De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

2 minuten leestijd

In een recent uitgegeven boek over de wederdopers in Amsterdam in de jaren 1534 en 1535, getiteld 'De aanslag op Amsterdam', staat 'fen lied van Weinken Klaas', een jonge vrouw die in 1527 in Den Haag werd verbrand om haar geloof.

De Heer moet zijn geprezen
van zijn goedertierenheid,
dat Hij altijd wil wezen
bij die nieuw verrezen
en hebben 't kwaad afgeleid.

Dit mag men klaarlijk speuren
aan de vrouwe Weinken Klaas,
uit God zijnde geboren,
wiens Woord zij had verkoren,
tot haarder troost en soelaas.

Gevaan liet men haar bringen
in Den Haag voor d'overheid;
met vragen zij haar aangingen:
of zij bleef bij de dingen,
die zij voorheen had gezeid?

"t Geen dat ik heb gesproken
blijf ik vast bij', heeft zij verklaard;
zij mochten het vuur wel stoken
om branden ende roken,
zij was daar niet voor vervaard.

Een was er die daar taalde,
vraagde nog van 't Sacrament,
daarop Weinken verhaalde
dat 't meel was dat men maalde,
en 't brood een duivel blend.

Hij zeide: 'Gij moet sterven,
is 't zaak dat gij hierbij blijft!'
maar om 't rijk Gods te erven
en de kroon te verwerven,
was zij door Gods kracht gestijfd.

De Heer moet zijn geprezen
van zijn goedertierenheid,
dat Hij altijd wil wezen
bij die nieuw verrezen
en hebben 't kwaad afgeleid.

Dit mag men klaarlijk speuren
aan de vrouwe Weinken Klaas,
uit God zijnde geboren,
wiens Woord zij had verkoren,
tot haarder troost en soelaas.

Gevaan liet men haar bringen
in Den Haag voor d'overheid;
met vragen zij haar aangingen:
of zij bleef bij de dingen,
die zij voorheen had gezeid?

"t Geen dat ik heb gesproken
blijk ik vast bij', heeft zij verklaard;
zij mochten het vuur wel stoken
om branden ende roken,
zij was daar niet voor vervaard.

Een was er die daar taalde,
vraagde nog van 't Sacrament,
daarop Weinken verhaalde
dat 't meel was dat men maalde,
en 't brood een duivel blend.

Hij zeide: 'Gij moet sterven,
is 't zaak dat gij hierbij blijft!'
maar om 't rijk Gods te erven
en de kroon te verwerven,
was zij door Gods kracht gestijfd.

De beul trad aan om'worgen:
toen sloot zij haar ogen fijn,
hebbende in 't hart geborgen
een Trooster niet om zorgen,
verlangende thuis te zijn.

Dus liefelijk ontslapen
is Wendelmoe in den Heer;
maar monniken en papen
die naar 't christenbloed gapen
verzaad worden zij nimmermeer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's