Gods werk óf ons werk (3)
Over remonstrantisme
God heeft ons geschapen als een volkomen vrij mens. In alle vrijheid konden wij welke beslissing ook nemen. Dat wil zeggen: wij zijn niet als robotten uit de hand van de Heere voortgekomen, doch als redelijk-zedelijke schepsels. Wij konden denken, maar ook onze wil afstemmen op Gods wil. Dit laatste was mogelijk, omdat onze wil goed was. ,
Een knechtelijke wil
Van een vrije wil is er geen sprake meer. Onze wil is gebonden. De oorzaak zal bekend zijn. Ik behoef slechts te wijzen op Genesis 3. Er wordt ons verhaald, hoe wij moed-en vrijwillig tegen God zijn ingegaan. Hubris (hoogmoed tegen de Allerhoogste) heeft bewerkt dat er van een goede, vrije wil geen sprake meer is. Onze wil is geknecht. Op een slaafse manier zijn wij gebonden aan de tegenstander van God. Ons levenshuis is bezet gebied. Bezet door de duivel. Wij zijn bezeten door en van hem.
Onze wil is een knechtelijke of slaafse wil. Tengevolge van onze ongehoorzaamheid aan God verdween onze wil tot het goede. Met het goede is bedoeld wat goed is in Gods ogen.
Hoe verschrikkelijk het er met onze wil aan toe is, kunnen wij duidelijk lezen in de Dordtse Leerregels. In de hoofdstukken 3 en 4 par. 11 staat onder andere iets over het werk van God met betrekking tot de wil. Gemakshalve neem ik over wat er staat: 'In de wil stort Hij nieuwe hoedanigheden, en maakt dat die wil, die dood was levend wordt; die boos was, goed wordt; die niet wilde nu metterdaad wil; die wederspannig was gehoorzaam wordt; Hij beweegt en sterkt die wil alzo, dat hij als een goede boom vruchten van goede werken kan voortbrengen'.
Uit dit citaat zal duidelijk zijn dat onze wil door onze diepe val in ons bondshoofd Adam dood, boos en weerspannig is geworden.
In Efeze 2 horen wij om die reden de apostel Paulus zeggen dat wij de wil van het vlees doen en van onze eigen gedachten. Daarmee zijn wij de kinderen des toorns. Onze verdorven wil is er de oorzaak van dat wij een beestachtige liefde hebben tot deze wereld (Calvijn). Meer dan eens vergelijkt Calvijn ons met ossen en ezels die niet weten wat zij doen. Altijd slaan wij de verkeerde weg is. Een weg bij God vandaan!
Onze wil gaat volslagen tegen de wil van God in. Zij zal nooit meer het goede van de Heere zoeken, maar er altijd tegen ingaan. Verandering komt er alleen in de wil als er met haar gebeurt wat ik uit de Dordtse Leerregels hierboven aanhaalde. Er kan dus in geen geval gesproken worden van een vrije wil waarmee Jezus wordt aangenomen als wat dood is niet levend wordt gemaakt.
In eerste instantie kom ik dus tot de conclusie dat men maar niet 'zomaar' kan zeggen dat Jezus móet worden aangenomen. Er is geen wil om Hem aan te nemen. Eenvoudig gezegd: niemand heeft er zin in om Jezus aan te nemen als Borg, omdat zijn/haar wil verdorven is.
