Een pleidooi voor christelijke vrijheid
De lieer P. Molenaar, voorheen te Nieuw Lekkerland, tlians te Aalburg, maakte tijdens zijn studie aan Pabo De Driestar te Gouda een scriptie over 'christelijke vrijheid en het omgaan met tradities'. Mede op verzoek van zijn studieleider drs. A. A. van der Schans plaatsen we bijgaand artikel, dat de heer Molenaar ons aanbood en waarin een samenvatting van deze scriptie wordt gegeven.
Calvijn contra de tradities
De gereformeerde gezindte staat onder kritiek. Die kritiek wordt op verschillende manieren onder woorden gebracht. De één spreekt van Godsverduistering (C. Graafland), een ander heeft het over veruitwendiging van de godsdienst (W. H. Dekker) en in zijn lezing tijdens de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond gebruikte dr. Van Brummelen de begrippen conservatisme en traditionalisme. Mijns inziens zijn het allemaal verschillende benaderingen van hetzelfde probleem. Dat probleem is de geestelijke crisis in de gereformeerde gezindte.
Veruitwendiging van de godsdienst
Wanneer gesproken wordt van veruitwendiging van de godsdienst, zoals W. H. Dekker doet, komt direct aan het licht wat de aard is van de geestelijke crisis in de gereformeerde gezindte. Godsdienst is immers in de eerste plaats een zaak van het hart. Zeker in de reformatorische traditie is de innerlijke beleving van het heil altijd van het grootste belang geweest. Wanneer nu geconstateerd wordt dat het zwaartepunt van de godsdienst in de gereformeerde gezindte verschoven is van het hart naar de uiterlijke vormen (veruitwendiging), dan kunnen we inderdaad niet anders concluderen dan dat de gereformeerde gezindte zich in een crisis bevindt.
tradities
Het verschijnsel dat het zwaartepunt van de godsdienst verschuift van de binnenkant naar de buitenkant, heeft alles te maken met de sterke nadruk die er in de gereformeerde gezindte gelegd wordt op de tradities. Met tradities bedoel ik in dit verband overgeleverde regels en gebruiken die betrekking hebben op één aspect van het leven (bijv. kleding, haardracht, zondagsheiliging, mediagebruik), bedoeld om de christelijke levensstijl vorm te geven.
De sterke nadruk op deze tradities is historisch en sociologisch te verklaren en tot op zekere hoogte ook te rechtvaardigen. Het gaat echter fout wanneer de tradities gaan functioneren als criteria om te bepalen wie of wat werkelijk bijbels of reformatorisch is. Dan gaan namelijk de tradities, die op zichzelf slechts een relatieve waarde hebben, heersen over zaken die veel fundamenteler zijn. Het zwaartepunt van de godsdienst komt dan in de tradities en de uiterlijke vormen te liggen. De godsdienst veruitwendigt.
Traditie
Ik zou, in navolging van onder anderen prof. Graafland, onderscheid willen maken tussen Traditie en tradities. De tradities, met een kleine letter, heb ik in het voorgaande gedefinieerd als overgeleverde regels en gebruiken die betrekking hebben op één aspect van het leven, bedoeld om de christelijke levensstijl vorm te geven.
De reformatorische Traditie, met een hoofdletter, is algemener, maar tegelijk ook fundamenteler van aard. Die Traditie levert ons een grondhouding over, waarin het hart van de Reformatie klopt: sola gratia, sola fide, sola scriptura. De Schrift heeft in deze grondhouding gezag voor alle terreinen van het leven, terwijl er tegelijk ruimte is voor een persoonlijke vormgeving van het christelijke leven, gemotiveerd vanuit het persoonlijk geloof en niet vanuit de collectieve tradities.
De reformatorische Traditie is voor de gereformeerde gezindte onopgeefbaar, omdat zij in die Traditie haar bestaansgrond vindt. De tradities zijn echter van een lagere orde. Die zijn tijdgebonden en daarom inwisselbaar.
