De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gods werk óf ons werk? (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gods werk óf ons werk? (1)

Over remonstrantisme

9 minuten leestijd

Voor mij ligt een schrijven van een lezer van ons blad. Hij meldt daarin dat allerlei zaken hem niet altijd even duidelijk zijn. Zij brengen hem zelfs in verwarring. Een van die zaken is wel wat wij noemen het ' remonstrantisme'.

Meer dan eens leest hij hierover. Ook wordt er wel tegen gewaarschuwd in de prediking. Maar wat dit nu eigenlijk precies inhoudt, weet hij niet. Wel heeft hij soms de indruk dat de term 'remonstrantisme' ten onrechte wordt gebruikt. Het wordt te gemakkelijk gehanteerd waardoor het bijbels geloofs in de schaduw komt te staan.

De vraag nu van onze lezer is of er iets geschreven kan worden over het 'remonstrantisme', want hij is van mening dat niet alleen hij maar meerderen in onze tijd in verwarring worden gebracht. Aan het verzoek van onze briefschrijver wil ik graag voldoen. Ik spreek daarbij de hoop uit dat meerderen er iets aan zullen hebben.

Wel maak terloops de opmerking dat ik mij zal moeten beperken. De zaak zelf is omvangrijk en er zou een jaar lang een rubriek mee te vullen zijn. Dit is echter niet de bedoeling... Er zijn andere onderwerpen die ook behandeld moeten worden.

Verkiezing

Ons onderwerp heeft alles te maken met verkiezing. Meer dan eens wordt hierover in de Schrift gesproken.

Op heel verschillende wijze kan men uitverkoren zijn. Saul, de eerste koning van Israël, was verkoren tot het koningsambt. In de profetieën van Jesaja lezen wij dat koning Cyrus Gods knecht is. Hij is dat in een heel bepaalde situatie. Hij zal er zorg voor dragen dat de ballingen uit Babel weer naar hun land terugkeren.

Ook in het Nieuwe Testament wordt ons meegedeeld dat er mensen verkoren zijn tot een ambt. Zelfs geldt dit van Judas, want ook hij behoort tot hen die twee-aan-twee er door de Heiland op uit zijn gestuurd.

Ook in het kerkelijk leven in onze tijd kennen wij verkiezing. Men wordt verkozen tot het ambt van diaken, ouderling of ouderling-kerkvoogd. Deze verkiezing mag niet gebagatelliseerd worden. Men wordt door de gemeente mitsdien door God Zelf tot het ambt geroepen.

Wel moet men goed bedenken dat de verkiezing tot een ambt geen garantie inhoudt voor het heil.

Iemand kan nog zo'n beste ambtsdrager zijn en zich helemaal geven voor de dienst des Heeren, maar als de wortel der zaak, het geloof in Christus, ontbreekt, staat de ambtsdrager nog voor eigen rekening. In zekere zin is Bileam hiervan een voorbeeld. Wanneer hij in onze tijd op de kansel zou hebben gestaan, zouden wij zeggen dat wij nog nooit zo'n beste dominee hebben gehoord. Wat heeft hij inderdaad op een bijzondere manier gepreekt. Hij heeft zelfs het een en ander van Christus in de belofte mogen zeggen. En toch... zijn einde is niet geweest als het volk waarmee hij wilde sterven.

Hetzelfde kan van een Saul gezegd worden. Wat is hij goed begonnen. Hij was te vinden onder de profeten des Heeren. Hij was werkelijk een gezalfde des Heeren. Hoe jammerlijk daarentegen was het einde van zijn leven.

Met dit alles wil ik maar zeggen dat het groot is als men door de Heere tot welk ambt dan ook verkoren en geroepen is, maar het wil niet zeggen dat men daarom deel heeft aan het goed dat nimmermeer vergaat.

Naast personen die door de Heere worden verkoren tot een ambt, heeft de Allerhoogste Israël uit alle volken verkoren om Zijn volk te zijn.

Niet Israël heeft God uitgedacht, doch God heeft Israël uitgedacht. Op een heel bijzondere manier wil Hij voor Israël zorgen.

Het volk kan op de Heere aan. Het mag op Hem rekenen. Het mag Hem op Zijn woorden geloven. Alles wat uit Zijn mond uitgaat, blijft vast en ongebroken. Hij laat niet varen het werk van Zijn handen.

Israël is door God uitverkoren om Zijn lof te verkondigen. Onder de volken mag Israël Gods grote daden uitroepen. Het mag zijn een licht tot verlichting der heidenen. Dat Israël dit niet altijd heeft gedaan, maakt de verkiezing Gods niet ongedaan. Zelfs het verwerpen van de Messias is geen oorzaak dat de Heere zegt dat Hij met Israël niet meer te maken wil hebben. Israël is én blijft Zijn volk.

In de Schrift, zowel in het Oude-als Nieuwe Testament ligt er nog een groot 'tegoed' voor Israël. Vele beloften hebben betrekking op Israël. Zij zullen in vervulling gaan, want de Heere houdt getrouw Zijn Woord.

Tot zaligheid

Dat men op een behoedzame manier over de verkiezing tot zaligheid moet spreken, zal duidelijk zijn. In de loop der tijden zijn er mensen geweest die het hiermee moeilijk hebben gehad. De oorzaak kan geweest zijn de prediking waarin zeer eenzijdig alle accent werd gelegd op de verkiezing tot zaligheid. De spanning die er is tussen verkiezing en verbond was in de prediking weggenomen. Ook werd al te zeer vergeten wat Calvijn en I. Kievit (in navolging van de reformator) hebben geleerd. Zij hebben ons voorgehouden dat de Heere Zijn verkiezing realiseert in het Verbond. En dat de prediking niet beheerst moet worden door de verkiezing, doch door de roeping waardoor eenieder welmenend wordt geroepen.

