De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

L Newbigin (1909-1998)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

L Newbigin (1909-1998)

Een zendingsman ging heen

11 minuten leestijd

Dezer dagen overleed op de leeftijd van 88 jaar de bekende zendingsman Lesslie Newbigin. Ds. C. Blenk, docent oecumenica in Ede, schrijft een levensloop. Redactie

1. Zendeling in Hindoecultuur

Eerst zou Lesslie Newbigin zijn vader opvolgen als reder: een Schotse calvinist-kapitalist (die ook wel de keerzijde zag van het kapitalisme). Hij verloor zijn jeugdgeloof en ging economie en geografie studeren. Maar na een visioen van de gekruisigde Christus die zijn armen naar de wereld uitstrekte, ging hij theologie studeren (in Cambridge). Hij werd vooral geboeid door de Romeinenbrief met zijn paradoxen. Via de SCM (Student Christian Movement) ontmoette hij zendingsmensen als Kraemer en Mott en Temple met zijn oecumenische visioen. Toen koos Newbigin voor de zending. Hij trouwde ook met de dochter van een zendingswerker uit India en zij vertrokken daarheen in 1936. Bij een busongeluk in India verloor hij bijna een been. Een Indiase pastor troostte hem met Gods wil, maar Newbigin gaf de schuld aan... de versleten remmen. Een hindoe zou de oorzaak gezocht hebben in zijn karma, zei hij later. Hier botsten twee werelden: religie vraagt naar waarom en waartoe, Westerse verklaring naar het hoe. Twee verklaringskaders, zei hij later.

Als zendeling in Kamchipuram, een van de zeven heilige hindoese steden van India, verkondigde hij het Evangelie op straat en op school. Hij geloofde dat Jezus het Oosterse kringloopdenken had doorbroken. Maar hij begon te beseffen hoe moeilijk hindoedogma's (als karma) in zulk kringloopdenken zijn te doorbreken. Hij bezocht ook wekelijks de Rama Krishnazending. Zittend op de grond bestudeerde hij samen met de Indiase monniken de hindoese geschriften en de evangeliën. De grote hal van deze hindoezending hing vol met afbeeldingen van grote godsdienstige leiders, onder wie ook... Jezus. Dat was bepaald niet de bekering waar hij van droomde! Maar toen hij met dorpsonderwijzers in het Evangelie over duiveluitdrijvingen las, vond hij dat zelf moeilijker dan een inheemse onderwijzer. Die vertelde hoe vaak hij zelf duiveluitdrijvingen verricht had in zijn eigen dorp. Toen ging de zendeling beseffen dat ook wij voor Jezus een plaats hebben ingeruimd binnen onze eigen Westerse cultuur: een ondergeschikte rol in ons privéleven...

2. Zendeling in oecumene

Na de oorlog (die Newbigin dus niet in Europa meemaakte!) werkte hij mee aan een kerkvereniging in Zuid-India van anglicanen, presbyterianen en methodisten. De anglicaanse wereldkerk keurde (op de Lambeth-conferentie in 1948) die vereniging af (om het uitgeholde bisschopsambt). Maar Newbigin vond dat een jonge kerk geen rekening meer hoefde te houden met oude Westerse tegenstellingen.

Op de oprichtingsvergadering van de Wereldraad in Amsterdam (1948) sprak Newbigin over gezaghebbende evangelieverkondiging. Berkhof noemde hem een evangelische 'oecumenical'. Hij droeg ook bij aan de boodschap van de conferentie: Wij zijn van plan om bij elkaar te blijven. Anders dan Visser 't Hooft vond hij dat de Wereldraad ook beslissingsbevoegdheid moest krijgen!

Op de Assemblee (Evanston, 1954, over de christelijke hoop) sprak Newbigin over: De tegenwoordige Christus en de komende Christus. Hierin bleek bij sterk beïnvloed door de heilshistorische theologie van O. Cullmann.

