De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Om het volk in kerk en samenleving

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Om het volk in kerk en samenleving

1997/1998

14 minuten leestijd

Omzien is gedenken. Bij de terugblik op een jaar, dat voorbij ging, denken we aan hen die heengingen. Zij komen vooral in herinnering in de kring van de nabestaanden. Warmeer de laatste handdruk bij de condoleance is geschied, wordt daarna door enkelen nog eens gevraagd 'hoe gaat het? '. Daarna sluit zich de kleine kring en moet het verdriet worden verwerkt, met enkelen daaromheen, die echt nabijheid tonen.

Zo gingen het afgelopen jaar weer velen heen, wier namen niet voorkomen in de jaaroverzichten of de kronieken van de dagbladen. Beslissend voor het leven is echter niet een klinkende naam maar de nieuwe naam, die een mens ontvangt, geschreven op een witte keursteen (Openb. 2 : 17); 'een witte naam', dichtte Gerrit Achterberg.

In de wereldlijke kronieken worden de namen bijgeschreven van 'groten der aarde', die heen gingen. De dood van John F. Kennedy en (later) de dood van Yitschak Rabin was langer of korter geleden dagenlang wereldnieuws vanwege het moorddadige karakter ervan. De dood van de sprookjesprinses Diana in het achter ons liggende jaar kreeg echter aandacht, waarbij de aandacht voor de aller'grootsten' der aarde verbleekte. Waarom sprak haar dood zo velen aan? Was ze een aansprekend, bijna goddelijk symbool in de geestelijke leegte van velen? Of kregen mensen in haar dood de spiegel voorgehouden van ongehoorde nieuwsgierigheid naar het privébestaan van de ander, die zij bevredigd zien in de roddelbladen, die als broodjes over de toonbank gaan? Een ogenblik kwam de boulevardpers zelf negatief in het nieuws. Maar 'Diana' leverde sinds haar dood al weer stof voor vele verhalen en boeken.

In het Koninkrijk Gods gedenken we geen 'groten' maar 'mannetjes, uit het stof verrezen' (Calvijn). Ik bedoel de voorgangers, die in het voorbije jaar overleden zijn en waarvan het Woord zegt, dat we hen zullen gedenken en hun geloof zullen navolgen (Hebr. 13:7). Zij vertegenwoordigden in hun ambt Christus bij het volk. We noemen hier hun namen:

Ds. Hendrik Koudstaal (* 28-11-1929 - t 25-1-1997),

Ds. Albertus Baars (* 8-4-1909 - t 28-5-1997)

Ds. Johan van der Velden (* 18-4-1927 - t 16-8-1997),

Ds. Johannes Jacobus Poort (* 30-12-1928 - t 13-10-1997),

Ds. Witte Anker (* 19-9-1917 - t 9-10-1997),

De eerwaarde heer Cornells Jan de Groot (* 14-7-1908 - t 1-11-1997),

Ds. Leendert Trouwborst (* 29-9-1911 - t 5-11-1997),

Ds. Arie van der Kooij (* 7-11-1911 - t 9-11-1997).

Speciaal noemen we Gerof Six, die op de leeftijd van 32 jaar te Nieuwegein overleed, vlak voor de beëindiging van zijn studie in de theologie. Zijn roeping leidde niet tot het ambt van dienaar des Woords, maar hij diende al wel ten volle als evangelist. Christus heeft sommigen gegeven tot herders en leraars, sommigen tot evangelisten (Ef 4 : 11). Niet de lengte van de dienst maar de tijd, die in de dienst des Heeren werd uitgekocht, is beslissend.

Leed

Er is ook ander leed dan leed rondom het sterven van een geliefde. Het ganse schepsel zucht en is in barensnood. Mens en dier zuchten onder de doornen en distelen, die een gevallen schepping voortbrengt. Zo greep de varkenspest diep in in onze maatschappij. De 'maakbare samenleving' bleek grenzen te hebben. Toen ir. B. J. van der Vlies daaraan herinnerde in de Tweede Kamer werd het stil. Van tijd tot tijd valt ook in het parlement het Woord open. Dezer dagen schreef prof. dr. J. Douma bij het politieke program van het GPV, dat men God er in de politiek niet te onpas moet bijhalen. Maar als het gebeurt zal het ter Zake zijn.

In de varkenspest kwam openbaar, dat ook het dier tot de zuchtende creatuur behoort. Maar ook werden we met onze neus op de feiten van ons omgaan met het dier gedrukt in onze welvaarts-consumptiemaatschappij. Zal er een kwaad in de stad zijn, dat de Heere niet doet? (Amos 3 : 6) In zulk een kwaad komt altijd onze menselijke schuld mee.

