Uit de pers
Staan in de kerk
Het is niet te veel gezegd als we constateren dat er nogal wat verwarring bestaat onder ons: hoe moeten we staan in de kerk? Een kerk die tegen onze overtuiging in doorgaat met het SoW-proces. Er openbaren zich grote tegenstellingen onder ons, hoewel ik persoonlijk vind dat we die tegenstellingen ook weer niet moeten overdrijven. Er is méér eenheid dan we soms in de gaten hebben, al was het alleen maar de grote liefde voor de Hervormde kerk en haar eeuwenoude belijdenis. De meningsverschillen spitsen zich toe op de consequenties die het SoW-proces zal hebben voor het gereformeerde deel binnen onze kerk. Nu is er van meet af aan tweesporigheid binnen de Gereformeerde Bond geweest. Daar is al meerdere malen op gewezen. Dat heeft vanaf het begin voor spanning gezorgd in de geschiedenis van de GB. Je zou zo een aantal gerenommeerde namen kunnen noemen die als representanten gelden van beide stromingen. Zelf spraken we bij het 75-jarig bestaan van de Bond al de vrees uit dat bij een naderende realisering van SoW deze twee lijnen de tegenstellingen scherper dan ooit zullen maken (Beproefde Trouw 283). Het is onze roeping voor nu en voor de komende generaties elkaar vast te houden en te staan voor de zaak waar de GB altijd voor heeft willen staan: Schrift en Belijdenis in volle rechten voor heel de kerk.
Dat ik hiertoe kom, is het gevolg van het lezen van twee interviews met predikanten in het hervormd-gereformeerde deel van onze kerk. Beiden hebben hun sporen verdiend als het gaat om het opkomen ook in bredere verbanden van de kerk voor het gereformeerde beginsel van onze kerk. In het reformatorisch opinieblad Koers van 9 januari 1998 stond een opmerkelijk gesprek te lezen met ds. P. Kolijn (67), emeritus hervormd predikant te Krimpen aan den IJssel. Als vanouds een strijdbaar predikant voor het gereformeerde karakter van onze kerk. Zelf was ik een aantal jaren voorzitter van de classis Gouda, waar toen ook ds. Kolijn deel van uitmaakte. Als ik hem zag binnenkomen en de IKON had weer iets opzienbarends gezegd of vertoond, of er waren ontwikkelingen binnen SoW die rumoer gaven, dan wist ik het al: straks staat ds. Kolijn op en roept ons als classis inzonderheid het moderamen van de classis op om stappen te ondernemen en ons niet de gereformeerde kaas van het brood te laten eten. Als je dan tegenspartelde en zoiets zei als: Het haalt toch niets uit. Je mag keffen tegen de heren, maar de karavaan trekt toch voort. Dan was hij van dat argument absoluut niet onder de indruk. Als jullie niets doen, dan doe ik het met mijn kerkenraad zelf. Welnu, in Koers stond een interview met ds. Kolijn te lezen met het veelzeggende opschrift Geen pleister op de mond. Uiteraard komen in dat gesprek de huidige ontwikkelingen aan de orde cirkelend rond de SoW-problematiek.
U hebt een leven lang gediend in de Nederlandse Hervormde Kerk. Bent u iemand die zich met hart en ziel verbonden weet aan deze kerk.'
'Mijn hervormd-zijn stoelt niet op romantiek. Het is ook geen sentiment. Van warme gevoelens kan ik niet spreken. Mijn hervormd-zijn is een praktische consequentie van mijn geworteld zijn in het verbond dat God met de Kerk van de Reformatie heeft gesloten. Hoe ik mij ook geestelijk verbonden weet met bevriende theologen als dr. W, van 't Spijker, dr. W. H. Velema en ds. J. Westerink, toch houd ik staande: iedere afscheiding is een vorm van verbondsbreuk.'
Geëmotioneerd: 'Al zou Kajafas voorzitter worden van onze synode en Pilatus voorzitter van het college van visitatoren-generaal, dan zou ik nog niet gaan. Als de politie een kraakpand ontruimt, moeten ze de mensen soms naar buiten dragen. Ik ben geen kraker van de Nederlandse Hervormde Kerk, maar ze zullen mij er toch uit moeten dragen. Uit eigener beweging ga ik niet weg.'