Stelling
Het is belangrijk om dit onderscheid tussen Traditie en tradities vast te houden. Wanneer dat onderscheid vervaagt of zelfs verdwijnt, dreigt men namelijk onder het juk van de wet te komen. Wat ik nu in de gereformeerde gezindte meen te signaleren is dat het onderscheid verdwenen is en de tradities geïdentificeerd, vereenzelvigd worden met de Traditie. De tradities vallen samen met de Traditie. Met andere woorden, je bent pas waarlijk reformatorisch als je... en vul alle voorschriften van de tradities met betrekking tot kleding, haardracht, zondagsheiliging, mediagebruik e.d. maar in. De tradities krijgen een absoluut karakter en gaan functioneren als criteria om het reformatorisch en bijbels gehalte van mensen of gebruiken te toetsen. Zo komen de reformatorische christenen onder het juk van de wet, wat nooit de bedoeling van de reformatoren geweest is.
Ik zou hier de volgende stelling willen verdedigen: de identificatie of vereenzelviging van de tradities met de Traditie, welke berust op een te hoge waardering van de tradities, wordt door de Traditie zelf veroordeeld vanwege het wettische karakter dat de godsdienst krijgt wanneer tradities te hoog gewaardeerd worden.
Als vertegenwoordiger van de Traditie zou ik hier Calvijn willen opvoeren, die in boek III hoofdstuk XIX van zijn Institutie een vurig pleidooi houdt voor het gebruik van de christelijke vrijheid.
Calvijn
Calvijn is er zich van bewust dat de christelijke vrijheid aanleiding kan geven tot misverstanden. Het is niet uitgesloten dat er mensen zijn die zich onder het mom van christelijke vrijheid in teugelloze ongebondenheid storten. 'Moeten wij de christelijke vrijheid (dan) vaarwel zeggen, om zo de kans van dergelijke gevaren af te snijden? ' zo vraagt Calvijn zich af. 'Maar, zoals gezegd is, wanneer zij niet gekend wordt, wordt noch de waarheid van het evangelie, noch de inwendige vrede der ziel recht gekend. Men moet veeleer moeite doen, dat een zo noodzakelijk stuk der leer niet wordt verzwegen en dat intussen toch wordt ingegaan tegen de ongerijmde tegenwerpingen, die daaruit plegen te ontstaan.'
Rechtvaardiging
Calvijn verdeelt de christelijke vrijheid in drie onderdelen. In de eerste plaats is het belangrijk, 'dat de consciëntiën der gelovigen, wanneer ze hun vertrouwen op de rechtvaardigmaking voor Gods aanschijn zoeken, zich boven de wet oprichten en verheffen en de gehele rechtvaardigheid der wet vergeten.' Het gaat er niet om 'hoe wij rechtvaardig zijn, maar hoe wij (...) voor rechtvaardig gehouden worden. En indien de consciëntiën hiervan enige zekerheid willen krijgen, moeten ze de wet geen plaats geven.' Christelijke vrijheid is vrijheid van de vloek der wet.
Heiliging
In de tweede plaats richt Calvijn zich op de christelijke vrijheid in het licht van de heiliging. Christelijke vrijheid betekent dan dat de gelovigen, 'niet als door de noodzakelijkheid der wet gedwongen, de wet gehoorzamen, maar dat ze vrij van het juk der wet zelf, aan Gods wil uit eigen beweging gehoorzamen. Want daar ze in voortdurende verschrikkingen verkeren, zolang ze onder de heerschappij der wet zijn, zullen ze nooit met een blijmoedige bereidwilligheid tot de gehoorzaamheid Gods toegerust zijn, tenzij ze eerst met zulk een vrijheid begiftigd zijn.' Christelijke vrijheid is Gods wet te mógen houden in bereidwillige gehoorzaamheid.
Maatschappelijke betekenis
In de derde plaats gaat Calvijn in op de christelijke vrijheid in middelmatige dingen. Onder middelmatige dingen verstaat hij die dingen, die betrekking hebben op het uiterlijke leven en die niet direct verband houden met onze relatie tot God. Middelmatige dingen hebben te maken met de levensstijl en minder met het geloofsleven en de beoefening van de gemeenschap met God. We hebben hier dus te maken met de maatschappelijke betekenis van de christelijke vrijheid.
