Kerken op zoek naar verzoening
Ondergetekende werd uitgenodigd om op 21 januari 11. een bijdrage te leveren aan een thema-avond, 'Kerken op zoek naar verzoening met elkaar', uitgaande van Zoetermeerse kerken in de wijk Rokkeveen. Samen met anderen werd mij gevraagd in een tijdsbestek van ongeveer 15 minuten mijn visie te geven op 'oecumene' en 'verzoening' tussen de verschillende kerken. Daartoe waren vier concrete aandachtspunten geformuleerd. Bijgaand treft men deze aandachtspunten en wat daarover door ondergetekende is gezegd.
Persoonlijk
'Wat zijn uw persoonlijke ervaringen met de oecumene.' Bent u in de loop van de jaren (bijvoorbeeld door persoonlijke contacten) anders over oecumene gaan denken.'
Ik beantwoord deze vraag staande in de gereformeerde traditie, waarvoor kenmerkend zijn de vier sola's van de Reformatie: Sola Scripture, alleen de Schrift; Sola Gratia, alleen genade; Sola Fide, alleen het geloof en Solus Christus, alleen Christus.
Ik ben afkomstig uit een vroeger overwegend protestants dorp met slechts enkele rooms-katholieken. In de straat, waarin ik woonde, woonde één rooms-katholiek gezin. Als kind dribbelde ik daar weleens binnen en zag daar een beeldje aan de muur hangen, waaronder een kaars brandde. Ik vond dat heel mysterieus. Dat dit 'vreemd' was, werd mij, wanneer ik er thuis naar vroeg, nog eens extra onderstreept. Rome lag, om het zacht te zeggen, ver buiten het blikveld. De hervormde school, waar ik mijn voetstappen zette, paalde aan de Gereformeerde Kerk ter plekke. De verhouding tussen hervormden en gereformeerden was stroef. Wat de leer betreft waren gereformeerden lichter dan hervormden. Echter verweten gereformeerden hervormden leervrijheid. Ook de kleding van de gereformeerde dominee was lichter dan die van de hervormde predikanten. Hervormden verweten gereformeerden kleervrijheid.
Zicht op éénheid van de kerk (modern gezegd: oecumene) is mij van jongsaf hoogstens bijgebracht voor zover het is naar de Schrift en de gereformeerde belijdenis. Later leerde ik evenwel de ruimte ook van de gereformeerde traditie in deze te onderkennen. Calvijn wilde zeeën oversteken om geloofsgenoten te ontmoeten. Maar er was in de tijd van Calvijn nochtans al wél het geding tussen gereformeerden en lutheranen. Hierbij ging het om de zeer wezenlijke kwestie van de tegenwoordigheid van Christus in het avondmaal; een zaak, die ook tussen Rome en Reformatie in het geding was. Evenwel is de gereformeerde traditie van huis uit gekenmerkt door een wettige verscheidenheid, binnen de grenzen van de Schrift en de gereformeerde confessie. Als zodanig is van de jammerlijke verdeeldheid van de gereformeerde kerkelijke wereld niets goeds te zeggen. Deze verdeeldheid op zich is strijdig met de gereformeerde, katholieke allure van het eerste moment. Er zou heel veel concrete schuld moeten worden beleden tussen kerken wanneer echt wordt doorleefd hoe schuldig met name gereformeerde kerken tegenover elkaar staan.
Anders gaan denken?
Ben ik in de loop van de jaren anders gaan denken over 'oecumene'? Ten principale niet. Ik heb het voorrecht gehad tijdens reizen in het buitenland vele ontmoetingen te hebben gehad met andere kerken in de wereld. Van zulke ontmoetingen leert men. Men leert, dat in onderscheiden tradities, waar het Woord van God aanwezig is, de Heilige Geest mensen in het hart raakt.
Men leert allereerst, gaandeweg, dat er ook in de gereformeerde traditie verscheidenheid is, die te maken heeft met ontwikkelingen in de eigen cultuur van volkeren. Ik denk in deze aan de kerken in Oost-Europa. Daar kent men als belijdenissen ook de Heidelbergse Catechismus en de Confessio Belgica. Toch ontwikkelde het gereformeerde leven zich daar in de context van de eigen cultuur. Datzelfde geldt bijvoorbeeld voor de Toraja Kerk in Indonesië, onstaan door de zendingsarbeid van de Gereformeerde Zendingsbond en de Christelijke Gereformeerde Kerken alhier.
