De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Nieuwe Tonge (2)

8 minuten leestijd

De kansel, geheel wit geschilderd met bladgoud op de profileringen, stond onder het orgel met de achterzijde tegen de houten wand. Hierop stond een lezenaar op een arm gemonteerd in de stijl van Lodewijk XIV. Aan de trappaal/hoofdbaluster die toegang gaf tot de preekstoel bevond zich een koperen doopbekken in de stijl van Lodewijk XVII.

Rondom de kansel waren de plaatsen voor de Ouderlingen en de Diakenen in een bank die rondom geheel was afgesloten en bereikbaar was via een aantal deurtjes. In het midden op deze bank recht tegenover de preekstoel bevond zich de lezenaar van de voorlezer. Deze koperen lezenaar heeft als opschrift: 'Gelegateerd door wijlen Abraham van Der Mey 12 augustus 1817'. Dit geheel werd de 'tuin' van de kerk genoemd, maar het heette oorspronkelijk 'doophek' dat de rechthoekige plaats, het doophuis, omsloot. Hierin werd de Heilige Doop bediend. In de twee zijbeuken aan weerszijden van de preekstoel waren zitbanken geplaatst die ook werden afgesloten door deurtjes. In de eerste rij was de eerste plaats ervan bezet door de koster, die daardoor dicht bij de deur zat die toegang gaf tot het portaal. In de achterste bank van de zijbeuken zaten de boeren en de notabelen van het dorp.

In het middenschip waren aan de zijkanten banken die werden afgesloten door deuren en daarin zaten alleen mannen, terwijl het middengedeelte met de open banken bezet werd door de vrouwen. Tegen de westgevel was een galerij aangebracht waar alleen de mannen en de jongens een plaats hadden. Daar was ook een man aangesteld die dienst deed als ordebewaarder. Onder deze galerij was de stookruimte voor de centrale verwarming aangebracht en een toegangsportaal voor de kerk met een kapstokkenrij. De vloer van de kerk was opgebouwd uit balken en planken.

Tevens had men als uitbreiding van het aantal zitplaatsen een tweetal galerijen gebouwd. In elke zijbeuk, zowel de noordelijke als de zuidelijke was een galerij gebouwd die bereikbaar was-met een trap. Deze was aan de buitenzijde aangebracht en verschafte via een deur de toegang tot de galerij.

Op de houten betimmering in de koorafsluiting, waartegen de preekstoel was opgesteld stonden twee bijbelteksten. Als men in de kerk stond en naar de preekstoel keek dan stond aan de linkerzijde Micha 6 : 1a (Hoor nu wat de HEERE zegt) en aan de rechterzijde 1 Johannes 2 : 14m (en het woord Gods blijft in u).

Tevens was er een bijbeltekst aangebracht op de houten beschieting van de achtergalerij, de zgn. 'Oude Galerij' en deze tekst luidde Openbaring 16 : 15b (Zalig is hij die waakt).

Deze waren aangebracht op initiatief van de toenmalige predikant, ds. A. Dekker.

De twee borden waarop de wet des Heeren staat geschreven bevonden zich naast de preekstoel tegen de muren, ongeveer op dezelfde plaats als ze nu nog hangen.

In het jaar 1931 wordt er in de notulen vermeld dat een dankbare gever (die onbekend wenst te blijven) een bedrag van ƒ 2.000, schonk voor de aanleg van de centrale verwarming. Tevens schonk een ander milde gever, die eveneens onbekend wenst te blijven, twee borden of naamlijsten met al de namen der predikanten die sedert de hervorming tot op heden (de datum van schenking) de gemeente dienden, met de uitdrukkelijke bepaling, dat zij nimmer van de oorspronkelijke plaatsing mo­ gen worden verwijderd of verplaatst.

De borden werden gemaakt door de N.V. 'Breedveld' bij St. Laurens te Rotterdam voor de somma van ƒ 140, - . Het schilderen van de ± 2600 gouden letters en cijfers door de schilderdecorateur J. van Tongeren, Schellinckstraat 45, eveneens te Rotterdam voor de somma van ƒ 160, - . De grafzerk van wijlen dhr. William Sutherland werd gelicht van vóór de ingang in de kerk en geplaatst tegen de muur achter dezelfde ingang bij de toren en de inscriptie gerestaureerd in goud uit het fonds Sutherland. Deze grafzerk hebben kerkvoogden in 1938 doen verplaatsen, te weten recht op doen stellen achter de banken in het schip.

De steen uit de vroegere, door de Diaconie aangekochte en afgebroken boerderij van de familie Griethuijzen werd ingemetseld in de muur bij de ketel der centrale verwarming. De inscriptie luidt volgens oude lidmatenboeken; C(ornelis) A(rieszn) K(rom)D(ijck) 1651, toentertijd Diaken dezer kerke.