Dat hierover meer is te zeggen, zal door mij nog wel later worden uitgewerkt. Maar wel gaat het te ver als er wordt gezegd dat er in ons mensen nog zoveel kracht wordt gevonden dat Jezus kan worden aangenomen. Het zal juist zijn dat de Heere op de dag van Zijn heirkracht een gewillig volk heeft. Echter... dan is daar wel het een en ander aan voorafgegaan. Maar daarover later meer! Nu stel ik alleen dat het niet in overeenstemming met de Schrift en de belijdenis van de kerk is als aan een mens zoveel vermogen wordt toegerekend dat men in staat is Jezus in zijn hart te sluiten. Wie zegt dat dit wel mogelijk is, zit meer op de lijn van de remonstranten dan op die van de gereformeerde vaderen. Door laatstgenoemden is voortdurend alle nadruk gelegd op het werk van God. En hoewel zij van een 'valse lijdelijkheid' volstrekt niet wilden weten en zelfs aanspoorden om alles te doen wat men kon doen om zalig te wor-, den, hebben zij toch voor het werken van ons niet zoveel gegeven. Veeleer beklemtoonden zij wat er in de brief van Paulus aan de Efeziërs staat geschreven: 'Uit genade zijt gij zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is Gods gave'. Dat in het werk van God de mens niet lijdelijk is, maar daarin door genade volop
meedoet, ja zelfs Jezus gaat aannemen als de enige troost in leven en sterven, hoop ik in één van de volgende artikelen aan te tonen.
Nu zeg ik slechts nog dit ervan: Wanneer de Heere in ons werkt zijn wij lijdelijk! Daarmee bedoel ik niet dat er bij ons een passieve lijdelijkheid wordt gevonden. Neen, het is een actieve lijdelijkheid in de zin van Psalm 130: 'Ik blijf de HEERE verwachten'. God werkt en wij worden werkzaam (I. Kievit)!
Actief
Onze wil is een verdorven wil! Er wordt in haar niets meer gevonden dat Gode welbehagelijk is. Zij kan geen goed voor God meer doen. Zij is niet meer goed.
Nu bestaat er een groot gevaar dat men gaat zeggen dat wij als gevallen mensen niets meer kunnen. Soms wordt er maar al te gemakkelijk gezegd dat wij dood zijn in de zonden en in de misdaden. Het gebeurt wel dat dit een soort vrijbrief gaat worden om dan maar raak te leven. Eenieder zal begrijpen dat dit niet de bedoeling van deze woorden kan zijn. Onder 'dood in de zonden en misdaden' moeten wij verstaan dat wij geen been hebben om voor God op te staan. Met andere woorden: Wij kunnen voor Hem niet bestaan. Dood zijn wij voor God, maar actief in de zonden en misdaden.
In een ander verband hoor ik ook nog wel eens zeggen dat wij 'dood zijn voor de zonden en misdaden', maar dat is onjuist. Zelfs als wij met God verzoend zijn door het bloed des kruises, zijn wij nog niet dood voor de zonden en misdaden. Wij horen de apostel Paulus zeggen na zijn bekering: 'Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen van lichaam dezes doods'. De apostel wist maar al te goed dat hij nog niet dood was voor de zonden en misdaden. Nog altijd lagen zij op de loer om hem in hun wurggreep te krijgen.
Eens bekeerd is niet altijd bekeerd! Men krijgt van mij direct gelijk als men zegt dat dit van Godswege wel het geval is. Echter... van ons uitgezien is dit niet zo! Toen ooit eens aan Hermann Friedrich Kohlbrugge werd gevraagd óf hij bekeerd was, gaf hij als antwoord: 'God is ermee bezig'.
Terecht spreekt J. van Sliedrecht in 'Schrift en belijdenis' over een eerste bekering, maar direct daarna verhaalt hij, hoe de bekering een proces is tot aan het eind van het leven. Nooit kan men zeggen: Ik ben bekeerd'. Pas als men de ogen opslaat bij Vader thuis, zal men vol verwondering zeggen: 'Ik ben bekeerd, omdat God mij bekeerd heeft'.
Ik behoef niet te zeggen op welke mooie manier de Heidelberger de bekering omschrijft. Het is een proces! Men sterft voortdurend af en men staat continu op in Christus.
Springlevend
Na dit uitstapje kom ik toch nog even terug bij de gevallen mens met zijn verdorven wil. Wij denken soms heel gemakkelijk dat een gevallen mens niets kan. Soms wordt het gezegd als men in een bepaald kwaad is gevallen. Men zegt dan: 'Ik kan er niets aan doen, want ik ben een stuuren willoos schepsel'.
