De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Elk jaar weer kerstpreken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Elk jaar weer kerstpreken

7 minuten leestijd

Topdrukte

Veel kosters houden een flinke voorraad stoelen achter de hand voor de dienst van de eerste kerstdagmorgen. Kervoogden hebben de laatste vergadering voor 25 december een klein agendapunt: hoe adviseren we onze koster en zijn assistenten om de schare een plaats te geven. Wanneer is de limiet bereikt en zijn we zelfs genoodzaakt mensen terug te sturen? In gemeenten waar kerstnachtdiensten worden gehouden, zal wel ongeveer hetzelfde scenario gelden.

Ja, de doorsnee-vaderlander schijnt geregelde kerkgang niet meer zo te zien zitten. Maar er is één uitzondering: de kerstdienst. Die is opgenomen in het patroon waarmee velen de kerstdagen invullen.

Je hoort trouwe kerkgangers om je heen daar soms het nodige misbaar om maken. Op radio Gelderland werd onlangs over dit onderwerp een korte discussie gevoerd. Het betrof een rooms dorp waar ook tijdens de kerstnachtdienst een grote toeloop gebruikelijk was. Trouwe kerkgangers vonden zichzelf de dupe worden van deze toeloop. De eenmalige bezoekers namen de mooiste plaatsen in beslag want ze kwamen heel vroeg. En zij die er altijd waren hadden het toekijken van achter uit de kerk. Daarop reageerde een andere trouwe kerkganger: ik heb het er graag voor over die éne keer te staan, al was het achterin, want dan maken al die anderen weer een keer mee hoe rijk het Evangelie van Christus' geboorte toch wel is.

Ik vond die opmerking getuigen van een hart gericht op de zwevende naaste zoals ook Christus Zelf immer op de schare geconcentreerd was. Ja, en dan heb je ook de voorgangers nog. Kersttijd heet vanouds voor hen de 'hooibouw' of ook wel de 'tiendaagse veldtocht'. Och, dat zal per gemeente verschillen. Wie er helemaal alleen voor staat in een gemeente, kan terecht spreken van topdrukte. Er wordt heel wat af gemediteerd op bijeenkomsten voor kinderen en voor ouderen. En hij dient voor te gaan in de nodige kerkdiensten. Waar vindt hij de rust zijn woorden omtrent het vleesgeworden Woord te laten rijpen in gebed en meditatie? Ik ken collega's die in de zomerperiode elk jaar alvast een kerstpreek maken. Dat moet je wel kunnen, al geeft het aan hoe je als prediker in de kersttijd onder druk kan komen te staan. We hebben de mier als voorbeeld die ook in de zomer haar voorraad bijeenbrengt om in de winter te overleven.

Oude en nieuwe dingen

Bij de voorbereiding voor deze bijdrage sloeg ik een aantal prekenbundels op die in de voorbije jaren onder ons zijn verschenen met daarin ook kerstpreken. Mij viel daarin de steeds voorkomende verzuchting op: hoe moedeloos kan een prediker zich voelen als hij met zijn kerstpreek de kansel beklimt en wordt aangevochten met de gedachte eigenlijk niets nieuws te zullen zeggen. De gemeente hoort op eerste kerstdag eigenlijk het liefst preken uit Lukas 2. Maar als je dat al jaren doet, soms in dezelfde gemeente, hoe voldoe je dan aan de profielschets van je Zender: Een ieder Schriftgeleerde, in het Koninkrijk der hemelen onderwezen, is gelijk aan een heer des huizen, die uit zijn schat nieuwe en oude dingen voortbrengt.

Het valt trouwens op dat Jezus de volgorde 'nieuwe en oude dingen' gebruikt. Nieuwe dingen van de oude boodschap. Kennelijk ligt daar de uitdaging voor elke Schriftgeleerde. De schat is er rijk genoeg voor. Het Evangelie is een onuitputtelijke bron. Het is een diamant met vele slijpvlakken. Het oude van de boodschap mag klinken in steeds weer nieuwe uitdrukkingsvormen en beelden. Okke Jager schreef eens: Juist omdat Lukas 2 zo bekend is, wordt er maar weinig nagedacht over wat er nu eigenlijk staat.

Hij geeft dan vervolgens in het dagboek Daglicht concrete voorbeelden van wat hij bedoelt. Het 'oude' dat eens nieuw was, het 'nieuwe' dat nooit oud wordt, is de boodschap zelf. Wij vinden ons kerstfeest kaal zonder herders en zonder stal en zonder engelen, vandaar de jaarlijkse hang naar Lukas 2. Toch is de beschrijving van het Evangelie naar Lukas pas ontstaan ongeveer 80 jaar nadat Christus geboren werd. Dus er is een generatie christenen geweest die het zonder deze 'franje' moest doen. Ze hoorden alleen de boodschap zelf van de geboorte van de Verlosser Jezus. De overlevering van de apostelen was slechts dit kale feit. Wie Paulus leest in zijn brieven, die kan zich soms niet aan de indruk onttrekken dat hij dat boeiende geboorteverhaal nooit in zijn leven gehoord nooit in zijn leven gehoord heeft.