Tegen het einde van het jaar struikelde het paarse kabinet nog bijna op de varkenskwestie. Eén der coalitiepartners verzette zich tegen de inkrimping van de varkenstallen met (liefst!) vijf en twintig procent. Intussen valt achter de varkenskwestie, zowel in de ziekte die uitbrak als in de opgelegde inkrimping van het varkensbestand, schrijnend leed te vermoeden in boerengezirmen.

De vraag is of we als christelijke gemeente altijd wel voldoende mee-voelen met allen, die in hun dagelijkse werk in de klem raken. Dat geldt bedreigde varkensboeren. Dat geldt ook allen, die in de knel komen vanwege oprukkende zondagsarbeid in de vier-en-twintig-uurs-economie, waarvoor - met de titel van een boekje - geldt: Zondag, geen rust meer?

Godsdienst

Twee sociologische onderzoeken inzake het godsdienstige leven in Nederland kregen in 1997 brede aandacht. 'God in Nederland' luidde de titel van een boek, waarin de ontwikkeling van het godsdienstig leven in de jaren 1986 tot 1996 wordt getekend. Eigenlijk kan zo'n titel niet, net zo min als de titel van het boek van Geert Mak 'Hoe God verdween uit Jorwerd'. De Eeuwi­ge God laat zich toch niet in sociologisch onderzoek Zijn plaats toewijzen. Hij is aan tijd noch plaats gebonden. Bedoeld wordt in zulke onderzoeken het gelóóf in God. Laat men dat voortaan gewoon zeggen en schrijven. Wij mensen zullen God toch niet lokaliseren! Die in de hemel woont zal lachen. (Psalm 2:4).

Intussen geeft het onderzoek 'God in Nederland' aan hoe de christelijk-religieuze beseffen in dit van ouds christelijke land afnemen. Daarvoor in de plaats komen religieuze beseffen, die ontspringen aan andere bronnen dan de Schrift. Die invloeden moet men zelfs al vermoeden in de resultaten van genoemde sociologische onderzoeken, met name als het gaat om het geloof in God of in de hemel. Ook wie vragen in deze positief beantwoordt behoeft dat nog niet bijbels-positief te doen.

De cijfers confronteren ons met de aangrijpende secularisatie, die gaande is en verder gaat. Ze raakt ook de 'orthodoxchristelijke' kring. Vele ouders hebben diepe zorgen, omdat ze hun kinderen op buitenkerkelijke wegen zien komen. Aangrijpend is dan echter wanneer men soms in interviews (bijvoorbeeld recent in dagblad Trouw) leest, dat mensen, die verantwoordelijke posten, bijvoorbeeld als hoogleraar in de theologie hebben bekleed in de kerk, zeggen er niet (echt) mee te zitten wanneer hun kinderen niet meer naar de kerk gaan. Waar zal zo dan nog de passie zijn om het Evangelie als alléén-heilbrengend voor de wereld uit te dragen?

Er was ook een godsdienst-sociologisch onderzoek onder het orthodox-christelijk volksdeel, zoals dat is te vinden in de achterban van de EO. Onder de titel 'De boodschap en de kloof was er een tweedaags congres van de EO aan gewijd, voor het merendeel bezocht door leidinggevenden uit kerkelijke kring. Hoe slaan we vanuit het Evangelie de brug naar de wereld? Maar ook: hoe landt de boodschap binnen de kerken zelf? Hoe staat het in deze binnen de orthodoxie met geloofswaarden, die altijd vast en zeker waren? Begint het alleen aan de randen te rafelen, of is ook hier sprake van een diepgaande crisis? Van de ondervraagden rekende zich ongeveer dertig procent tot de 'bevindelijk-gereformeerden'. Sommigen hebben zich, vanwege bepaalde minpimten in het onderzoek, gehaast dit percentage af te zwakken door op zich al af te dingen op wat bevindelijk mag heten. De heer L. M. P. Scholten tekende (terecht) in De Wachter Sions bezwaar aan tegen de alom ingeburgerde groepsaanduiding 'bevindelijk-gereformeerd', maar kwam intussen wel via een minutieuze berekening tot een percentage van slechts vijf procent in plaats van dertig procent 'bevindelijk-gereformeerden' in het EO-onderzoek. Wanneer zulks geschiedt om de 'eigen kring' buiten de windvang van de tijdgeest te plaatsen, zou dat op den duur op kunnen breken. De tijdgeest gaat aan geen enkele kerkelijke kring voorbij. Is er bovendien ook niet breed publiciteit gegeven aan het feit, dat al lijkt het in orthodox-christelijke kring goed te zijn met de leer, de levenspraktijk er niet altijd mee in overeenstemming is? Het materialisme houdt mensen ook in orthodoxe kring in de greep. Voetius sprak ooit over wetenschap met godsvrucht. Zo mag, waar het woord 'bevindelijk' wordt gehanteerd, worden verwacht: bevinding met godsvrucht. Zo niet, dan wordt de leer een vlag op een leeg schip.

