De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ik voor u, daar gij anders (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ik voor u, daar gij anders (2)

Bezinning op verzoening door de triosynode

10 minuten leestijd

Forum

In het forumgesprek zei prof. dr. G. W. Neven (gereformeerd, Theologische Universiteit Kampen) dat we eerst goed moeten definiëren wat verzoening is. Hij deed dat als volgt: verzoening is vrede stichten, waarin God de eerste stap zet. In het evangelie zien we wat dat uitwerkt: rondom Jezus ontstaat een nieuwe gemeente.

Op een ander moment in het gesprek zei hij dat verzoening er is voor iedereen, die in zijn eigen zelfbeeld gevangen zit; voor iedereen, die misbruikt is en misbruikt heeft, dus voor slachtoffer én dader.

Verhelderend was ook wat hij opmerkte over de relatie tussen het lijden en de moderne cultuur: daarin wordt het lijden verdrongen, o.a. doordat we er het nodige aan kunnen doen. Maar daarom is het voor ons wel moeilijker geworden het lijden (dat een facet van de verzoening is) te aanvaarden.

Op de vraag of de verzoening als het hart van het evangelie kan worden beschouwd, antwoordde hij: Ja, want zonder verzoening is er geen evangelie, en zonder evangelie is er geen kerk.

Dr. A. H. Wöhle (luthers, Almere) gaf antwoord op de vraag naar de betekenis van het bloed. Van de joodse traditie kunnen wij leren dat verzoening tussen God en mens een proces is om breuken tussen mensen hersteld te krijgen. Daarbij symboliseert het (offer)bloed het leven en de levenskracht. Dat er bloed vloeit, betekent de overgave van heel het leven aan God.
Prof. dr. A. de Reuver (hervormd. Rijksuniversiteit Utrecht) stelde dat voor de verzoening 'bloed' en het aspect van het offer onmisbaar zijn. Het gaat om de plaatsbekleding door Christus. Wat dat inhoudt, is moeilijk op de hedendaagse mens over te brengen. Verwezen zou kunnen worden naar oorlogsverhalen, waarin de een zich voor de ander opoffert. Maar ten diepste bestaat er van Christus' plaatsvervanging geen ander voorbeeld, geen gelijkenis. Paulus geeft dat aan in Romeinen 5 : 7vv.

Naarmate wij meer stilstaan bij het offer, naar die mate worden wij er meer door geraakt. Hoe de mens door Gods liefde overweldigd wordt, is niet vast te leggen; maar dat hij erdoor overweldigd wordt: die dimensie is onopgeefbaar.

Vervolgens nam De Reuver het op voor Anselmus (1033-1109), die zeer diep heeft nagedacht over de vraag waarom God mens werd, het antwoord in juridische termen vatte en daarvoor alle eeuwen door veel kritiek te verduren kreeg. De Reuver erkende dat Anselmus' uitwerking typisch middeleeuws is, maar dat de kern van zijn gedachten teruggaat op Augustinus en de Schrift. Want deze drie dingen heeft Anselmus goed gezien: 1. de zonde is een aantasting van Gods eer, 2. de zonde stelt ons schuldig, 3. God Zelf moet er aan te pas komen om ons ervan af te helpen.

Ook prof. dr L. J. van den Brom (hervormd. Rijksuniversiteit Groningen) for­muleerde verzoening als het herstel van een relatie met iemand. Verzoening met God is dat Hij 'ja' tegen ons zegt, ook al hebben wij Hem op de ziel getrapt. In dat 'ja' legt Hij het verleden het zwijgen op; dat stoort en bindt nu niet meer. Ik mag een toekomst hebben. De vraag is of ik het kan accepteren dat God mijn leven opnieuw op de rails zet.

Voorts vroeg hij aandacht voor het verband dat er is tussen de verzoening en het Godsbeeld, dat een bepaald tijdperk erop nahoudt. Zo is in de Middeleeuwen God de strenge Monarch, Die eist. In de Verlichting is God Degene, Die garandeert dat processen voortgang vinden; verzoening is dan dat wij ermee verzoend worden achter Jezus aan te gaan. Anders gezegd: we moeten ook de psychologische zijden, die er aan de leer van de verzoening zitten, in de gaten houden.

Overigens gaat het er niét om dat wij geloven in het dogma van de verzoening, wel dat wij geloven in de God van de verzoening. Daarbij is het dogma een wachtwoord, een vingerwijzing voor het spreken over God.

