De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

MONSTER (2)

9 minuten leestijd

Afscheiding

Door Afscheiding en Doleantie zijn de liervormde gemeenten in het Westland veel gereformeerd bloed verloren. Dat was ook in Monster het geval. De Afscheiding drong betrekkelijk laat door en had aanvankelijk nog niet zulke grote gevolgen. Bij de stichting in 1867 van een gemeente onder 't Kruis in 's-Gravenzande sloten verschillende afgescheidenen uit Monster zich daarbij aan. Anderen voelden meer sympathie voor de christelijk afgescheidenen en kerkten in Den Haag. Kerken op zo grote afstand was echter zeer bezwaarlijk en op 18 april 1874 was het zover. Onder leiding van ds. W. G. Smit uit Den Haag werd een Christelijke gereformeerde gemeente gesticht. Er werden 31 manslidmaten met hun gezinnen ingeschreven. De Doleantie had in Monster nauwelijks gevolgen. In 1892 gingen de christelijke gereformeerden mee met het besluit door de synode van deze kerken genomen en gingen voortaan de Gereformeerde kerk te Monster heten.

Gereformeerde prediking

Op 7 maart 1880 werd ds. H. C. Voorhoeve bevestigd. Op 1 oktober 1885 ging hij met emeritaat. Zijn komst betekende ook dat Monster weer meer de rechtzinnige kant opgaat.

Op 3 november 1881 wordt het inmiddels gebouwde 'Diaconiehuis' ingewijd. In die tijd wordt ook een chr. bewaarschool opgericht. Op voorstel van ds. Voorhoeve wordt een kerkenraadslid benoemd in het bestuur als vertegenwoordiger. Dit gebruik is gehandhaafd tot in de zeventiger jaren het bestuur van de toenmalige kleuterschool werd geïntegreerd in dat van de overige chr. scholen.

Ds. Voorhoeve heeft het niet gemakkelijk gehad. Tegenstand ondervond hij o.m. wegens de financiële steun aan de bewaarschool. Ook toen hij vroeg wegens gevorderde leeftijd op eigen kosten (!) om hulp van een godsdienstonderwijzer, maakten enkele broeders het hem lastig.

In 1881 was er ook al een jongelingsvereniging. Hoe lang die bestaan heeft en welke naam die had, is niet bekend.

Opmerkelijk is dat er in Monster nooit een Gereformeerde gemeente is ontstaan. Dat heeft zeker te maken gehad met de gereformeerde prediking die vooral met de komst van ds. J. W. H. Kalkman in 1886 weer helder was gaan klinken. De prediking was in de vorige eeuw 'ethisch' en 'liberaal' geworden. Ds. Kalkman was een zeer geliefd prediker. De kerkgang die zeer teruggelopen was, nam weer toe. De mensen kwamen van heinde en ver, ook uit zijn vorige gemeente Maassluis. 'Soms zaten wel 1000 mensen in de hervormde kerk van Monster, ' zo meldt een geschiedschrijver. Ook de vrouw van ds. Kalkman was actief in de gemeente. Zij richtte in 1887 een meisjesvereniging op die 'Dorcas' werd genoemd. Het doel van de vereniging was 'de bespreking van Gods Woord en het vervaardigen van kledingstukken voor de armen van de gemeente'. Er heerste aan het einde van de vorige eeuw veel materiële nood in de tuindersstreek.

Veel heeft onze gemeente aan ds. Kalkman te danken. Maar ook veel bittere vijandschap kwam openbaar tegen 'de Waarheid'. De kerkenraad wilde strak in de ligging van deze predikant blijven. Hij wordt zelfs, na enige vergeefs uitgebrachte beroepen, opnieuw beroepen. Maar hij bedankt.

