De Statenvertaling in de praktijk
Bijbelvertalen:theorie en praktijk (1)
Op de predikantencontio van de Gereformeerde Bond, die op woensdag 7 en donderdag 8 januari 11. te Driebergen werd gehouden, hield dr. M. J. Paul te Dirksland een lezing over 'Bijbelvertaling — principe en praktijk', dit in verband met de ophanden zijnde nieuwe bijbelvertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap (de NBV), die in het jaar 2002 zal verschijnen. Drs. Th. A. W. van der Louw, één van de vertalers van dit project, hield een referaat over 'De praktijk van het vertaalwerk'. Beide lezingen worden de komende weken hier afgedrukt. Drs. Van der Louw schreef enkele weken geleden al enkele inleidende artikelen.J. van der Graaf
Bijbelvertaler!: theorie en praktijk (1)
De Statenvertaling (SV) is tot grote zegen geweest voor ons volk. In 163 7 kwam deze vertaling gereed, als vrucht van een jarenlange inspanning om tot het best mogelijke resultaat te komen. Wetenschappelijk is een zeer grote prestatie geleverd. Met grote nauwgezetheid hebben de vertalers en revisoren hun werk gedaan, in een diep besef dat de Bijbel het Woord van God is.
Nu leven wij ruim 360 jaar later. De kritiek op deze vertaling is flink toegenomen, maar in onze kring wordt zij tot op de dag van vandaag gebruikt. De Nieuwe Vertaling (NV) werd in onze kring sterk bekritiseerd en heeft daarom onder ons niet veel ingang gevonden. Van de Groot Nieuws Bijbel (GNB) kan hetzelfde gezegd worden. De SV heeft de concurrentie nog steeds overleefd. De vraag is echter hoe lang dit nog zal blijven.
In de afgelopen jaren deed zich het merkwaardige verschijnsel voor dat Het Boek als parafrase van de Bijbel onder ons een grote ingang kreeg, niet zozeer officieel, maar in de huiskamers. De theologen konden Het Boek slechts matig waarderen, maar de gemeenteleden kochten het. De Parallelbijbel is zakelijk gezien een groot succes geworden. Gemeenteleden merken tot hun verwondering dat een vertaling ook veel eenvoudiger kan zijn dan de SV. Vanuit de basis wordt de roep om een nieuwe vertaling sterker dan ooit in onze kring het geval is geweest. De aandrang om tot een nieuwe bijbelvertaling te komen wordt bij ons vooral gevoed door een verlangen naar een duidelijke en toegankelijke vertaling.
Wetenschappelijke motieven
Er zijn echter ook nog andere motieven denkbaar, met name de wetenschappelijke motieven. In de afgelopen twee eeuwen zijn veel talen in het Midden-Oosten ontdekt en ontcijferd: Egyptisch, Akkadisch, Eblitisch, Fenicisch-Punisch en Ugaritisch. Tevens is de kennis van Hebreeuws, Aramees, Syrisch en Grieks aanmerkelijk toegenomen. Dit heeft tot gevolg dat tal van moeilijke uitdrukkingen nu beter vertaald kunnen worden dan vroeger mogelijk was.
Door de betere talenkennis is ook de leefwereld in het toenmalige Midden-Oosten beter bekend geworden. We hebben meer inzicht gekregen in de heidense mythologie, waartegen de Bijbel zich zo duidelijk verzet.
Ook zijn er zeer veel oude bijbelhandschriften gevonden. Ik wil mij nu niet mengen in het debat of de oudste handschriften ook de beste zijn, maar slechts constateren dat de vondsten van Qumran en van oude papyrushandschriften ons een rijker taalkundig inzicht schenken dan in de 17e eeuw aanwezig was. Kortom: onze archeologische en taalkundige kennis van het Midden-Oosten staat op een duidelijk hoger peil dan enige eeuwen geleden.
Wie gewapend met deze kennis de Bijbel in de grondtalen bestudeert, zal tot de conclusie komen dat de SV tal van gebreken vertoont. Die gebreken komen het sterkst naar voren in de poëtische en profetische boeken. In de Psalmen, in Job, in Jesaja, Hosea en Amos, om slechts enige boeken te noemen, bevat de SV tal van teksten die zwak of onjuist vertaald zijn. Het is mogelijk om honderden teksten te noemen die kleine of grote onjuistheden bevatten.