Komt de (prediking) van de levensheiliging, als genadegave maar niet minder ook als opgave, wel altijd tot zijn recht? Heiliging niet als grond vóór maar als vrucht van het geloof!

De kerk

ln onze samenleving groeit een generatie op, die nauwelijks nog met het Evangelie te bereiken is. Maar in de kerken is ook sprake van een groeiende generatiekloof. Wat is het antwoord van de kerken daarop?

Helaas worden kerken intern verscheurd door strijd. Het meest aangrijpend en ingrijpend was in het jaar, dat voorbij ging, het geding om de 'verzoening door voldoening', vanwege de loochening daarvan door de gereformeerde Kamper hoogleraar prof. dr. C. J. den Heyer. Het applaus, dat hem op de gereformeerde synode ten deel viel, kreeg brede aandacht. Daarop moeten we ons niet alleen blind staren. Daarachter zat - zo werd betoogd - behalve instemming met Den Heyers gedachten ook een gevoel van opluchting, dat de synodale behandeling erop zat. Maar hoe ook de support voor Den Heyer in deze moge zijn, de zaak zelf is het belangrijkst. Ook binnen de Gereformeerde Kerken is het niet meer, zoals in het verleden, vanzelfsprekend dat de aanstaande dienaren van het Woord worden opgeleid vanuit het vaste fundament: Jezus Christus en Dien gekruisigd; Jezus Uw verzoenend sterven, blijft het rustpunt van ons hart. Quis non fleret, wie zou niet wenen? 'De theologen gingen voorop.' Zorgelijk is het bovendien, dat velen in de kerken zich drukker lijken te maken om zaken, die meer in de marge liggen, dan om het (dit) hart van het evangelie, nu het bloed van Christus onrein wordt geacht.

In het licht van het bovenstaande zijn kwesties inzake de leer en de prediking, die zich hier en daar ook in 'orthodoxe' kring voordeden, randverschijnselen. We denken hier aan het boekje van prof. dr. J. Blaauwendraad, liet is ingewikkeld geworden', dat veel stof deed opwaaien. Zelf merkt de schrijver in dat boekje op, dat in de tijd, waarin wij leven, urgenter zaken zijn aan de orde zijn dan de zaken, die hij met betrekking tot de prediking in de Gereformeerde Gemeenten in zijn boekje aanroert. In vergelijkende zin moge dat zo zijn. Anderzijds is het evenwel zo, dat mensen niet zonder reden hartstochtelijk bezig zijn met de prediking. Dat mag op zich ook positief worden geduid. Het raakt hun bestaan voor God.

Ook hier ging en gaat het in feite om 'de boodschap en de kloof. Worden de beloften van het Evangelie onvoorwaardelijk uitgezegd, met bevel van geloof en bekering? Het zijn zaken, die een breder kring raken dan die van de kerkelijke kring, waarvoor Blaauwendraad zijn boekje schreef.

Hervormd

De stormen gingen aan de Hervormde Kerk zéker niet voorbij. Ze raakten de fundamenten van de kerk zelf. Nu de kerkorde voor een verenigde protestantse kerk in Nederland in tweede lezing op de triosynode werd aangenomen, kwam de finale beslissing inzake vereniging dichterbij. Over enkele maanden beslist de verdubbelde hervormde synode in tweede lezing. Daarna moet nog over de ordinanties worden beslist. Een verenigingsbesluit moet dan volgen, waarvoor een meerderheid van tweederde nodig is. Gezien het feit, dat de Hervormde Kerk zo zwaar verdeeld is, zal daar de kwestie van de vereniging het meest brandend zijn.

Er is echter geen enkel signaal, dat erop duidt, dat de vereniging over enkele jaren nog zal worden verhinderd. Hoe is dan onze weg?

