Om een kerk die trouw en betrouwbaar is
Een historische week
Wanneer men drama opvat als dramatische, opzienbarende maar ook treurige gebeurtenis en kerkleiders soms in oneigenlijke zin vorsten heten, zou men de gebeurtenissen binnen de Gereformeerde Kerken van vorige week kunnen kenschetsen als een koningsdrama. In Kampen, waar de afgetreden gereformeerde synodepreses ds. R. S. E. Vissinga predikant is, sprak zondag de studentenpredikant J. Faber overigens over 'een koning, die van zijn troon afdaalt om onheil te voorkomen' (n.a.v. Jona 3:6).
Het is, zei prof dr. K. Runia dezer dagen 'na enig onderzoek', niet eerder voorgekomen, dat het voltallige moderamen van een synode aftrad. Wat zich dan ook binnen een week voltrok had zijn weerga niet. Zaterdag 10 januari maakte ds. L. C. van Drimmelen, kerkordespecialist in de Gereformeerde Kerken en als zodanig adviseur in het Samen op Weg-proces, in een poging het op te nemen voor pedofielen, bekend zelf pedofiel te zijn. 's Maandags daarop trok hij die bekentenis in. Om aandacht te trekken had hij zijn verhaal in scène gezet. Ds. Vissinga had toen al publiekelijk gezegd: 'moet kunnen, ook een predikant moet pedofiel kunnen zijn'. Daarna viel, eerst in dagblad Trouw, later in andere bladen, ieder over Van Drimmelen, later ook over Vissinga heen. En nog geen week nadat Van Drimmelen zijn geruchtmakende uitspraken had gedaan, was het hele gereformeerde moderamen afgetreden.
Publieke opinie
Men kan niet zeggen, dat het volk vandaag te hoop loopt wanneer het gaat om verlies van normen en waarden, zeker niet wanneer die zijn ontleend aan een bijbels bepaalde ethiek. Toen enkele weken geleden een staatscommissie met een pleidooi kwam voor erkenning van het homohuwelijk, reageerde een ander gereformeerd synodelid, ds. W. Barendrecht, ook heel spontaan en zei, dat de kerk zou moeten volgen door het homohuwelijk te accepteren en derhalve ook in te zegenen. Daarover kwam geen commotie. Nu was die commotie er wel, omdat kennelijk nog wel breed wordt beseft wat kinderen wordt aangedaan wanneer ze door ouderen worden verlokt tot ontucht. De laatste jaren zijn gevallen van ontucht met minderjarigen breed in de openbaarheid gebracht. Er zijn in kerken regels opgesteld voor het nemen van kerkelijke maatregelen jegens hen, die zich aan vergrijp schuldig maken. De rechter bestraft dezulken. En dan wordt uitgerekend vanuit de leiding van de kerk gezegd dat pedofilie 'moet kunnen'. Gepleit werd voor 'integere pedofilie'. Niemand, die daarin per consequentie gelooft. Desgevraagd is door mij in Trouw opgemerkt, dat de opmerkingen van Vissinga 'suggestief en verhullend' waren. Gedoogbeleid werd gesuggereerd en de kwalijke gevolgen werden verhuld. 'Het kwaad is het ergst wanneer men begint met de erkenning, dat het recht heeft van bestaan', zei Groen van Prinsterer.
Men hoeft zich niet te verbazen over welke kwade neiging dan óók in mensen. Maar de vraag is wel hoe die neigingen te beteugelen. De slachtoffers van vergrijpen komen nu breed voor het voetlicht. Zij zijn miskend. Mede daarom is een golf van verontwaardiging losgebroken over wat in de Gerefomeerde Kerken plaats vond.
Schade
Door dit alles is met name ook het gezicht van de kerk naar buiten uitermate geschaad. Ook de seculiere pers heeft er zich op geworpen. Afgezien van de kwestie van de pedofilie als zodanig — de opstap voor erkenning ervan vanuit de kerk — werd nu her en der de vraag gesteld in hoeverre 'de dominee' nog te vertrouwen is. Hieruit mag duidelijk zijn, dat erop wordt gelet — er mag overigens op gelet worden — hoe 'de kerk' handelt. Woorden en daden van mensen van de kerk in het algemeen maar van voorgangers in het bizonder worden zwaar aangerekend. Er is een uitspraak in joodse kring 'Israël zal niet zijn of worden als de andere volkeren', dit vanwege de hoge standaard voor het leven, gegeven in de thora. Dat geldt ook voor de kerk: de kerk zal niet zijn als andere verbanden. Ze weet zich in haar woorden en daden gesteld voor Gods Aangezicht. Als zodanig mag het ons een diepe zorg zijn, dat de kerk zo geruchtmakend over de straat gaat. Want als de media zich meester maken van zaken, die in de kerk spelen, dan maken ze zich er ook góéd van meester. Dat heeft de praktijk dezer dagen weer duidelijk getoond.
