Torenspitsen-Gemeenteflitsen
NIEUWE TONGE (1)
Het ontstaan
Het dorp Nieuwe Tonge behoorde tot het einde van de 18e eew . samen met het dorp Oude Tonge tot de ' - »ibachtsheerhjkheid 'Grijsoord'. Deze naam Grijsoord wordt voor de eerste maal in de geschiedenis vermeld in het jaar 1284, toen de grond, een stuk slik, dat waarschijnlijk de vorm heeft gehad van een tong, werd verkocht aan de heer van Voorne, en behoorde sinds die tijd dan ook tot de heerlijkheid VOORNE. De heren van Voorne namen een vrij onafhankelijke positie in, hoewel ze in leenverband stonden tot de graven van Zeeland (Holland). Het was toen een onbedijkte, hoewel reeds bewoonde, gorsplaat of schor doorsneden met een of meer diepere geulen, waarop schapen werden geweid.
In het jaar 1420 gaf Jan van Beyeren, de toenmalige graaf van Holland, Grijsoord met de omliggende platen en ook Duiveland ter bedijking uit aan twee heren genaamd Gerrit Boschusen en Pieter Barthlomeuszoon waarbij hij hun tevens de heerlijke rechten over het betrokken gebied opdroeg.
Een aantal jaren na de uitgifte, in het jaar 1438, is het hoogst gelegen gedeelte ingedijkt, namelijk het Oude land van Oude Tonge. Hierdoor ontstond als het ware een eiland dat men ook wel de polder Grijsoord noemde. In deze polder werd het dorp Oude Tonge gesticht in datzelfde jaar. Door deze bedijking slibden de omliggende slikken spoedig op, zodat er weldra aangrenzende polders konden worden ingedijkt. Zo werd in het jaar 1454 een nieuwe bedijking gemaakt in de ambachtsheerlijkheid 'Grijsoord' met de polder het Noordland onder Nieuwe Tonge, dat grenst aan het Noordland onder Oude Tonge. Deze is waarschijnlijk in het jaar 1461 opnieuw ingedijkt geworden.
Bij de meeste bedijkingen werd als voorwaarde gesteld dat er een kerk zou worden gesticht. Zo werd de kerk in Oude Tonge gebouwd in het jaar 1438, terwijl in de heerlijkheid Grijsoord in de nieuwe bedijking, het noordland van Nieuwe Tonge, dat dus ressorteerde onder de parochie Grijsoord, een kerk werd gebouwd in het huidige Nieuwe Tonge, dat toen als naam kreeg 'Nieuwerkerk in Grijsoord' Dit was omstreeks 1458. Het was aanvankelijk een sub-parochie van Grijsoord en werd ook wel Nieuw Grijsoord genoemd. Tegen 1500 kreeg het de naam 'Die Tonghe', wat zandtong betekent. Dit veranderde later weer in Nieuwe Tonge en hierdoor kreeg het oude Grijsoord de naam Oude Tonge. Voor de totale heerlijkheid bleef de naam Grijsoord gehandhaafd.
Het wapen van de gemeente is ontleend aan het wapen van het geslacht 'Ruygrock' een van de vroegere ambachtsheren. Men ziet dan ook voor het wapen van Oude Tonge een groen vlak met een gouden dwarsbalk en voor het wapen van Nieuwe Tonge een blauw vlak met een gouden dwarsbalk. Het groen en blauw wijst op de gorzen, die doorsneden worden door wateren, de dwarsbalk.
De ontwikkeling
Het dorp is, zoals we reeds zagen, gesticht in of kort na 1461 toen het Noordland was bedijkt of herdijkt, door de heren van Grijsoord
De nieuwe woonkern situeerde men tegen de toenmalige buitendijk, de Noordlandse dijk aan. De tegenwoordige namen van de dijken zijn, de Zuiddijk en de Molendijk met een kruising naar de Duivenwaardsedijk.
Deze situatie is waarschijnlijk gekozen omdat men dan met schepen door de geul tussen Duivenwaard en Battenoord tot dicht bij het dorp kon komen. Deze geul is nu nog terug te vinden als hoofdafwatering door de polder Klinkerland naar het gemaal in Battenoord.
