De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Maria - moeder van de Zoon, moeder Gods?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Maria - moeder van de Zoon, moeder Gods?

10 minuten leestijd

Ouders delen mee in de glans van hun vermaarde kinderen. Zo wil het nogal eens gaan in een wereld van eer en roem: die is de vader, of de moeder van... Dat 'lot' is ook de meest bekende moeder uit de hele wereldgeschiedenis ten deel gevallen: Maria, de moeder des Heeren, zij mocht de Zoon Gods voortbrengen. Uit haar ontving het Eeuwige Woord ons vlees en bloed. Negen maanden lang mocht zij het Woord, nadat zij Hem uit de Heihge Geest ontvangen had, onder haar hart dragen, om Hem daarna te baren in de kerstnacht van Bethlehem. Het heeft haar 'onsterfelijk beroemd' gemaakt. Zelfs zo dat haar schittering in de roomse traditie haar Kind in de schaduw lijkt te zetten. De 'dienstmaagd des Heeren', zoals ze zichzelf noemde, werd de 'koningin des hemels'. Calvijn zegt in zijn verklaring van het Evangelie bij de begroeting van Maria door Elisabeth, dat men in de verering van haar een afgod heeft gemaakt: 'Dit laatste heeft veroorzaakt dat men Christus als op een voetbank gezet, en Maria op den troon geplaatst heeft. Elisabeth daarentegen is er zoo ver af, van door den lof dien zij Maria toezwaait den luister Gods in de schaduw te stellen, dat zij veeleer alles aan Hem toeschrijft' (De Evangeliën I, 59).

Theotokos

Het mag duidelijk zijn dat we volgens het getuigenis van de Evangeliën Maria geen groter verdriet kunnen doen dan door iets van de glorie van haar Heilig Kind af te doen ten behoeve van de moeder. Toch is er in de traditie van de christelijke kerk een moment geweest dat men zich geroepen voelde om ter verdediging van de belijdenis van de Godheid van de Zoon ook extra accent te leggen op de betekenis van de moeder. Maria was de moeder Gods, de 'Theotokos'. Met dat Griekse woord werd beleden dat Maria in werkelijkheid 'God gebaard' had, dat zij in Jezus een kind had voortgebracht dat ook werkelijk God de Zaligmaker was. In het geding over de verhouding van de twee naturen van Christus was de belijdenis van Maria als de 'moeder Gods' zo belangrijk dat het derde algemene concilie dat in 431 in Efeze vergaderde beslist uitsprak: 'Indien iemand niet belijdt dat Immanuël in waarheid God is, en dat de heilige maagd derhalve "Theotokos" is, omdat ze naar het vlees het Woord Gods dat vlees geworden is, voortbracht, hij zij vervloekt'. Nestorius, die in de traditie van de Antiocheners bezorgd was de waarachtige mensheid in de belijdenis van Christus te verliezen, ging te ver in het (onder)scheiden van de Goddelijke en menselijke natuur van Christus. Hij wilde daarbij Maria ook geen 'moeder Gods' noemen, maar alleen voortbrengster van de Christus. Maria is alleen 'Christotokos', moeder van Immanuël, niet van God-het-Woord. In de grote basiliek die in Efeze aan Maria gewijd was werd Nestorius als 'ketter' veroordeeld, terwijl buiten op de straten het volk van harte juichte over de overwinning die op de nestoriaanse dwaling behaald was. De veroordeling van de nestoriaanse scheiding van de twee naturen was terecht, maar de vraag is of de daarmee verweven accentuering van Maria als moeder Gods wel helemaal zo zuiver was. Was het toevallig dat het uitgerekend in Efeze was, dat dit alles geschiedde? Juist deze stad, waar in de tijden van het heidendom een 'andere' moedergodin hogelijk vereerd werd, de Artemis (Diana) der Efeziërs werd de bakermat van een verheerlijking van de moeder des Heeren, die in de loop van de ontwikkelingen in de roomse kerk tot ontoelaatbare verering zou leiden. De moeder Gods werd als het ware een christelijke 'moedergodin' die als het om het heil gaat met dezelfde, en vaak nog veel inniger, verwachting werd aanbeden dan de Heere Christus Zelf. Uiteindelijk zal blijken dat in de zich verder ontwikkelende leervorming alles wat van de Heere Jezus Christus wordt geloofd en beleden als Zijn heilswerk, ook aan Maria wordt toegeschreven. De heilsfeiten van Christus' leven en werk worden in de 'medemiddelares' Maria gedupliceerd, tot in het verlossende lijden toe! Het gevolg is dat in de vroomheid veel meer wordt verwacht van de moeder des Heeren dan van de Heere van de moeder.

