De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Leerling van dr. J. Severijn

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Leerling van dr. J. Severijn

H. Leonard (91) en de hervormde gemeente van Dordrecht

13 minuten leestijd

Van tijd tot tijd willen we in ons blad een vraaggesprek publiceren met iemand die gedurende een langere periode van betekenis mocht zijn voor een hervormdgereformeerde gemeente. Het motief hierbij is niet een mens centraal te stellen, maar het werk van God, zoals dat ge­stalte krijgt in het dagelijkse leven van de gemeente, te belichten. Vandaag deel 5: na Aartje Boon uit Molenaarsgraaf, D. Dekker uit Nunspeet, B. Marijs uit Arnemuiden, C. H. Sukkel uit Kesteren, vandaag H. Leonard uit Dordrecht.

De oprichtingsakte van de Gereformeerde Bond en het geboortekaartje van Hendrik Leonard dateren beide uit 1906. Het stelde de Dordtenaar in de gelegenheid op de jaarlijkse ledenvergadering van de Bond getuige te zijn van vooroorlogse besprekingen rond I. Kievit en J. G. Woelderink, rond Taverne en De Lind van Wijngaarden. 'Ik zie in gedachten de toenmalige voorzitter ds. M. van Grieken, met zijn bol met wit haar, nog binnenkomen, gevolgd door de bestuursleden. Net een hen met haar kuikens, zeiden wij dan.' Meer betrokken nog was Leonard op de positie van de hervormd-gereformeerden in Dordrecht, gedurende de twintigste eeuw.

In zijn 92e levensjaar verricht Hendrik Leonard nog dagelijks hand-en spandiensten op het door hem opgerichte makelaarskantoor, waarover momenteel zijn zoon de directie voert. Het maakt hem tot een geschikt klankbord voor hervormdgereformeerde Dordtenaren die al enige maanden op zoek zijn naar geschikte woonruimte voor het gezin van ds. P. Molenaar, die de afgelopen zomer het beroep naar wijk VII aannam. Het erelid van de plaatselijke afdeling van de Gereformeerde Bond leeft nog volop met Dordrecht mee.

Het gesprek met Leonard is nauwelijks een minuut oud ('Ik ben op 12 april 1906 aan de Mijl geboren, een buurtschap dat bij Dordrecht hoorde. In de Glazenstraat, waar wij woonden, stond een evangelisatiegebouw') of hij zegt: 'Hier in Dordrecht blijven de bonders en de confessionelen buiten het Samen op Weg-proces. Ik ben altijd wat beducht voor de confessionelen, dat heeft dr. J. Severijn ons goed geleerd. Severijn zei in de tijd dat hij predikant van Dordrecht was: "De confessionelen zeggen ja, gaan dan een heel eind mee, maar ze dóen nee. Op het moment van besluiten zagen ze één poot van je stoel, en je gaat onderuit". Zo heb ik het alle bestuursleden in onze afdeling geleerd. En als er later in de kerkenraad wat gebeurde, zei ik: Wees voorzichtig, want nu zeggen ze ja; als er beslist moet worden, zeggen ze nee.'

Jongelingsvereniging

'In die evangelisatie aan de Mijl mochten alleen de hervormde predikanten optreden. We hadden er acht: twee vrijzinnig, twee ethisch, twee confessioneel en twee Gereformeerde Bond. De vrijzinnigen kwamen daar nooit op de kansel. Dat was volgens de statuten van de evangelisatie niet toegestaan. De hervormde dominee die 's avonds de doopdienst had, preekte 's morgens aan de Mijl. Ook kwamen er wel gastsprekers, soms godsdienstonderwijzers. Wij woonden daar, dus mijn ouders gingen aan de Mijl ter kerk. Elke zondagmiddag gingen we naar de stad, naar de Grote kerk of de Augustijnerkerk, kerkten alleen bij de confessionelen en de bonders.

Mijn vader had de gewoonte zondags na het eten als hij gelezen had iets over de dienst te zeggen, want moeder was niet geweest. Hij was een eenvoudige ijzerwerker. Wij bezochten de christelijke school aan de Mijl, waarvan de confessionele ds. C. Heemskerk voorzitter was. Ge­ lezen werd er thuis niet veel, behalve de Bijbel. Voor zichzelf las vader wel veel in de vaderlandse geschiedenis.

Ik ben toen ik vrij was van school, met een vrind naar de jongelingsvereniging gegaan, die tot de hervormd-gereformeerden behoorde.' Het meeste is de jonge Leonard gevormd door dr. Severijn, die in 1921 uit Leerdam kwam. 'In Dordrecht stond toen ook de oude ds. C. Bouthoorn, de vader van ds. Bouke Bouthoorn uit Zeist, óók al vele jaren overleden.