Niet de verkiezing staat in de prediking centraal, maar Jezus Christus en die gekruisigd. Hij wordt — om met de Erskines te spreken — aan de voeten van eenieder onvoorwaardelijk neergelegd. De vraag wordt gesteld: 'Wilt u Hem van Godswege ontvangen? ' Het is minder ingewikkeld dan soms wordt voorgesteld!

De verkiezing tot heil heeft alles met God te maken. Hij verkiest en niemand anders. Sommigen vinden dit discriminerend. Want als er zijn die tot zaligheid verkoren worden, zijn er anderen aan wie de Heere voorbijgaat. Zij delen niet in Zijn heil.

Ook zijn er wel die onze keuze voor het heil veel belangrijker vinden dan Gods keuze voor ons.

Er wordt aan de wil zoveel vermogen toegekend, dat men zelf wel tot een keuze kan komen of men God zal dienen of niet. In dit verband wordt er zelfs gesproken over een vrije wil. Botsingen tussen gereformeerden en evangelischen zijn daarom niet altijd te vermijden. Hoewel ik direct de opmerking maak dat noch alle gereformeerden noch alle evangelischen over één kam te scheren zijn. Sommige gereformeerden zijn evangelisch en sommige evangelischen zijn gereformeerd. En wat de vrije wil betreft: er zijn evangelischen die van een vrije wil niet willen horen, maar bevindelijk weten van de totale doodstaat van de mens. Daarentegen zijn er gereformeerden die meer hebben van Pelagius dan zij zelf voor gezegd willen hebben.

Kortom: aanhangers van de vrije wil treft men zowel onder gereformeerden als evangelischen aan. Misschien is het beter om te schrijven dat niemand van huis uit daarvan gevrijwaard is, ook al noemt men zich zelfs reformatorisch. Achter veel rechtzinnigheid kan veel schuilgaan wat niet in overeenstemming is met Gods Woord. En kan er meer 'remonstrantisme' worden gevonden dan men voor lief wil hebben.

Niets nieuws

Dat er in allerlei publicaties over remonstrantisme wordt geschreven is werkelijk geen nieuws. Ook niet dat er tégen gepreekt wordt. In zijn tijd heeft Augustinus reeds het een en ander hierover gezegd. Ook de synode van Dordrecht in 1618/ 1619 heeft hierover de mond niet gehouden. Aan deze zaak heeft men zelfs 280 zittingen gewijd. Ruim een halfjaar kwam men voor de bespreking in vergadering bijeen.

Men kan zich afvragen of het niet iets korter had gekund. Ook of het wel verstandig was om zoveel tijd en geld te investeren in een zaak die steeds weer terugkeert.

Wellicht had het in tijd iets korter gekund, hoewel wij niet moeten vergeten dat men op de synode van Dordrecht niet die middelen tot zijn beschikking had zoals wij die in onze tijd hebben. Wij hebben allerlei media waarvan wij ons kunnen bedienen, maar die waren toen nog niet ontdekt.

Hoe het ook zij: ruimschoots is er gediscussieerd over wat de remonstranten leerden. Laatstgenoemden wilden niet geloven in een God Die zondaren uitverkoren heeft. Zij geloofden wel in een God Die nog steeds zondaren verkiest.

God was in de ogen van de remonstranten niet Onafhankelijk van mensen. Zij geloofden in een God die afhankelijk was van mensen. Ook afhankelijk van de keuze en beslissing van mensen.

Hoewel het niet altijd hardop gezegd werd, was naar de mening van de remonstranten de ene mens toch een beetje beter dan de andere. Zij geloofden dus niet in de totale verdorvenheid van de mens. In geen geval vielen zij bij wat de Heidelberger uitdrukt in de woorden: 'Ganselijk onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad'.

Al met al is God aangewezen op goede mensen. En de mensen op de goede God. De mensen moesten van goede wil zijn, dan zou ook God van goede wil zijn.

Goed verstaan

Alvorens ik inga op de vraag in hoeverre wij een vrije wil hebben, wil ik eerst nog iets schrijven over dat 'onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad'. Men moet deze uitdrukking goed verstaan. Soms denkt men wel eens dat wij helemaal geen goed meer kunnen doen. Echter... dat is niet het geval. Een mens kan meer dan men wel weet. Om een paar voorbeelden te geven: als wij getrouwd zijn kunnen wij goed zijn voor onze man of vrouw. Wanneer God ons kinderen geschonken heeft, kunnen wij goed zijn voor die kinderen en ze liefhebben. Ook kan er door ons nog veel goed worden gedaan jegens de naaste. En dan bedoel ik de naaste dichtbij en ver weg. Zonder humanist te zijn, stel ik dat wij allen de humaniteit in woord en daad in de praktijk kunnen brengen. Er is ons nog veel goeds gelaten... om goed te doen. Waarin zijn wij dan ganselijk onbekwaam tot enig goed? Dat zijn wij daarin dat wij door onze werken en door onze gerechtigheden voor God niet kunnen bestaan. Die weg is afgesneden, omdat wij onze rug naar de Heere hebben gekeerd!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gods werk óf ons werk? (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's