Op de 3e Assemblee (New-Delhi, 1961) vertegenwoordigde hij de Internationale Zendingsraad, die hier onderdak zou krijgen bij de Wereldraad (en niet andersom). Hij werd benoemd tot eerste directeur van de nieuwe afdeling en organiseerde de wereldzendingsconferentie van Mexico (1963). Hij benadrukte dat ook het Westen zendingsterrein was geworden, maar zei ook dat zending niet alleen een opgave maar ook een gave is van de Heilige Geest. Later werd hij bisschop van Madras. In die functie was hij ook in Bangkok (1972). Daar hoorde hij generaal Simatupang uit Indonesië spreken (die voor de onafhankelijkheid tegen Nederland had gevochten). De Indonesiër zei: 'Vraag nummer één is: kan het Westen wel bekeerd worden? ' Kernvraag bij Newbigin: waarom is de meest invloedrijke cultuur ter wereld het meest resistent tegen het evangelie? !

3. Zendeling in het Westen

Bij zijn emeritaat (1974) keerde Newbigin terug naar Engeland. Toen ervoer ook hij een omgekeerde cultuurshock: het Westerse (Britse) zelfvertrouwen was verdwenen. In Indiase slums was er altijd nog hoop, in Engeland had de wanhoop toegeslagen. De vooruitgangsgedachte, die na de oorlog nog leefde, was verdwenen. De Koude Oorlog beheerste de wereldpolitiek. Newbigin ging missiologie doceren in Selly Oaks: hij noemde oecumene voorwaarde voor zending. Hij sprak ook in Nederland op een combisynode in het kader van Zending in Nederland (1978) opnieuw over zending als gave. Hij maakte hier bij alle richtingen veel indruk.

Hij moest op zeventigjarige leeftijd zijn professoraat neerleggen (1979), maar ging in het woelige Birmingham nog een interkerkelijke binnenstadsgemeente dienen die dreigde opgeheven te worden wegens geldgebrek. 'De eerste jaren na mijn terugkeer stoorde ik me aan het gebrek aan missionaire inzet van de Engelse kerken. Het maakte me kwaad. Nu (na zeven jaar) moet ik toegeven dat ik met al mijn zendingservaring niet kan bogen op meer succes dan anderen. Ik moet erkennen dat ik het werk in deze binnenstadsgemeente buitengewoon moeilijk vind, moeilijker zelfs dan indertijd mijn zendingswerk in India.'

Bij de voorbereiding van de Assemblee van Vancouver (1983) ging het over de verhouding tussen evangelie en cultuur. Met de heersende cultuuranalyses van Tillich en Niebuhr was Newbigin niet gelukkig. Hij noemde het een 'rijdende bus duwen waar je zelf in zit'. Zij konden de westerse cultuur niet van buitenaf beoordelen. Toen een kerkelijke commissie nadacht over een dialoog met andere religies en iemand ook het marxisme noemde, verklaarde hij: 'Ook het kapitalisme is een ideologie'. Wij moeten het marxisme beoordelen vanuit het Evangelie en niet naar westerse maatstaven. Men daagde hem uit daar zelf eens iets aan te doen. Hij ging aan de slag. Kort daarop belegde de Britse Raad van Kerken een conferentie over de vraag of de profetie van Orwell (1984) vervuld was. Newbigin zei: Jullie bestrijden alleen symptomen. Opnieuw werd hij uitgedaagd zelf iets beters te leveren.