Het lijkt bij deze betekenis van de christelijke vrijheid om futiliteiten te gaan, maar ze is volgens Calvijn belangrijker dan men denkt. 'Want wanneer de consciëntiën zich eenmaal hebben laten verstrikken, treden ze een lange en ingewikkelde doolhof binnen, waar ze later niet gemakkelijk meer kunnen uitraken. Indien iemand begint te twijfelen, of hij voor lakens, hemden, zakdoeken en handdoeken linnen mag gebruiken, zal hij daarna er niet zeker van zijn, dat hij hennep mag gebruiken en eindelijk zal hij ook beginnen te twijfelen aangaande grof vlas. Want hij zal bij zichzelf overwegen, of hij niet zonder tafellakens kan eten en of hij de zakdoeken niet kan missen. Indien aan iemand enige spijs, die wat fijner is, ongeoorloofd toeschijnt, zal hij eindelijk geen gewoon brood en grove spijzen met een gerust geweten voor God eten, wanneer het hem in de gedachte komt, dat hij met nog eenvoudiger spijzen zijn lichaam kan onderhouden. Als hij weifelt, of hij een goed merk wijn mag drinken, zal hij daarna ook geen slechten wijn met goede vrede zijner consciëntie drinken; tenslotte zal hij ook geen water, dat lekkerder en zuiverder is dan ander water, durven aanraken. Eindelijk zal hij zover komen, dat hij het niet voor geoorloofd houdt om, zoals men zegt, over een dwarsliggend strootje te stappen.'
Verzadiging des vleses
Met enige overdrijving, maar haarscherp, laat Calvijn hier zien hoe verstikkend het leefklimaat wordt als de christelijke vrijheid in het uiterlijke, maatschappelijke leven geen plaats krijgt en de levensstijl beheerst wordt door zelfbedachte regels, geboden en verboden - door tradities met een kleine t.
Calvijn raakt hier naar mijn idee de kern van de crisis waarin de gereformeerde gezindte zich bevindt. Veel reformatorische christenen leven, bewust of onbewust, voortdurend met de vraag of ze wel nauwgezet genoeg leven. Steeds worden de tradities benadrukt en aangescherpt, uit angst voor afglijding naar de wereld, terwijl men niet beseft dat deze krampachtige houding een enorme barrière is voor een vrije, kinderlijke verhouding met God. De intieme relatie met God, zoals die beoefend wordt door het bevindelijk geloof, wordt belemmerd of zelfs onmogelijk gemaakt door een wettisch leven, 'met inzettingen belast, namelijk raak niet, en smaak niet, en roer niet aan. Welke dingen alle verderven door het gebruik, ingevoerd naar de geboden en leringen der mensen; dewelke wel hebben een schijnrede van wijsheid in eigenwilligen godsdienst en nederigheid, en in het lichaam niet te sparen, doch zijn niet in enige waarde, maar tot verzadiging des vleses' (Kol. 2 : 20-22). Paulus doet hier in de scherpte waarmee hij de tradities veroordeelt, niet onder voor Calvijn. Tradities, wanneer zij zoveel nadruk krijgen dat daarin het zwaartepunt van de godsdienst ligt, zijn slechts verzadiging des vleses. Zij horen niet bij degenen die door de Geest wandelen in een nieuw leven.
Enkele kanttekeningen
De christelijke vrijheid is geen onbeperkte vrijheid. Calvijn stelt in zijn Institutie duidelijk paal en perk aan de vrijheid van de christen. Zo mag de christelijke vrijheid in de eerste plaats nooit gebruikt worden als excuus voor een onheilig en wereldgelijkvormig leven.
In de tweede plaats is het niet zo dat de vrijheid van de christen de hoogste, laat staan de enige norm is voor zijn gedrag. Voor alles dient hij te bedenken wat opbouwend is voor zijn naaste, met wie hij samen het lichaam van Christus vormt. Als die naaste een zwakke in het geloof is, betekent dat, dat het gebruik van de vrijheid soms nagelaten moet worden. Wanneer er daarentegen sprake is van mensen die uit gewenning vast blijven houden aan menselijke instellingen, kan het juist nuttig zijn om de christelijke vrijheid te gebruiken. Mogelijk komen die mensen (Calvijn noemt hen farizeeërs) dan tot ander inzicht en ontdekken ze de rijkdom van een vrij leven voor God.