Ruimte
U vindt dat u niet mag breken zolang er binnen de kerk ruimte is voor de rechte prediking van het Woord, de zuivere bediening van de sacramenten en de oefening van de tucht? Inderdaad. Ik heb niet de vrijmoedigheid om naast deze kerk een andere op te richten of in één van de bestaande afgescheiden verbanden te participeren.'
Straks, als God het niet verhoedt, mondt de rivier van de Hervormde Kerk uit in de kunstmatig gevormde vijver van de VPKN. Ziet u daarin een aanleiding om uw lidmaatschap op te zeggen.'
'Ik zie tal van redenen om ermee te stoppen, maar dat zijn menselijke redenen. Ik kan niet stoppen. Ik mag niet stoppen. Maar ik zal God op mijn knieën danken als er een blokkade komt waardoor het SoW-proces tot staan wordt gebracht.'
Na een moeilijk moment: 'Toch heb ik de verwachting dat, als die VPKN er dan toch moet komen, het weer net zo zal gaan als in de negentiende eeuw. Toen was de Hervormde Kerk in meerderheid vrijzinnig. Er was eigenlijk maar een handvol getrouwen, soms met smaad en hoon overladen door degenen die vertrokken waren. Vervolgens hebben we kunnen zien dat de vrijzinnigheid langzaam maar zeker afsterft, terwijl degenen die God en zijn Woord trouw zijn gebleven, versterkt worden. Ik denk dat dit patroon zich in de VPKN zou kunnen herhalen.' 'Ik zou dus blijven. Ik zou daarin zelfs durven staan met de Leuenberger Konkordie in de hand. Want daarin staat toch ook: "De Konkordie laat de verbindende kracht van de belijdenissen in de deelnemende kerken staan. Zij wil niet verstaan worden als een nieuwe belijdenis, (art. 37)".'
'Er staan in die Konkordie tal van dingen waar ik het glad niet mee eens ben, maar dit staat er ook in. Ik zal mij daaraan vastklemmen om de tegenstanders van de gereformeerde religie een halt toe te roepen.'
Gradueel
Is er een wezenlijk verschil tussen de Nederlandse Hervormde Kerk van nu en de Verenigde Protestantse Kerk in Nederland die er op déze basis nooit zou moeten komen.'
'Het wordt er niet beter op, laat ik dat voorop stellen. Aan de andere kant zie ik geen wezenlijk verschil tussen de huidige kerkorde, waar men bewust in de formulering van artikel 10 heeft gekozen voor het multi-lnterpretabele in gemeenschap met in plaats van het eenduidige in overeenstemming met. Met dien verstande dat in 1951 de meerderheid ruimte heeft geschapen om officieel af te wijken van de oude belijdenissen, terwijl het er nu zo voor staat dat de rechtzinnigen de ruimte krijgen om officieel vast te houden aan die oude belijdenissen. Inderdaad, dat is een achteruitgang. Maar het is een gradueel-, en geen principieel verschil.
Ik vind het dan ook heel erg dat sommige rechtzinnige predikanten de kerkorde van 1951 op een onwerkelijke manier prijzen, terwijl zij drommels goed weten dat ook die kerkorde een lekke roeiboot is. Ik vind dat niet eerlijk. Dat ding van '51 is net zo'n wangedrocht als het ding dat het SoW-management nu in elkaar heeft gedraaid. We kunnen beide kerkordes echter op een gereformeerde wijze interpreteren. Die ruimte moeten we naar mijn volle overtuiging blijven benutten. God zal daar Zijn zegen over gebieden.
Als ik in het Reformatorisch Dagblad lees dat mijn collega ds. L. W. Ch. Ruijgrok in Putten heeft gezegd: "De voorwaarde voor het lidmaatschap van de VPKN is dat u deze gemeenten in hun geheel andere opvattingen erkent en respecteert", dan vind ik dat een vertekende voorstelling van zaken. Ik zou hem willen vragen: Is de huidige situatie anders? Ik denk van niet. De rechtzinnige predikanten in de Hervormde Kerk bevinden zich al honderden jaren in de marge. Het verschil is alleen dat de VPKN zoals het er nu naar uitziet haar getrouwe herders en leraars - ik zeg voorlopig, nadrukkelijk voorlopig! - nog dieper in de marge drukt.'
Een strijdbaar standpunt dat getuigt van een diepgeworteld gevoel voor Gods historisch handelen onder ons volk en een krachtige liefde voor het Woord zoals dat geslachten lang verkondigd is in gemeenten die werden bediend vanuit het gereformeerde beginsel. De verbreiding van het Woord, aldus ds. Kolijn, gaat voor de verdediging.
