De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vertroosting van Israël

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vertroosting van Israël

Kerst in de zomer

14 minuten leestijd

Op zondag 10 augustus 1.1. hield ondergetekende in de Schotse Kerk te Jeruzalem een meditatie voor Nederlandse vakantiegangers over Lukas 2 : 32:'Een Licht tot verlichting der heidenen, en tot heerlijkheid van Uw volk Israël'. Als motto werd gekozen 'Kerst in de zomer'. Bijgaand is de samenvatting van dit 'meditatief moment' weergegeven.

In Israël zijn we bij het hart van de dingen, van de dingen van Gods Koninkrijk. Overal, bijna op elke plek, waar men loopt spreekt de Schrift. We treffen de plaatsen, waar de Heere Jezus op aarde rondgewandeld heeft. Daar gaat de Bijbel voor ons open.

In Israël komen het Oude- en Nieuwe Testament eigenlijk samen. Daarom is het daar ook de plaats om na te denken over het heil zowel voor joden als voor heidenen, voor de volkeren, voor de gojim. Hier ontmoeten de volkeren én de joden ook elkaar. Over elke tekst valt altijd na te denken, zeker in Israël. We moeten de kerstteksten en de kerstgedeelten ook maar niet beperken tot die éne periode in het jaar, waarin ze eigenlijk ondergesneeuwd worden door een wirwar van dingen, die er niet bij horen. De Schrift is belangrijker dan onze dagen. Het gaat om de boodschap van Simeon. Die mogen we midden in de zomer hier in Jeruzalem horen.

Simeon

Simeon, de man uit de kerstgeschiedenis, staat wel heel bepaald op de grens van de tijden. Hij staat op de drempel van het Oude Testament naar het Nieuwe Testament, van de oude bedeling naar de nieuwe bedeling.

Simeon, wie was hij? Zo maar een mens in Jeruzalem, een mens van het joodse volk. Meer lezen we eigenlijk niet. Een mens, zoals je er tientallen tegen kwam. Een jood. Maar er staat één ding heel typerend van hem. Hij was rechtvaardig en godvrezend. Dat zijn eigenlijk twee woorden, die trefwoorden zijn in het Oude Testament voor de vromen onder de oude bedeling. In het Grieks staan deze woorden voor voorzichtig, gewetensvol. Simeon was een voorzichtig, gewetensvol, vroom mens. Een vroom jóóds mens, die zich hoedde voor elke wetsovertreding. Hij leefde stipt naar de wet. Hij ging trouw naar de tempel, met alle oudtestamentische plichtplegingen, die daarbij hoorden. En hij wist ervan, zoals dat onder het Oude Verbond gold: door wetsbetrachting was een mens rechtvaardig voor God; als je de wetten maar stipt naleefde!

Maar er staat nog meer van hem. Hij verwachtte de vertroosting van Israël. Hij leefde uit de Messiaanse hoop, zoals de patriarchen Abraham, Izak, Jakob en de profeten dat hadden gedaan. Hij verwachtte de Messias. En dat was in die tijd niet zó gewoon. Die verwachting was eigenlijk op een laag pitje gekomen in de tijd, waarin Simeon leefde. Zoals - zullen we het niet eerlijk bekennen? - de verwachting van de wederkomst van Christus in onze tijd ook vaak op een heel laag pitje is gekomen. Het duurt allemaal zo lang en het gebeurt maar niet. Het zal ook wel niet meer gebeuren. Is het zo ook vaak niet met de verwachting van de wederkomst? Maar bij Simeon was het anders. Hij verwachtte de vertroosting van Israël. Hij leefde uit de Messiaanse hoop.

Simeon noemt de Messias intussen 'De vertroosting van Israël'. Zou hij gedacht hebben aan het prachtige woord uit Jesaja 40, de eerste verzen: 'Troost, troost Mijn volk, zal ulieder God zeggen. Spreekt naar het hart van Jeruzalem, en roept haar toe, dat haar strijd vervuld is, dat haar ongerechtigheid verzoend is? '

Zou hij gedacht hebben aan Jesaja 61, het eerste vers: 'De Geest des Heeren Heeren is op Mij, omdat de Heere Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen, om alle treurigen te troosten? '

Simeon wist van al die oudtestamentische beloften aangaande de Messias. Hij wist van de Vertroosting van Israël, Die komen zou. Hier spreekt hij over die Vertroosting van Israël. Hij verwachtte Hem. Hij heeft Hem ongetwijfeld verwacht, zoals de joden Hem vandaag nog verwachten. Als men bij de Klaagmuur in Jeruzalem staat, dan ziet men hen klagen, weeklagen en bidden. Achter al dat klagen en weeklagen zit de klacht om de komst van de Messias, Die nog niet gekomen is.

