Looft God
Looft God gij christenen, maakt Hem groot
In zijn verheven troon,
Die nu zijn rijk voor ons ontsloot
En zendt zijn eigen Zoon.
Hij daalt uit 's Vaders schoot terneer
Op aard om kind te zijn,
Een kindje arm en naakt en teer.
Al in een kribje klein.
Verzakende zijn macht en recht
Verkiest Hij zich een stal.
Neemt de gedaant' aan van een knecht:
De Schepper van het AL.
Hij ruilt met ons op vreemde wijs:
Hij neemt ons vlees en bloed
En geeft ons in zijn Vaders huis Zijn eigen overvloed.
Hij wordt een knecht en ik een heer:
Wat win ik veel daarbij!
Waar vindt men zoveel gulheid weer
Als Jezus heeft voor mij?
En nu ontsluit Hij weer de poort
Van 't schone paradijs.
De cherub staat er niet meer voor,
God zij lof, eer en prijs!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 december 1997
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 december 1997
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's