De opvolger van ds. Kalkman was ds. K. E. van Griethuizen, die nog geen 3 jaar bleef. De koers in de gemeente veranderde enigszins. Hoewel de kerkenraad tegen is, geeft ds. Griethuizen gehoor aan een verzoek van 145 personen om weer gezangen te zingen in de kerk. Het levert problemen op in kerkenraad en gemeente. De feitelijke achtergrond van al de narigheid is echter dat men de prediking, die ds. Kalkman in Monster gebracht had, miste. 'We kunnen de broeders van de kerkenraad uit die tijd ondanks veel menselijke fouten, dankbaar gedenken, ' zo schrijft (toen nog) de eerw. heer Kruithof in zijn artikelenserie in de Kerkbode (jaargangen 1955 t/m 1959). 'Zij hebben ervoor gewaakt, dat Monster binnen de muren van onze oude kerk de gereformeerde leer kon horen. Hadden ze dit niet zo strak vastgehouden, er zou een groot deel in de toen 'dolerende' kerk zijn terechtgekomen. Hier ligt dan ook de oorsprong van de aparte plaats van onze gemeente in het Westland.'

Na zijn vertrek kreeg Monster bij het 21e beroep weer een predikant, nl. ds. A. van der Sluis. Lang niet iedereen was het eens met de lijn die onder zijn voorganger was ingezet. Ds. Van der Sluijs was dan ook niet zonder tegenwerking naar Monster gekomen. Hij bouwde voort op de grondslag, die ds. Kalkman al had gelegd. Van hem zijn de volgende woorden bekend: 'Al waren de gezangenmensen in Monster als pannen op de daken, nochtans ga ik en kom ik'. De jonge predikant was heel actief en richtte in 1897 de jongelingsvereniging 'Samuel' op. Hij achtte het een noodzaak 'op een vereniging de jongemannen door studie vertrouwd te maken met Gods Woord en de belijdenisgeschriften'. Dat sommige vragen, waarvan wij denken dat ze heel actueel zijn, ook vroeger werden gesteld, wordt duidelijk als we er enkele overnemen uit notulen van het jaar 1908. 'Is vaccinatie in strijd met Gods voorzienigheid? ' 'Mag een predikant, die het zuivere Woord predikt, 's zondags per spoor of rijtuig reizen? ' 'Mag een christen 's zondags fietsen, dansen, een bliksemafleider aanschaffen, meedoen aan de staatsloterij, een bazar of verkoping voor een christelijke doelstelling organiseren, aan sport doen, in effecten handelen? ' Op de laatste vraag luidde het antwoord: 'Neen, wel in obligaties, maar het bezit van aandelen lijkt op woeker en "spikkeleeren".' Ds. J. G. Dekking, predikant van 1902 tot 1913, zal volop met de vragen van de nieuwe tijd te maken hebben gehad. Kort na zijn komst mocht hij de herstelde kerk op 21 december 1902 weer in gebruik nemen. Van zijn hand is een uitvoerig verslag van deze dienst bewaard gebleven. Op 9 mei 1904 wordt het nieuwe Van Dam-orgel in gebruik genomen.

In de twintiger jaren lijkt het gereformeerde karakter van de hervormde gemeente nog steeds omstreden. Toen in 1926 de vraag aan de orde kwam of de meisjesvereniging zich zal aansluiten bij een eventueel op te richten bond van meisjesverenigingen op Gereformeerde Grondslag, werd besloten 'niet in deze richting te denken'. De zaken veranderden toen ds. A. F. P. Pop op 6 juli 1930 intrede deed met de tekst 'En de zaligheid is in geen ander'. Ds. Pop was een begaafde spreker met uitgesproken opvattingen, die veel volk trok. Hij was ook politiek actief in de SGP, wat door een aantal gemeenteleden zeker niet op prijs werd gesteld. Op de jongelingsvereniging, waarvan de predikant voorzitter was, leidt dit zelfs tot een breuk. Elf leden bedanken en richten een nieuwe vereniging op. Niettemin wordt ds. Pop ook nu nog door ouderen in de gemeente met veel waardering genoemd. Op 9 februari 1945 vertrok hij naar Kockengen.

Na de oorlog

De vacature duurde niet lang. Op 29 juli 1945 deed ds. Jac. van Dijk intrede met de tekst: 'Mij de allerminste van al de heiligen is deze genade gegeven om onder de heidenen door het Evangelie te verkondigen de onnaspeurlijke rijkdom van Christus'. De komst van ds. Van Dijk was op zijn minst wonderbaarlijk te noemen. Diezelfde kwalificatie gold voor de kerkenraad die het beroep uitbracht. Deze predikant was immers voorganger bij de vrijzinnige Evangelische Unie in het naburige 's-Gravenzande. Men moest dus wel een groot vertrouwen hebben gehad in de ommekeer die bij de beroepen predikant aan het einde van de oorlog had plaatsgevonden. De actuele prediking van ds. Van Dijk sloeg sterk aan. De kerk werd te klein, zodat ook het koor van banken werd voorzien. Twee jaar later reeds vertrok deze predikant naar Putten. Op 18 april 1948 werd hij opgevolgd door ds. L. Trouwborst, beroepen van Hoogeveen.