Maar we lezen van Simeon nog meer: Hij had een Openbaring van God gekregen. Een Openbaring door de Heilige Geest, dat hij niet zou sterven, dat hij niet zou heengaan voordat hij zelf de Messias, de Christus des Heeren zou zien. We lezen heel treffend, dat hij door de Geest in de tempel kwam. Toen hij Maria met dat Kind zag, wist hij direct: dit Kind is het. Daar moeten we niet gering over denken. Een gewoon kind in de armen van een gewone moeder. Z'n ouders stonden daarom heen, gewone joodse ouders zo te zien. Niets bijzonders, geen stralenkrans. Ouders, die naar de gewoonte van de wet hun kind in de tempel brachten. Dan weet Simeon het nochtans trefzeker: deze is het! Dit is Jezus! Dat werkt de Geest. De Geest wordt in de Bijbel genoemd de Trooster. De Trooster wees Simeon op Jezus als de Ver-troosting van Israël. De genoemde tekst uit Jesaja 61 zegt, dat de Geest des Heeren op de Messias zou zijn. Simeon wist het: de Geest is op deze Christus.

Simeon zelf had zo al een voorproefje van Pinksteren. De Geest van Christus was ook al op hem zelf. Zo kende, zo herkende Simeon Christus.

Gaat het zo eigenlijk ook niet toe in het leven van een christen? Niet zonder de Geest. Die Geest leert ons Christus kennen, leert ons Christus herkennen. Wanneer de Geest wordt uitgestort in ons hart, zien we Christus. Dan ervaren we Zijn liefde, die ook met Hem in het hart wordt uitgestort door de Heilige Geest, Die ons is gegeven. De Geest leert ons Christus kennen en geeft met Christus de liefde tot Hem in het hart.

Toen Simeon, dit Christuskind zag wist hij het: Dit is de Vertroosting van Israël. Hij loofde God en zei: Laat mij nu maar heengaan.

De volken

Simeon zingt van de zaligheid, van het heil in de Kind. Voor wie is dat heil van het Kind, waarvan Simeon zingt, bedoeld? Dan is het treffend wat hij zegt: erst voor de volken. Dat zegt een joodse vrome man. De zaligheid, het heil, dat Gij bereid hebt voor het aangezicht van de volkeren. Natuurlijk wist hij dat wel uit het Oude Testament. We lezen in Jesaja 60 vers 3: de heidenen, de volken zullen tot uw licht gaan. Tot üw licht, dat is het Licht van Israël. De joden wisten ook van het licht. Israël zelf was namelijk geroepen om een licht te zijn voor de volkeren. Daarom zegt Jesaja: de heidenen zullen tot uw licht gaan en de koningen zullen gaan tot de glans die aan u is opgegaan' (Jes. 60 : 3), De volken komen, zegt Jesaja 60 : 9 'tot de Naam des Heeren, uws Gods, en tot de Heilige Israels'.

De Lubavitchers, de orthodoxe lubavitcher joden, houden dat vaandel hoog vandaag. Ze zijn lichtdragers, ze willen het licht uitdragen in de wereld met de zevenarmige kandelaar. Ze staan met een stand op Ben Goerion Airport. Ze zijn bezig aan universiteiten in de wereld, ze zijn actief in stadions. Daar staan ze met de menora en daar getuigen ze van het licht. Dat licht willen ze verspreiden onder de joden, om joden zelf weer tot hun eigen wortels terug te roepen, om de geseculariseerde joden eraan te herinneren, dat ze lichtdragers zullen zijn. Dat is dan wat hen betreft 'voor de volkeren' genoeg. Zij zelf zijn het licht der wereld. Zo zijn ze licht voor de volkeren in de wereld. Zij zijn plaatsvervangend licht voor de wereld.