Hij maakt er nergens een echte zinspeling op. De boodschap zelf, het heils-feit verdient zeker in de centrale dienst alle aandacht. Het zij ons een zorg er elk jaar ons uiterste best voor te doen dat we niet in ditjes en datjes blijven steken zonder dat het kerstevangelie werkelijk aan de orde komt.

Blijde boodschap

Door de genoemde toeloop op eerste kerstdag zoeken we naar een insteek om bij de rand- en buitenkerkelijken binnen te komen. Maar hoe moeten we dat dan doen? Je hebt als kerk vandaag de neiging de mens in zijn nood op te zoeken. Je stelt de kwetsbare kant van het menselijk bestaan aan de orde, zijn armoe, zijn gemis, zijn leegte en je vermoedt dat je zo het kerstevangelie wel aan hem slijten kunt. In de marketingwereld spreekt men dan van het gat in de markt. Je laat je in je reclame-uitingen bepalen door de behoefte. Je aanbod is afgestemd op de vraag. Op zichzelf is daar wel iets voor te zeggen. In zijn column in Kerkinformatie van december 1997 haakt Paul Hollaar in op het rapport 'God in Nederland'. Hij heeft een kennis in de marketingwereld die zelf tot het type Nederlander hoort die in genoemd rapport eruit springt: wel gelovig maar niet kerkelijk, het type dat we in onze eerste kerstdagmorgendienst volop aantreffen. Deze kennis merkte op: Zo'n rapport is goud waard. Goed marktonderzoek is de basis voor een doordachte strategie. Hollaar verwoordt hoe wij kerkgangers over zulke vaktaal plegen te oordelen. Toch bepleit hij, en ik dan me daar tot op zekere hoogte in vinden, dat we ons dit onderzoeksresultaat als kerken meer zullen aantrekken dan we vaak gewend zijn. Ik citeer: 'De geest van de tijd vraagt (...) om de ontmaskering van geheimtaal. (...) Tweederde van de Nederlanders loopt - zogezegd - met zijn ziel onder de arm. Dat weten we nu. Ze zijn bereikbaar voor wie vanuit de eigen emotie, in rond Nederlands, wil proberen het Grote Woord door te geven'.

In de kerstboodschap stuit je dan op woorden als 'welbehagen', 'het Woord is vlees geworden', om slechts deze twee voorbeelden te noemen.

Tegelijk sluimert hier een gevaar: we moeten de inhoud van de prediking door het Evangelie zelf laten bepalen en niet door de behoeften en ideeën van onze hoorders. Gods visie op het gat in onze markt is, dat we verloren mensen zijn. Zó verloren dat er geen redden meer aan is als we ons door Jezus niet laten redden. Dat geeft klem aan de kerstboodschap. Daar ligt ook de oorzaak van de emotie in het hart van de prediker, waar Hollaar van spreekt. De bewogenheid waarmee God geeft, trilt enigszins mee in de bewogenheid waarmee dé boodschapper net als Paulus tracht te bewegen tot het geloof in de geboren Heiland.

Het Kerstevangelie versuikert ons lege bestaan niet. Maar laat het juist in al zijn kaalheid en leegte zien. Gods geschenk onthult ons aller armoe. Kerstpreken zullen de noodzaak van Kerst willen laten zien. Buiten deze in Bethlehem eens geboren Jezus is geen leven. Het zij ons niet te veel gevraagd om voor de zoveelste keer aandacht te vragen voor Hem Die arm geworden is om ons, welvarende vaderlanders in het paarse tijdperk, werkelijk rijk te maken.

Voor de 'kerstmorgen' schreef Willem de Mérode eens dit gedicht:

Kerstmis

Het sneeuwde veel, de wereld stierf, De raven vliegen laag en speuren. Een klok bomt, en een bel gaan neuren: Dood! lof!! dood! leven!! stierf! verwierf!!

O Kind, dat ons geboren werd, Gewikkeld in een doodenlaken, O Heer! Gij komt de dooden slaken, Geboome! U bidt 't herboren hart:

Kind, laat mij als kind ontwaken. Dat schreit, omdat het leven proeft, En, hulpeloos. Uw Itulp behoeft, O Jezus Christus! Zaligmaker!

(Verzamelde Gedichten II, blz. 1061, Baarn 1987.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 december 1997

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Elk jaar weer kerstpreken

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 december 1997

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's