Zending; daar en hier
Nog steeds Pasen
Eigenlijk is iedereen wel onzeker in het evangelisatiewerk. Wat kun je verwachten en wat moet je eigenlijk zeggen? Mij overkomt het vaak dat ik pas later weet wat ik eigenlijk had moeten zeggen. Daarom wil ik u het onderstaande verhaal vertellen. Op deze manier kunt u bij uzelf nagaan hoe u zou hebben gehandeld. Ook is het mogelijk om dit verhaal eens in de evangelisatiecommissie te bespreken. Wellicht roept dit herkenning op. Eén ding wordt in ieder geval duidelijk: voor onze Boodschap hoeven we ons niet te schamen. We hebben een Woord voor de mensen om ons heen.
Voor ons is belangrijk dat wij contact blijven onderhouden met hen die dreigen af te haken. Hiervoor is veel tact nodig, maar ook volharding. Het gaat om volhouden om zo het contact niet uit het oog te verliezen. Toch is het heel moeilijk om steeds maar naar dezelfde mensen te blijven gaan. Je komt nauwelijks verder in het gesprek. Dit verhaal geeft naar mijn idee aan dat er vaak wel mogelijkheden geboden worden, alleen zien wij ze vaak niet. Dit verhaal is voor mij een illustratie waarin naar voren komt dat zich mogelijkheden aandienen, maar ook dat je, als evangelisatiemedewerker, niet altijd de moed hebt om erop in te spelen.
Eén ding moeten we echter goed in de gaten houden. Het gaat ons er niet om, koste wat kost, in het gesprek tot een getuigenis over het Paas-evangelie te komen. Het gaat er juist om het contact met de man in het verhaal te onderhouden. Deze man mag aan ons merken dat wij oprechte belangstelling hebben voor hem, ook al gaat hij dan niet naar onze kerk. In het verdriet waarin hij zich bevindt komen we op bezoek om tot een ontmoeting met hem te komen. In deze ontmoeting hopen wij een getuige te zijn, en dat is meer dan alleen maar een getuigenis te geven.
Pas na twee keer bellen hoor ik gestommel. De deur gaat knarsend open en een onverzorgd gezicht verschijnt. Na wat uitleg mag ik binnenkomen: de korte gang door, de kamer in, op zoek naar een stoel zonder kranten erop. Toch ben ik blij dat ik de warmte weer even voel. Buiten is het, in de adventstijd, altijd guur en kil.
Binnen lijkt de dood te regeren. Ongeveer vijf maanden geleden is zijn vrouw overleden. Na een lang ziekbed moesten artsen de behandeling toch opgeven, en nu pas merkt mijn gastheer hoe ontzaglijk slopend deze periode geweest is. Nu komt alle vermoeidheid eruit en dat is te zien ook. De man loopt sloffend naar de keuken en ik kijk naar zijn slonzige kleding. Vreemd hoe alles kan veranderen als de vrouw wegvalt. Wat kunnen mannen toch soms slecht voor zichzelf zorgen. De plantjes staan nog op de gewone plaats, maar een aantal heeft het vanwege chronisch watergebrek inmiddels begeven. Het kanariepietje is in de rui en er wordt voorlopig niet gezongen.
De man komt terug met een paar smoezelige glaasjes met appelsap erin. Vervolgens draait hij zich om naar de kast en haalt een schaal met chocolaatjes van de plank. 'Bij mij is het nog steeds Pasen, ' hoor ik hem zeggen als hij mij het schaaltje met eitjes voorhoudt. 'Wat bijzonder, ' zeg ik nog, terwijl ik het meest vers-ogende exemplaar selecteer.
Aan de kast hangt het gedicht dat zijn vrouw me vaak liet lezen, over een droom die geen bedrog was. Maar aan mijn gastheer merk ik dat hij nog niet, zoals de dichter, ertoe gekomen is om achterom te kijken om te zien naar het voetstappenspoor. Waarschijnlijk ervaart de man de nabijheid van God nu ook al niet, denk ik bij mijzelf.
Na mijn vraag hoe het nu gaat, komt er het antwoord dat het redelijk goed gaat, maar dat het beter kan. Pas een uur later en een glaasje appelsap verder, sta ik buiten en ben ik op weg naar het volgende adres. Ik blik terug op het gesprek van zojuist. Het was fijn om hem weer te ontmoeten, maar het is me niet gelukt hem op iets nieuws te kunnen wijzen. Eigenlijk gaat dat steeds zo. Ik bezoek hem nu wekelijks, maar eigenlijk kom ik niet verder. Hij dreigt helemaal af te haken. Hij gaat een heel andere weg dan zijn vrouw. Opeens dringt het tot me door, middenin de adventstijd, het is nog steeds Pasen!
Ik keer me om en keer op mijn schreden terug. Ik bel aan en vertel het verbaasde gezicht dat ik iets vergeten ben. Binnengekomen zit ik op de nog warme stoel en doe mijn Bijbel open. Moet u nu eens horen, meneer, wat ik op straat opeens bedenk. 'U hebt helemaal gelijk gehad zojuist. Het is inderdaad nog steeds Pasen. Wat er ook gebeurt en wat er ook gebeurd is. Eén ding moet u echt weten: de Heere ziet u. Hij heeft de dood overwonnen. Na de dood is er leven, werkelijk waar. En dat leven verslindt de dood.'
Drs. T. C. Verhoef, IZB-predikant t.b.v. evangelisatorische projecten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 december 1997
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 december 1997
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's