In het jaar 1963 werd besloten, in overleg met monumentenzorg, de kerk te restaureren. Daarbij werd echter bepaald dat het interieur dan weer de oorspronkelijke vorm diende terug te krijgen. Daartoe moest het koor in de oude staat worden hersteld en de galerijen moesten verdwijnen. Tevens werd de planken vloer vervangen door een vloer uit natuursteen. In het koor werd vloerverwarming aangebracht en in de kerk werden achter de lambrizering radiatoren geplaatst en in de banken een voetverwarming aangebracht. De preekstoel werd verplaatst naar de hoek van de zuiderzijbeuk en het koor en deze werd van de witte verf ontdaan. De witte verf was in het verleden aangebracht omdat er toen belasting werd geheven op gebruik van eikenhout en onder de verf was de houtsoort niet zichtbaar. De in het koor aanwezige consistoriekamer met de kluis werd aan de noordzijde tegen het koor gebouwd en daarin werd tevens de kachel geplaatst voor de centrale verwarming en een toilet aangebracht.

De bovengenoemde steen werd verplaatst naar het koor en ingemetseld in de muur. De achterzijde van de vloer van het koor is belegd met de aanwezige grafzerken. In de kerk bevinden zich zowel in het schip als in de zijbeuken banken, maar in het koor staan stoelen.

Als verlichting hangen er in de kerk een viertal en in het koor een tweetal kronen en daarnaast zijn er nog extra hanglampen aangebracht. Alle zitplaatsen zijn vrij, met uitzondering van de banken voor de Kerkenraad en de Kerkvoogdij, alsmede de plaats voor de koster en het predikantsgezin. Het orgel werd geplaatst tegen de westgevel op een balkon. Als toegang tot het gebouw werd gehandhaafd de noordelijke ingang met de inscriptie 1777 en tevens is er een tweede ingang onder de toren. De doopkapel die zich aan de zuidzijde van de toren bevindt staat nu in open verbinding met de kerk en doet dienst als garderobe. De toegang tot de toren en de orgelzolder is door de kerk.

De kerktoren

Bij vele kerken vindt men de toren los van het kerkgebouw. In latere tijden is men overgegaan tot het vast aanbouwen, of zelfs het plaatsen boven op het kruis van een kerkgebouw. De kerk, maar vooral de toren, beheersen de omgeving en wijzen symbolisch boven alle aardse dingen uit. Van de oude kerken staat de toren steeds aan de westzijde. Bal, kruis en haan op de spits van de toren symboliseren; Zonden, verlossing en waakzaamheid. Met de bal wordt de paradijsappel voorgesteld waardoor de zonde in de wereld kwam. De haan dient tevens uit praktisch oogpunt als windwijzer. De torens werden gebruikt als dragers van de klokken. Vroeger luidde men de klokken uit bijgelovigheid. Na de uitvinding van het uurwerk in de 17e eeuw werden deze in de torens aangebracht. De meeste luidklokken hebben opschriften, niet alleen van de gieter, maar ook de namen aan wie ze gewijd zijn of door wie ze zijn geschonken. Krachtens artikel 6 van de staatsregeling van 1798, en additionele artikelen, kwamen de kerktorens in eigendom van de burgerlijke gemeenten. De eerste torenklok die in Nieuwe Tonge heeft opgehangen dateerde uit 1657. Toen is deze gegoten door Jan Parijs en hij droeg het volgende opschrift:

Sint Laurens is mijn naam
Voor het luiden ben ik zeer bekwaam
Ik donder met geluid
Al in een mensch zijn ooren
Opdat zij komen uit
Om Godes Woord te hooren

In het jaar 1924 moest deze worden vervangen, omdat er een barst in was gekomen.

Door het gemeentebestuur werd toen opdracht gegeven een nieuwe klok te gieten en aan de kosten werd door de Kerkenraad van de Hervormde Gemeente bijgedragen. De klok werd gegoten in brons en stond in de toon G. Hij had een onderdiameter van 105 cm en woog + 700 kg. De klok werd geleverd voor de prijs van ƒ 870, - met inlevering van de oude en gebarsten klok. Deze nieuwe klok droeg als opschrift Psalm 115 : 1: Niet ons o Heere niet ons maar Uwen Naam geef ere'. Op dinsdag 11 mei 1943 werd er door de bezetter een begin gemaakt met het weghalen van de luidklok. Daartoe werd het noordelijke luidgat aan de westzijde van de toren weggehakt en op woensdag 12 mei 1943 werd de klok met een vrachtwagen afgevoerd naar Rotterdam.

De nu in gebruik zijnde luidklok is gegoten in Heiligerlee en op 18 december 1948 in gebruik genomen, deze klok heeft als opschrift:

De oude Mok in gloed verdween
Gestolen door des vijands hand
Ik zend mijn bronzen klonken heen
Als nieuwe klok door 't vrije land

Deze klok heeft een onderdiameter van 103 cm en staat eveneens in de toon 'G'. Deze klok weegt 675 kg en kostte destijds ƒ 3.983, 85, in deze kosten werd de helft door de Kerkenraad der Hervormde Gemeente bijgedragen. De Kerkvoogdij schonk destijds een bedrag van ƒ 500, - .

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's