In hervormd gereformeerde kring werd de spanning er daarom niet minder op. In de kerk als geheel vraagt de zaak van de vereniging van de kerken zoveel aandacht, dat dit ten koste gaat van bezinning op de wezenlijke roeping van de kerk. Zulks geldt naar te vrezen is ook voor de hervormd gereformeerde beweging. Ook in 1997 is heel wat vergaderd en beraadslaagd over Samen op Weg. De agenda van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond was overladen vanwege de Samen op Weg-problematiek. Geschriften werden uitgegeven inzake de kerkorde en de ordinanties; de jaarvergadering stond in het teken van de spanningen inzake kerkelijke vereniging, evenals de regionale ambtsdragersvergaderingen; gesprekken werden gevoerd in de gezamenlijkheid van de hervormd gereformeerde bonden, alsook met de Deputaten voor Eenheid van Gereformeerde Belijders van de Christelijke Gereformeerde Kerken en die voor Kerkelijke Eenheid van de Gereformeerde Kerken (vrijg.), met het moderamen van de synode, met delegaties van verbanden in eigen kring, zoals het Comité tot Behoud van de Hervormde Kerk.

Inmiddels belegde het laatstgenoemde Comité samenkomsten in Putten, waardoor de vragen en zorgen vermeerderden. Bij dit alles tekenden zich verschillende lijnen af inzake kerk en verbond, kerk en belijdenis. Diepe zorg kwam dan ook bij velen openbaar vanwege de verschillen in zicht op de kerk, die zich nu af tekenen, verschillen die altijd onder de oppervlakte aanwezig waren, maar nu tot scheuring zouden kunnen leiden. Emoties verdringen hierbij vaak de argumenten. Hoe blijven we echt met elkaar in gesprek? Het gesprek moet open blijven. Dat hebben we in alle toonaarden gezegd en gepoogd te praktiseren.

We willen als hervormden allen een gereformeerde kerk. Maar zolang al ontberen we ook nu in de Hervormde Kerk die echt gereformeerde kerk. Wordt onze roeping dan anders? Wat zullen de consequenties zijn als de Hervormde Kerk niet zal worden voortgezet? Door 'de zaak Den Heyer' in de Gereformeerde Kerken wordt onze diepe zorg alleen maar versterkt. Daarom: laat ons allereerst de wacht betrekken bij de gemeente. Om de generatie die komt! Maar allereerst vanwege Christus, die het Hoofd is van Zijn gemeente.

Ds. L. J. Geluk pleitte er dezer dagen in Ecclesia eveneens voor het zwaartepunt te leggen bij de gemeente. Het mag ons dan inderdaad een zorg zijn hoe hervormde gemeenten ongedeeld zullen kunnen blijven in de weg van de gereformeerde belijdenis en hoe we, staande op de bodem van de gereformeerde confessie, gestalte geven aan onze roeping om op onze post te blijven. We spraken daarom over een noodzakelijke clustering van hervormde gemeenten.

Scheuringen zal de wereld niet alleen niet begrijpen, maar zal ook de aankomende generatie in de gemeente, waarvoor het kerkelijk besef veel minder sterk geldt dan bij het voorgeslacht, niet kunnen begrijpen. Als het erop aankomt, zijn helaas slechts weinigen in de gemeente op de hoogte van wat speelt. Hoezeer is Samen op Weg ook een zaak geworden van ingewijden, van dominees ook. Is er in de gemeenten de jaren door echt voorlichting gegeven? Zo niet dan is het inspelen op emotionele gevoelens niet zonder risico.

Te vrezen is, dat, waimeer er in gemeenten ingrijpende beslissingen vallen, gelden zal wat in de tijd van de Reformatie gold: cuius regio, eius religio, in wiens gebied men woont, diens godsdienst men aanhangt. Ofwel: in wiens gemeente men woont, diens kerkelijke gang men gaat. Maar intussen zijn voorgangers voorbijgangers. En de gemeente blijft (achter).

Volk

Dat brengt mij op het laatste in dit jaaroverzicht. Op de valreep van het voorbij jaar promoveerde ds. H. Klink (Hoornaar) op een proefschrift over Willem van Oranje. Daarbij werd weer herinnerd aan het indrukwekkende woord, dat de vader des vaderlands stervende sprak: 'Mijn God, heb medelijden met mij en met dit arme volk'. Deze bede kwam voort uit een diepe godsdienstige bewogenheid om het volk.

Er is, wat het volk betreft, alle reden deze bede ook vandaag te bidden, ook al voelen moderne, mondige mensen zich allesbehalve arm.

De Heere ontferme zich over ons arme volk, dat steeds minder bereikbaar schijnt te zijn voor het Evangelie des Kruises.

De Heere ontferme zich over Zijn arme kerk, over het gruis van Sion.

De Heere ontferme Zich over het héle volk, in kerk en samenleving.

De Heere gedenke aan Zijn verbond en daarin aan Zijn bedreigde gemeente.

Daar ligt ook onze enige pleitgrond voor het jaar, dat we ingingen, na een jaar vol zorg , dat we afsloten, al mogen we de zegen niet onvermeld laten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 1998

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Om het volk in kerk en samenleving

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 1998

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's