Oost-Afrika
Zionisme, boeren en zending (2)
Alle plannen werkten niets uit tot op 23 april 1903 Chamberlain plotseling aan Herzl voorstelde dat de joden zich zouden vestigen in Oost-Afrika. Toen viel voor het eerst het woord 'Uganda'. Hoe is dat zo gekomen?
Joseph Chamberlain had juist een reis gemaakt naar de nog nieuwe koloniën van Engeland in Oost-Afrika, het tegenwoordige Uganda en Kenia en het noordelijk deel van Tanzania. Een jaar daarvoor was na grote inspanning de Oost-Afrikaanse spoorlijn van Mombasa via Nairobi en Nakuru naar Kisumu aan het Victoriameer klaargekomen. De minister had zo een gemakkelijke reis naar de binnenlanden gemaakt. Ook had hij vernomen dat de nieuwe spoorlijn alleen winst zou kunnen maken wanneer er goederen, landbouwproducten bijvoorbeeld, vervoerd zouden gaan worden. Daarvoor was een producerende, liefst blanke, bevolking langs de spoorlijn noodzakelijk.
Gezeten in zijn voor die tijd gemakkelijke spoorwagon had hij grote lege vruchtbare velden langs de rails gezien en plotseling gedacht aan Herzl met zijn aanhoudende smeekbeden om land of een plaats voor de joden. Terug in Londen kwam zijn voorstel aan Herzl: Uganda!
***
Maar zoals meer ministers vroeger en nu kende de grote Chamberlain, Minister van Koloniën, zijn zaken niet goed. Juist in 1902 was de grens tussen Uganda en Kenia verschoven. Tot 1902 was de grenspost met een klein garnizoen bij Eldama Ravijn ten noorden van Nakuru en lag het lege gebied, waar later Eldoret en Uasin Gishu zou komen, nog in Uganda. De grens werd in 1902 ruim honderd kilometer naar het westen opgeschoven om het leger beter te kunnen laten optreden tegen zwervende veerovers. Het bleek nu dat de Minister van Koloniën zijn kaarten en de besluiten van zijn Ministerie niet kende en een gebied 'Uganda' aanbood dat in feite juist Kenia was geworden. Maar de fout was gemaakt en tot vandaag spreekt men in verband met deze overwogen vestiging van joden nog steeds over het Uganda-project.
Ook prof dr. Hans Jansen, in zijn overigens voortreffelijke en uiterst gedocumenteerde boek over het Madagascarplan, geschreven in 1996, maakt dezelfde vergissing en suggereert zelfs dat Chamberlain geheel Uganda aan Herzl aanbood. In feite ging het om een veel kleiner gedeelte in Kenia. De precieze oppervlakte is nooit omschreven. Herzl vroeg om een gebied waar zo'n 50.000 mensen zouden kunnen wonen, terwijl een ambtenaar van het Ministerie van Koloniën dacht dat er wel een miljoen mensen terecht konden. De latere commissie van onderzoek schatte het aangeboden gebied op ruim tienduizend vierkante kilometer bruikbaar land, bijna een derde van de oppervlakte van Neder land. Momenteel wonen er zeker een miljoen mensen.
In de discussies rond dit aanbod bleef op de achtergrond of Oost-Afrika wel het echte beloofde land voor de joden zou kunnen zijn. Het werd in elk geval een leeg land geacht, en Herzl zocht een leeg land voor een volk zonder land.
Congressen
Tot nu toe ging het steeds over de overwegingen en discussies van een minister en Herzl. Maar wat zouden de betrokkenen, de vervolgde massa's uit Oost-Europa, er van vinden? Gelukkig was er een forum waar dit ter sprake kon komen. En wel op de zionistische congressen.
In augustus 1897 was in Bazel op het eerste congres een zionistische wereldorganisatie opgericht. Hier kwamen voor het eerst allerlei bestaande groeperingen, liberaal en orthodox, van Oost-en West-Europa, bijeen. Velen begeerden dat de joden na eeuwen ballingschap naar Palestina zouden gaan, anderen waren bereid ook elders een veilige plaats te vinden. Ondanks alle verschillen is het tekenend dat een liberale jood, een Hongaarse schrijver van net 37 jaar, tot voorzitter werd gekozen. Zo indrukwekkend was de persoonlijkheid en de inzet van Herzl.
Veel meer dan plannen en resoluties kwamen er niet uit de eerste congressen. Deze vruchteloosheid leidde tot heftige meningsverschillen. Practisch zionisme moest gecombineerd worden met politiek zionisme. De voertaal was Duits.
Het tweede congres was weer in Bazel in augustus 1898, en een jaar later ook het derde. Het vierde congres werd in Londen gehouden in augustus 1900. Herzl had zijn hoop op Engeland gevestigd voor verwerkelijking van zijn plannen. Het vijfde congres was weer in Bazel in december 1901. Steeds botsten de mensen die een praktische oplossing voor ontheemde joden zochten met degenen die een culturele en religieuze oplossing in Israël nastreefden.