Laten wij voorzichtig zijn met allerlei redeneringen waarvoor de Schrift ons geen aanleiding geeft. Beter gezegd: De Schrift verbiedt het ons om zo te spreken.
De gevallen mens kan veel meer dan hij wel denkt. Hij kan alle kwaad doen. Dankzij Gods genade komt niet alle kwaad eruit. De tralies blijven als het ware dicht van de kooi die vol wilde beesten zit. Maar o wee als de tralies maar even opengaan, het ene na het andere wilde beest rolt eruit. Alle kwaad buitelt naar buiten en wel in zo'n vaart dat velen er door meegesleurd worden.
Wij moeten dus maar nooit zeggen dat een gevallen mens niets kan. Het zal juist zijn als iemand opmerkt dat wij geestelijk dood zijn. Maar dit sluit niet uit dat wij ongeestelijk levend zijn. Ook na ons afscheid van de God des levens in het paradijs zijn wij denkende en willende mensen gebleven. Wij denken vele dingen, wij begrijpen vele zaken, wij willen heel veel. Maar God willen wij niet. Het volbrengen van Zijn wil willen wij niet. Ook wordt er in ons hart niets gevonden om met al de vezels van ons bestaan Zijn goede wet te gehoorzamen. Let wel: ik spreek hier over de gevallen mens. Anders gezegd: De mens in zijn natuurstaat.
De verdorven wil is er ook de oorzaak van dat wij machteloos staan tegenover God en Zijn Woord. De dingen die des Geestes Gods zijn verstaan wij niet. Daarbij komt nog dat het bedenken des vleses vijandschap tegen God is.
Dit alles bedenkend en in het oog houdend, kan men zich afvragen, hoe het mogelijk is dat er nog altijd mensen zijn die zeggen: 'Pak Jezus toch aan'. Zonder het werk van de Heilige Geest, zal men er nooit of te nimmer zin in krijgen om dat te doen. Men zal alleen maar lust hebben om de zonde te doen. Daarin wordt het leven gezocht en gevonden, doch niet in Jezus Christus. Wil dit laatste het geval zijn, dan zal eerst de wil moeten zijn omgebogen, zodat men — figuurlijk gesproken — de wil krijgt, dat wil zeggen armen des geloofs om Jezus Christus te omhelzen.
Maar zo niet, dan is men springlevend in de zonden en de misdaden. Het liefste dat er wordt gedaan is kwaad. Het zal waar zijn dat er in de uiüeving bij de een meer van te zien zal zijn dan bij de ander. Maar toch... onverzoend met God zal men niets liever doen dan zondigen.
Hoe dat komt? Omdat onze wil een slaaf is geworden van de tegenstander van God. Luther had tegenover Erasmus niet ongelijk, toen hij sprak over de knechtelijke óf slaafse wil van de gevallen mens. Erasmus peilde als humanist niet, hoe diep de val van ons mensen was.
Verantwoordelijk
Nu kan men denken dat wij als men leest dat onze wil boos, weerspannig en verdorven is er niets aan kurmen doen als wij niet behouden worden. In het pastoraat wordt dat ook wel tegen een predikant of een ouderling gezegd: 'Wij kunnen er toch niets aan doen. ledere zondag wordt ons gepredikt dat het een werk van God is als wij behouden worden. Nu, als het dan Zijn werk is, kan ik er niets aan doen als ik onverzoend sterf. Blijkbaar heeft God dan mijn eeuwig behoud niet gewild'. Wie zo spreekt zit op het randje van blasfemie (Godslasterlijkheid). Zó moet men niet denken, zó mag men niet spreken. Hoe het dan wel zit met die verantwoordelijkheid en wat God wil, daarover een volgende keer. (Wordt vervolgd.) .
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's