De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Welsprekendheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Welsprekendheid

Vormaspecten (3)

8 minuten leestijd

Nog steeds staat het gesproken woord als communicatiemiddel in onze westerse beschaving centraal. Mensen ontmoeten elkaar in gezinnen, op straat, in vergaderingen en vooral ook op het werk. Daardoor ontstaat gemeenschap en contact. Het is wellicht aardig om te weten, dat de lettergreep 'mun' in het woord communicatie dezelfde inhoud draagt als de lettergreep 'meen' in gemeenschap. Er gebeurt iets als iemand met gezag spreekt. Dan gebeurt er iets dat meer is dan de woorden zelf vertegenwoordigen. Er komt iets extra's mee, een zekere uitstraling. De drager van het woord geeft aan de lading iets mee. Spreken is niet: de kar van het woord versieren, maar een veilig voertuig aanbieden aan de toehoorders. Het is wel waar, dat de spreker alleen aan het woord is, maar vergeet vooral niet dat de toehoorder kan reageren met een knipoog, een lach of een hoofdknik. Ja, de hoorder kan zelfs reageren door middel van een traan. Hij is zo geroerd door wat de spreker zegt, dat zijn gevoel spontaan een uitweg zoekt in een traan of een stil gebaar.

Deze reactie veronderstelt nu wel, dat de hoorder de spreker begrepen heeft. De boodschap van zijn woord is aangekomen. Daarop vooral is alles aangelegd. Kunt u zich een spreker voorstellen, die zo maar in de lucht spreekt? Als een robot woorden uitzendt, die nergens landen? De levenspraktijk leert helaas dat zoiets wel voorkomt. Het is daarom wel zaak, dat iedere spreker alles doet om gevolgd en verstaan te kunnen worden. Eerste voorwaarde daartoe is, dat de spreker enigermate weet voor welk gehoor hij spreekt, hoe groot dat gehoor is en op welke plaats dat gebeurt.

Wij laten nu maar terzijde de vele gelegenheden waar mensen spreken. Wij geven onze aandacht bovenal aan de prediking van het Woord Gods. Natuurlijk erkennen wij het bestaan van een toespraak, een pleidooi, een college, een rede, een referaat of een betoog. Die termen associëren duidelijk met de overdracht van gedegen kost. Het komt ons voor, dat de preek zeker in deze rij thuishoort. Wij geven ook toe dat de prediking niet kan geschieden zonder dat de prediker van tevoren nadenkt over de aard van de bijeenkomst, de samenstelling van het gehoor, de stof die overgedragen moet worden, de locatie waarin het moet gebeuren, de tijd en de omstandigheden en vooral... over de hoge opdracht die hij heeft te vervullen.

Maar één van de voornaamste kwesties, waarmee de prediker heeft te maken is: hoe bouw ik mijn preek op? Welke structuur heeft mijn preek? Hoe preek ik zodanig, dat de boodschap van de preek mee naar huis kan worden gedragen? Wat is de beste opzet voor de preek? Naar welke methode moet de preek opgebouwd worden, zal ze aan haar doel beantwoorden?

Dat zijn allemaal gewichtige vragen. Maar het antwoord op al die vragen is betrekkelijk eenvoudig. Er zijn maar twee methoden die gebruikt kunnen worden voor de prediking. Tot één van deze twee hoofdgroepen kan elk soort van preken worden herleid. De eerste is de zogenaamde analytische methode. Wij zullen daar nu het een en ander van zeggen. Deze methode bestaat hierin, dat de tekst, die in vele gevallen nogal lang is en uit verschillende verzen bestaat, van het begin tot het einde wordt verklaard. De prediker wijst in de inleiding op het verband, waarin de tekst staat. Hij verklaart woord voor woord, terwijl hij de zin van de tekst ontwikkelt. Het accent van de preek valt niet op de eenheid van de tekst. Deze methode bindt zich streng aan de orde van de tekst en gaat van deel tot deel, zonder op de eenheid van de delen te letten.

De tweede methode is de synthetische. De prediker gaat uit van een thema en behandelt dat thema door de ontvouwing van de delen. De prediker heeft een hoofdgedachte, en deze gedachte wordt nu van onderscheiden kant bezien en van onderscheiden gezichtspunt belicht. Het thema van de preek komt ons niet zomaar aanwaaien, welneen, wij vinden dat door zorgvuldig studie te maken van elk onderdeel van de tekst. Maar terwijl de analytische methode stopt bij het vinden van de verschillende onderdelen van de tekst, gaat de synthetische methode verder. De analytische methode presenteert eenvoudig de verschillende brokken van de tekst, de synthetische methode vraagt zich af: Wat voor eenheid geeft de tekst ons te zien? Het komt er bij de laatste methode op aan de volle inhoud van de boodschap te vinden, achtgevende op elk onderdeel van de tekst.