Trekt men de kring wijder en gaat het om écht andersoortige tradities, dan waren er nochtans soms ook verrassende ontdekkingen. Ik verbleef ooit enkele dagen in een klooster in Syrië, waar vijf oosters-orthodoxe monniken hun intrek hadden genomen. Met een oosters-orthodox patriarch, die in New York een krachtdadige (Paulus-)bekering had doorgemaakt en zich daarna geroepen wist om te gaan arbeiden in het Koninkrijk Gods, had ik een heel intensief gesprek. Hij vroeg me of ik wedergeboren was. We kregen daarover een diepgaand geestelijk gesprek. Ik beleefde daarin wat tegenwoordig 'oecumene van het hart' heet. Men ervaart, dat het volk Gods wereldwijd is en dat de Heere in onderscheiden kerken, binnen onderscheiden culturen Zijn kinderen heeft. Maar daarmee is het vraagstuk van de kerkelijke verdeeldheid niet opgelost. De kerken vallen niet te beoordelen op 'mijn' ervaringen in persoonlijke contacten, maar kerken dienen te worden beoordeeld op hun belijden(is). En dan wil ik ook vandaag in de oecumenische vragen staan op de bodem van de gereformeerde belijdenis en daarnaar ook de kerken beoordelen, omdat ik van overtuiging ben, dat de heilige leer der Schriften, die het geestelijk leven van de mens dient, het meest adequaat is verwoord en vertolkt in de gereformeerde traditie. Daarin gaat het om geloven met het hart en belijden met de mond.
Verzoening
'Vindt u het noodzakelijk, dat kerken op zoek gaan naar verzoening met elkaar.' Speelt het bijbelse begrip verzoening een rol in uw antwoord op deze vraag.''
Deze vraag is in Nederland uiterst actueel, gezien het proces van vereniging van de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch Lutherse Kerk. Uitgerekend in deze weken gaan de golven heel hoog met betrekking tot het leerstuk van de verzoening door voldoening, ook in de commotie, die is ontstaan binnen de Gereformeerde Kerken. Hierop ga ik nu niet breedvoerig in. Ik wil verwijzen naar wat ik gedurende de voorbije weken en maanden heb gezegd en geschreven inzake de verzoening, in verband met het geding binnen de Gereformeerde Kerken in Nederland rondom het boek van prof dr. C. J. den Heyer 'Verzoening — bijbelse noties bij een omstreden thema'.
Als echter in de hierboven gestelde vraag gesproken wordt over het bijbelse begrip verzoening, vertolk ik mijn belijden in deze met de woorden van 2 Korinthe 5 vers 17 t/m 21:
'Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden. En al deze dingen zijn uit God, Die ons met Zichzelf verzoend heeft door Jezus Christus, en ons de bediening der verzoening gegeven heeft. Want God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende; en heeft het woord der verzoening in ons gelegd. Zo zijn wij dan gezanten van Christus' wege, alsof God door ons bad; wij bidden van Christus' wege: Laat u met God verzoenen. Want Hem, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem'.
Verzoening is verzoening door voldoening. Christus trad als Middelaar tussen God en mens. Door Zijn offer op het kruis van Golgotha verzoende Hij God en mens. Hij droeg de toorn van God, waaronder wij eeuwig hadden moeten verzinken. Hij is opgestaan tot onze rechtvaardiging. Dan geldt: Wie in Christus is, is een nieuwe schepping. Neem de verzoening weg en het hart van het Evangelie is weggesneden uit theologie en prediking. In de bediening der verzoening werkt de Geest dit hoge leerstuk uit in het hart van de kinderen Gods.
Bi) de vraag of ik het nodig vind, dat kerken op zoek zijn naar elkaar en verzoening met elkaar, staat dan ook de vraag centraal hóé over de bijbelse leer aangaande de verzoening wordt gedacht. Want daar vallen wezenlijke beslissingen inzake het kerkzijn. Wordt de verzoening beleden.' Niet allereerst als een intermenselijk gebeuren, maar als een gebeuren tussen God en mens, waarbij de schuld is verzoend door het bloed van Jezus Christus?
Plaatselijk
'Hoe zouden kerkgemeenschappen op plaatselijk niveau aan verzoening kunnen werken, zo, dat ook het grondvlak ('de gewone gemeenteleden') meekomt? '
De kerk, dat zijn we zelf! De kerk is geen zaak van kerkleiders, van theologen, maar allereerst van de gemeente, en is daarin een 'gemeenschap der heiligen'. Het kerkelijke leven speelt zich niet af in een top van leidinggevenden, maar aan de basis, in de gemeenten. Maar wat dan in de kerken als gehéél gebeurt, raakt de gemeenschap, de gemeente plaatselijk, het raakt de afzonderlijke leden. Daarom dienen de vragen, die in kerk en theologie spelen ten aanzien van de verzoening, ook een plek te hebben in de bezinning binnen de gemeenten, door de afzonderlijke gemeenteleden. Hetzelfde geldt voor de vraag hoe het lichaam van Christus zo verscheurd kan zijn? Die vraag is niet voorbehouden aan kerkelijke vergaderingen, aan synoden, als ze daar al zó of zo hartstochtelijk aan de orde is. Die vraag is als het goed is ook een brandende vraag voor de leden van de gemeente. Sommige eeuwenoude of jarenoude breuken tussen kerken en binnen kerken lijken onherstelbaar. Maar juist in de gemeente wordt daaraan vaak geleden door afzonderlijke gemeenteleden. Wie de kerk als lichaam van Christus ernstig neemt, lijdt mee aan de innerlijke verscheurdheid ervan. Mensen beleven gelukkig soms de persoonlijke, geestelijke ontmoeting met anderen als gemeenschap binnen het ene Lichaam van Christus.