Bij Severijn ging ik op catechisatie. Hij leerde ons belangstelling voor alle terreinen des levens, niet alleen kerkelijk, vanwege zijn Kamerlidmaatschap ook op politiek gebied. Hij was toen nog vrijgezel, had alle tijd voor ons, maar zette ons ook aan het werk. Hij was streng en toch goedaardig. Streng om je te leren. We werden altijd onderwezen in de catechismus, leerden altijd van hem. Het geloof is vanaf mijn kindse jaren bij mij geweest. Bij ds. Severijn deed ik in 1927 belijdenis. Het was zo dat het jaar waarin je belijdenis deed, je in het algemeen aan het avondmaal ging. Later veranderde dat iets, maar er zijn in Dordrecht altijd behoorlijk wat avondmaalsgangers geweest. Nu zijn dat er ruim 160. Als Severijn of ds. Verdoes Klein, een confessioneel op de methode van één gezang, avondmaal bediende, was er weinig verschil.

Mijn vrouw was afkomstig van de meisjesclub van ds. Verdoes Klein. Zijn preek was prima, altijd goed. Hij was bevriend met Severijn. Zij ging op catechisatie bij de oude ds. Bouthoorn, ook hervormdgereformeerd, hoewel die modaliteiten niet altijd zo georganiseerd waren als nu.'

Kiesvereniging

'Het kiescollege stelde in een predikantsvacature eerst een twaalftal namen, twee weken later werd dat een zestal, vervolgens een drietal en tenslotte bleef er één kandidaat over. Dat gebeurde in het ministerie. Op deze manier werd besloten wie men in Dordrecht zou beroepen. Van lieverlee gingen die vrijzinnige, ethische, confessionele en hervormd-gereformeerde stromingen zich aftekenen.'

De komst van ds. Severijn betekende veel voor de hervormd-gereformeerden in Dordrecht. 'Hij startte de organisatorische opbouw van veel activiteiten, zoals de zondagsschool "Bidt en Werkt", de naaikrans "Lydia", de knapenvereniging die later samen met de meisjesvereniging fuseerde tot de jeugdclub "Rafidim", evenals een hulpverlening van de Geref. Zendingsbond.' Op 23 oktober 1918 werd de afdeling van de Geref. Bond opgericht. 'Hieraan ging een enigszins georganiseerde samenwerking van gereformeerd denkende en belijdende broeders vooraf, gestimuleerd door een Schriftgetrouwe prediking van enkele dominees." Niet lang daarna kwam de hervormde kerkelijke kiesvereniging "Waarheid en Vrede" van de grond. 'Severijn heeft deze opgericht, omdat het benoemen van ambtsdragers en het beroepen van predikanten inmiddels door kiesverenigingen gebeurde. Men ging er in die jaren vanuit dat de vrijzinnigen, de ethischen, de confessionelen en de gereformeerde bonders elk twee van de acht predikantsplaatsen mochten bezetten. Aan elke predikant zouden een of meer ouderlingen van zijn richting worden toegevoegd. Een min of meer links georiënteerd blok had zich de evenredige vertegenwoordiging van de verschillende richtingen in onze gemeente ten doel gesteld.

Om dit voorstel er door te krijgen was de kiesvereniging "Voor Evenredige Vertegenwoordiging" (VEV) opgericht. De strijd van "Waarheid en Vrede" moest er onder de bekwame leiding van Severijn voor zorgen dat Dordrecht twee gereformeerde predikers had, bij wie een aantal ouderlingen en diakenen moest aansluiten.'

Kromhout

'In 1923 was hier een plaatselijk reglement voor opgemaakt. Eens per jaar werden alle lidmaten ter stemming voor het kiescollege opgeroepen. In dat kiescollege zaten drie keer zoveel mensen als in de kerkenraad. Het ging met partijschappen gepaard.

De voorganger van Severijn was ds. Keiler, een magere, vrijgezelle man. Diens voorganger had een eigen evangelisatie in het Kromhout, een wijk van Dordrecht. Deze dominee Van der Sluijs wilde toch preken als hij geen officiële dienst had. Die evangelisatie, "Onze hulp is van den Heere", is er nog. Van der Sluijs kreeg een beroep naar Huizen en nam dat aan, want hij wilde twee keer kunnen preken. Toen is ds. Keiler gekomen, die ging ook voor in het Kromhout. Je voelt wel, die ds. Van der Sluijs preekte er alleen als hij in de officiële kerkdienst niet aan de beurt was, dus het was geen echte evangelisatie. Ds. Keiler was een ontzettend goed preker, maar ook een zeer eigenaardig man, scherp. Ik zal u een paar voorvallen vertellen. Als er een kind geboren was, kwam hij op bezoek en zei boven de wieg: "Daar ligt weer zo'n verdoemelingetje". Een ander verhaal: Op een herfstdag loopt er 's morgens in het donker een man over de Krommedijk. "Hé", zeggen de mensen die daar werken, "daar loopt ds. Keiler. Zou hij in de war zijn? " "Dominee, u hier? " "Stoor me niet! Ik zoek Jezus!" Het college van diakenen stuurde ds. Keiler ooit een brief of hij voortaan de collecten wilde aanbevelen. Hij preekte de volgende zondag in de Grote Kerk, las de brief voor en voegde toe: "Ondertekend door de satan". Hij versnipperde de brief en gooide de snippers de kerk in. Keiler nam later een beroep aan naar ergens in Overijssel, waar hij uit de kerk gezet is en een eigen gemeente begon. Severijn kwam in zijn plaats.'