Omdat het gegroeide werk voor één man teveel werd, benoemde de kerkenraad in 1950 de eerw. heer J. A. Kruithof, aanvankelijk als godsdienstonderwijzer. Later werd 'mijnheer' Kruithof via hulpprediker tot predikant bevestigd. Dit laatste echter eerst na zijn vertrek uit Monster.

Helaas was de samenwerking tussen beide voorgangers moeizaam, wat onrust in de gemeente teweegbracht. Ds. Trouwborst vertrok in 1954 naar 's-Grevelduin-Capelle. Dhr. Kruithof bracht een lange tijd in Monster door. In 1971 nam hij een benoeming naar Lekkerkerk aan.

Voor de gemeente was het een voorrecht dat ds. H. G. Abma, tegen de verwachtingen in, het op hem uitgebrachte beroep in 1955 aannam. 'Daarom ben ik ook zonder tegenspreken gekomen, ontboden zijnde. Zo vraag ik dan, om wat reden gijlieden mij hebt ontboden', zo luidde de intreetekst. De prediking en het werk van ds. Abma in de gemeente heeft bij velen blijvende indruk gemaakt. Opnieuw raakte Monster echter - na vier jaar - een predikant aan Putten kwijt. De vacature was evenwel kort. Vanuit Elspeet nam ds. D. van der Ent Braat een beroep aan. Hij bleef tot zijn emeritaat, eind 1967.

Op 2 februari 1969 werd de vacature vervuld door ds, Jac. van Dijk, die dus voor de tweede maal in Monster de herdersstaf mocht opnemen. In 1973 vertrok hij.

Na het vertrek van dhr. Kruithof werd een tweede predikantsplaats gesticht en de gemeente ingedeeld in twee wijkgemeenten. Volledigheidshalve vermelden we de namen van de predikanten die daarna aan onze gemeente waren verbonden: ds. B. Haverkamp van 1972 tot 1977 (vertrokken naar Kesteren); ds. A. Muilwijk van 1976 tot 1993 (emeritaat); ds. H. van der Post van 1979 tot 1996.

Met name in de tweede helft van de periode Jia 1971 kwamen de verhoudingen in de gemeente helaas steeds meer onder druk te staan.

Per 1 september 1996 werd bij besluit van het Breed Moderamen van de P.K.V. in Zuid-Holland de band tussen gemeente en predikant losgemaakt. Dat was een diep ingrijpend gebeuren. Ds. Van der Post is inmiddels voorganger t.b.v. een in 1996 opgerichte Evangelisatie in Monster.

Uitzicht

De laatste jaren zijn zware stormen over Monster heen gegaan. Na opheffing van de tweede predikantsplaats in 1996 is het beroepingswerk in de hervormde gemeente weer op gang gekomen. Hopelijk is er veel gebed of God Zelf een man wil sturen die in Zijn Hand een middel mag zijn om broeders van hetzelfde huis weer te verenigen. Wanneer wij menen dat een situatie uitzichtloos is, geen hoop meer hebben, kan God dat gebruiken om de ogen en het hart opnieuw te openen voor de weg naar Boven. Daar zijn immers uitkomsten!

Ondanks onze ontrouw en zonden mag de prediking van het Woord, de bediening der verzoening, nog voortgang hebben, evenals de bediening van de sacramenten. Het mag een wonder heten dat de Heere dit nog niet heeft weggenomen. En dat geldt ook het verenigingsleven, waaronder het jeugdwerk een belangrijke plaats inneemt.

Wij bidden om de trouw van God over dil deel van Zijn wijngaard.

C. de Gast, scriba L. J. Ruijgrok, oud-ouderiing

Dankbaar gebruik werd gemaakt van onderzoek doo de vroegere hulpprediker in Monster ds. J. A. Kruith en dhr Th. van Straalen (oud-diaken).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 december 1997

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 december 1997

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's