Deze situering vindt men op meerdere plaatsen op het eiland Goeree en Overflakkee, denk maar aan de dorpen Oude Tonge, Dirksland en Middelharnis en Sommelsdijk.
Het voornaamste element van het nieuwe dorp was de kerkring, een nagenoeg vierkante ruimte, waarbinnen een ringsloot de kerk een plaats kreeg. Daar omheen werden de woonhuizen gebouwd. Aan de zuidzijde vertoont het vierkante figuur een afschuining. Deze is waarschijnlijk veroorzaakt door een bij de bedijking afgedamde kreek, die aan die zijde van het dorp liep. Men volgde de rooilijn van dit watertje.
Aan de noordzijde maakte men vanuit de kerkring een verbinding met de dijk, dit is de huidige Voorstraat. Of de zuidelijke verbinding ook uit die tijd dateert is onbekend, maar men vermoed dat die later is ontstaan, gelet op de naamgeving, de Nieuwstraat.
Aan de noordzijde en aan de zuidzijde van het dorp gaven een tweetal paden de toegang tot de achtererven van de bebouwing rond de Kerkring, de huidige Noordelijke en Zuidelijke Achterweg. Aan de kerkring woonden aanvankelijk de notabelen van het dorp en in de oostelijke hoek lag het smaakvol aangelegde en goed onderhouden buitenverblijf van de Edel Achtbare Heer Mr. S. H. Anemaet. Dit was door de eigenaar welwillend opengesteld voor de inwoners van het dorp om in te wandelen.
Een sterke groei kende het dorp aanvankelijk niet. Telde men in het jaar 1632 eerst 112 huizen, dan waren dat er in het jaar 1732 slechts 120 en in het jaar 1840 telde men er 150.
Omstreeks 1850 vindt men op de kaart dat het Korteweegje is aangelegd, maar dat nog vrij is van bebouwing, uitgezonderd het weeshuis. Aan deze weg hgt ook de 1829 aangelegde begraafplaats, zodat er niet meer op het Kerkhof rond de kerk werd begraven.
Op de driesprong van de Noordlandsedijk met de Voorstraat bevond zich een pleintje en daaraan stond het voormalige gemeentehuis. Dit pleintje had de naam 'De Hoogte'. Nu is deze driesprong gewijzigd in een kruising waar de Zuiddijk en in het verlengde daarvan de Molendijk een kruising vormen met de Voorstraat en de Duivenwaardsedijk.
Later is men begonnen met de bebouwing van de dijken en daar ontstonden hoofdzakelijk arbeiderswoningen.
Vooral in de 20e eeuw onderging het dorp een belangrijke uitbreiding. De Noordlandsedijk was inmiddels volgebouwd, zowel in de richting van de in 1909 geopende tramlijn alsook in de zuidelijke richting. Als nieuw bouwterrein koos men toen de locatie waar zich nu de Westerstaat bevindt. Na 1920 is een open bebouwing ontstaan langs het Korteweegje en daar vestigden zich de beter gesitueerden. Daarna ging men over tot wat meer stelselmatige woningbouw. Ten behoeve van de bouw van woningen voor landarbeiders werd een tweetal straten aangelegd die de verbinding vormen tussen de Noordlandsedijk en het Korteweegje. Hier werden overal huizen gebouwd met uitgebreide stukken grond er omheen zodat de bewoners zelf in hun onderhoud konden voorzien d.m.v. groenteteelt en het verbouwen van aardappels. Tevens werd de Klinkerlandseweg aangelegd waarlangs ook nieuwe huizen verrezen met grote stukken grond erachter.
Na de inundatie in 1944/1945 en vooral na de stormramp in het jaar 1953 heeft het dorp stedebouwkundig grote wijzigingen ondergaan en is er in de noordelijke richting een nieuwbouwwijk ontstaan. Onder de Noordlandsedijk werd eerst in het gebied tot aan de Burg. Overdorpstraat en de Ds. Wentinckstraat volgebouwd en later ook nog het gebied tussen deze beide straten en de grensdijk van het Noordland van Oude Tonge, de Oudelandsedijk.
