De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het kenmerkende van de gereformeerde prediking (2)

Bekijk het origineel

Het kenmerkende van de gereformeerde prediking (2)

8 minuten leestijd

Gods heiligheid

Vanuit het door de twee-brandpunten-ellips bepaalde aandachtsveld van de 'gloria Dei' (eer of heerlijkheid van God) en de 'unio cum Christo' (gemeenschap met Christus) is het wezenlijk voor de gereformeerde prediking, dat zij de menselijke verantwoordelijkheid niet antropologisch (vanuit de mens) bepaalt en invult, maar pneumatologisch (vanuit de Heilige Geest), als gave van Woord en Geest.

Daarmee hangt samen, dat prediker en hoorder weet zullen hebben van 'de toorn van God', als negatieve uitwerking van de heiligheid van God ten opzichte van de zondige mens.

En dit 'weet hebben van' is dan opnieuw theologisch en christologisch en daarmee ook pneumatologisch bepaald, danwei zij is het werk van de drie-enige God.

Alleen zó zal de gereformeerde prediking in staat zijn de gapende kloof te overbruggen van het 'nergens meer weet van hebben' van de postmoderne mens zonder God in en buiten de kerk.

Het behoort immers mede tot de afgrondelijke crisis van dit in zekere zin postchristelijke tijdperk, dat we buiten, maar ook binnen de kerk, nauwelijks meer enige notie hebben van de heiligheid van God. Daaraan zijn we ontzonken en daarom zo diep gezonden in pseudo-religieuze vormen en normen, die met elkaar de leegte uitmaken en zó invullen van de afwezigheid van God, die juist in zijn afwezigheid schrikbarend aanwezig is in Zijn heiligheid!

Het godsbewustzijn in de Westeuropese en Amerikaanse cultuur is grotendeels omgeslagen in geseculariseerde verharding en heeft sterker dan men zich doorgaans bewust is, zijn weerslag gehad op het kerkelijk leven. Ongetwijfeld heeft dit te maken met de autonomie (zichzelf tot wet zijn) van de ontkerstende westerse, ook kerkelijke, mens en zijn dienovereenkomstig gewaand en verwaand onafhankelijkheidsbesef. Aanknopend bij de moderne vraag 'Waar is God? ' zal zij verkondigen 'Zó is God!' En via de prediking 'Zó is God!' zal zij verkondigend antwoorden 'Zie, hier is uw God!'

God zal opnieuw ter sprake komen in Zijn heiligheid! Dit zal zelfs geprononceerd en geprofileerd kenmerkend zijn voor de gereformeerde prediking vandaag. En wel zó, dat het ontvangen van genade door de prediking van Gods genade weer opnieuw existentieel dan wel bevindelijk zal worden beleefd en beleden.

Alleen daarmee is de mens van vandaag gered, en anders redden we het niet, ook niet in de kerk.

Op een letterlijk onvoorstelbare wijze zal de gereformeerde prediking dan ontdaan zijn van antropologische en humanistische smetten.

En daarmee klopt zij alleen maar, en klopt alleen hoorbaar op de hermetisch gesloten deur van het moderne hart, als ze er hermeneutisch in slaagt te kloppen op de hartslag van het hart van de kerk ten aanzien van de dubbele predestinatie, waarbij de verkiezing tot doel heeft de verheerlijking van Gods barmhartigheid en de verwerping tot doel heeft de verheerlijking van Gods rechtvaardigheid. De uiteindelijke strekking van de verwerping is daarbij niet de ondergang van de verworpenen, maar de 'gloria Dei' of de eer van God! En de rechtvaardige veroordeling van de zondaar is dan niet het doel van de verwerping, maar het middel.

En daarmee is de dubbele predestinatie niet logisch, maar doxologisch (gericht op de eer van God) bepaald.

Taalvelden als woestijnen

De gereformeerde prediking staat vandaag voor de letterlijk onvoorstelbare opdracht deze taal van en vanuit het hart van de kerk opnieuw dóór te vertalen en zo dóór te vertellen in 'taalvelden', die als postchristelijke woestijnen en woestenijen onbegaanbaar zijn geworden, zo ze dat al ooit geweest zijn. En de kerk moet er toch komen om gehoord te worden en men zal moeten horen om te komen tot het heil. En dit 'moeten' zal dan tegelijk vanuit het Evangelie worden vertolkt als een 'mogen'.

De gereformeerde prediking zal dan de intellectuele onverstaanbaarheid van de belijdenis met betrekking tot de predestinatie niet nivelleren tot 'evangelische begaanbaarheid' door wegen, uitwegen of toeleidende wegen aan te leggen, die de huidige geseculariseerde (kerk)mens op een antropocentrische dan wel humanistische wijze toegang geven tot het Evangelie of wel het Koninkrijk van God. Zij staat geen introductie toe, die leidt tot en lijdt aan reductie van het eigenlijke en het wezenlijke van het Evangelie.

Op geen wijze laat zij de verkiezing als dimensie opgaan in de realisering van het heil als zodanig, waardoor het eeuwigheidskarakter van de verkiezing en de menselijke verantwoordelijkheid in wezen weer antropologisch (vanuit de mens) worden gestructureerd.

Gereformeerde prediking baant een weg, waar geen weg is! Daarbij blijft ze staan voor het geheimenis, omdat ze er midden in staat en van daaruit voortgaat, waar alle andere prediking voorbijgaat.

Kenmerkend voor de gereformeerde prediking is dan ook dat het geheimenis wordt geopenbaard en nochtans verborgen blijft, en kennelijk en kenbaar alleen is voor hen, die de Heere vrezen.