Simeon komt hier echter tot een radicale andere belijdenis. Hij zegt: 'Dit Kind, Jezus, is het Licht der wereld'. 'Een Licht tot verlichting van de heidenen.' Dat is radicaal anders dan wat de joden belijdenin. Zij waren het licht en nu komt Simeon zeggen, hier is Jezus Christus, de Messias en Hij is het Licht. Nochtans mag het opmerkelijk heten, dat Simeon eerst de volkeren noemt en pas daarna, in tweede instantie Israël. 'Tot heerlijkheid van Uw volk Israël', zegt hij dan. Maar eerst zegt hij: 'Licht tot verlichting der heidenen'.

Grenzen doorbrekend

Simeon is al vervuld van de Pinkstergeest. Hij weet, dat die Geest de grenzen van Israël gaat doorbreken.

In de berijming van Psalm 147 vers 10 lezen we, dat God aan Jakob zijn wetten gaf, Israël op Zijn woorden deed letten. Zo wilde Hij - onder de oude bedeling - met geen andere volkeren handelen. Het heil was voorbehouden aan Israël en de volkeren leefden in de duisternis. Maar na de komst van Christus werd het zo, dat de tussenmuur werd weggebroken. We lezen dat in Efeze 2. De scheiding tussen Israël en de volkeren werd opgeheven. Daarvan zingt Simeon hier al.

Ook wij in Nederland mochten gaan delen in het heil. In Utrecht op het Janskerkhof staat het standbeeld van Willibrord, 'de man op het peerd'; het teken ervan, dat de Heilige Geest ook ons land aan deed, dat het Woord van God ook ons land bereikte en de boodschap aangaande Christus, het Licht der wereld, ook in ons land kwam.

De Geest ging alle landen door en Simeon heeft ervan geprofeteerd: 'Een Licht tot verlichting der heidenen'. Hij wist dat ook vanuit het Oude Testament, vanuit de profetie: 'Het volk dat in duisternis wandelt zal een groot Licht zien en degenen, die wandelen in de schaduw van de dood, hen zal een Licht opgaan'. Tot dat volk behoren ook wij. Tot dat volk, dat ooit in duisternis wandelde! Een groot Licht is opgegaan. Getrokken uit de duisternis van het heidendom tot het Licht van Christus door de Evangelieverkondiging. Zo is de kerk er gekomen, Heel de wereld zal het weten, dat het Licht in Christus is opgegaan. En de Geest leert het aan de kinderen van God, dat ik, heel persoonlijk, van die wereldwijde kerk een lid mag zijn en dat eeuwig zal blijven.

Machtig als men dat weten mag door het werk van de Heilige Geest in het leven. Machtig, dat wereldwijde werk van de Geest, omdat Christus gekomen is, als Licht tot verlichting van de volkeren en toch ook heel persoonlijk. Zoals Jesaja het zegt: 'om alle treurigen te troosten'.

Ook Israël

Dan wordt Israël echter door Simeon in tweede instantie ook apart genoemd. Simeon noemt echter Israël niet in één adem met de volkeren. Eerst heeft hij de volkeren genoemd: 'Licht tot verlichting der heidenen'. Dan zegt hij erbij: 'en tot heerlijkheid van Uw volk Israël'. Israël blijft in de woorden van Simeon onderscheiden van de volkeren. Israël wordt apart genoemd. Simeon zegt nochtans: Uw volk Israël. Dat is het altijd geweest, het volk van God onder het Oude Testament. Zo spreekt hij er ook hier over. 'Tot heerlijkheid van Uw volk Israël.' Hij laat er direct op volgen, dat het Kind, dat hij ziet, de Christus des Heeren is. Hij weet dat dit Kind gezet is tot een val en opstanding van velen in Israël. Dat is een diep woord. Simeon belijdt hier Jezus als de Christus en tegelijkertijd zegt hij: dat Kind zal een val en een opstanding zijn van velen in Israël. Lezen we dat niet in Johannes 1: 'Christus is gekomen tot het Zijne, maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen'! Degenen, die Hem wel aangenomen hebben, heeft Hij macht gegeven om kinderen van God te worden, ook onder Israël. Tot een val en een opstanding. Die ernst van de verwerping moeten we nooit uit de weg gaan. Het is een ergerniswekkend woord. Als men bij de Klaagmuur in Jeruzalem staat en men ziet de joden klagen, zou men kunnen denken: Is er dan toch niet een tweede weg? Een tweede weg voor de joden Zelf? 'Val en opstanding', zegt Simeon!

