De predikant en de wraak van God (3)
Predikantencontio G.B. - 7 januari 1998
10. Oude Testament-Nieuwe Testament
Wie van het Oude Testament naar het Nieuwe Testament gaat, zal ten aanzien van de wraak van God principieel gezien geen andere prediking te horen krijgen. Wel merken we terdege een verschil op tussen beide Testamenten, een verschil dat heilshistorisch van aard is. Wat in het profetisch perspectief van het Oude Testament nog inéén lag, namelijk de komst van het Koninkrijk en het eindgericht, krijgt in het nieuwtestamentisch Evangelie een differentiatie in een reeds vervuld heden en een nog te verwachten toekomst. Het gericht Gods wordt in Christus principieel en anticiperend voltrokken, het eindgericht wacht nog. Het heden wordt hierdoor gekenmerkt als de tijd van Gods lankmoedigheid en wereldwijde genadeprediking. Maar de wrekende Rechter staat voor de deur, voor allen die Christus' werk hebben veracht. Juist in de nieuwtestamentische eschatologie heeft de verwachting van de wraak van God een belangrijke plaats (Luk. 18 : 1-8; Openb. 6 : 10-19 : 2).
11. De zondagse prediking
Wat wij in de Bijbel horen over de wraak van God, zullen we in de prediking, de catechese en soms ook in het pastoraat niet terzijde kunnen laten, hoe moeilijk de vertolking ervan soms ook kan zijn. Wij zijn immers gezondenen van Godswege, geroepen om geestelijke leiding te geven, en hebben het recht niet om wat Hij aangaande Zichzelf heeft geopenbaard te versmallen of te passeren. Laat ik vooral iets mogen zeggen over de prediking. We begrijpen dat het hier wel nauw luistert, want wat kun je met de prediking over de wraak van God ook grote schade aanrichten, als je daarover niet in de juiste context, in de juiste mate en op de juiste wijze spreekt.
Hoe moet je dan preken over de wraak van God? Het is moeilijk om die vraag rechtstreeks te beantwoorden, want het antwoord is uiteraard afhankelijk van het gekozen tekstgedeelte, en ook van de geestelijke gesteldheid van de gemeente die naar de preek zal luisteren. Een preek over de wraak van God zal niet alleen van de prediker extra inspanning en voorbereiding vragen, maar ook van de gemeente veel vragen. Ofschoon ik maar een gewone oudtestamenticus en geen homileet ben, probeer ik voor u tastenderwijs aan te geven waarop ikzelf in de prediking over de wraakteksten attent zou willen zijn. Een zevental aandachtspunten, die als richtlijn kunnen dienen.
12. Richtlijnen
1. Ten eerste zou ik uiteraard aan de gemeente het verschil moeten uideggen tussen de moderne vulling van het wraakbegrip en de wijze waarop de bijbelschrijvers daarover spreken. Dit om zoveel mogelijk de intuïtieve weerzin tegen dit soort bijbelteksten tegen te gaan. Dit is gewoon een kwestie van leren bijbellezen.
2. Ten tweede zou ik in een preek over een wraaktekst al snel ook ingaan op de vraag welk Godsbeeld de mensen hebben. Wie is Hij, de HEERE, die zijn hand op ons leven heeft gelegd, die ons aanspreekt? Er worden tal van Godsbeelden gevonden — ook onder kerkgangers vaker dan we denken! — die in het licht van de verkondiging der Schriften geen stand kunnen houden. Een vaag, onpersoonlijk Godsbeeld, in de trant van 'Er zal wel een god zijn...'. Of het beeld van een god die op veilige afstand blijft, zeker bestaat maar verder niets van zich laat merken. Of een humaniserend godsbeeld: de god die als het eropaan komt zeer content is met ons unieke mensen en van wie we in principe mogen verwachten dat hij wel akkoord gaat met ons leven. De god waarvan geldt: 'Pardonner, c'est son métier'. De God van de 'billige Gnade'.