Eigenaardige opvattingen

'Het bestuur in Kromhout vroeg hem ook te preken, maar dat deed hij niet. Hij wilde zich aan de officiële regels houden. In het Kromhout was ook een eigen kiesvereniging. Severijn heeft toen "Waarheid en Vrede" opgericht. Een paar leden van de afdeling van de Geref. Bond wilden niet meedoen met die kiesvereniging. De afdeling had als omschreven taak onderwer­ pen te behandelen die te maken hadden met de kerk. De kiesvereniging was kerkelijk, moest zorgen voor ambtsdragers. Maar die kiesvereniging in Kromhout bleef ook bestaan. We hebben gevraagd met ons mee te doen, samen te gaan, maar we konden het niet eens worden. Er leefden zulke eigenaardige opvattingen.

Ze hebben tot op de huidige dag nog diensten. De heer G. J. Edelman was hun laatste voorganger. Er komen nu veertig mensen, het meest vrouwen. Na het overlijden van Edelman was er geen geld meer voor een voorganger en wordt er een preek gelezen. Ds. N. van der Want komt uit deze groepering voort.'

'De Kiesvereniging "Voor Evenredige Vertegenwoordiging" wilde uit blijven maken wie er beroepen werd en wie er voor de ambten gesteld werden. "Waarheid en Vrede" wilde dat niet en zei: "Dit zijn onze mensen". Wij deden zelfs een enkelvoudige opgave. Dat heeft erg veel moeite gekost. Ik denk aan de komst van ds. Van Ingen.

Toen ds. C. Bouthoorn met emeritaat is gegaan - hij was toen al in de tachtig jaar - was die strijd aan de gang. Wat deed VEV? Ze vroeg niet welke dominee wij wilden, maar zeiden: "Wij zoeken uit welke hervormd-gereformeerde dominee hier moet komen". Toen hebben ze ds. Van Ingen uit Hattem beroepen. "Dat is onze keus niet", zeiden wij.

Wij gingen als bestuursleden van de afdeling van de Geref. Bond naar Hattem en zeiden: "Dominee, u mag dat beroep niet aannemen, want wij hebben u niet beroepen. U moet er goed om denken dat wij u vragen te bedanken". We hebben gezegd dat we als afdeling het advies aan onze mensen zouden geven om niet bij u te kerken. Hij gaf geen antwoord, zou nader beslissen. En hij nam het aan.'

Diakenen

'Wij kerkten toen alleen bij dr. Severijn. Bij ds. Van Ingen kwamen wel een paar mensen die niet bij de door Severijn opgerichte kiesvereniging hoorden, maar wel lid waren van de afdeling van de Gereformeerde Bond. Wij vroegen aan ds. Severijn: "Waar moeten we naartoe als u er niet bent? " "Wel", zei hij, "dan ga je maar naar de christelijke gereformeerde kerk". Severijn kerkte zelf wel bij de confessionele ds. C. Heemskerk en ds. Verdoes Klein.

Ds. Van Ingen is tot zijn emeritaat in Dordrecht gebleven. Wij deden wat we gezegd hadden, dus miste men van ons de collecten! Het bestuur van "Voor Evenredige Vertegenwoordiging" begreep dat het zo voortaan niet meer zou gaan. Er is toen afgesproken dat wij onze eigen mensen mochten aanwijzen. Wat wij wilden, werd op de ledenvergadering van "Waarheid en Vrede" besproken. Die stelde ook de beroepingscommissie samen. Toen dr. Severijn naar de Kamer ging, is ds. G. Alers gekomen.

Wat Van Ingen wel goed kon, was bidden. Een uitstekende manier van bidden. Nu zul je vragen: "Hoe weet je dat? " Ik werd in 1931 diaken. Als diakenen dien­ den we in heel de kerk, terwijl de ouderlingen bij een dominee hoorden. Je moest twee weken in de Grote kerk zijn, had dan twee weken vrij, dan twee weken naar de Augustijnerkerk en weer twee weken vrij, enzovoorts. We hadden bij alle dominees dienst. Er was hier eens een vrijzinnige dominee uit Zaandam, wiens preek voor ons gewoon beledigend was. Daar bleven we na de collecte niet bij in de kerk!

