'Zo ver als de breedte der aarde'
In de majesteitelijke hoofdstukken 38 en 39 van het boek Job houdt de HEERE aan Job Zijn scheppingsalmacht voor. 'Reikt uw begrip zo ver als de breedte der aarde? ', zo luidt één van de retorische vragen (Job. 38 : 18). Job houdt de hand voor de mond en zwijgt. Hij verootmoedigt zich.
Die verootmoediging past ons ook. Ook wij buigen voor de grote werken van de Schepper. Echter, sinds een aantal jaren kent die verootmoediging nog een ander motief. Wetenschappers met een begin van kennis van de 'breedte der aarde' vertellen ons dat door menselijk handelen het wereldklimaat verstoord dreigt te worden op een wijze die bedreigend is voor de mensheid, de biodiversiteit en de bewoonbaarheid van de aarde. Het is kennis over de 'breedte der aarde' die smart baart.
Broeikas
Wat is het geval? De afgelopen 150 jaar, dus vanaf het begin van het industriële tijdperk, is het gebruik van fossiele brandstoffen als kolen, olie en gas enorm toegenomen. De verbranding van deze scheppingsrijkdom kent een afvalproduct, CO2. Van nature komt CO2 voor in de atmosfeer. Gelukkig maar, want daardoor wordt zonnewarmte deels op aarde vastgehouden en kent de aarde een klimaat dat (menselijk) leven mogelijk maakt. Zonder deze natuurlijke beschermlaag zou de gemiddelde wereldtemperatuur ±30 graden Celsius lager zijn. CO2 (en een aantal andere gassen) zorgt dus voor een soort broeikaseffect.
In de loop van de jaren '80 ontdekten wetenschappers dat er zoveel extra CO2 aan de atmosfeer is en wordt toegevoegd dat er een versterkt broeikaseffect dreigt te ontstaan. De gevolgen daarvan zijn onheilspellend. Computerberekeningen laten zien dat rekening moet worden gehouden met een stijging van de gemiddelde wereldtemperatuur van 1 tot 4, 5 graden Celsius in de komende eeuw en een stijging van de zeespiegel van 10 cm tot 1 meter. Een gedeelte van flora en fauna zal zich vermoedelijk aan deze temperatuurstijging niet kunnen aanpassen, landbouwgebieden zullen zich verplaatsen, ziekten zullen zich aandienen op onverwachte plaatsen, de Rijn zal minder smeltwater ontvangen en meer een regenrivier worden, enz. enz. De zeespiegelstijging is ook een bedreiging voor een aantal kleine eilandstaten in de Stille Oceaan en voor Bangladesh en in Nederland zal geïnvesteerd moeten worden in extra waterweringen.
Verdrag
Veel is nog onzeker, maar dit belette in 1992 de lidstaten van de Verenigde Naties niet om in Rio de Janeiro een klimaatverdrag op te stellen. Het vraagstuk werd politiek ernstig genomen. Als eersten zouden de geïndustrialiseerde landen hun uitstoot van broeikasgassen terugbrengen. Zij zijn tot op dit moment verantwoordelijk voor 85% van het versterkte broeikaseffect. De ontwikkelingslanden zouden vooralsnog worden ontzien.
Dat internationaal zo snel is gereageerd is op zichzelf opmerkelijk. Nog altijd kan men in kranten en tijdschriften artikelen tegenkomen, waarin 'deskundigen' hun twijfels uiten over aard en omvang van het klimaatvraagstuk. De wetenschappelijke aanwijzingen dat er wel degelijk een probleem is zijn echter zo sterk dat terecht het zgn. voorzorgbeginsel is toegepast. Dat wil zeggen dat enerzijds gezocht wordt naar verdieping van wetenschappelijk inzicht, maar anderzijds in het beleid het zekere voor het onzekere wordt genomen. Immers, nog langer wachten met een aanpak van dit milieuvraagstuk betekent dat de ingrepen in onze economische bedrijvigheid nog radicaler zullen moeten zijn. Dat het voorzorgbeginsel moet worden gehanteerd was ook een aanbeveling van, een onderzoekscommissie uit de Tweede Kamer in 1996. Die aanbeveling is Kamerbreed onderschreven.