***
Het zesde congres, te Bazel augustus 1903, is voor ons onderwerp van bijzonder belang. De situatie van de joden in Rusland was dramatisch. De plannen voor vestiging in de Sinaï hadden niets opgeleverd. En toen kwam Herzl met het officiële aanbod van 'Uganda'. Omdat het niet de terugkeer naar het land der vaderen was, was er natuurlijk veel verzet. Herzl verdedigde het aanbod als een tijdelijke oplossing: Uganda is geen Sion en zal nooit Sion zijn. Bij de uiteindelijke stemming stemde een krappe meerderheid van 295 van de 571 aanwezigen vóór om een nader onderzoek naar de haalbaarheid te houden. De tegenstemmers wilden aanvankelijk zelfs de vergadering verlaten. De visies van Herzl op beloofd land en van de religieuzen lagen ver uiteen.
Onderzoek
Nu moest er een expeditie komen, maar wie zou gaan en wie zou de kosten dragen? En wat moest onderzocht worden? Ieder had zo zijn verlangens. Moest er bijvoorbeeld een echte joodse staat komen met een president, en met welke wetten? Was er alleen plaats voor landbouw en veeteelt of ook voor kleine handswerklieden?
Eindelijk, in januari 1905, meer dan twee jaar na de resolutie op het zesde congres, stond de commissie van onderzoek in Nakuru klaar om aan het werk te gaan. Minder dan twee maanden later was hun rapport klaar en verlieten ze Kenia weer. De twaalf verspieders uit Numeri 13 : 25 hadden veertig dagen nodig gehad voor hun werk.
Dat is allemaal gauw gezegd. Maar er was van alles aan de hand geweest. Herzl heeft (gelukkig!) niet meer beleefd wat er allemaal mis is gegaan met het door hem zo vurig verdedigde plan. Drie negatieve dingen moeten we aanwijzen: de commissie was verdeeld, het onderzoeksrapport viel negatief uit en in de hoofdstad van de kolonie Kenia had een beschamende uitbarsting van virulent antisemitisme plaatsgevonden.
De commissie van onderzoek bestond uit drie personen: de Engelse majoor A. St. Hill Gibbons, de Zwitserse professor Alfred Kaiser, beiden met uitgebreide kennis van Oost-Afrika, en een jonge Russische weg-en waterbouwkundige N. Wilbusch, de enige jood in de commissie. Gibbons en Wilbusch leefden op gespannen voet.
Alleen Gibbons zag na hun bezoek aan het gebied nog wat in het plan. De andere twee waren in hun rapport uiterst negatief
Verbazing
Toen ik in 1996 kennis nam van de argumenten in het rapport van 90 jaren eerder heb ik me grotelijks verbaasd. Dat kwam omdat de ontwikkelingen van 90 jaar in dit gebied en ons eigen verblijf aldaar volkomen in tegenspraak zijn met de waarnemingen en voorspellingen van het rapport.
Ook elke zendingsarbeider van de GZB die in Kenia werkte of nog werkt zal dit kunnen beamen. Het rapport stelt bijvoorbeeld dat het gebied voor landbouw ongeschikt is, wel zou veeteelt kunnen plaatsvinden. In de veertiger jaren echter produceerde dit gebied zoveel maïs en tarwe dat niet alleen de binnenlandse behoefte van Kenia geheel gedekt werd maar er ook nog uitgevoerd kon worden. Het rapport stelt ook dat het gebied een klimaat heeft dat niet geschikt is voor blanke bewoners. De duizenden blanke Zuid-Afrikanen en ook grote aantallen zendingsarbeiders, o.a. van de GZB, in en rond Eldoret hebben het tegendeel bewezen.
De negatieve toon van het rapport is mogelijk te verklaren uit allerlei tegenspoeden die de expeditie ondervond: voorraden vveggeraakt of gestolen, verkeerde gidsen, losgebroken trekdieren, aanvallen van wilde dieren en rondtrekkende Nandi, negatieve informatie van andere settlers die een joodse kolonialisatie wilden verhinderen.
Antisemitisme
Daarmee ben ik aan het derde negatieve punt. Toen het aanbod van Chamberlain in Nairobi bekend werd, en voor nog de commissie in Kenia aankwam brak er een golf van antisemitisme onder de meeste Engelse bewoners van de kolonie uit.
De anglicaanse bisschop van Mombasa, Peel, dacht dat de joden een verhindering zouden vormen in de voortgang van de kerstening van de zwarte bevolking. Hij vond dat de christelijke kolonisten zo'n goede invloed hadden op en een voorbeeld waren voor de Afrikanen. Wanneer er dan toch joden zouden komen, moesten ze maar ver weg van de andere bevolking gaan wonen en niet dicht bij de spoorlijn.