Het kerkgebouw
Het kerkgebouw is opgebouwd uit bakstenen met eenvoudige natuurstenen waterlijsten. Het gebouw is opgetrokken in de jaren 1458 tot 1461. Het is een kruiskerk met slechts één hoofdbeuk en twee zijbeuken en staat in de oost/west richting. Aan de westzijde van het ge bouw bevindt zich een vierkante toren waarin een stenen stergewelf is aangebracht. Hij is voorzien van een uurwerk en klokken.
Aan de zuidzijde van de toren is een kapel gebouwd die dienst deed als doopkapel
Aan de noordkant van het gebouw bevindt zich, naast de toren, een toegang met een stenen omlijsting waarin het jaartal 1777 staat gegraveerd. Een tweede toegang was met een brug aan de oostzijde van de kerk via het koor.
De kerk staat, zoals in deze streek de gewoonte was, midden in een ringvormig aangelegd dorpsdeel en heeft rondom een gracht. In de meeste omliggende gemeenten zijn deze grachten geheel of gedeeltelijk gedempt, maar in Nieuwe Tonge is deze nog geheel intact en ligt dan ook rondom het kerkgebouw.
De kerk was aanvankelijk gewijd aan de Heihge Maagd (ook wordt de Heilige Laurentius genoemd) .
De kerk werd gezien als een sub-parochie van Oude Tonge, omdat hij ressorteerde onder de Ambachtsheerlijkheid Grijsoord en werd bediend door dezelfde pastoor.
In het jaar 1479 bestond er een vicarie van de Heilige maagd Maria, terwijl er in het jaar 1528 een altaar van het heihg kruis wordt vermeld.
In het jaar 1831/32 is het interieur geheel vernieuwd, het houten verwelf met de oude balkneut met druifversiering dateert ook uit die tijd.
Het koor was in die tijd afgescheiden van de kerk door een houten wand en in het koor was in 1723 voorzien van een vlakke zoldering. Het koor werd gebruikt als school en daartoe in het jaar 1821 doelmatig ingericht en uitmuntend voorzien van gepaste leermiddelen.
In het jaar 1833 is aan de noordzijde van het kerkgebouw een zeer grote regenbak aangebracht, ten dienste van de gemeente, die vooral in droge zomers van zeer groot nut was. De eerste steen werd gelegd op 8 oktober 1833 door J. C. Hooijkaas, zoon van ds. Joh. Hooijkaas die predikant was in Nieuwe Tonge van 1829 tot 1838 en daar toen is overleden.
Er is een kerkpoort met twee stenen posten in de stijl van Lodewijk XV de Rococostijl. Dit is een geschenk van de toenmalige burgemeester van Nieuwe Tonge dhr. Mr. S. H. Anemaet, ter gelegenheid van zijn 25-jarig ambtsjubileum op 1 april 1842. Zij stonden daarvoor bij het buitenverblijf 'Langendam' onder Sommelsdijk.
Voor de restauratie van de kerk in 1963-1965 was het koor afgesloten met een houten wand en stond het orgel op de vlakke zolder die in het koor was aangebracht, juist onder de triomfboog.
De toegang tot de kerk aan de koorzijde was via een brug. Men kwam de kerk binnen via twee grote deuren en bevond zich dan in een portaal. Daarin waren de toegangstrap tot de orgelkamer en de koorzolder, een toilet onder de toegangstrap en de ingang naar de consistoriekamer. Ook hingen voor bij de ingang de twee borden waarop de namen staan van alle predikanten die de gemeente gediend hebben vanaf de reformatie tot heden.
De consistoriekamer bevond zich aan de zuidzijde, terwijl aan de noordzijde een gang was gesitueerd. Deze gang eindigde in een tweede portaal dat dwars in het koor was aangebracht juist achter de afscheiding met de kerk. Daarin bevonden zich kapstokhaken en de beide toegangstrappen tot de zijgalerijen. (Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 februari 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's