Kyoto
Begin december kwamen de VN-lidstaten, ondertekenaars van het Klimaatverdrag, opnieuw bijeen in Kyoto (Japan). Daar zouden met het oog op de komende eeuw de eerste bindende afspraken worden gedaan. Hoe belangrijk dit was laat zich illustreren aan de resultaten van Nederland. Na de conferentie in Rio had Nederland zich vrijwillig verplicht de uitstoot van CO2 in 2000 ten opzichte van 1990 (een internationaal veel gebruikt ijkjaar) met 3% terug te dringen. Welnu, het ziet er nu naar uit dat die vervuilende uitstoot niet met - 3% zal afnemen, maar met ± 10% zal toenemen.
De oorzaak van deze tegenvallende ontwikkeling is genoegzaam bekend. De achter ons liggende jaren is de economische groei in ons land (en in de wereld) relatief te hoog geweest. Om dat te bereiken is meer energie (kolen, olie, gas) gebruikt en daardoor steeg de uitstoot van het broeikasgas CO2. Alle energiebesparende maatregelen ten spijt. Zolang mensen enerzijds zuinige spaarlampen aanschaffen maar anderzijds daarmee ook hun tuinen verlichten, daalt het energiegebruik nauwelijks of niet. Nederland is een land met veel energie-intensieve bedrijfstakken: de raffinaderijen, de chemische industrie, de transportsector, de land-en tuinbouw.
Een aanpak van het klimaatvraagstuk raakt dus aan het hart van onze economische bedrijvigheid en aan het hart van de moderne mens, die zijn bevrediging zoekt in steeds meer welvaart. Alle grote politieke partijen hebben daarop hun programma's ingesteld.
Resultaten?
De resultaten van de wereldconferentie in Kyoto zijn vooralsnog onzeker. Er komt een nieuw klimaatverdrag, waarin de geïndustrialiseerde landen zich verplichten in 2010 hun uitstoot van broeikasgassen met ongeveer 6% terug te dringen. De ontwikkelingslanden zijn weer buiten schot gebleven. Daartoe behoort ook een economische groeier als China dat over enorme voorraden kolen beschikt. Worden die ingezet voor de opwekking van energie dan is het vraagstuk schier onoplosbaar. En omdat China geen verplichtingen aanvaardt is de kans groot dat de Amerikaanse senaat het verdrag zal verwerpen. Dan is Kyoto tevergeefs geweest. Technisch is er veel mogelijk op het gebied van verdergaande energiebesparing. Investeringen kunnen worden gedaan in duurzame energie: wind, waterkracht, biomassa en zonne-energie. Als de politieke wil er maar komt. En het kan allemaal betaald worden uit de inkomsten die worden verwacht ingevolge de voorspelde verdergaande economische groei.
Verantwoordelijkheid
Wat bovenal nodig is dat is het besef dat de verantwoordelijkheid van onze generatie verder reikt dan het eigen belang. We praten immers over de belangen van komende generaties. Wanneer wij nu een goed klimaatbeleid voeren dan plukken we er zelf de vruchten niet van. Laten we het na, dan ondervinden wij eveimiin de schade.
De bijbelse notie van de eenheid van het menselijk geslacht kan ons hierbij helpen. Generaties staan in een verantwoordelijkheidsrelatie tot elkaar. Samen vormen ze een morele gemeenschap, die in de tijd van God de Schepper onze aarde in vruchtgebruik heeft gekregen. Welnu, dan kan het niet zo zijn dat b.v. in enkele generaties de voorraden worden uitgeput, een zaak waar de Club van Rome in de jaren '70 aandacht voor vroeg. Dan kan het ook niet zo zijn dat onze generatie haar afval, met alle bedreigende effecten vandien, dumpt in de schoot van de komende generaties.
De heer E. van Middelkoop is lid van de GPV-fractie in de Tweede Kamer. Hij was in 1996 voorzitter van de tijdelijke parlementaire commissie klimaatverandering en bezocht begin december de VN-conferentie over klimaatverandering in Kyoto (Japan).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 1998
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 1998
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's