Zij roept het rationalisme (verstandelijke doordenking) een halt toe voor de verborgen grond van het verbond, en dit rationalisme ontmaskert zij in het synergisme (medewerking van de mens met God inzake het verkrijgen van het heil) van het evangelicalisme enerzijds en van het hyper-calvinisme anderzijds.

Kruistheologie

Als in de gereformeerde prediking de 'gloria Dei' onafscheidelijk en daarmee onvermijdelijk verbonden is met de 'unio cum Christo', dan óók met dé 'theologia crucis' (theologie van het kruis). Gelijk Paulus niet anders wenste te prediken dan Jezus Christus, en die gekruisigd!

Deze prediking is daarmee en daarom doelgericht en doelbewust: 'tot Wie Hij wil, en wanneer Hij wil' (Dordtse Leerregels), en aldus allerminst een vrijblijvende zaak!

Zij is erop gericht, dat Gods vrijmacht en 's mensen onmacht zich beiden realiseren in het 'ant-woord' van de mens op het Woord van God, waarin de menselijke verantwoordelijkheid is gelegen als een 'eeuwig aangelegen' zaak.

Kenmerkend voor de gereformeerde prediking is dan dat niet de eigen werkzaamheid, maar Gods werkzaamheid in de verkondiging van de grote werken Gods wordt uitgeroepen, en gehalte en gestalte wordt gegeven in de gestalte van de Gekruisigde en Opgestane in het bevel van bekering en geloof

Alleen déze prediking van Hogerhand landt, genadig!

In tegenstelling tot de roomse 'theologia gloriae' (theologie der heerlijkheid), die doorwerkt in evangelicalisme en hypercalvinisme, verkondigt de gereformeerde prediking de vergeving der zonden duurzaam als genoegzaam, omdat zij uitgaat van en toegaat naar het katholieke belijden van de vergeving der zonden in zijn herscheppende aard en vaart.

Deze prediking van de duurzame rechtvaardiging van de goddeloze heft de menselijkheid van de mens niet op, omdat in dit kader de wedergeboorte plaatsvindt als een wonder van de herscheppende genade en dan spreekt 'Dordt' van 'een zeer zoete... werking' als subjectieve ervaring van 'de wonderbare, verborgen en onuitsprekelijke werking' van God alleen. En 'van God bewogen zijnde, werkt de wil nu ook zelf. En daarmee verwoordt de prediking 'a la Dordt' het katholieke element van de 'unio mystica cum Christo' (de mystieke eenheid met Christus). En in navolging van Augustinus, Luther en Calvijn spreekt zij dan ook van een 'genieten' van God.

Niet tijdloos

Gereformeerde prediking is allerminst tijdloos, en daarom onafwendbaar wendbaar, in die zin dat zij deze gevoelsdimensie van de warmbloedige en volle bevinding van de verborgen omgang met God naar voren wendt in een kille en lege genotscultuur.

Dit naar voren wenden van de eerste 'snijdt' het 'voorwenden' van de laatste. En dit snijpunt is tegelijk het kruispunt, waar de Christus der Schriften present gesteld wordt door Woord en Geest.

Ook vandaag zal het dan om niets minder gaan dan om verzoening door voldoening. Daarbij voltrekt de bediening der verzoening zich onder de hoogspanning van de eeuwigheid.

Het volkomen theologisch - bepaalde heil wordt dan christologisch gefundeerd en pneumatologisch (vanuit de Geest) geëffectueerd. Immers, het 'sola Scriptura' van de Reformatie is immer Geest-bétrokken en Geest-dóórtrokken.

Deze prediking heeft een echtheid, die het doet (!) in de onechtheid en te midden van de 'onthechtheid' van onze tijd!

Het kenmerkende van de gereformeerde prediking mag dan ook dit zijn, dat ze van en voor alle tijden is, aangezien ze voluit 'geschiedt' binnen het raamwerk van Gods beraming van eeuwigheid, en wel zó dat doden zullen horen de stem van de Zoon van God en dat die ze gehoord hebben ook zullen leven!

Gereformeerde prediking is aldus allerminst etalering van gestandaardiseerde systematisering van Gods waarheid, maar zij is Woordbediening in actu (!) van de laatste waarheid over ons leven. Prediking van Jezus Christus, en die gekruisigd, als de laatste waarheid over mijn rechtvaardige verlorenheid en nochtans genadige verkorenheid in de kruisgestalte van Gods barmhartigheid.

Deze prediking kruist ons pad, waar het vonkt van eeuwigheid tot eeuwigheid. Prediking van déze waarheid - van deze laatste waarheid in dit laatste der dagen! Een aangrijpende en meeslepende prediking, hen, die ten dode wankelen! 'Kom, ga met ons en doe als wij!'

Prediking van deze waarheid heeft alles aan en in zich om ook de post-moderne en de post-christelijke mens vrij te maken van een gewaande en verwaande vrijheid als pure gebondenheid. Zij bindt aan Jezus Christus in het verbond der genade!

En de gereformeerde prediking zal dit blijven hebben en blijven doen, omdat alleen déze prediking de langste adem heeft, nl. van eeuwigheid tot eeuwigheid, in het scheppende dan wel herscheppende 'blazen' van de Heilige Geest, als in den beginne.

Gereformeerde prediking is daarom en daarmee ook prediking, gedragen en uitgedragen op het gebed van de kerk der eeuwen: 'Veni, Creator, Spiritus! — Kom, Schepper, Geest!'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Het kenmerkende van de gereformeerde prediking (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 januari 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's