Het menselijke fiat?

Het zijn juist de parallellen in de heidense religies geweest die de Mariaverering hebben gestimuleerd. De religieuze gevoelens waaraan de moedergodinnen hadden beantwoord konden dus ook binnen de christelijke context ten volle de ruimte krijgen. Met de ereplaats die Maria in de Heilige Schrift krijgt heeft deze verering echter niet veel te maken. Is Maria in de roomse traditie misschien ook daarom zo hoog vereerd, omdat in haar het onmisbare menselijke element in de verlossing van God verheerlijkt wordt? Vereert de Romana in Maria ten diepste niet zichzelf, haar aandeel in de weg des heils? Als Maria immers geen medewerking had verleend, dan zou de Zone Gods niet geboren kunnen worden. Men vergeet dan echter dat haar medewerking niet meer was dan een absolute overgave, waarin er voor haar geen ander werk was dan het enkele ontvangen van het Woord: 'zie de dienstmaagd des Heeren: mij geschiede naar uw woord'. De vraag is of we dat 'fiat' van Maria als iets verdienstelijks mogen zien, al is haar vervulling dan nog zo toegeschreven aan de genade Gods (gratia plena), toch kan God niet echt verlossen zonder het ja van de mensheid, dat in Maria tot volle glorie komt. Is dat een bijbelstoelaatbare gedachte? We vinden daarvoor geen grond. God neemt in Maria bij het werk van Zijn verlossing een mensenkind in dienst, dat Hij daarmee hogelijk begenadigt. Zij mag de gezegende onder de vrouwen worden genoemd. Zij mag de 'moeder Gods' heten, als daarin de onopgeefbare waarheid wordt beleden dat haar Zoon in werkelijkheid ook Gods Eeuwige Zoon is. Maar wie met Maria haar Zoon, de Zoon Gods heeft leren kennen, die zal nooit en te nimmer hoog opgeven van het menselijk 'ja', maar die zal enkel roemen in vrije gunst alleen!

Luther heeft de moeder van de Zoon als de moeder Gods geëerd en bezongen in zijn uitleg van het Magnificat, de Lofzang van Maria. Hij zegt daarin o.a.: 'Zo moet ook dit verstaan worden om een moeder van God te zijn moest zij een vrouw zijn, een maagd van het geslacht Juda en moest zij de boodschap van de engel geloven. Dan was ze daarvoor geschikt en was op haar van toepassing wat de Schrift over haar voorspeld had. (...) Het werd dus louter genade en niet een loon en men moet daarom Gods genade, lof en eer geen afbreuk doen door haar te veel eer te geven. Het is beter wanneer men te veel afbreuk doet aan haar dan aan Gods genade. Ja, men kan aan haar niet te veel afbreuk doen, omdat ze toch uit het niets geschapen is, zoals alle schepselen. Maar aan Gods genade doet men gemakkelijk afbreuk, dat is gevaarlijk en Maria wordt er niet mee gediend. Er mag ook wel een maat zijn voor de namen, opdat men niet te ver gaat en haar een koningin van de hemel (Regina Coeli) noemt. Het is wel waar, maar daarom is ze nog niet een afgodin, zodat ze zou kunnen geven of helpen. Zoals sommige mensen, die meer tot haar roepen en hun toevlucht nemen dan tot God' (Het Magnificat, Antwerpen 1966, 52, 53). Tot zover Luther, in zijn bijbels-gezuiverde reformatorische 'Marialof'. Maria heeft zich niet op haar deugden beroemd, zelfs niet de 'hoogmoedige deugd' van de nederigheid. Het was veeleer haar 'nederheid', haar lage staat waarin ze door God was aangezien waarin zij geprezen wordt. Alle lof ligt in het aanzien van Gods kant!

