Kerstsneeuw dekt een geschonden wereld
Hoe christelijk is Ida Gerhardts poëzie?
Benedictijner monniken waren dol op haar Psalmberijmingen. In minstens tienduizend boekenkasten staat haar verzamelde poëzie, bijeengebracht toen ze nog niet uitgedicht was. Na haar dood werd ze in alle kringen van onze beschaving breed herdacht, van ND en RD tot VPRO, van agnostische liberalen tot orthodoxe christenen en kritische rooms-katholieken. Ze, dat kan alleen maar de dichteres Ida Gerhardt zijn. Hoogbejaard stierf ze afgelopen zomer; al jaren was ze geestelijk niet meer bereikbaar en lichamelijk afgetakeld. Maar haar verzen zijn van blijvende waarde; sommige waren bij haar leven al klassiek.
Hoe christelijk is Ida Gerhardts poëzie?
Dit wordt geen biografisch verhaal. Na Ida's dood op 15 augustus jl. - ze werd 92 jaar - verschenen vele in memoriams en levensberichten. En kort daarna gaf literair criticus en De Mérode-biograaf Hans Werkman een alom gekraakt boekje uit over zijn ontmoeting met Gerhardt en over haar toen al merkbare mentale en lichamelijke neergang. Een studie van haar leven en werk moet er wél komen, al was het maar om te verklaren, dat Ida Gerhardt een christelijk dichteres was.
Was ze dat dan niet? Haar taalgebruik is soms ontleend aan de Bijbel en haar thema's zijn soms christelijk, maar dat zegt niet alles. Dat heeft ze gemeen met twee andere grote, ten onrechte vergeten, Nederlandse dichters die ook classicus waren. J. H. Leopold en F. C. Boutens. Bijbelse inspiratie is één der constanten in de Nederlandse literatuur, maar Statenbijbeltaal maakt de dichter nog niet tot christgelovige.
Hoe bijbels zijn niet sommige verzen van M. Nijhoff en Gerrit Achterberg, en hoe omstreden is niet hun christelijk dichterschap. Heilsfeiten kunnen ook niet-christenen inspireren tot mooie poëzie. En omgekeerd; christen-dichters kunnen van bijbelse geschiedenissen slechte rijmen maken, die het predikaat 'dichtkunst' niet verdienen.
Christelijk?
Christelijk? Waar ligt het eindoordeel over het christelijk gehalte van een vers, als zelfs de ontroerende 'Christusverzen' van Leopold op goede gronden als niet-christelijk worden beoordeeld? Hoe komt het, dat Ida Gerhardt zó werd geprezen van reformatorische tot vrijzinnige kring? Is Gerhardts verskunst voor zo verschillende uitleg vatbaar?
Haar klare taal is soms bedrieglijk: ze bevat meer lagen en diepten dan je zou zeggen. 'Lees maar, er staat niet wat er staat' kan voor menig gedicht van haar hand gelden.
Hoe doe je haar verzen recht? Door haar levensgang er nauw bij te betrekken? Heel wat verzen zijn autobiografisch. Maar doet het er veel toe dat je details uit haar leven weet? Dat ze een gymnasiumleerlinge was van de befaamde en verstilde poëet Leopold. Dat ze een slechte relatie had met haar moeder, die in groeiende mate sporen van krankzinnigheid vertoonde. Dat ze als dichteres eerst moest opboksen tegen haar zus Truus Gerhardt, die nu als verzenmaakster vergeten is. Dat ze een bijna levenslange relatie had - al dan niet platonisch - met de taalgeleerde dr. Marie van der Zeyde met wie Ida zó hecht samenwerkte dat na Marie's dood ook Ida's dichtader nauwelijks meer vloeide.
Het zijn allemaal verifieerbare gegevens, maar ze verklaren nog niet het waaróm van de interesse in Gerhardts dichterschap bij zóvelen. De aloude discussie tussen vorm en vent, tussen het lezen van een gedicht als kunstwerkje op zichzelf of als onderdeel van een groter geheel (de persoon en het leven van de dichter), helpt ons niet wezenlijk verder. Het sleutelwoord voor Gerhardts waardering is wel de 'receptie': de lezers maken zelf uit, hóe zij een vers interpreteren vanuit hun achtergrond.