We hebben echter wel in het oog te houden, dat het in dit alles om méér gaat dan om de kwestie van pedofilie. 'De wereld' heeft er niet van opgekeken, dat binnen de Gereformeerde Kerken de verzoening door voldoening wordt geloochend. Is er echter niet alle reden dat hier ook te noemen? Prof. dr. K. Runia heeft, in een vraaggesprek voor de EO-microfoon afgelopen zaterdag (Reflector), eerlijk over de ontwikkelingen in zijn kerken gesproken. Alles moet kunnen. Ethiek is echter niet los verkrijgbaar. Ontwikkelingen inzake de ethiek staan niet los van de ontwikkelingen in theologisch opzicht in het algemeen. Er leeft diepe zorg bij velen over deze ontwikkelingen. We noemen hier allereerst de velen in de Gereformeerde Kerken zelf, die lijden aan hun kerk. De secretaris van het Confessioneel Gereformeerd Beraad binnen de Gereformeerde Kerken meldde, dat dezer dagen ongeveer vijfentwintig predikanten als lid toetraden, waarmee het aantal predikant-leden op 120 kwam. Maar ook binnen de Hervormde Kerk leeft die zorg breed en diep. Dat is vèr vóór de zaak Van Drimmelen reeds in alle toonaarden verwoord. Prof. dr. C. Graafland sprak enkele jaren geleden over 'de vrije val' van de Gereformeerde Kerken. Daarmee vergeleken is de 'val' van een moderamen kinderspel.
Recht
Hadden en hebben we het recht om ons als hervormden met deze zaak in te laten? Dat mag geen vraag zijn. De Nederlandse Hervormde Kerk bevindt zich met de Gereformeerde Kerken in een proces van kerkelijke vereniging. Daarom mede zit ons het geding om de leer van de Verzoening zo hoog. Dat heeft met kerkpolitiek niets uit te staan. Maar wanneer dan nu de ethiek in het geding is en intussen ook de betrouwbaarheid van de kerk betwijfeld wordt, raakt dit evenzeer de Hervormde Kerk diep. Alle beraad geschiedt al samen. De kerken staan op de drempel van de aanvaarding van een gemeenschappelijke kerkorde. Wanneer we als hervormde gereformeerden uitgesproken hebben, dat we op onze post zullen blijven en strijden zullen voor het recht van de hervormde gezindheid, dat is de gereformeerde belijdenis, dan mocht hier niet gezwegen worden. Maar dan wel over de hele ontwikkeling. Dat mag de consequentie zijn van onze kerkelijke positie. En we mogen zoeken te onderkennen wat de Koning der kerk ons in deze zaak te zeggen heeft.
Hier en daar werd in de media gesuggereerd, dat het hoofd van Vissinga door ons was 'geëist'. In de positie om zulks te doen verkeren we niet. Die berichtgeving was dan ook onjuist. De procedure in deze was altijd nog een zaak van de gereformeerden zelf De vraag echter hoe een synodepreses, na de gedane uitspraken en na wat daarna allemaal bekend werd, nog kan functioneren is niet alléén door ons maar is van meerdere kanten gesteld. Prof. Runia zei in genoemde radiorubriek, dat het moderamen zijn geloofwaardigheid had verloren, ook naar hervormden toe. Uitspraken nu, die een gereformeerd synodepreses doet over de leer (Verzoening) en het leven (ethiek), raken ook hervormden direct. Ze raken ons diep in het hart, wanneer ze naar onze overtuiging geen stand kunnen houden voor het Aangezicht van Christus. Dat betekent, dat we niet kunnen zwijgen, al verhelen we niet, dat de Hervormde Kerk zelf mede in de schuld betrokken is.
Gebed
Rest verder de vraag waarom dit alles nu moest gebeuren. Op die vraag is geen ander antwoord dan dat Christus Zijn kerk leidt. Desgevraagd heeft ondergetekende in het Reformatorisch Dagblad laten optekenen, dat Christus waakt over Zijn kerk en over Zijn werk, óók wanneer Zijn werk wordt miskend. Daarom is er maar één vraag, die echt dringt, namelijk waar deze ontwikkelingen de kerken brengen zullen. We mogen bidden of er een heilzame schrik mag komen over de kerk, die zou mogen leiden tot ware verootmoediging en tot terugkeer tot het rechte belijden en getuigen aangaande Christus en Zijn Middelaarswerk, en tot het begaan van de rechte weg in de navolging van Hem, die de Zijnen niet alleen rechtvaardigt maar ook heiligt.
***
Er is voorbede gevraagd in de gemeenten en die voorbede is ook in vele gemeenten gedaan. Er is gebeden voor daders en slachtoffers van pedofilie. Er is ook gebeden - en terecht - voor hen, die persoon lijk slachtoffer werden van wat ze zelf over de kerk, de gemeente èn over zichzelf hebben afgeroepen, alsook voor de Gereformeerde Kerken, die momenteel door een diep dal gaan.
Dagblad Trouw gaf weer hóé er in een aantal (gereformeerde en hervormde) gemeenten voorbede was gedaan. Gebed vraagt intussen om inkeer. Die is nodig, in de kerken, die bezig zijn zich te verenigen, maar - God geve - binnen alle kerken gemeenschappelijk, vanwege de (publieke) gestalte van de kerk in dit land.
Het kan toch niet zo zijn, dat het gebed dienen moet om de gelederen weer te sluiten en verder te gaan zonder dat schuld wordt beleden om wat voor het Aangezicht van Christus niet kan bestaan. Dan gaat het om machtig veel meer dan waar nu de kranten van vol staan.
***
Kerkleiders zijn geen vorsten. Zij hebben slechts te dienen aan de voeten van de Koning. Dat geldt voor alle ambtsdragers. Wie meent te staan, zie toe dat hij niet valle.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's