Hoe in een pluriforme kerk?
Een tweede interview kwam ik tegen in het Contactblad van de hervormd gereformeerde kring in de Hervormde Gemeente te Bilthoven van februari/maart 1998. Ds. P. Koeman moest vanwege de gevolgen van een auto-ongeluk afscheid nemen van het gemeentepastoraat na 32 jaar in de pastorie gewoond te hebben. Voor hem en zijn vrouw een zeer ingrijpend gebeuren. Ds. Koeman was vele jaren lid én voorzitter van de GZB. Thans is hij full-time docent aan de Theologische Hogeschool te Ede. Eén van zijn plaatselijke collega's in hervormd Bilthoven, ds. D. A. Tielkemeijer, nam hem voor het blad 'Samen op Weg' een uitgebreid interview af. We citeren daar het gedeelte uit waar ds. Koeman bevraagd wordt naar zijn staan in een gemengde gemeente en zijn visie op een verdeelde kerk.
Wij hebben verschillen wijkgemeentes, verschillend van karakter. Is het waar, zo heb ik het geproefd, dat u uw ambt ziet niet alleen in eigen kring, maar met het oog op de hele gemeente?
'Mijn visie op de gemeente is principieel: het is de gemeente van Christus. Niet onze gemeente of mijn gemeente, het is zijn gemeente en daar moet je heel zuinig op zijn. Als je de gemeente van Christus liefhebt, dan wil je die ook van dienst zijn en dan kun je niet zeggen, nou alleen voor dat onderdeel heb ik zorg. De hele gemeente wordt aan je hart gelegd. De bijdrage die ik mag geven is niet uitsluitend voor de hervormd-gereformeerde kring, die mag ook het geheel dienen. Omgekeerd, dat geheel dient jou, roept jou ter verantwoording, nodigt je uit mee te denken over de vragen en de zorgen die hier liggen. Je kunt niet zeggen alleen mijn groep is het en de rest daar heb ik geen boodschap aan. In mijn visie is het samen met anderen die de Heere Jezus Christus liefhebben. Je hebt elkaar nodig.'
Het is bij u van meet aan de gemeente van Christus. Dat besef geeft richting. Maar het loopt ook wel eens spaak toch?
'Helaas. Ik denk dat je dan stuit op de gebrokenheid, de verdeeldheid. Ieder is geneigd om zich in zijn eigen kring terug te trekken en vanuit een bastion de rest te bekogelen. In plaats dat je toch aan de ene kant met een stukje nuchterheid zegt, ik heb een taak voor dat ene deel, maar tegelijkertijd blijft voor mij de opdracht van Christus gelden, niet alleen intern maar ook extern, om zijn beeld te vertonen. Dat is de uitdaging die wij met elkaar moeten oppakken. Ik ervaar toch teveel dat we te gemakkelijk naast elkaar en daarmee langs elkaar leven en vrijblijvend met elkaar omgaan. Ik zeg er bij: de ruimte die geboden is, daar ben ik dankbaar voor. Ik vind de manier waarop we hier met elkaar omgaan een voorbeeldfunctie hebben. Daar zou je landelijk ook veel meer van willen zien. Maar dat vraagt inzet en dat je je nek uitsteekt.'
Ja, dat is de priesterlijke dominee met een groot hart voor ieder die hij in het huis des Heeren tegenkomt en ook daarbuiten. Bent u iemand die op de grens leeft en het bij elkaar moet zien te houden.'
'Ja, dat is een spanningsveld. Dan krijg je van links en rechts op je kop. Dan moet je soms je nek uitsteken en daar kom je gebeukt doorheen. Maar ik vind het voor mezelf onopgeefbaar. Je moet toch boven de partijen staan. Ik ben geen partijganger.
Mag ik deze vraag ook doortrekken naar het geheel van de kerk, meer landelijk.' Kunt u het ook verbinden met de vraag van de fusie van Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerk en de Evangelisch-Lutherse Kerk.' Ligt dat in het verlengde van uw visie op de gemeente, of is dat iets anders.'