Tekst en uitleg
Ieder kan zo op zijn eigen wijze zo'n vers lezen, uit- of inleggen, zonder daarbij gehinderd te zijn door de wetenschap hóe de dichter het bedoeld heeft, vanuit welke motieven of feiten. Het gaat dan niet om de tekst zoals de maker die aan het papier heeft toevertrouwd, maar om wat zo'n vers mij doet.
Het is een omgaan met teksten die in de moderne literatuurwetenschap gemeengoed is, maar die in sommige kringen ook wordt losgelaten op de Heilige Schrift. Daar spreekt een Schriftbeschouwing uit die de Godsopenbaring vervangt door onze eigen ervaringsgeschiedenis. Daar hebben wij grote moeite mee. Maar bij het genieten van 'aardse' teksten zoals de poëzie van Ida Gerhardt is deze exegese wél vruchtbaar.
Zó kan ik haar gedicht 'De afdaling' zien als een diep religieus, christelijk paaslied, terwijl een ander blijft steken in het de beschrijving van een boottocht stroomafwaarts van Maastricht tot Grave. De vraag of Ida Gerhardt in volle breedte een christen-dichteres was, zoals Jacqueline van der Waals of ook Nel Benschop, kan ik hier niet kort beantwoorden. Maar veel van haar verzen zijn zeker christelijk van strekking, ook als het woordgebruik niet ontleend is aan de tale Kanaans.
Leven en verzen
Toegegeven, hèt helpt wel dat men weet dat Ida aan het water is geboren, in Gorinchem aan de Merwede, aan het water heeft gewerkt (in IJsselstad Kampen) en gewoond (van Zalk en Veecaten tot Eefde aan de IJssel) en nabij deze rivier is gestorven, in Warnsveld. En haar vele verzen met motieven uit de klassieke Oudheid zullen niet alleen uit haar vakgebied stammen, maar ook uit haar bevriende relatie met haar leraar Leopold, die wellicht haar keuze voor de klassieke letteren heeft beïnvloed.
Toch is uit haar verskunst niet heel haar leven te reconstrueren. Dat ze voor haar uitgever en anderen vaak een 'onmogelijk mens' was, onsympathiek en redeloos vijandig: doet het iets af van de waarde van haar verzen? Van haar beduutbundel 'Kosmos', die in mei 1940 op een ongelukkig moment verscheen, tot zulke prachtige bundels als 'De ravenveer' (1970) en 'Het sterreschip' (uit 1979) of het verstilde 'Dolen en dromen'(1980)?
Je kunt ontwikkelingen proberen te signaleren vanaf haar vroegste verzen tot het jaar 1980, waarin zij op 75-jarige leeftijd de P. C. Hooftprijs ontving voor haar oeuvre. Maar een criticus en hoogleraar wees op de grote innerlijke eenheid van haar werk, al vanaf die vroege gedichten. Wie daarom wil genieten van haar poëzie voor fijnproevers moet gewoon door haar Verzamelde Gedichten, bijna 800 bladzijden schone letteren, bladeren en halt houden bij - ik geef mijn persoonlijke keuze die door velen wordt gedeeld 'Het carillon', over het oorlogsjaar 1941, met regels als: 'Nooit heb ik wat ons werd ontnomen / zo bitter, bitter liefgehad'.
Paasgedicht
Als we Ida en de ik-fïguur uit menig vers mogen vereenzelvigen, dan legt zij verantwoording af van haar werk in 'Aan allen': 'Ik heb dit donkere boek geschreven, / want God heeft het mij opgelegd (...)'. Daarin verwoordt ze 'de gruwelen van mijn kinderjaren / op deze doortocht naar zijn land'. Is dat niet hetzelfde als: de wereld is een tranendal, waar men doorheen moet, op weg naar dat andere land, dat hemelse Rijk? Als Ida aan moeders graf staat beseft ze: 'Zij, die mij heeft gedragen; / zij, die mij naar het leven stond / in al mijn levens dagen. // En nu haar lichaam moet vergaan, nu is zij in mij opgestaan. // - Ik kan haar niet verslaan. - ' Het lijkt op een verzoening met haar moeder in dit gedicht 'De gestorvene'.
