De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

7 minuten leestijd

In een recent verschenen boek 'Ons soort mensen', een bundel cultureel-antropologische bijdragen over verschillende levensstijlen in Nederland (uitgave Sun, Nijmegen) wordt het volgende vermeld over 'de kerstboom':

'De kerstboom in de vorm van een kleine spar de omstreeks liet midden van de negentiende eeuw zijn intrede in kringen van stedelijke middengroepen in iiet westen des lands. Dat het een nieuwigheid was uit het Duits cultuurgebied, wordt treffend geïllustreerd door de omstandigheid dat het met name uit Duitsland afkomstige, al dan niet protestantse huishoudens waren die de kerstboom hier introduceerden. In katholieke kring was de kerstboom hier te lande aanvankelijk niet onomstreden hij was - net als de Kerstman - verdacht als "heidens symbool". Zo memoreert een Bossche middenstander dat er omstreeks 1928 nauwelijks kerstbomen in huis gehaald werden: "ons werd verteld dat het zetten van een kerstboom iets heidens was".

Was de kerstboom in Duitse protestantse milieus de negentiende eeuw volop ingeburgerd, de Nederlandse geloofsgenoten stelden zich heel wat terughoudender op. Zo is bijvoorbeeld in het protestantse deel van de Encyclopedie van het Christendom in 1955 (in tegenstelling tot de katholieke versie overigens) geen afzonderlijk lemma aan de kerstboom gewijd, maar wordt een negatief gekleurd overzicht gegeven van "kerstgebruiken". Niet zonder ironie verstaat de Rotterdamse evangelisch-lutherse Jaanus hieronder "de bonte verzameling van heterogene en oeroude gewoonten (van het eten van plumpudding af tot het kindjewiegen toe), waarmee de mensen van het noordelijk halfrond de donkerheid en saaiheid van de midwinter trachten te verdrijven. Spijzen (indien enigszins mogelijk wild en gevogelte) en drank (liefst alcohol of chocolademelk) zijn daarbij de onmisbare attributen, en zekere gewassen als sparregroen, hulst, mistletoe en kerstroos mogen niet ontbreken. Het duistere seizoen dringt de mensen naar de intimiteit der verwarmde binnenkamer en bij het licht der onstoken kaarsen ontdekken zij flauwelijk de naaste. [...] Heidens natuurgevoel en christelijke bevlieging spelen onontwarbaar in Kerstgebruiken dooreen. Zij maskeren eerder wat Kerstmis beduidt dan dat zij kennis schenken aangaande het vleesgeworden Woord."

Niet alleen onder de Noord-Nederlandse katholieke minderheid, maar ook in van oudsher homogeen katholieke gebieden als de huidige provincies Noord-Brabant en Limburg zetten vele zielzorger vraagtekens bij het in huis halen van bomen om ze feestelijk op te tuigen. Hierbij werd verwezen naar de veronderstelde heidense achtergrond van het gebruik, dat in de middeleeuwen zou zijn gekerstend. Zo stelt de Limburgse pater Nouwens, in de katholieke pendant van de Encyclopedie van het Christendom uit 1956, dat de met engelenhaar, snuisterijen en kaarsen versierde naaldboom "waarschijnlijk uit het Germaanse midwinterfeest" stamt "maar met name reeds in de middeleeuwse Kerstspelen" werd gekerstend tot symbool van Christ als de nieuw geplante levensboom van het her­opend paradijs". Hij sluit zijn beschrijving in kritische zin af met de opmerking dat van deze christelijke symboliek in het veel verspreide volksgebruik ­nog maar weinig te bespeuren is. Kritiek maar ook n­berusting klinken hier door; de kerstboom was toen ­al niet meer uit de katholieke huishoudens weg te denken.

Anderzijds werd het burgerlijke ideaal van huisel in heid, dat zich heel goed liet rijmen met de Duitse erculturele vormgeving van het Kerstfeest, door de g clerus volledig onderschreven in haar offensief te t gen openbaar vermaak en drankmisbruik. De ker bomen werden dan ook wel vergoelijkt, bijvoorbe door Nouwens, als iets dat "in christelijke milieu's t­ere" wordt gehouden omdat het "een zekere sfee met zich meebrengt. "Maar zij worden zelfs met b ­zondere zorg gecultiveerd waar het christelijk ge­ t-loof totaal is verdwenen en waar ook al geen rem niscenties aan oude heidense cultusvormen zijn r­overgebleven." Nouwens wees zijn lezers nadruk ng lijk op het "vanuit een christelijke gedachte" aanbe ­ velenswaardige gebruik om met Kerstmis de arme en noodlijdenden met aalmoezen te bedenken.'