Bouwstenen

Vervolgens werd het woord gegeven aan enkele theologen, die de opdracht hadden ontvangen 'bouwstenen' aan te dragen voor een synodale brief over verzoening. Ieder van hen kreeg drie minuten om alvast mondeling zo'n bouwsteen te leggen. Dr C. van der Kooi (gereformeerd. Vrije Universiteit Amsterdam) gaf aan dat ons heil niet alleen gegrond is op Pasen maar ook op Goede Vrijdag. Dat laatste is niet vanzelfsprekend. Het kruis is namelijk iets paradoxaals: het spreekt van gericht. Maar door het gericht heen houdt God aan deze wereld vast. Psychologisch gezien is een begrip als gericht evenals toom zwaar geladen, maar we hebben ze wel nodig om te verwoorden wat het heil inhoudt. Er is in ieder geval een dikke streep getrokken tussen de zonde en de zondaar. De kwade machten zijn reeds door God veroordeeld. Er ligt dus al iets achter ons. Want God heeft onze vervreemding van Hem Zich zozeer aangetrokken dat zij bij Hem terecht komt, althans bij Zijn Zoon. Is dat niet de diepste bedoeling van het dogma van de Drie-eenheid?

Mevr dr K. E. Biezeveld (hervormd. Rijksuniversiteit Leiden) verwoordde een bouwsteen als volgt: Ik mag geloven dat het goed zit tussen God en mij; dat is de ene kant van de verzoening. De andere kant is dat wij leven in een geschonden wereld, waarin door de zonde van de mens nog heel veel kapot is. Daarom heeft de kerk de dienst der verzoening als opdracht gekregen.

Prof. dr J. Muis (hervormd. Rijksuniversiteit Utrecht) gaf antwoord op de vraag of berouw een voorwaarde is voor verzoening. In de relatie tussen mensen onderling is dat zonder meer het geval. In de relatie met God ligt dat moeilijker. Immers, in het huidige levensgevoel staan de papieren van schuld-tegenover-God laag genoteerd. Het besef van schuld ontstaat daar, waar wij ontdekken wat wij God hebben aangedaan. Dat kan aan de hand van Zondag 2 van de catechismus: de Wet doet mij mijn ellende kennen. Verder kan het kruis van Christus bij ons een schokeffect teweeg brengen. Evenwel, van God uit is berouw geen voorwaarde, want Zijn genade gaat voorop.

Mevn ds. G. Gosker (gereformeerd, Amstelveen) benadrukte dat wij slechts over verzoening kunnen spreken op de toonhoogte van de lofprijzing, bij Woord en sacrament. Wel moeten we ons afvragen of we het geheimenis van dit leerstuk diep genoeg hebben gepleild. Enkele kritische vragen mogen we dan niet uit de weg gaan: wat is het effect van de afschaffing van de leerdienst? en van de invoering van de oecumenische leesroosters? en van de overgang van lijdenstijd, waarin het lijden en sterven van Christus centraal staan, naar de veertigdagentijd? en van het gebruik van andere formulieren voor doop en avondmaal?

Voor drs. P. Koeman (hervormd. Theologische Hogeschool Ede) was o.a. het volgende belangrijk: over de verzoening mag slechts in trinitarisch verband gesproken worden. Zij is een eenmalig iets, een heilsfeit. God is zowel subject van de verzoening (Hij schenkt haar) als object (Hij wordt verzoend); anders is er op Golgotha niets gebeurd. De ergernis hiervan mag niet weggepoetst worden. De verzoening is verreikend, want zij geeft oog en hart voor Israël (zie Rom. 9-11) en voor heel de kosmos (zie Col. 1 : 20). Als kerk en synode hebben wij de oproep 'Laat u met God verzoenen' (2 Cor. 5 : 20) ter harte te nemen en voor te leven. Dan hebben we een woord voor de wereld.

Samenvatting

Tenslotte gaf prof. dr M. E. Brinkman (gereformeerd, Rijksuniversiteit Utrecht) een 'meditatieve samenvatting'. Drie aspecten kent de verzoening: dat van het levensoffer, van de plaatsvervanging en van de levensverandering. Aan elk van de drie is een vraag te ontlenen: resp. wat gebeurde er op Golgotha? wie is er het meest bij betrokken? wat bewerkt het bij ons? Wat verzoening is, komt vooral aan het licht bij de sacramenten en in de liederen der kerk (zie bijv. de gezangen 5 en 346 uit het Liedboek). Met een Nederlands filosoof kunnen we zeggen dat het kruis het enige echte gebeuren is.