Een ander vers met dezelfde titel is bezwerend, een poging om de dood ongedaan te maken. Alles zou de ik-figuur over hebben voor de terugkeer van de zó geliefde dode: 'Zeven maal om de aarde te gaan, / als het zou moeten op handen en voeten; (...)'. Ik vind dit vers uit 'De Japanse visser', opgenomen in de bundel 'De Slechtvalk', een van haar aangrijpendste verzen. Maar schoon is ook haar onmiskenbare paasgedicht 'de afdaling': 'Op de Elisabeth van Maasbracht / heb ik gevaren, drie nachten drie dagen; (...)'.
Ze klaagt dat ze zeventig jaren de smaad van haar familie onderging. Verwijzingen naar Christus' begrafenis en verrijzenis zijn er en de tocht op een binnenschip eindigt verrassend met: 'Als alle tranen zijn afgewist / staat er in de Openbaring'.
Voermans IJssel
Hoezeer het water Ida bezighield zien we ook in 'Het schip', waar een kind op de kade bij het zien van zo'n vrachtboot verder niets meer nodig had op aarde 'om volkomen gelukkig te zijn'. In 'Radiobericht' komen het water, de sluisdeuren van Grave, de waterstanden bijeen in regels als 'Grave, dat is groen land / en water, dat draagt mij thuis'. Maar centraal tussen dat steeds herhaalde 'Grave beneden de sluis' staan die indringende regels 'O God, hoe kon het gebeuren - / gesloten het venster, de deuren, / gebannen uit liefde en huis. / - Grave beneden de sluis'. Zo'n gedicht moet je hardop lezen.
Gerhardts poëzie is qua taalgebruik degelijk, soms archaïsch. De Vijftigers (Lucebert, Kouwenaar e.a.) met hun taalvemieuwing (? ) gingen aan haar voorbij. Zij ziet in zeilschepen zeilende bloemen met zwellende bladeren. In 'Herkenning' zingt ze de lof van het Hollands rivierlandschap in regels als: "t Wordt voorjaar langs de IJssel bij Veecaten, / Wolken en licht, in wisselende staten, / scheppen een Voerman: een opalen zwerk / dat hemels is en Hollands bovenmate'. Dat is natuurlyriek van het zuiverste water!
Arcadische verzen
Zo ook 'Aanhef' dat inzet met de regels 'Van heuvel tot heuvel gaat een schalmeien, / een heldere inzet, een dagbegin' en met 'Zwelt er een tegenroep in de valleien? ' Is dat geen arcadische, pastorale poë zie in de trant der klassieke Oudheid? Zeker, maar bij Gerhardt vinden we niet alleen het genoeglijk heenvloeiende leven van de geruste landman, maar ook de bittere raadselen van de goede schepping. Dat bittere vinden we zelfs terug in haar kerstgedicht 'Kerstnacht I' uit haar debuutbundel 'Kosmos'.
Hier geen romantiek van engeltjes en herdertjes en de stal, maar 'Kerstnacht - het eenzaam zwerven der gedachten / rondom het oud verhaal (...)' en ook: 'Kerstnacht - het sneeuwt op uw geschonden aarde, / dun en verstuivend dekt een huivering / van ijle val, een lichte zuivering / het vragen, dat wij ongestild bewaarden'. De vragen vinden in deze geboortenacht van het Kind geen laatste antwoorden. De aarde blijft geschonden, maar een lichte sneeuwval dekt even dat geteisterde aanschijn toe onder een licht laagje dat zuivert en doet huiveren.
Hoe ver is déze verskunst verwijderd van de 'kerstmuzak' die in winkelstraten uit de luidsprekers davert. Was Gerhardt een christen-dichteres pur sang? Ik zeg het liever zó: wie uit haar honderden gedichten een 'christelijke' bloemlezing wil maken vindt meer dan voldoende materiaal. Neem en (her)lees!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 december 1997
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 december 1997
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's