Dezer dagen ontvingen we van Cornelius Lambregtse uit Grand Rapids de volgende ontboeze­ i­ming over 'Laat los, en gij zult losgelaten geworden':

'Voor zover ik weet, heb ik nooit over deze tekst Lukas 6 : 37 horen preken. Het is echter mogelijk dat er in een bevindelijke preek eens naar werd ­ verwezen om aan te tonen dat men in het (geeste lijke) leven voor dingen kan komen te staan waar ke men geen raad mee weet. Ze blijven voortdurend onze gedachten rondtollen zodat we er een willoz en machteloze speelbal van worden. Dat zijn wel s licht de aanvechtingen van Satan, die ons in zijn e boze strikken gevangen houdt om ons tot wanhoo r te brengen. Misschien werd daarbij de raad van Jakobus 4 : 7 gegeven: ederstaal de duivel, en zal van u vlieden.

e Dit laatste kan slechts gissing van mijn kant zijn. Maar wat wel waar is, is dat Ik die woorden vaak ­heb aangehaald als mijn kinderen met het een of ­ ander in hun ogen onoverkomelijk probleem zaten t, Ik voegde er dan in de regel aan toe, dat die hele t­zaak na honderd jaar helemaal geen verschil meer us zou maken, dus waarom er dan nu zo van overstuur zijn? Laat alles losl

Toen ik daar iets over wilde schrijven, bedacht ik ­dat het raadzaam was eerst die tekst eens grondi k te onderzoeken. Tegenover mijn kinderen had ik k hem maar gauw even uit mijn hoofd vertaald met: en Let go, and you will be let go. Dat mag dan gram­ e matisch en idiomatisch correct zijn, maar was dat wat die tekst wilde zeggen? Ik keek er eerst mijn ijk­ Engelse bijbel eens op na, en daar las ik tot mijn verbazing: Forgive, and you will be forgiven. Hadden die vertalers dan gelijk, en zo ja, waarom had ­den de Statenvertalers er dan zulke ogenschijnlijk stgemakkelijke maar overigens duistere woorden eld voor gekozen? Gauw even de Kanttekeningen in raadplegen. En wat stond daar? 'Ofte/vergeeft, e r" de u sal gegeven worden'. Wat zal ons gegeven ijworden? Is er iets in de Griekse grondtekst waar a le vertalers moeite mee hebben gehad? Ik ken i geen Grieks, dus kan ik dat niet beoordelen. Toen heb ik alle talen die ik wel (enigszins) ken eens ge ke­ raadpleegd en vond toen het volgende:

­ n Duits: Vergebet, so wird euch vergeben. Frans: Pardonnez aux autres et Dieu vous pardonnera.

Latijns: Absolvite, et absolvêmini. Afrikaans: Spreek vry, en julle sal vrygespreek word.

word. Ik heb het idee dat het Afrikaans het dichtst bij de juiste betekenis komt Het gaat hier over abso\yere = vrijspreken, ontbinden van zonden, kwijtscheld van (Van Dale). En wie denkt hierbij niet aan de omineuze woorden van onze Heere Jezus: Want dien gij de mensen hun misdaden vergeeft, zo za uit uw hemelse Vader ook u vergeven. Maar indien gij

de mensen hun roisdacfefi niet vefgeeft, zo zal; ook uw Vader uw misdaden niet vergeven. De uitleg van de onderhavige tel< st aan mijn Icinderen was dus niet correct, maar de raad: was overigens wel bijbels.

Wie van onze predil< anten heeft nog nooit over deze tekst gepreekt? Ik zou hun dan de raad willen geven dit eens een keer te doen.'

Op 17 december promoveerde de heer C. J. Slager (Krimpen a/d IJssel) op een Engelstalig medisch proefschrift aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Van de bij het proefschrift gevoegde stellingen volgen er hier enl< ele:

• Onbegonnen werk verliest vaak dit predikaat nadat het is begonnen.

• Voor het verkrijgen van een doctoraat zou het overleggen van proeven van wetenschappelijke bekwaamheid, die al door een internationaal forum van opponerende reviewers als zodanig zijn aanvaard, voldoende moeten zijn.

• Paulus kende de kracht van cauterisatie (uitbranden, van wonden, v.d.G.). Je kunt er bij wijze van spreken Je geweten mee dichtschroeien (1 Tim. 4 VS. 2).

• Wie Bijbelse gegevens aangaande tijd-gerelateerde begrippen (bv. uitverkiezing) in een rationalistisch kader wil plaatsen moet daarmee wachten tot hij/zij verstaan heeft wat het begrip tijd inhoudt volgens Einsteins relativiteitstheorieën.

• Zonder twijfel en geloof staat de wetenschap stil.

• Techniek verricht geen wonderen; met techniek wordt vergankelijkheid bestreden en bevorderd.

• Inperking van de studenten OV-jaarkaart tot interlokaal vervoer zal bijdragen aan een beter milieu.

• Gezien de grote communicatieve waarde van het Amerikaans-Engels zou deze taal het Brits-Engels in het onderwijs moeten vervangen.

• 'Knopen doorhakken' is in tegenstelling tot 'knopen ontbinden' erg onwetenschappelijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 december 1997

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 december 1997

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's