik ontmoet, die iets van zijn ervaringen kan vertellen.

Er is ook wel verschil tussen mensen die Hem niet ervaren, omdat ze ver van Hem af leven, en anderen die dichtbij Hem leven en toch ervaren dat Hij de Verborgene is.' Hoe verbindt u die verborgenheid aan Jezus' belofte: 'Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld? '

'Zijn nabijheid is niet anders dan die van God zelf, in de verborgenheid. Hij is met ons in de diepte' daar waar wij door alle bodems heen zakken en denken "er is niks", daar is Hij. Als de Opgestane verschijnt Hij, maar Hij is niet altijd zichtbaar aanwezig. "Ik zal er weer telkens zijn", op het onverwachte.'

Ongelovigen

U smijt het peillood wel diep. Als de gelovigen de smalle weg gaan met de Verborgene, hoe zullen ongelovigen Hem vinden ?

'Onze cultuur heeft weinig of geen verwijzingen meer naar de God van de Bijbel. Ze zullen het echt moeten hebben van de verkondiging van het evangelie en de gestalte die de gemeente eraan geeft.'

Typeert u die gemeente eens in een paar steekwoorden. ..

'Het gaat erom dat de gemeente leeft van het geheim dat er Eén is buiten "dit zwijgende heelal". Eén die heel nabij is, die het zwijgen heeft doorbroken. Die ons met een onuitsprekelijke liefde heeft liefgehad. Die maakt dat ik gekend ben, dat er voor mij een plaats is bereid. Vanuit dat principiële "aanvaard-zijn" leeft de gemeente. "Maak mij een instrument van u...", bad Franciscus. Dat gaat verder dan een beetje aardig zijn, het is de weg van de navolging.'

Met de toespitsing naar de gemeente is de cirkel om zo te zeggen toch weer rond. Want die gemeente kan de 'Boodschap' slechts verkondigend, hoorbaar en zichtbaar, doorgeven. En juist daarin, in die verkondiging, manifesteert zich de kloof. Nu kun je zeggen: die kloof is van alle tijden want de Boodschap komt immers van elders, van Boven, van buiten ons. Niemand bezit van zichzelf een antenne om die boodschap te ontvangen. Daar hebben we de Boodschapper Zelf bij nodig. Zijn Geest Die Zich aan de boodschap verbindt. Toch ligt de zaak in onze cultuur uiterst gecompliceerd. Want juist zij die aangeven nog wel zoiets te kennen als geloof, mijden juist in groten getale de samenkomsten van die gemeente. Je kunt je dan afvragen: wat stelt zulk 'geloof' dan eigenlijk voor? Aan de andere kant: als kennelijk toch nog zoveel mensen met hun ziel onder de armen lopen, hoe bereiken we elkaar dan nog. Daar heb je dan toch weer die kloof. Samenvattend: het geloof is altijd weer een wonder. Dat is het zeker in onze tijd. Jezus wist het al: Doch de Zoon des mensen, als Hij komt, zal Hij ook geloof vinden op de aarde? En zelfs voor Paulus was het blijkbaar een wonder toen hij, aan het eind gekomen van zijn leven en loopbaan, schreef: Ik heb het geloof behouden. Alsof hij wil zeggen: Ik snap het zelf nauwelijks. Maar het is. God zij eeuwig dank, toch waar!

Kloof en boodschap

Nogal wat christenen ervaren door de week vaak een kloof tussen de boodschap die ze 's zondags horen en wat ze dagelijks op zich af voelen komen. Koos van Noppen voerde in het ND van 29 november een gesprek met ds. H. J. Messelink, predikant van de (vrijgemaakt) gereformeerde kerk in Bameveld. Je hebt aan de ene kant de wereld van God, kerk en geloof en aan de andere kant de wereld van alledag. Welke vragen roept dat op voor prediking en pastoraat?

'In het pastoraat heb ik de afgelopen jaren gemerkt dat die twee steeds meer uiteen zijn gegroeid', zegt Messelink. 'Een sprekend voorbeeld is de problematiek rond huwelijk en echtscheiding. "Ja dominee, het staat wel in de Bijbel en ik sta er eigenlijk ook wel achter, maar in mijn geval... Dat kan God toch niet van mij vergen? God wil toch dat je gelukkig bent? Dan kan Hij toch niet tegen deze echtscheiding of tegen deze nieuwe relatie zijn? " Dat dus: enerzijds de belijdenis dat de Bijbel Gods Woord is, terwijl dat Woord niet in de werkelijkheid gebeurt. Het schampt langs het leven. Totdat mensen door de mand vallen, of erin vastlopen en gedwongen worden die twee werelden op elkaar te betrekken.'

Is dat onderscheid tussen die werelden nu typisch iets van deze tijd?

'We zijn in een godloze wereld terechtgekomen. Een jongen zei tegen me: "U denkt toch zeker niet dat ik op school over God ga beginnen? " Daar vind je in de kiem, wat je bij volwassenen ook ziet. In twintig jaar predikantschap ben ik me veel meer bewust geworden van die kloof. Eind jaren '70 was het probleem er ook wel, maar toen was de maatschappij veel agressiever ten opzichte van kerk en geloof. Maar nu? Gods naam speelt geen rol meer in het publieke leven. Het paarse kabinet draait goed. Zie je wel, is de teneur, het kan ook zonder God.'