Als predikanten laten wij deze punten meestal rusten, of - als het zo uitkomt - noemen we in een preek een betere vertaling van een enkel woord, maar voor gemeenteleden blijven dit incidentele opmerkingen. Bij ons als theologen is er niet veel behoefte aan een nieuwe vertaling. We beheersen in meer of mindere mate de grondteksten en hebben tal van hulpmiddelen om de betekenis van een tekst te achterhalen. Het verlangen de gemeenteleden te bewaren bij een dogmatisch correcte vertaling heeft geleid tot een duidelijke afkeuring van diverse pogingen om een andere vertaling in te voeren.
Aan het verlangen de SV taalkundig iets te moderniseren is in 1977 voldaan, toen een herziene SV op de markt werd gebracht. De taalkundige herzieningen waren heel gering. Voor de één was deze editie geen echte verbetering, voor een andere was de geringste afwijking van de SV al een reden tot kritiek. Een echt succes is deze editie niet geworden.
De laatste jaren klinkt onder ons de roep om een nieuwe bijbelvertaling steeds luider. De invalshoek is daarbij niet de wetenschappelijke kant, en ook niet de dogmatische positie, maar alleen de taalkundige aspecten. Onze taal is zo in beweging, dat de SV steeds verder af komt te staan van de huidige Nederlandse taal. De NV uit 1951 is voor een groot deel vóór de Tweede Wereldoorlog tot stand gekomen. Ook bij de NV doet zich de situatie voor dat de hedendaagse Nederlander moeite heeft met het taalgebruik. Onze taal lijkt zich na de Tweede Wereldoorlog sneller te ontwikkelen dan ooit daarvoor.
Die snelle veranderingen vormen echter wel de realiteit waarin wij ons bevinden. Zoals gezegd nemen onze gemeenteleden kennis van eenvoudiger vertalingen; in het bijzonder moet hier Het Boek als parafrase genoemd worden. In een Parallel bijbel vallen de grote verschillen in taalniveau op. Het is waar dat Het Boek allerlei teksten in een te laag 'taalregister' weergeeft; de weergave klinkt vaak populair en vlak. Dit heeft uiteraard te maken met de gekozen doelgroep. Maar elke lezer valt het verschil op en velen willen weten waarom wij niet een officiële vertalingen kunnen krijgen die veel toegankelijker is dan de SV. Waarom moeten we struikelen in Ps. 139 over een uitdrukking als 'Harer is meer dan des zands', terwijl bedoeld wordt dat Gods gedachten talrijker zijn dan de zandkorrels?
Twee enquêtes
Wanner ik collega's spreek over de toegankelijkheid van de SV, valt mij op dat de ene hier veel problemen in de gemeente constateert en de andere collega dat nauwelijks ziet. Om hier verder te komen heb ik contact opgenomen met de HGJB. Deze organisatie richt zich op de jeugd in onze gemeenten en heeft direct met de problematiek te maken. De HGJB heeft vervolgens twee enquêtes gehouden, de eerste onder predikanten en de tweede onder catechisanten.
Enquête predikanten
De enquête is verstuurd naar een brede schakering van predikanten die zichzelf rekenen tot de hervormd-gereformeerde richting. Van de 70 predikanten stuurden er 46 het formulier terug. Op dat formulier stonden negen open vragen over het bijbelgebruik in de gemeente. Twee belangrijke vragen zijn: 'Hoe ziet u de wenselijkheid dat er in onze kring een nieuwe vertaling komt? Indien gewenst of zelfs noodzakelijk, aan welke basisvoorwaarden (vertaalprincipes) moet deze dan voldoen? ' en: 'Is een interconfessionele vertaling (zoals de Nieuwe Bijbelvertaling 2002 van NBG en KBS) eventueel aanvaardbaar voor uw gemeente of zal alleen een vertaling vanuit eigen kring (Gereformeerde Gezindte en evangelische beweging? ) acceptabel zijn vanwege het geloofsuitgangspunt? '
1. Een eerste conclusie die getrokken kan worden is, dat NV, GNB en Het Boek geen echte alternatieven zijn. De keuze ligt tussen SV en een toekomstige vertaling, maar de bestaande andere vertalingen vallen allemaal af. Dat gebeurt op theologische en taalkundige gronden. Sommigen willen vasthouden aan de SV, maar verreweg de meeste collega's hopen op een taalkundig betere vertaling die er op dit moment nog niet is.