Tegenover dit soort onpersoonlijke, vage, gladgestreken of suikerzoete godsvoorstellingen zou ik in de prediking Hem verkondigen, die de Levende is.
3. Ten derde zou ik erop wijzen dat het bijbelse spreken over de wraak van God een verbod aan ons adres impliceert om ons zelf te wreken. Weinig dingen zijn zo erg als onrecht dat je wordt aangedaan, in het groot of in het klein. Als je langs rechtvaardige wegen dit niet recht kunt krijgen, hoe kun je dan ervan dromen je eigen recht te gaan halen. Maar dat God de God der wrake is, betekent ook dat ons recht in zijn handen veilig is. En dat we de dingen in zijn hand moeten overlaten.
4. Ten vierde zou ik, waar dat mogelijk was, ingaan op de reële betrokkenheid van God bij het gebeuren in deze wereld. Hij is nauw betrokken bij het wel en wee van ons mensen. Niet alleen onze tranen zijn in een fles bewaard, maar bij wijze van spreken ook onze rechtvaardige toorn (Deut. 32 : 35). De God van de Schriften is totaliter aliter dan de god van de deïsten. Niet dat de vinger Gods in onze geschiedenis zo precies is aan te wijzen - helemaal niet, zelfs. Waar is vandaag de profeet die de wirwar van onze wereldgeschiedenis kan doorlichten tot op de realiteit van het concrete handelen van God? Maar we hebben wel de Schriften. Waarin we de wraak van God in onze wereldgeschiedenis zien oplichten, in de gerichten die over het volk Israël gaan, en in de val van goddeloze metropolen als Ninevé, Babel, Rome. En die lijnen kunnen we doortrekken: God ziet niet werkeloos toe bij het wereldgebeuren. Elke macht die zich verheft moet weten dat God regeert.
5. Ten vijfde zou ik aandacht geven aan de troost die de boodschap van de wraak van God met zich meebrengt. Troost, omdat de HEERE onze God een God is op wie je niet tevergeefs een beroep doet. De God van het verbond, die ziet en hoort, en zijn Woord gestand doet. Troost vervolgens voor de talloze verdrukten en vertrapten, alle beroofden en bedrogenen van onze geschiedenis. Troost, tenslotte, 'dat ik in alle droefenis en vervolging met opgerichten hoofde even Denzelfde, die zich tevoren om mijnentwil voor Gods gericht gesteld en al de vloek van mij weggenomen heeft, tot een Rechter uit de hemel verwacht, die al zijn en mijn vijanden in de eeuwige verdoemenis werpen, maar mij met alle uitverkorenen tot zich in de hemelse blijdschap en heerlijkheid nemen zal (antw. 52 H.C.). Troost, omdat de zaak van de gelovigen, die nu tegenwoordig van vele Rechteren en Overheden als ketters en goddeloos verdoemd wordt, zal bekend worden de zaak des Zoons Gods te zijn' (art. 37 NGB).
6. Ten zesde zou ik over de wraak van God prekend, ingaan op de ernst van zonde en onrecht, en op de vraag of wij wel beseffen tot wat voor afgrondelijk kwaad wij in deze goede schepping zijn gekomen - waarvoor wij als mens werkelijk verantwoordelijk zijn. Herkennen wij iets van de afschuw van het kwade (cf Jes. 1)? En van de pijn over en de afkeer van alle goddeloosheid? Toegespitst op het persoonlijke dagelijkse leven: Wij kunnen
in sociale en ethische kwesties maar niet flierefluitend onze gang gaan, 'want de HEERE is een wreker over dit alles', zegt Paulus in 1 Thessalonicenzen 4:6.