De heilige familie

Maria als de moeder van de Zoon van God, in het licht van de Heilige Schrift, doet mij altijd denken aan een van de mooiste schilderijen van Rembrandt die ik ken. Het wordt 'De Heilige Familie' genoemd en hangt in de Hermitage in Leningrad. Daarop is geen glorieuze beeltenis afgeschilderd van de moeder des Heeren, die als een hemelse koningin domineert over haar Zoon. De schilder die als geen ander met penseel en palet een treffend exegeet was van de Schriften heeft een ontroerende impressie gegeven van de 'moeder Gods'. Hij heeft haar afgebeeld als een jonge moeder in een zeer eenvoudige omgeving. Haar gezicht is centraal in het licht, ze is een en al aandacht voor haar kindje dat in de beschermende schaduw van het Oudhollandse wiegje ligt te slapen. Op haar gezicht is de blijvende verwondering om haar kind te lezen. Hoe is het te verstaan dat dit kind het Heilige Gods is? Ze gelooft het, maar kan er eigenlijk niet bij, zo groot is het wonder. En zo kijkt ze naar haar kind. Ze ziet niet wat wij zien als we goed naar het schilderij kijken. In de donkere schaduw van de achtergrond is Jozef aan het werk. We moeten goed kijken wat hij aan het doen is, maar als we dat doen, zien we dat de timmerman van Nazareth een juk aan het maken is. Wat heeft Rembrandt hierin af willen beelden? Ongetwijfeld is het een symbool van het komende lijden van dit Kind. Straks zal het de last van de zonde der wereld wegdragen naar Golgotha. Maar de toeschouwer mag ook dat kostelijke woord van dit Kind te binnen schieten, dat Hij als man later gesproken heeft, van Zijn zachte juk en Zijn lichte last, waarmee we aan Hem verbonden mogen worden door het geloof. Dat komt alles nog. Maria ziet het nog niet, ze kijkt alleen maar naar haar Kind. Zij is weg van Hem, dit mensenkind dat tegelijk de Zoon van God is. En zij mag zalig geprezen worden omdat ze Hem mocht voortbrengen. Het is een zo gewoon, maar daarom ook zo ontroerend beeld van de moeder Gods dat hier zichtbaar wordt!

Maria ziet ook niet dat andere wat zich achter haar rug vertoont. In de linker bovenhoek van het schilderij is een lichte opening te zien naar de hemelse heerlijkheid. Er zijn engelen die aarzelend voor­ zichtig, maar tegelijk heilig nieuwsgierig proberen mee te kijken naar het Kind in het wiegje. Ze willen de vredige rust van Maria en haar Kind absoluut niet verstoren. De heerlijkheid van dit Kind, dat de eeuwige Zoon van God is, mag niet te vroeg door een hemelse glans worden verstoord. Als het hemellicht hier al volop zou stralen zou aan de heilzame troost van de incarnatie, de diepe neerdaling van het Woord in het vlees, afbreuk worden gedaan. Het zou Maria verheffen tot hemelse koningin, het zou haar Zoon verwijderen van het volk dat in duisternis wandelt. De engelen, die begerig zijn in te zien in het heil, ze kijken uiterst voorzichtig mee, om niet te storen.

Maria kijkt, zoals elke moeder doet, met al haar liefde en tedere zorg naar haar Kind. Op haar gezicht lezen we ook iets van een vraag: Wat zal dit Kindeke wezen? Zij is de moeder van Gods Zoon, maar ze begrijpt nog zoveel niet. Maar zij mag steeds meer van haar Kind, dat ze negen maanden onder haar hart droeg, in haar hart ontvangen. Want op haar schoot ligt de Bijbel open, in het midden bij de Psalmen, waar Christus later van zeggen zal dat ze van Hem getuigen. Ze kijkt van haar Kind naar de Bijbel en van de Bijbel naar haar Kind. Het was in de overgave aan het Woord dat ze haar kind ontving. Het is in het blijvende bewaren en overleggen van dat Woord waardoor zij haar Kind leert kennen. En dat maakt haar voor alle tijden tot een voorbeeldige moeder van het geloof!

Hoeveel bijbelser is dit beeld van de moeder van de Zoon, de moeder Gods, dan de triomfantelijke traditie waarin zij tot hemelse dimensie is uitvergroot. Dat laatste deed haar wel aansluiten bij de natuurlijke behoefte van de religieuze mens, die kennelijk toch altijd graag een soort miraculeuze 'moedergodin' heeft, maar het vervreemdde haar van haar bijbelse verworteling van de moeder, die niets anders wilde dan de aandacht voor haar Kind.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 december 1997

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Maria - moeder van de Zoon, moeder Gods?

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 december 1997

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's