Waar woont Gij? Komt en ziet!
Johannes 1 : 35-43
'En Jezus (...) zei tot hen: wat zoekt gij.'. En zij zeiden tot Hem; Rabbi (...), waar woont Gij.' Hij zei tot hen: komt en ziet.' Zij kwamen en zagen, waar Hij woonde...' Johannes 1 : 38-40
Je kon er niet onderuit. Je zit op een receptie. De meest geëigende plek voor vlakke en vluchtige contacten. Handje schudden. Woordje wisselen. Groetjes doen. Je strijkt neer naast onbekenden. Hoe knoop je luchtig een gesprek aan? Ervaring maakt behendig. Waar woont u! Hebt u een verre reis moeten maken?
Waar woont U? Dat is de vraag van Andreas en zijn (ons onbekende) metgezel aan Jezus.
Kennen zij Jezus? Ja en nee. Van horen zeggen kennen zij Hem. Zij zijn immers discipelen van Johannes de Doper. Getroffen door diens boeteprediking. Verslagen door zijn leer. Waarschijnlijk ook door hem gedoopt. Doop der bekering, tot vergeving der zonde. Dat zochten zij.
Zij hebben ook begrepen, dat Johannes zijn doop niet waar kan maken. Ik ben het Licht niet. Verwacht de vertroosting Israels niet van mij. Maar: ik kondig Hem wél aan. Het Koninkrijk is nabij gekomen. De Koning. Hij zal jullie dopen met de Heilige Geest. Bij Hém moet je zijn.
Op een goede dag riep Johannes: daar is Hij! Hij is het Licht. Hij is het Lam. Hij doet, wat ik niet kan: Hij neemt de zonden weg.
Johannes heeft Hem gedoopt, zeer tegen zijn zin. Geheel volgens Zijn wil. Johannes' discipelen stonden er bij. Zij lieten geen oog van Hem af Het Lam van God.
De volgende dag. Jezus loopt daar alwéér. Bij de Jordaan. Zoekt Hij iets? Hij zoekt gevolg. Hij zoekt Andreas, maar dat begreep Andreas pas veel later. Johannes ziet Hem passeren. Zijn preek is gelijk aan gisteren: Ziet! Het Lam Gods! Dat kun je geen stille wenk noemen. Hij vestigt met nadruk alle aandacht op Hem. De aangewezen Meester. Tóén pas begreep Andreas waar Johannes heen wilde. Samen met de andere discipel ging hij wég bij Joharmes. Met z'n tweeën. Samen achter Jezus aan.
Johannes kijkt ze na. Ze prefereren Jezus. Zij hopen bij Hem méér te leren en te vinden dan bij Joharmes. Roept Johannes ze niet terug? Integendeel. Hij is geen concurrent. Hij is de vriend. Zijn discipelen doen een goede ruil. Zij komen op hun bestemming.
Zij lopen achter Jezus aan (vs. 37). Kennen zij Hem? Voor hun besef: nee. Zij volgen Hem om Hem te leren kennen. Jezus hoort hun voetstappen. Meer nog: Hij wist al wie zij waren (vs. 43, 49). Hij keert zich om. Nog voordat zij de kans krijgen, vraagt Hij hun: wat zoek je? Hij is er zeer bedreven in: een gesprek aanknopen met zoekende volgelingen.
Mag ik vragen: waar loopt u? U dwaalt als u niet volgt. U weet zo weinig van Jezus? U zegt: kén ik Hem wel? Dat kan alleen Hij u zeggen. Laat in ieder geval uw voetstappen gehoord worden achter Jezus! Hij is u toch duidelijk genoeg aangewezen? Het Lam Gods.
U moet weten: het ontsnapt nooit aan Zijn aandacht, wanneer er iemand achter Hem loopt. Hij heeft er een fijne antenne voor. Hij keert zich om. Hij kent u al, dat ontdek je later. Nu stelt Hij u rechtuit een vraag: wat zoek je? Alsof Hij dat niet wist! Hij wekte immers Zelf het verlangen? Hij vraagt naar de bekende weg.
Wat zoekt gij? Zijn vraag overvalt hen. Zij zoeken te weten of het waar was wat Johannes van Hem zei. Maar zij vinden geen woorden.
Wat zoekt gij? Daar geeft Jezus hun een open kans om zich uit te spreken. Grijpt toch de kansen door God u gegeven! Maar zij durven niet. Zo gaat het doorgaans. Wil Jezus hen wel te woord staan? Horen zij niet iets afwerends in Zijn vraag: wat zoek je?
Hoe je ook dubt en tobt. Zijn vraag ligt er nog: wat zoekt u? Wat is daarop uw antwoord? Zij zeggen: rabbi, waar woont u? Weten zij niets beters te zeggen? Waarom zeggen ze niet gewoon: wij zoeken U!? Waarom zeggen ze niet: wij weten via Johannes, dat U het Lam Gods bent, dat de zonde wegneemt? Of is dat nu juist het probleem: dat ze dat zo stellig niet weten?
Zij geven geen antwoord, maar stellen een wedervraag. Het klinkt nogal onhandig, houterig, onnozel.
Dat geeft niet. Hij begrijpt het wel. Hij hoort tussen je woorden door naar het verlangen van je hart. Je wilt en je zult het weten: of Hij het Lam Gods is.
Trouwens, zo onnozel is hun reactie niet. Meester, waar woont U? Zij willen Hem niet vluchtig ontmoeten, op straat. Een woordje wisselen, een hand geven, en weer gaan. Zij willen blijven. Zijn Woorden bewaren. Zij willen niet op Zijn receptie komen, maar bij Hem thuis. Zij verlangen dat Hij diepgaand met hen doorspreekt. Wat dat is: Lam Gods, dat de zonde wegneemt.
Jezus aanvaardt hen! Komt en ziet! Zij kwamen en zagen. Zij worden oor-en ooggetuigen. Zij zijn van den beginne met Jezus geweest. Deze discipelen zijn later apostelen geworden. Na de opstanding, toen de Schriften open vielen (3 : 22). Zij zijn de grondleggers van de kerk (1 Joh. 1 : 1-4). Via hen, en mét hen mée, mogen wij horen en zien waar Jezus woont.
Waar woont Hij dan? Wat hebben zij dan gezien? Wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd (1 : 14)! Met eigen ogen. Er is geen twijfel mogelijk: et Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond! Hij woont bij de zondaren. Dat hebben zij gezien. En na hen allen, die Zijn verschijning hebben lief gekregen.
Waar woont Gij? Komt en ziet! Hij woont in de donkerheid en in de eeuwigheid. In het hoge en het heilige. Je durft niet te komen, het is verblindend.
En bij een verbrijzelde en verslagen geest. Niet dankzij onze verbrijzeling. De dank zij het Lam Gods, dat de zonde wegneemt! Komt en ziet! Kom maar kijken, en je zult zien dat het waar is. Hij zegt het Zélf Dan nog durven wegblijven, zou m.ajesteitsschennis zijn.
Komt en ziet! Hij wil wonen bij de zondaren, en eet met hen. Als Hij daar wil wonen, voel ik me daar thuis.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's