7. Ten zevende en ten laatste zou ik expliciet de vreugde verkondigen van de machtige hoop dat eens de werken van de duivel en alle heerschappij, die zich tegen God verheft, mitsgaders alle boze raadslagen die tegen Gods heilig Woord bedacht worden, voorgoed verstoord zullen worden (antw. 123 H.C.). Dat Gods schepping schoongeveegd wordt, zie het slot van Psalm 104. En aan deze vreugde paart zich het verlangen naar de dag dat eens alle knie zich zal buigen en erkennen dat Jezus Kurios is (Filip. 2 : 11).
13. In Christus
Op deze wijze zou de prediking over de wraak van God de gemeente kunnen bouwen en leiding kunnen geven in het gericht zijn op de komst van Gods Koninkrijk. Twee opmerkingen zijn hierbij van veel belang. Ten eerste zullen we nooit kunnen preken over de wraak van God remoto Christo. Altijd weer zal de Naam van de HEERE Jezus klinken als de enige Naam waardoor wij moeten zalig worden, van Hem die ons redt van de komende toorn (1 Thess. 1 : 10). Hij is het die het wraakgericht Gods voor ons gedragen hééft. Dit kleurt het heden als de tijd van Gods lankmoedigheid. Dit accentueert tegelijk de geweldige ernst van het eindgericht over hen die niet wilden luisteren (Micha 5 : 14).
Ten tweede moet er zeker ook niet tevéél gepreekt worden over deze zijde van de Heilige Schrift, dat zou de prediking bedenkelijk scheeftrekken. Het opus proprium en niet het opus alienum moet het hoofdaccent in onze prediking hebben. Het 'alzo lief heeft God de wereld gehad...' staat voorop. Tussen Gods wraak en liefde is geen evenwicht; het overwicht van Gods trouwe liefde is in de gehele Schrift evident. Toorn en wraak zijn variabelen, de liefde is een constante in Gods relatie met de mens. De prediking over de wraak Gods ontspoort als die niet plaatsvindt in de toonzetting van diepe, zoekende, bewogen liefde in de Naam van de HEERE.
14. Catechese en pastoraat
De lijnen die ik zo trek ten aanzien van de prediking, kunnen mijns inziens worden doorvertaald naar de catechese en het pastoraat. Ter afsluiting een enkel woord daarover. Zeker in de catechese zijn er mogelijkheden om in een bezonnen leerproces met de jongeren te spreken over de vraag 'Wie is God'. Ik acht het van het grootste belang dat dit expliciet en uitvoerig gebeurt. Recente onderzoeken onder jongeren bevestigen keer op keer hoe snel vaag-religieuze en zelfs pantheïstische godsbeelden bij hen de plaats kuimen innemen van de God van de Bijbel. Een godsdienstig pluriforme samenleving en de matheid van een postmodern denken beïnvloedt ook de kerkelijk jeugd. Des te meer en des te duidelijker zul je als catecheet spreken over de God der liefde en der wrake, de God die een Naam heeft, de Vader van Jezus Christus, die hun Vader wil zijn.
Ook in het pastoraat zal het bijbelse spreken over de wraak van God aan de orde kunnen, soms móeten, komen. Ik herinner me van jaren geleden lange gesprekken met een oudere broeder, die in zijn godsdienstig leven maar weinig warmte kende. Echte overgave en kinderlijk vertrouwen had hij nauwelijks. Wel kon hij mij effectief met bijbelteksten bestoken. Maar achter alle orthodox gepraat zat bij hem angst en zelfhandhaving. De God der wrake spookte als het ware bij hem rond, wat gevoed werd door bepaalde ervaringen en een extreme prediking in zijn jeugd, zo leerde ik zien. Elke rijke belofte, elk lichtend woord uit de Schriften pareerde hij met 'Ja maar. Hij is wel de God der wrake'. Wat was het uiteindelijk een bevrijding voor hem om te ontdekken wat het betekent, dat de Bijbel wel kan zeggen: God is liefde, maar niet: God is wraak. En dat de wraak van God de wraak is van de Koning die in de Zoon zijner liefde het verlorene zoekt, nog steeds, heden, zo gij zijn stem hoort...
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 februari 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's