Eigenlijk niet iets anders, maar voor mij is de pijn en de zorg dat het fusieproces teveel blijft steken in technische en organisatorische aangelegenheden. Wat ik geprobeerd heb, in de kaders waarin ik meedeed, is om ook de wezenlijke vragen van het kerk-zijn inhoudelijk aan de orde te stellen. Mijn zorg is dat in dit fusieproces een aantal wezenlijke vragen van alle kanten en ook van de Gereformeerde Bond in de knel komen. Laat het toch een geestelijke aangelegenheid zijn, waarin je elkaar op het scherp van de snede ontmoet. Waarin je begint om je samen te verootmoedigen en je samen onder het Woord van God te stellen. En dan elkaar wezenlijk te proeven en de eigenlijke vragen van de kerk te stellen. Dat je de roeping van de kerk en de inhoud van je belijden, van je beleving van de dingen durft te delen. En dan denk ik dat je op die uitnodiging mag en moet ingaan. Dat is een behoorlijk zware wissel die getrokken wordt. En laten we samen wat we ten diepste geloven toetsen aan het evangelie. Hoe kunnen we de kerk van dienst zijn en tot getuige laten zijn, zodat de kerk weer in het midden van de samenleving komt. Niet om macht uit te oefenen, maar dat mensen ontdekken: daar gebeuren dingen in de omgang met God en hoe ze met elkaar omgaan. Daar willen we meer van weten. Dat je levensstijl uitnodigend is. Niet louter een protest tegen de samenleving, maar vooral een appèl om het diepe, bijbelse woord te proeven van binnenuit, wat het vrezen van de Heere is en dat dit zegenrijk is voor het leven van ieder.'
U spreekt met een verlangen om door te dringen in een dieper gesprek. En tegelijkertijd steekt u uw nek uit voor het Samen op Weg-proces.
'Zolang je in de gelegenheid gesteld wordt om een bijdrage te geven uit liefde voor je Heiland, maar ook uit liefde voor zijn kerk, moet je die benutten. Dat is niet eenvoudig, want hoe serieus word je genomen? Soms doe je de verrassende ontdekking dat het wel gebeurt. Maar al te vaak etiketteren wij elkaar in de kerk. Jij bent zo en jij bent zo. Maar is het een uitdaging om wat je ten diepste gelooft met de ander te delen. Dat is de moeite waard en dan ben ik bereid om zeeën over te steken. Maar dan moet je wel eerlijk zijn. Mij is opgevallen als je eerlijk bent dan wordt je dat niet altijd in dank afgenomen en toch kom je verder als je elkaar in het hart kijkt. Als er ergens een plek is waar het spant, dan is het de kerk.'
U spreekt over de plaats van de kerk in de samenleving. Welke gedachten hebt u over de toekomst van de kerk.'
'Ik denk dat de kerk nog meer een minderheidspositie zal innemen dan nu. Maar ze heeft wel het Woord voor de wereld. Dat betekent de opdracht voor de kerk zelf om authentiek te zijn en om het aan te durven in haar getuigenis en dienstbetoon te zeggen van Wie ze is. Wie ze dient en wat de eigenlijke bedoelingen zijn: hoe heilzaam Gods geboden en beloften voor ieder zijn en dat het evangelie de verhoudingen onderling raakt, omgang met mensen, jongeren en ouderen, werksituaties, omgang met de schepping, met de gaven van de Geest, muziek en kunst. Laat de kerk dan een lichtplek zijn.
Ook de oude kerk bevond zich in een minderheidspositie. Daar kunnen we nu veel van leren. Door ons niet met bijzaken bezig te houden maar met hoofdzaken. Gewoon te doen wat onze hand vindt om te doen. In de wereld staan en vuile handen dtirven maken. Omdat het Gods wereld is en blijft, ook al wordt dat op alle mogelijke manieren ontkend. Maar laat de belofte van Christus ons moed geven. Wij moeten niet aan doemdenken doen. God is bij machte om zijn gemeente te gebruiken en tot zegen te laten zijn. We hebben toch een geweldige God.'
Uit beide gesprekken met predikanten die jarenlang de kerk gediend hebben op soms zeer kwetsbare posities blijkt vasthoudendheid aan het principiële spoor der vaderen zonder het zicht te verliezen op de concrete werkelijkheid waar de kerk zich in bevindt. Laten we én plaatselijk én landelijk in onze kerk deze lijn blijven vasthouden. En elkaar bij alle verschil van inzicht blijven aanvaarden in Christus. De kerk is gelukkig van Hem. Hij kocht haar met Zijn eigen leven als offer. Hij bewaart haar tot Zijn komst in heerlijkheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's