Torenspitsen-Gemeenteflitsen
NIEUW-VENNEP
Nieuw-Vennep ligt aan een dertig kilometer lange Hoofdweg in de Haarlemmerpolder, één gemeente met een aantal kernen, oppervlakte 18.000 hectare.
In 1852 is het meer drooggemalen, in 1855 werd het een gemeente, met als hoofdplaats Kruisdorp, nu Hoofddorp.
Kort na de drooglegging werden drie hervormde kerken gebouwd, alle aan de Hoofdweg. Op 9 mei 1858 werd de kerk in Hoofddorp in gebruik genomen, in de Vennep op 2 november 1862, dus 135 jaar geleden en op Abbenes - een voormalig eiland - begonnen de diensten 29 maart 1869.
Voor het bouwen van de kerken was een 'Commissie voor de Godsdienstige belangen der Protestantsche bewoners van Haarlemmermeer', in het leven geroepen. 'Op donderdag, den 21 Februarij 1861 des namiddags ten één ure, te Amsterdam in het locaal Eensgezindheid, op het Spui zal bij enkele inschrijving aanbesteed worden Kerk en Pastorij'.
Ruim 20 maanden later zijn kerk en pastorie gereed.
Op het kruispunt van vier wegen in het van oorsprong agrarische dorp, zijn ze beeldbepalend en lopen alle wegen uit op de kerk, waar helaas het merendeel van de bevolking aan voorbijgaat.
Polderjongens
De allereerste bewoners waren de polderjongens die met schop en kruiwagen het graafwerk aan dijken, sloten en vaarten verrichtten. Een deel van de werklieden die de drie gemalen plaatsten kwam uit Engeland. Koning Willem I was een voorstander van stoomenergie en stimuleerde het gebruik van stoomwerktuigen die - in dit geval - uit Engeland kwamen.
De polderjongens waren afkomstig van ver buiten het meer. Enige pioniersgeest zal hen niet vreemd geweest zijn, daarbij was het loon hoger dan in eigen contreien. Soms onderging een dorp een flinke aderlating zoals Dirksland, waar een tiental mannen - later gevolgd door de familie - naar het nieuwe gebied trokken. Aanvankelijk was de eerste bevolking van protestantse - zeg hervormde - huize.
Later vestigden zich families uit het Land van Heusden en Altena, behorende tot de dolerenden, onder andere de ouders van de latere minister Colijn en de voormalige minister-president Biesheuvel.
Ds. Tinholt consulent
Voordat de kerk in gebruik werd genomen, werden reeds diensten gehouden in eenvoudige onderkomens, mogelijk zelfs in boerenschuren. Ook de afgescheidenen hielden op deze wijze hun godsdienstoefeningen. Als op 2 november 1862 de kerk in gebruik wordt genomen, is er nog geen predikant. Ds. Tinholt van Kruisdorp leidt als consulent de dienst: 'met eene rede naar Psalm 122 : 1'. In deze dienst worden ook de eerste kerkenraadsleden bevestigd.
De collecte, voor het bestaande tekort brengt ƒ 138, 13 1/2 op, bedenk dat een arbeider 10, soms 11 cent per uur verdiende. Er kwam ook een gift van H.K.H. Prinses Marianne der Nederlanden, groot ƒ 500, - .
De eerste predikant
Op 15 maart 1863 komt de eerste predikant in de persoon van Cornells de Holl. Na hem zullen er nog 24 volgen tot op heden, september 1997. De eerste jaren van de gemeente werden gekenmerkt door een liberale prediking, maatschappelijke deugden kregen meer accent dan Schrift en belijdenis en dat is mild uitgedrukt. De volgende predikant, ds. Jorissen, vertrok februari 1873 naar de Remonstrantse gemeente van Delft. Dr. Nanning Tijdeman, de eerste en tot nu toe de laatste met deze titel, legt in 1881 z'n ambt neer. Zijn gezinsleven was bepaald niet voorbeeldig, de kerkenraad nam evenwel op humane wijze afscheid van hem. Dat de gemeente grote gezinnen had, blijkt uit het aantal dopelingen: in tweeënhalfjaar doopte Tijdeman 152 kindjes.
Ds. Coenraad Hattink
Ds. Coenraad Hattink doet op 6 augustus 1882 zijn intrede in de Vennepse hervormde gemeente. Hij behoorde tot de ethische richting en komt in de bewaarde geschriften over als de eerste rechtzinnige predikant. Hij komt als kandidaat, oud 23 jaar, een jongeling nog. Reeds jong wist hij zich geroepen in de dienst des Heeren. Na de lagere school bezoekt hij in Zetten het Gymnasium bij de bekende ds. Van Lingen.
Op zekere dag is hij - na een geslaagd examen - met enkele medestudenten bijeen. Plotseling speelt het Domcarillon gezang 180: 'k Wil U o God mijn dank betalen. Coenraad vraagt aan zijn vrienden stilte en met tranen in de ogen luistert hij naar de klanken die mede ook zijn dank vertolken.
Vuur en vlam in de gemeente
Onder dominee Hattink komt er vuur en vlam in de gemeente. Van overal vandaan komt het volk, de kerk is te klein, de wenteltrap naar de toren zit vol, evenals de preekstoeltrap, en bij goed weer luistert men buiten voor de open kerkdeur. Kerkvoogden stellen voor een gaanderij te bouwen, maar Hattink is nuchter. Hij stelt voor eerst maar stoelen te kopen, dan ben je flexibel. 'Als ik wegga, zou de kerk soms te groot kunnen zijn.' Inderdaad, de geliefde leraar vertrekt na drie jaar naar Apeldoorn waar hij Hofprediker wordt. De gemeente is in tranen, het afscheid is emotioneel. Helaas, met de doleantie - waarvan de voorboden zich reeds aandienden - verwelkte de kortstondige bloei van de gemeente.