Zoekend naar inspiratie had hij in zijn boekenkast het boek gevonden van Paul Hazard: Crise de la conscience Européenne. Een historisch boek uit 1935 over het ontstaan van de Verlichting. Toen wilde men de bevoogding van kerk en dogma afschudden, om tot de kern van de dingen te kuimen doordringen. In plaats van God kwam de natuur. In plaats van plichten kwamen de rechten van de mens. Men kon de wereld nu verklaren! De Verlichting was een Aha-Erlebnis, zegt Basil Willey. Maar verklaringen werken alleen binnen een aanvaard kader (busongeluk!). De mens had vooral recht op geluk. Godsdienst werd privé-zaak. Vooral de economie onttrok zich aan de moraal. De kerk trok zich in het piëtisme terug om te overleven. De menselijke rede moest via wetenschap en politiek (niet meer via de kerk) de ideale staat verwezenlijken. Maar die zijn niet in staat gebleken die belofte te vervullen. De hemel op aarde is niet gekomen. Twijfel, vroeger de ergste zonde, werd nu beginsel. Maar een leerling van Einstein, de Hongaarse natuurkundige Polanyi (in 1933 voor Hitler gevlucht naar Engeland), ontdekte dat kennis altijd 'persoonlijke kennis' is. Einstein deed Newtons wereldbeeld al wankelen, maar is nog niet doorgewerkt. Onze meest fundamentele overtuigingen zijn niet aantoonbaar. Polanyi bepleit een post-kritische filosofie, zoals Augustinus de klassieken oversteeg: als gij niet gelooft zult gij niet verstaan.

Dit pakte Newbigin. Hij schreef: The other side of 1984. Maar hij gaat een stap verder dan Polanyi: hij bepleit zending vanuit overtuiging, maar in dialoog. Dialoog met de eigen Verlichte cultuur. De autonome rede en het autonome geweten zijn een illusie gebleken. De scheiding tussen privé en publiek moet de kerk niet langer aanvaarden. De eerste christenen deden dat ook niet: de ecclesia is een openbare vergadering, waarin keizercultus niet kon. Dat leidde tot christenvervolging, totdat de keizer het hoofd boog. Jezus Zelf predikte het Koninkrijk van God, ook al werd hij verworpen. Hij ging niet over naar de Zeloten (Massada!) en trok zich ook niet terug met de Essenen (Qumran!). God wekte Hem op, de claim van God op het hele leven geldt nog steeds.

Nergens wordt de gespletenheid van de Westerse cultuur duidelijker dan in het onderwijs: de kinderen moeten de objectieve wetenschappelijke feiten leren, maar geloof heet subjectief. Doch de wetenschap zelf berust op een geloof, op dogma's. We doen in de kerk ons best om het Evangelie in moderne termen te vertalen, maar durven het moderne denken niet te plaatsen onder het licht van het Evangelie.

Hoe komt Newbigin over buiten Europa? Reeds in het boekje zelf werd kritiek opgenomen en wel van zijn Indiase vriend Ariarajah: in Oosterse landen is een godsdienstig a priori juist vanzelfsprekend, en ervaart men de Verlichting juist als bevrijdend. Volgens hem is er geen echte dialoog meer, als wij uitgaan van een trinitarisch dogma. Een andere Indiase vriend, M. M. Thomas meent dat Newbigin een theocratie predikt en tegelijk tolerantie bepleit. Dat spreekt elkaar tegen.

Bekering van het Westen?