In mijn eerste tijd moesten we tijdens de dienst direct de collecte tellen en als je klaar was, gingen we pas terug. Soms was de preek al ten einde. Later hebben we het als hervormd-gereformeerde diakenen voor elkaar gekregen dat we na de dienst konden tellen, terwijl we dit nog later op maandag gingen doen.'

Erelid

'Een week na mijn 25e verjaardag ben ik door ds. Alers tot diaken bevestigd. Ik heb zelf als voorzitter van het college van diakenen iemand gehuldigd die veertig en zelfs vijftig jaar diaken was, ben zelf bijna 24 jaar ambtsdrager geweest. Het was de gewoonte dat alle kerkenraadsleden in het bestuur van de afdeling zaten, want alle zaken van de kerk moesten besproken worden. In 1979, in de tijd van ds. K. Schipper en ds. G. C. Kunz, ben ik tot erelid benoemd.' Ruim 26 jaar gaf Leonard leiding aan de knapenvereniging. 'Al die jaren heb ik er bijbelse geschiedenissen behandeld, samen met een paar andere kerkenraadsleden. Geen exegese, maar geschiedenis.'

'Je hebt in Dordrecht alle soorten van mensen. Onze leden zijn zeker de laatste jaren zeer trouw in de kerkgang. Er waren oorspronkelijk acht wijken. Als gevolg van minder kerkbezoek is wijk 3 al uitgevallen. Door nieuwbouw zijn er de wijken negen tot en met elf bijgekomen. Om de Grote Kerk, wijk 1, is altijd een vrijzinnige predikantsplaats geweest; nu zijn de vrijzinnigen te vinden in de Protestantenbond. Wijk 2 wordt nu gediend door ds. J. C. de Groot, bij wie de kerk altijd vol zit, ook met jongelui. Wijk 3 is al wel twintig jaar weg, hoort met wijk 4 tot de Groninger richting. Die wijk gaat mee met Samen op Weg. Wijk 5 is ook verdwenen, samengegaan met wijk 6. Hier kerken zo'n vijftig mensen. Wijk 7 is de Pauluskerk, waar ds. P. Molenaar komt. Ook wijk 8 is in wijk 6 opgegaan. Wijk 9 is een nieuwe wijk, tegenwoordig de confessionele wijk die ook buiten de werking van Samen op Weg is gebleven. Het bezoek is er goed, maar in de avonddienst slap.'

Leonard ziet beslist toekomst voor de hervormd-gereformeerde richting in zijn stad. Elke zondag zitten er twee keer zo'n 800 tot 1000 mensen onder de kansel. Het is niet meer zoals in mijn jonge dagen, want dan stonden er in de berghokken achterin kerkbanken en moesten de zogenoemde kerkknechts deze banken in de paden zetten. Dat hoeft nu niet meer. Ik verwacht niet dat het zal verlopen, het is een levende gemeente. Ik voorspel wel dat er binnen heel hervormd Dordrecht nog een wijk zal sneuvelen, wellicht verhuld door Samen op Weg.'

Overgave

'Ik zou het onderwijs in de kerk niet graag gemist hebben. Zowel van de ene als van een andce dominee heeft dat mij erg geleid. Dat bracht me er telkens toe dat ik in mijn gebed voor God mocht vragen om mij verder te leiden. Ik ben erg dankbaar dat ik deze hoge leeftijd heb mogen bereiken.

Nu ik ouder word, ben ik blij met iedere dag dat ik Gods Woord lees of iets nalees uit verschillende bladen. Ik blijf behoefte aan onderwijs houden. Soms heb ik last van aanvallen, van een satanische aanval: "Waarom heb je dat nu toch gedaan? ", vraagt de Heere aan me. Het meest heb ik daar last van als ik naar bed ga. Ik ben er altijd erg bang voor dat die me van het spoor zullen brengen, 's Morgens als ik wakker word, zeg ik dan: "Heere, wat zijt Gij weer goed voor me geweest. Ik heb vannacht weer heerlijk mogen rusten. Gij hebt me bewaard en gespaard en gedragen".

Aan het einde van de avond geef ik me over aan de Heere. Ik verwonder me elke dag weer over wat ik nog mag doen. Verschillende dingen die nog niet voltooid zijn, maak ik graag af, maar steeds komen er ook weer nieuwe dingen. Ik weet niet wanneer mijn taak echt voltooid is. Ik vraag dan: "Heere, wanneer zal het voor mij voltooid zijn? " Straks ben ik geheel in Zijn handen.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Leerling van dr. J. Severijn

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's