De verbinding tussen Christus' bloed en vergeving is onopgeefbaar voor het christelijk geloof. Hebreeën (9 : 22) spreekt erover dat bloed - als het meest eigene van Gods schepsel en als de goddelijke bron van het leven - vergeving bewerkt. Bloed werkt ook plaatsvervangend. Schilders en toneelschrijvers weten van de belangrijke rol van het bloed, evenals machthebbers. Als er eenmaal bloed gevloeid heeft...! En zeggen we niet: het bloed der martelaren is het zaad der kerk? De gedachte dat een levensoffer vaste verhoudingen kan wijzigen, is niet vreemd aan de Europese en de Amerikaanse cultuur. We kunnen ook bij Bachs Matthaus Passion te rade gaan. Eigenlijk zou het 'Sind Blitze, sind Donner in Wolken verschwunden? ' ("Zijn bliksem en donder in wolken verdwenen? '), dat zo hartstochtelijk door het koor bij Christus' gevangenneming gezongen wordt, aangeheven moeten worden wanneer het voorhangsel in de tempel scheurt.

Aan het kruis gaf Christus, Zoon Gods en Zoon des mensen. Zich voor ons in onze plaats. Jesaja 53 verwoordt dat zo: 'Om onze overtreding werd Hij verwond'. Dat mag gerust als een drama opgevat worden. Nu sluit plaatsvervanging de menselijke verantwoordelijkheid niet uit, maar doet er juist een dramatisch appèl op. Bovendien worden menselijke vrijheid en identiteit door de plaatsvervanging niet geschonden, maar geschraagd.

Dit belijdt de kerk der eeuwen in de leer der verzoening.

Uitleiding

Wanneer de preses van de vrijdag, ds. B. J. van Vreeswijk, het gesprek afsluit en de vergadering verdaagt, merkt hij op dat de winst van deze dag is dat wij op een inhoudelijke wijze met elkaar hebben gesproken. Inderdaad, dat is het resultaat van deze zitting. Daarvoor mogen we dankbaar zijn.

Hoe verder? Dat zal nog niet zo makkelijk zijn. Want alle aspecten én alle modellen van de verzoening zijn ter tafel gekomen. Dat is een goede zaak. Althans, enerzijds. Want anderzijds sluiten bepaalde denkbeelden over de verzoening elkaar zonder meer uit. Heeft in de heilige algemene christelijke kerk elke opvatting, nog scherper: elke overtuiging recht van bestaan? Wie het klassieke belijden aangaande de verzoening aanhangt, meer nog: voor wie dat het hart van het evangelie en van de omgang met God is, - die zal ten aanzien van deze en gene denken wat Luther eens zei, toen voor hem het hart van het evangelie in het geding was: 'Ik kan u wel de vriendschap, maar niet de broederband reiken'.

Het is niet te hopen dat we, wanneer er een herderlijk schrijven opgesteld gaat worden, een herhaling krijgen van de jaren '60, toen ds. G. Boer zich genoodzaakt zag een eigen nota over de verzoening het licht te doen zien. Men (her)leze zijn gedreven geschrift De prediking van de verzoening. De nuchterheid gebiedt echter te zeggen dat ook anno 1998 standpunten 'onverzoenlijk' tegenover elkaar staan. Hoort dat niet bij een kerk onder het kruis (zie 1 Cor. 11 : 19)? Daarbij is het niet om het even of we wel of niet de klassieke belijdenis van de verzoening bijvallen. Want ook zij is - evenals de rechtvaardiging van de goddeloze - een artikel waarmee de kerk staat of valt. Voor de niet-ingewijde lijkt het soms te gaan om subtiele verschillen, om de zucht van theologen naar exacte formuleringen. Maar dat is toch niet zo. Want het is als bij de lancering van een raket: een afwijking van slechts enkele millimeters bij de start doet het doel op vele kilometers missen.

Appellerend en vertroostend is wat Luther ergens in een preek zegt: 'Ik kruip als een kuiken de kloekhen Christus onder de vleugels en geloof dat Hij voor mij gestorven en opgestaan is, en niet voor Zichzelf, ...Wordt deze leer bedolven, dan is er geen dwaasheid zo groot of zij vindt wel leerlingen... de grondleer van Christus' kruis en opstanding moet echter blijven, omdat zij de prediking van de heilige kerk is. Zij zal blijven tot aan het einde der wereld, ook al zou de moordenaar aan het kruis nog de enige zijn die haar verkondigt'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Ik voor u, daar gij anders (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 1998

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's