Ook diverse regeringsautoriteiten uitten hun twijfel over de wijsheid van het Ministerie in Londen. Allerlei argumenten werden gebruikt: liever Finnen dan joden, joden zijn geen landbouwers, etc. Anderen werden opeens principieel en voerden aan dat de joden eigenlijk naar Palestina, hun Sion, zouden moeten gaan. Plotseling kwam men ook op voor de Indische bevolkingsgroep, die gevaarlijke concurrentie van de joden zou krijgen. Kort daarvoor had men juist voorgesteld alle Indiërs maar weer terug te sturen naar Brits-Indië! De Indiërs waren na de aanleg van de spoorlijn, waarvoor ze ingehuurd waren geweest, blijven hangen in de kolonie.
***
Het grofste verzet kwam van de blanke kolonisten. Men vreesde de werklust en de handelsgeest van de joodse handwerksman en handelaar. Openbare protestvergaderingen werden georganiseerd. Joden werden afgeschilderd als bedriegers en vuile achterbuurtbewoners. Het wordt zelfs niet onmogelijk geacht dat blanke kolonisten er bij betrokken waren dat de commissie zoveel pech had bij haar onderzoek. Een voorspel van wat later tijdens het nationaal-socialisme in Duitsland en Polen tegen de joden werd aangevoerd en ondernomen was aan het begin van deze eeuw reeds in Kenia te zien. En dat van de kant van overwegend Britse kolonialisten.
We herkennen hierin ook de oude tegenstand van de bevolking van Kanaan jegens het volk dat uit Egypte weggetrokken was, door de woestijn gezworven had en de Jordaan over wilde trekken om zich in het beloofde land te vestigen. Drieëntwintig eeuwen eerder. Maar Herzl was geen Mozes, al zijn er oppervlakkig gezien veel punten van overeenkomst.
Voor de blanke bevolking in Kenia was het van tevoren al duidelijk: Kenia mocht nooit het beloofde land voor de joden worden. Hoe de joden dan ook zelf zich het beloofde land voorstelden.
Gestrand
Het waren echter niet de blanken uit Kenia die het plan van Herzl deden stranden. Herzl was reeds overleden toen de commissie het gebied bezocht. Hij werd slechts 44 jaar oud. Zijn vurige pleidooien werd niet meer gehoord. Op het zevende zionistische congres, augustus 1905, werd op grond van het uitgebrachte rapport met overweldigende meerderheid het voorstel tot vestiging in Oost-Afrika verworpen. In plaats van Herzl werd als voorzitter Max Nordau gekozen, een uitgesproken agnosticus, die geen enkele religieuze binding met Israël had. Toch hield alleen nog maar een kleine groep vast aan de idee ergens buiten Palestina een plaats voor een joodse nederzetting te zoeken.
Daarmee was Kenia als beloofd land voor de joden van de baan. Wel liggen in deze vergeefse poging de wortels van de later zo bekende Balfour Declaratie van 1917. Herzl had dat al gezien en er ook naar toe gestuurd. Toen Chamberlain in 1903 zijn vreemde aanbod deed aan Herzl had de Engelse regering zich impliciet verantwoordelijk verklaard voor het vinden van een nationaal tehuis voor het joodse volk. Maar Kenia zou dat beloofde land niet zijn. Het moest in het land der vaderen zijn.
***
Maar de volgende groep die Kenia als beloofd land zag stond al weer voor de deur!
Nu waren het Zuid-Afrikaanse boeren, vertrokken uit het onlangs door de Engelsen veroverde diensthuis van Zuid-Afrika.
Zij stonden voor hetzelfde dilemma: is Kenia alleen maar een land met goede economische vooruitzichten of kunnen we daar een stil en gerust leven leiden in ware godsvrucht en als christelijk voorbeeld voor anderen. Met een kerk voor henzelf en met zending voor de mensen om hen heen.
In augustus 1905 sprak het zionisme in Bazel het nee uit tegen Kenia.
In 1906 arriveerden de eerste groepen Zuid-Afrikaanse boeren vanuit Zuid-Afrika en vanuit Tanganyika in de kolonie Kenia. Ook zij zochten een gebied waar zij gemeenschappelijk hun eigen leven met eigen gewoonten zouden kunnen leiden.
En waar kwamen ze terecht? Precies in het gebied, aanvankelijk vrij gehouden voor de joden als plaats voor hun beloofde land. Deze streek werd nu de Zuid-Afrikaanse boeren toegewezen door de koloniale autoriteiten. Rond het toekomstige Eldoret in het Uasin Gishu District.
Hiermee zijn we in het tweede stadium van Kenia als Beloofd Land. Met dezelfde problematiek en dezelfde keuzen. En dezelfde teleurstellingen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's