Newbigin werkte zijn boek uit in lezingen in Princeton onder de titel: Foolishness to the Greeks (1985). Hoe bestuderen wij onze eigen cultuur? Een Chinees spreekwoord zegt: 'Als u een definitie van water wilt, vraag het niet aan een vis'. Indiërs hadden geen woord voor Hindoeïsme, totdat Europeanen het benoemden. Wij verklaren het Evangelie met onze wetenschap, maar hoe verklaar je de wetenschap vanuit het Evangelie? 'Verlichting' is een 'bekerings'woord: wij waren blind, nu zien wij. I.p.v. Gods wetten kwamen natuurwetten. Kant zei: durf te weten. Het idee van mensenrechten is in andere talen en culturen onbegrijpelijk. De Heilige Stad is verplaatst naar de aarde. De markteconomie groeide, het marktmechanisme (!) ontstond. Zo ontstond ook de scheiding tussen huis en werk, privé en publiek. De urbanisatie bracht een identiteitscrisis. Het doel-denken verdween. Men vindt de wereld doelloos, maar het wetenschappelijk bedrijf zelf is doel-bewust. Op school moet je bij het vak natuurkunde alles geloven, maar bij het vak godsdienst moet je zelf maar kiezen. In het hindoeïsme is er geen conflict tussen geloof en wetenschap; het trok zich terug in een innerlijke wereld. In de zending is de Bijbel een uitdaging, maar hier is hij bekend en gedesacraliseerd. De Verlichting bracht inderdaad licht, en wij kunnen niet meer terug. Men heeft ook de Bijbel wetenschappelijk onder de knie. Hij is onderdeel van onze cultuur geworden. Volgens Schleiermacher is godsdienst privé-bewustzijn, volgens Feuerbach projectie. De liberale theologie accepteert de Verlichting en de historische kritiek. Het fundamenta­lisme leidt tot gespletenheid, is trouwens zelf verlicht. Een aparte heilsgeschiedenis is ook gespleten, maar Bultmanns onhistorische theologie evenzeer. Alle richtingen opereren binnen de eigen culturele vooronderstellingen. Ieder komt met een vooronderstelling tot de Schrift, maar laten wij de tekst zo spreken, dat onze vooronderstelling verandert tot een nieuw verstaan? Wij moeten bereid zijn te verschuiven van Newton naar Einstein. Het Johannesevangelie spreekt de taal van de Hellenistische wereld, maar hier zegt Jezus duidelijker dan elders, dat een mens wedergeboren moet worden. Dat is niet irrationeel, maar boven-rationeel. Je kunt de Bijbel niet verklaren zonder God, de Bijbel is het boek van de christelijke gemeenschap. Dat leert ook kennis-sociologie. Niet de Bijbel, maar de kerk is de pilaar der waarheid. Newbigin kiest voor 'bijbels realisme'. Er is maar één geschiedenis. Voor de kerk is de opstanding van Christus een feit, maar dat past niet in de bestaande plausibiliteitsstructuur van de moderne wereld. Wij hebben een nieuwe nodig. De zending pakte in Azië en Afrika ook de structuren aan. De Westerse tweedeling is onbijbels. Kruis en opstanding verkondigen Jezus' Victoryday.

Het Romeinse Rijk schakelde uit angst voor ontbinding de kerk in. Had zij moeten weigeren? Nee. Maar intussen is het corpus christianum voorbij. Wij kunnen niet terug. Maar Augustinus leerde ons: burgers van de hemelse stad zoeken vrede voor de aardse stad. Nogmaals de vraag: kan het Westen bekeerd worden? Op zeven voorwaarden.

1. Wij moeten denken vanuit het einde, Gods rijk op aarde.

2. Wij moeten niet meer willen heersen, maar getuigen.

3. Wij moeten het 'vergeten ambt' weer in ere herstellen: het priesterschap van alle gelovigen.

4. Herstel van de eenheid der kerk.

5. Wij moeten door andere culturen het cultuurgebondene van de Westerse kerk ontdekken.

6. Wij moeten ons geloof belijden tegen de stroom van de tijd in.

7. De moed hiertoe kan alleen worden opgebracht, als de kerk een echte gemeenschap van lofprijzing wordt.

Tenslotte publiceerde Newbigin zijn gastcolleges in Glasgow, 1988 onder de titel: The Gospel in a pluralist society, 1989. Hierin steunt hij o.m. ook op H. Berkhof, Christus de zin der geschiedenis. Opvallend is, dat Newbigin spreekt van de 'mythe' van de secularisatie: in de V.S. vindt juist een evangelisch-conservatieve herleving plaats, de mens blijft vragen: waarom?

Juist exacte wetenschappers zijn meer gelovig. Irreligieusiteit treft men juist onder de minst wetenschappelijke disciplines, die behoefte aan grenzen hebben. De geseculariseerde maatschappij gelooft wel degelijk iets, is in feite niet pluralistisch, is allesbehalve tolerant.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

L Newbigin (1909-1998)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's