2. De tweede conclusie is, dat het taaleigene van de SV een groot probleem is geworden. Veel collega's moeten met catechisatie tijd besteden aan het uitleggen wat er staat. Een collega schrijft: 'Men heeft moeite en doet geen moeite'. Weer een ander merkt op: 'Moet men eerst een cursus gaan volgen voordat de Bijbel begrepen kan worden? De meeste catechisanten zijn niet in staat in eigen woorden het gelezene weer te geven'. Een ander zegt: 'Globaal gesproken begrijpen de VWO-leerlingen vanaf 14 jaar de meeste teksten en de (voormalige) MAVO-leerlingen vanaf 16 tot 18 jaar wat er staat; de anderen lezen slechts woorden voor'. Volgens velen is daarom een aparte training nodig om de SV te kunnen begrijpen. Dat kan thuis gebeuren, in de huisgodsdienst, dat kan door het trouw bijwonen van kerkdiensten en andere activiteiten, maar in ieder geval is een duidelijke toerusting nodig om de SV te kunnen hanteren. Aan de hand van de leesvaardigheid is het op catechisatie niet zo moeilijk om de kerkelijk meelevende geziimen op te sporen. Het is begrijpelijk dat een collega schrijft: 'Ik maak mij meer zorgen over de huisgodsdienst in het algemeen dan over een vertaling'.
Verder is het duidelijk, dat de SV nog slechts functioneert in de kring van de meelevende gezinnen. De randkerkelijken en halfmeelevenden kunnen de boodschap niet goed meer oppakken. Tevens krijgen we de indruk dat de lager geschoolde leerlingen pas tegen de tijd dat zij volwassen worden zelfstandig de Bijbel kunnen lezen. Wanneer we dat combineren met het gegeven dat veel jongeren op 14-of 15-jarige leeftijd zich niet innerlijk betrokken voelen bij het geloof en potentiële kerkverlaters zijn, zien we hier levensgrote problemen oprijzen. Het is van essentieel belang dat we de jongeren zo vroeg mogelijk toegang geven tot Gods Woord.
3. Een derde conclusie uit de enquête is, dat de SV in het evangelisatiewerk moeilijk te gebruiken is. Velen hechten er wel aan, dat er een eenheid is tussen bijbelvertaling in de kerk en in evangelisatiewerk, maar erkend wordt dat dit moeilijk ligt. Enige collega's hebben zelf bijbelgedeelten vertaald om met behoud van belangrijke vertaalprincipes van de SV toch de boodschap duidelijker uit te kunnen dragen.
Bij de IZB heb ik navraag gedaan naar hun ervaringen. De meeste evangelisten hebben aarzelingen bij het gebruik van de SV, maar de NV wordt niet als eenvoudiger ervaren. Vaak wordt Het Boek gebruikt of een zelfstandig taalkundig gemoderniseerde versie van de SV. Omdat in veel gemeenten het gebruik van de SV boven elke kritiek verheven is, heerst er bij veel evangelisatie (mede) werkers onzekerheid. Zij 'mogen' geen andere vertaling gebruiken, maar zijn zeker niet overtuigd van de verstaanbaarheid van de tekst. Doordat men ook zelf problemen heeft met het begrip van de SV neemt de animo af deze vertaling in de praktijk van het evangelisatiewerk te gebruiken.
Overigens komt dit niet alleen in de kring van de IZB voor. In het blad Terdege stond eind april 1997 een artikel over evangelisatiewerk in Hoorn, voornamelijk gesteund vanuit de kring van Het Gekrookte Riet. Evangelist M. Schreur vertelt: Een man die de meterstand kwam opnemen, begon uit zichzelf te bladeren in een Bijbel die op de trap lag. Op een gegeven moment legt-ie 'm weer terug. 'Zo', vroeg ik, 'hebt u kunnen vinden wat u zocht? ' 'Ja, eh nee, ik denk dat deze Bijbel meer voor ingewijden is.' Dit incident zette de evangelist aan het denken en hij komt tot de conclusie: 'Het valt niet te ontkennen dat de archaïsche taal voor buitenstaanders een bezwaar is. We zouden een evangelisatiebijbel moeten hebben met het koninklijke van de Statenvertaling, maar wel in hedendaags Nederlands'. Een leraar van een ZMLK-school vertelde mij ook zijn ervaringen, waarbij er weinig anders mogelijk is dan met kinderbijbels te werken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 januari 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's