U zit, om zo te zeggen, fulltime in die wereld van kerk en geloof. Hoe vindt u aansluiting bij uw gemeenteleden met hun 'versnipperde' leven ? 'Ik lees de krant, tijdschriften, kijk tv. Ik voel me kind van deze tijd en ik herken die gespletenheid. Een voorbeeld: Deze week had ik een goed gesprek met belijdeniscatechisanten, indringend. Ik kom thuis, de tv staat aan voor een voetbalwedstrijd en ik ga er helemaal in op. Toen realiseerde ik me opeens dat ik moeiteloos schakel tussen die twee totaal gescheiden werelden.'

Gebrek aan kennis

De vraag is, hoe die verbinding gelegd wordt met de werkelijkheid van God.

'Het mooie van deze tijd vind ik dat die klemmende vraag opkomt, het verlangen wordt verwoord: Waar kom je God tegen in deze wereld? En hoe? Zondag preek ik over Hosea 4: "Mijn volk gaat te gronde door gebrek aan kennis". In datzelfde hoofdstuk worden gevolgen van dat gebrek aan kennis opgesomd, allerlei zonden, overspel, moord. Daarom is het land er ook ellendig aan toe: hongersnood, misoogsten. Die link, die in Hosea zo "simpel" wordt gelegd, zijn we kwijtgeraakt. Ik denk dat God ook vandaag allerlei signalen afgeeft, maar dat wij de antenne missen om ze op te vangen.'

Het concreet duiden van die 'link' is niet eenvoudig. Om maar iets te noemen: ik herinner me dat Velema iets zei over de varkenspest...

'Over de wijze waarop hij het zei, kun je nog discussiëren, maar het feit dat hij twee werelden met elkaar in verbinding bracht, was wezenlijk. Het lijkt wel of dat helemaal niet meer mag. Terwijl toch het hele boek Openbaring vol staat van oordelen die over de wereld gaan.'

Hoe ontwikkel je een antenne voor Gods signalen?

'Het is zaak bij het begin te beginnen en niet in het wilde weg te zoeken naar waar God mogelijk een vingerwijzing geeft. Dat wordt krampachtig. Het begint bij de kennis van God; hoe staat het met de omgang met Hem, zodat je alles met Hem deelt? Zodat je leven weer een eenheid wordt, of je nu in de kerk zit, of op je werk, achter de tv of achter het stuur van je auto. Dat is geen automatisme; dat moet je ontwikkelen. Alleen langs die weg krijg je het "in de vingers" om God in je leven te ontdekken.'

Wat is kenmerkend voor die weg? 'Belangrijk is dat we de Bijbel weer leren lezen met de vraag: wat zegt God hier vandaag tegen mij? We behandelen de Bijbel vaak als een boek dat geactualiseerd moet worden. Ook in preken hoor je dat: we kijken eerst wat het toen betekende, dan volgt de toepassing. Dat beschermt je tegen al te gemakkelijk plaatsen van is-gelijk-tekens, maar het heeft als schaduwkant dat we de Bijbel eigenlijk als een historisch boek lezen en niet als het actuele Woord van God.

In een pastoraal gesprek zei ik deze week tegen iemand: "Lees deze tekst nu eens zo alsof God hier is en dat nu tegen jou zegt: Alzo lief heb Ik jou, dat Ik mijn eniggeboren Zoon heb overgegeven voor jou". Dat is het begin van de kennismaking. "Smaakt en ziet dat de Here goed is", zegt een van de psalmen. Dat moeten we lezen; voor mij is dat een gemis geweest in de theologische opvoeding.'

Waar kom je God tegen in deze werkelijkheid? Een vraag die kerkmensen vandaag veel meer stellen dan voorheen, bedoelt ds. Messelink. Zou dat niet komen omdat wij vandaag leven in een tijd waarin deze vraag niet of nauwelijks meer zinvol wordt geacht? Waarom zou je God (een god) moeten tegenkomen? Zijn de vanouds vertrouwde antwoorden op deze vraag niet onwaarschijnlijk en als zodanig ook overbodig geworden? Als gelovigen zijn wij geleerd te zeggen dat alles een doel heeft, dat God ons leven en dat van de wereld leidt. Maar niet-gelovigen zullen zeggen: de werkelijkheid is helemaal geen ordelijk geheel, integendeel ze is vol chaos, toeval, schijn en leugen. De enige ordening is die we er zelf in brengen via ons eigen inzicht en denken. Er is alleen maar wat we kunnen zien en tasten, berekenen en overzien. Levend in een cultuur die over het algemeen zo denkt, worden we begrijpelijk geplaagd met de soms prangende vraag: waar kom je God tegen in deze werkelijkheid? Eén voordeel heeft zo'n tijd en zo'n vraag wel: het gaat tenminste ergens over. Het blijft onze roeping die een ongekende uitdaging is namelijk om de grote daden Gods te proclameren, ootmoedig, bescheiden en tegelijk beslist.

Het ISBN van de EO-uitgave 'De Boodschap en de Kloof' is:90-70100-65-7.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 december 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's