Er zijn altijd bezwaren ingebracht tegen de analytische methode. Natuurlijk wordt het Woord Gods verklaard en toegepast. De Schrift heeft een beheersende plaats in de preek. Dat is waar, maar er is geen eenheid in de preek, de hoofdgedachte van een perikoop komt niet naar voren. Door de achtereenvolgende behandeling van de onderscheiden tekstgedachten wordt wel een goede preekstof geboden, maar het verband tussen begin, midden en einde van de preek is niet duidelijk. Er is geen synthese van de delen tot een eenheid, de preek is geen organisme.

Deze analytische preekwijze heeft de tijd en de mode mee. Door geheel het moderne leven vindt u gebrek aan concentratie, verbrokkeling en versplintering. Ook zegt men dat de synthetische methode ouderwets is. Maar wij willen met klem toch ook weer eens beweren, dat al deze redeneringen onjuist zijn. Wij weten heus wel, dat de analytische methode de oudste brieven heeft. Het is ook ons bekend, dat de synthetische methode gevaren kan opleveren van een al te vlotte tekstbehandeling. Maar het misbruik heft het goede gebruik van een zaak nooit en te nimmer op. Door eigen lectuur en waarneming doen wij een pleidooi voor het goed recht van de synthetische methode. Wij schrijven daarin niemand iets voor, maar nu wij in deze kolommen handelen over de welsprekendheid moet het ons van het hart, dat een overmatig analytische prediking geen of weinig nagedachte nalaat op een hoorder. Een bediening van het Woord, die beheerst wordt door een gedegen structuur geeft gezag. Het gesprokene wordt de komende week mee ingedragen. Het kan worden herinnerd.

Menigeen geniet onder de prediking. Maar velen klagen, dat ze zo weinig van de preek meenemen en haast niet navertellen kunnen. Een goede kerkganger wijt dit in de regel aan zichzelf. Maar de oorzaak ligt intussen dikwijls niet in de geringe opmerkzaamheid van de hoorder, evenmin in onvoldoende capaciteit van zijn geheugen, maar in de te sterk doorgevoerde analytische preekmethode. Bij wijze van voorbeeld: wat zoudt u onthouden van een boek zonder enig hoofdstuk en zonder enige paragraaf? De veelheid van de stof overvalt u, u hebt geen enkel herkenningspunt meer. Daarom willen wij zeker geen eis stellen, dat iedere preek een structuur moet hebben, die duidelijk herkenbaar is. Maar wij beklemtonen wel, dat een preek van enige omvang duidelijk een aantal motieven moet bieden voor het geheugen.

Zeker, de professor zei vroeger al op het college predikkunde, dat de synthetische methode veel moeilijker is dan de analytische. De synthetische methode - goed gehanteerd - vraagt meer wijsgerig nadenken, gevoel voor hoofdzaken. Ze eist ook het uiterste van de prediker. Ze heeft ook gevaren in zich om al te gemakkelijk met een los thema over de tekst heen te zweven. Het is allemaal waar. Maar het mag niet gaan om het gemak. De hoofdkwestie is het nut. En — wanneer nu de welsprekendheid ons de schone les geeft van een vaste boodschap, een geordend verband en een duidelijke structuur, ja, wanneer de retorica ons leert hoe er spanning kan komen in een preek, mogen wij dan de dienst van deze retorica versmaden? Op dit punt gekomen moeten wij zeggen: de retorica heeft wel een oorsprong uit de heidenwereld. De antieke oudheid heeft, ons veel wetenswaardigs daarover nagelaten. Maar dit behoeft ons niet te verschrikken.

Wij behoeven iets niet te verwerpen, omdat heidense filosofen iets hebben aangereikt! Welneen, wij mogen zulke gaven wel degelijk gebruiken en in de dienst des Heeren stellen. Ook de welsprekendheid moet met onderscheid worden gebruikt. Calvijn spreekt ergens in zijn Institutie over de welsprekendheid als een gave van God. Zullen wij zeggen, dat de wijsgeren verblind zijn geweest zowel in hun nauwkeurige beschouwing der natuur als in de kundige beschrijving daarvan? Zullen wij zeggen, dat verstand hun ontbroken heeft, die door het uitvinden van de redeneerkunst ons op de juiste wijze hebben leren spreken? Nee, antwoordt Calvijn, wij zullen veeleer uit zulke voorbeelden leren hoeveel goederen God aan de menselijke natuur nog gelaten heeft, sinds zij van het ware goed is beroofd.

De predikkunde neemt dus de welsprekendheid in haar dienst en heiligt haar. Het onzuivere verdwijnt, het klare wordt behouden. Welnu, dat vraagt ieder moment weer een intense worsteling. De verzoeking ligt aan de deur om de welsprekendheid de voorrang te geven. Dat mag evenwel niet gebeuren. Zij zal niet heersen, maar eenvoudig dienen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Welsprekendheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's