Revolutie in de kerk
De zesde predikant is ds. C. J. L. Ruijsch van Dugteren, gekomen 21 februari 1886, vertrokken 5 september 1888. Hij maakt de voor onze gemeente vernielende doleantie mee. Het plaatselijke blad 'De Meerbode' schrijft op 8 maart 1887: 'Ook de kerkeraad der Ned. Herv. gemeente te Nieuw-Vennep heeft zich afgescheiden. De predikant aldaar, ds. C. J. Ruijsch van Dugteren gaat met de revolutie in de kerk niet mee'.
Onze gemeente heeft menselijkerwijs gesproken, haar voortbestaan aan deze predikant te danken. Nagenoeg de gehele kerkenraad - op één lid na - stapte op, stalen het lidmatenregister, om daarmee te voorkomen dat er een nieuwe kerkenraad gekozen kon worden. Ds. Ruijsch van Dugteren en één diaken bleven op hun post. De volgende zondag is een politiemacht in de kerk, maar, schrijft 'De Meerbode', 'alles liep in beste orde en zonder enige stoornis af.
De reden van deze bewaking was pogingen van de dolerenden de kerk met geweld te bezetten, te voorkomen.
Nog steeds, met name bij de ouderen, zijn gevoelens van afkeer te bespeuren met betrekking tot de verwoesting die de doleantie teweegbracht in de nog jonge gemeente. Slechts een deel van de gebeurtenissen hebt u hier gelezen.
Een boerenzoon, een dienaar des Woords
Het zou te ver voeren alle predikanten te noemen. Echter van deze predikant moet u het volgende lezen, ds. D. A. v. d. Bosch.
Zondag 4 september 1910 doet kandidaat v. d. Bosch zijn intrede in Nieuw-Vennep, hij is de elfde op rij. Hij is geboren op een hofstee in Hazerswoude, 23 oktober 1884. Reeds op jonge leeftijd groeit het verlangen predikant te worden en geen boer. Later ebt dat verlangen weg, komt weer terug, met gevolg dat hij zich aan de studie zet. Dan komt het moment dat het wondere ambt nabij is. Vier september ligt voor de kansel van de Vennepse kerk een jongeman geknield, om hem heen staan enkele dienaren des Woords, allen de hand gestrekt houdend boven zijn hoofd, zo beschrijft Van den Bosch' dochter zijn bevestiging. De prediking van de boerenzoon wordt in Nieuw-Vennep begrepen. Tientallen voorbeelden uit de boerenwereld verwerkt hij in z'n preken. Een bekend voorbeeld is dat van de smid die het ijzer gloeiend maakt met zware hamerslagen beukt totdat het de vorm heeft die hij voor ogen heeft. Zo kan God ook in een mensenleven werken. Als jongen kwam Van den Bosch vaak in de dorpssmidse, zag het gloeiende vuur, hoorde de hamerslagen, paste het later toe. De gemeente mag onder zijn bediening een goede tijd hebben. Nog weet het huidige geslacht daarvan; vader, later opa, vertelde daarvan.
Oorlog en bezetting
Zoals overal in den lande gingen de gevolgen van oorlog en bezetting niet aan dorp en gemeente voorbij. Jongemannen doken onder in een hen vreemde omgeving, anderen kwamen en vonden hier schuilplaats. Het vlakbij gelegen vliegveld, omgedoopt tot Fliegerhorst Schiphol, werd regelmatig aangevallen en verdedigd en tenslotte was alles voorbereid door de bezetters, de polder te inunderen. Jodenvervolging en allerlei bedreigende voorschriften gingen niet aan de gemeente voorbij. Een voorbeeld dat weinigen weten, de stukjes Avondmaalsbrood mochten niet zwaarder zijn dan 8 gram en twee weken van tevoren moest vergunning aangevraagd worden.
Vanuit de gemeente kon veel hulp geboden worden aan hongerende stadsgemeenten, met name daar waar oud-predikanten stonden. Ook werden kinderen uit de stad ondergebracht bij Veimepse gezinnen.
De gemeente nu
Wat zal ik u nog meer verhalen?
Niet over de kleinmensehjke dwarsliggerij en gelijkhebberij, helaas niet alleen eigenschappen van de gemeente van Nieuw-Vennep.
Wat dan wel?
Dat er een kerk, een gemeente geplant werd in een drooggemalen meer, waar aanvankelijk niemand raad mee wist. Het ging niet om landaanwinst, maar om wateroverlast te keren. Nog staat de Vennepse-hervormde kerk hecht en sterk in de zware klei. Ze is ooit met vooruitziende blik gebouwd, nog steeds niet te klein. Maar toch, nog steeds een ochtend en avonddienst, een bloeiende jongerengroep, bidstonden, een enthousiast jeugdkoor, bekend tot buiten de polder. Afgelopen zomer werd het kerkinterieur totaal gerestaureerd, waarin het aloude Woord gepredikt mag worden door de vijfentwintigste predikant, ds. A. Bloemendal, die enkele weken geleden zijn intrede mocht doen.
Een nieuw interieur, een nieuwe predikant, maar centraal het vernieuwende Woord van onze goede God en tot die Dag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's