In de derde plaats ontslaat de christelijke vrijheid de christen niet van de plicht om de burgerlijke overheid te gehoorzamen. Alleen wanneer Gods geboden in het geding zijn, is de christen geroepen de overheid te negeren en God te gehoorzamen.
Reformatorisch
Calvijn vat zijn betoog over de christelijke vrijheid samen met de volgende woorden. 'Daar dan de gelovige consciëntiën, begiftigd met dit voorrecht der vrijheid, zoals we die hierboven beschreven hebben, door Christus' weldaad dit verkregen hebben, dat ze door geen enkele strik der onderhoudingen gebonden zijn in die dingen, waarin de Heere gewild heeft, dat ze vrij zouden zijn, stellen wij vast, dat ze losgemaakt zijn van de macht van alle mensen.'
Als dit reformatorisch is, stel ik vast dat de huidige situatie in de gereformeerde gezindte allesbehalve reformatorisch is. Er is op het moment geen sprake van een principiële vrijheid van de reformatorische christen. Integendeel, er is sprake van een macht, uitgeoefend door de tradities, die de mensen gevangen houdt in een zogenaamd christelijk, reformatorisch leefpatroon. Deze macht van de tradities leidt ertoe, dat de godsdienst in de gereformeerde gezindte veruitwendigt.
Mijn stelling was, dat de vereenzelviging van de tradities met de Traditie, welke berust op een te hoge waardering van de tradities, door de Traditie zelf (lees: Calvijn) veroordeeld wordt vanwege het wettische karakter dat de godsdienst krijgt wanneer tradities te hoog gewaardeerd worden. Ik ben van mening dat deze stelling bevestigd wordt door Calvijns pleidooi voor het gebruik van de christelijke vrijheid en door de afwijzing van de gedachte dat menselijke instellingen bovenpersoonlijke geldigheid hebben.
Het gesprek
De tradities in de gereformeerde gezindte hebben zich ontwikkeld tot een anonieme, en autonome macht. Dat wil zeggen dat die macht niet in handen is van duidelijk aanwijsbare personen en zodoende niet te controleren en te corrigeren is. Ze heeft zich genesteld in het denken van de mensen, in de opvoeding, in het onderwijs, in de prediking, in het spreken van de kerk. Vanuit die riante positie beheerst zij het uiterlijke leven van veel reformatorische christenen. De tegenwerping dat veel mensen de macht van de.tradities niet als zodanig ervaren, is misschien wel het overtuigendste bewijs voor de stelling dat die macht wel degelijk aanwezig is, maar gezocht moet worden in het denken van de mensen zelf
Om deze machtsuitoefening van de tradities aan banden te leggen, is het nodig dat het anonieme en autonome karakter van de macht van de tradities verdwijnt. Daarvoor kan het zinvol zijn om de tradities expliciet aan de orde te stellen op verenigingen, bijbelkringen, studiekringen e.d. Op het moment dat de tradities besproken worden, heerst de macht van de tradities niet meer over de mensen, maar heersen de mensen, door middel van het kritische gesprek, over de tradities. Door in gesprek te gaan over de macht van de tradities, wordt die macht als het ware vastgepakt en als een object voor ons neergezet. Door over die macht te spreken heers je erover en wordt zij enigszins controleerbaar. Uiteraard moet men er zich wel van bewust zijn, dat ook in het kritische gesprek over de tradities de meningen en uitspraken van de gespreksparmers het product kunnen zijn van traditioneel denken.
Het gesprek motiveert mensen tot instemming of ontkenning, daarbij vrijgelaten door de ander. Dat is nu exact wat wij in de gereformeerde gezindte nodig hebben: de christelijke vrijheid om zelfstandig bepaalde tradities te kunnen en mogen aanvaarden of negeren, zonder op grond daarvan een stempel opgedrtikt te krijgen. Het gebruik van de christelijke vrijheid en de lagere waardering van de tradities zal leiden tot een identiteit van de gereformeerde gezindte die veelkleuriger is dan nu het geval is. Tegelijk zal het leiden tot een gezonder leefklimaat en tot een betere voedingsbodem voor een bevindelijke en vrije relatie met God. Wat zwaarder is, moet zwaarder wegen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's