Paulus zegt in de Romeinenbrief: maar nu, vanaf dit moment, vanaf de komst van Jezus, Christus, is de rechtvaardigheid van God geopenbaard buiten de wet, door het geloof in Jezus Christus (Rom. 3 : 25 e.v.). Een radicale belijdenis. Alle wetsbetrachting van vrome joden maar ook van welke vrome mensen dan ook gaat eraan.

Heeft Israël dan afgedaan? Nee, Israël wordt apart genoemd. Uw volk! 'Heeft God Zijn volk verstoten? ', vraagt Paulus. 'Dat zij verre.' Het zijn beminden om der vaderen wil. Het deksel ligt op hun aangezicht. Maar toch: Christus is gekomen tot heerlijkheid van Zijn volk Israël.

In Jesaja 60 vers 1 wordt het voorzegd: 'Maak u op, wordt verlicht want Uw licht komt (dat is het Licht ook voor Israël) en de heerlijkheid des Heeren gaat over u op'. Zo profeteert Jesaja. 'Duisternis zal de aarde bedekken en donkerheid de volkeren, maar over U zal de Heere opgaan en Zijn heerlijkheid zal over U worden gezien' (vers 2).

De Zon der gerechtigheid, Christus, zal ooit ook in heerlijkheid stralen, over Gods eigen volk. Welk een heerlijkheid zal dat wezen. Het dekstel gaat een keer weg. We mogen leven uit de verwachting, dat ook Israël zijn plaats heeft en houdt in het heilgeheim van God.

En wij?

Wij als christenen zijn intussen geroepen, zegt Paulus, om Israël tot jaloersheid te verwekken. Dat betekent, dat wij zullen getuigen van het Licht. Doen we dat naar Israël toe? Zijn we getuigen van het Licht naar Israël toe? Wat ziet Israël van ons? Verdeelde christenen, een verdeelde christenheid. Een ieder bouwt in Israël zo z'n heiligdommetje en beijvert zich om een stukje heilige grond te hebben. Alsof dat het is. Hij is hier niet, staat er toch op dat deurtje daar in de graftuin?

Joden zien verdeeldheid. En ze weten, dat als de Messias komt, er eenheid zal zijn.

Joden zien ongerechtigheid. Ja zeker, ook bij henzelf, maar ook bij ons. Zelfs hebben ze ervaren, dat het kruis van Christus voor hen in de loop van de geschiedenis een bedreiging is geweest. Ze hebben ook in de Naam van Christus vervolgingen te verduren gehad. Terwijl Paulus zegt dat 'we zijn geroepen om Israël tot jaloersheid te verwekken'. Doen we dat niet, dan zou het kunnen zijn, dat we als takken, die in de stam van Israël zijn ingeënt, weer uitgehouwen worden (Rom. 11).

Dragers van het licht? Nee! We zijn geen lichtdragers. Als we Christus kennen zijn we wel getuigen van het Licht, ook naar Israël toe. Dan houden we ook de verwachting voor de heerlijkheid van Israël levend.

Christus is gezet tot een val en opstanding van velen in Israël. Ja, maar ook onder de volkeren. Christus blijkt ook te zijn val en opstanding van velen onder de volkeren. Daarin verschilt de rest van de wereld niet van Israël. Ook in de kerk blijkt dat het geval te zijn, als we ons ergeren aan Christus en aan Hem voorbij gaan. En nog een stapje verder: het gebeurt ook in ons eigen hart.

Christus gezet tot een val en een opstanding van velen in Israël. Hoe is het met ons als het gaat om getuige te zijn van het Licht? Kennen we het Licht? Dat zal betekenen, dat we de geloofsverbinding met Christus zullen kennen.

Jezus heeft een machtig gesprek met Nicodemus in Johannes 3. Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn Eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder, die in Hem gelooft niet verloren gaat, niet ver­ derft, maar het eeuwige leven hebben zal. Alzo lief heeft God de wereld gehad, de volkeren. Zo breed is de reikwijdte van de Verzoening, van het werk van Christus. Zo ver draagt dat Licht. 'Die in Hem gelooft wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de Naam van de Eniggeboren Zoon van God.'

'En dit is het oordeel, dat het Licht in de wereld gekomen is en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het Licht.' Kiest u maar! Maar hoe de keuze ook uitvalt, Christus zal Licht van de volken zijn en heerlijkheid van Zijn bloed-eigen volk. Laten we elkaar met deze woorden vertroosten.

Hij is de Vertroosting van Israël.
Hij is het Licht van de wereld!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 december 1997

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Vertroosting van Israël

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 december 1997

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's