Als zodanig lijd ik als lid van de gemeente van Christus aan de verdeeldheid en de gescheurdheid van de kerk. Ik weet, dat ik persoonlijk die verdeeldheid nooit zal kunnen oplossen. De Heilige Geest zal eenheid moeten bewerken.
Tegelijkertijd gaat het bij het verlangen naar eenheid van kerken ook om de waarheid. Het gaat Hem, Die De Weg, De Waarheid en Het Leven is. Het gaat derhalve ook plaatselijk niet om oecumenische lievigheid, maar om eerlijke openheid, die zicht geeft op het hart van het Evangelie. Het gaat om waarheid en eenheid in hun onderlinge verband.
Wanneer kerkgemeenschappen, plaatselijk of landelijk, met elkaar in gesprek zijn, gaat het om het zicht op het Lichaam van Christus, maar dan wel in verbondenheid met het Hoofd van het Lichaam (Efeze 4). Voorafgaand aan het hoofdstuk over de eenheid, Efeze 4, lezen we in Efeze 3 vers 20 en 21: 'Hem nu. Die machtig is meer dan overvloedig te doen, boven al wat wij bidden of denken, naar de kracht, die in ons werkt, LLem, zeg ik zij de heerlijkheid in de gemeente, door Christus Jezus, in alle geslachten, tot alle eeuwigheid, Amen!' (zie ook de Open Brief in dit nummer).
Toekomst
'Hoe ziet u persoonlijk de toekomst van de oecumene? '
Die vraag valt moeilijk te beantwoorden. Wie zal zich hier de profetenmantel omhangen? Wanneer we letten op de praktijk is er alle reden om somber te zijn. Prof. dr. J. Douma zei ooit: "Het zal blijven kraken en scheuren tot de jongste dag'. We mogen hopen van niet. We zien echter niet een tegenbeweging, dat het beter wordt, dat kerken elkaar écht vinden in de eenheid van geloof en belijden; zelfs niet waar kerken of de grondslag van dezelfde gereformeerde belijdenis staan. En daar waar kerken op weg zijn naar vereniging, bloeien zelfs de twisten op.
In het voorgaande heb ik kort aangegeven, waar het bij 'oecumene' werkelijk om gaan moet. Het woord oecumene is trouwens een oneigenlijke uitdrukking voor streven naar eenheid van kerken. Oecumene betekent: de hele bewoonde wereld. Dat is toch altijd nog weer iets anders dan eenheid van kerken. Anderzijds geeft me dit woord in zijn letterlijke betekenis aanleiding om de vraagstelling langs een heel andere weg te benaderen. Dan denk ik tóch aan de wereld. Hoe zal de kerk uitstraling hebben naar de wereld, in alle delen van de wereld? Dan kan ik verlangen naar een machtige wereldwijde opwekking, waarin de kerk van Christus weer als een licht onder de volkeren schijnt. Als het daarom echter gaat, heb ik van tijd tot tijd het hoopvolle, gelovige vermoeden, dat dat niet zonder Israël zal gaan. Er liggen voor Israël rijke beloften in de Schrift, als we alleen al denken aan de hoofdstukken Romeinen 9 t/m 11. Juist Israël weet ervan, dat de tijd van de Messias gepaard zal gaan met gerechtigheid onder de volkeren. Laat me het dan zo vertalen: Zal er een periode aanbreken, dat Israël zicht zal krijgen op de Messias, Die reeds gekomen is en dit dan in gerechtigheid mede uitstralen naar de hele wereld, samen met de kerk omdat het daarmee verenigd is?
Zacharia 8 vers 23 zegt: 'Alzo zegt de Heere der heerscharen: Het zal in die dagen geschieden, dat tien mannen, uit allerlei tongen der heidenen, grijpen zullen, ja de slip grijpen zullen van een joods man, zeggende: Wij zullen met u gaan, want wij hebben gehoord, dat God met u is'.
Wacht ons zulk een machtige tijd, de tijd van de Messias, merkbaar over de hele wereld? Dat zou pas écht oecumene zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's