Alles is kerkpolitiek (?) maar kerkpolitiek is niet alles
In 1995 kwam een boek uit van prof. dr. C. Graafland, getiteld 'Verantwoord gereformeerd', dat in vergelijking met andere publicaties van zijn hand tot heden naar mijn oordeel enigszins onderbelicht bleef. Dat zal te maken hebben met het feit, dat hij in dit boek reageert op in totaal veertien nogal verschillende type artikelen in de bundel 'Uitdagend gereformeerd', die hem ter gelegenheid van zijn afscheid als bijzonder hoogleraar in december 1993 was aangeboden. In een reactie op de bijdrage van drs. P. L. de Jong schrijft hij over 'De Gereformeerde Bond, "de machtige rechtervleugel binnen de Nederlandse Hervormde Kerk" '. Daarin vertelt hij wat ds. G. Boer voor hem heeft betekend. Hij zegt: Onder zijn prediking en onderwijs heb ik de Here Jezus leren kennen. "En zij kwamen met haast en zij vonden Maria en Jozef en het Kindeke..." (Luk. 2:16). Ik werd met de herders meegetrokken onweerstaanbaar'. Drie maal heeft ds. Boer hem bevestigd in zijn bediening: Dat kon niet anders'.
Vervolgens echter komt prof. Graafland dan te spreken over een 'andere' Boer en een 'andere' Graafland. En dan gaat het wat ds. Boer betreft om diens 'andere rol', namelijk als lid van het hoofdbestuur, later voorzitter van de Gereformeerde Bond: 'Nu niet als prediker en pastor, als man van de gemeente. Dat was en bleef hij gelukkig ook. Maar zoals ik hem nu tegenkwam , was hij een man geworden, die voor de Bond zich inzette en meende zo de kerk te moeten dienen.' Graafland kwam kritisch te staan tegenover ds. Boer als bondsvoorzitter. Graafland zelf relativeerde, zo zegt hij, wat Boer 'absoluuut' stelde.
Prof. Graafland brengt hier impliciet in herinnering de jaren zestig, toen er nogal wat beroering was in hervormd gereformeerde kring. Zelf schreef hij in die jaren zijn boekje 'Verschuivingen in de Gereformeerde Bondsprediking.' Dat werd gevolgd door een Open Brief van een groep van vier en dertig predikanten in de vorm van een Open Brief en nog weer later door een boekje 'De eigen wijs' van de predikanten S. Meyers, W. Balke en M. J. G. van der Velden. Dat alles bracht spanning in de hervormd gereformeerde gelederen. Daarbij was ds. Boer uiteraard nauw betrokken. Toen dr. Graafland als predikant naar Amsterdam ging, schreef ds. Boer aan een nu overleden vriend van hem: 'Nu is Graafland helemaal verloren. Hij zal daar wegzinken in het moeras van de middenorthodoxie.' Graafland zegt echter, dat hij zich pas toen als bonder ging ontpoppen. 'Dat was boven Boers en veler anderen verwachting.' Toen ds. Boer overleden was had deze een brief nagelaten, waarin stond, dat het hem dankbaar stemde dat Graafland in Amsterdam 'staande' was ge bleven. Bij de begrafenis van ds. Boer voerde ook dr. Graafland het woord en vertelde hij wat hem het diepst had geraakt onder diens bediening. En zo blijft hij tot heden met respect aan ds. Boer denken.
Als ik prof. Graafland hier goed begrijp, had hij vooral moeite met de 'kerkpolitiek' van Boer, waardoor deze voor hem een 'andere' werd dan die hij was als gemeentedominee. Had dat te maken met het polemisch element in bijvoorbeeld de artikelen van ds. Boer? Zo heeft Graafland ook in andere verbanden nogal eens aangegeven niet warm te lopen voor 'kerkpolitiek', met name ook waar het de Gereformeerde Bond betreft.
Uitleg
Het bovenstaande zou ik als aanloop willen gebruiken voor een wat absoluut klinkende vraag met betrekking tot het leiding geven in de kerk en in kerkelijke verbanden, namelijk, met een variant op 'alles is politiek' of daarbij niet alles kerkpolitiek is? Als kerkpolitiek in de kerk maar niet alles is. Dit vraagt nadere uitleg.
Kerkpolitiek heeft vaak een negatieve klank, maar het behoeft op zich geen negatief begrip te zijn. Het leiding geven in de kerk heeft nu eenmaal ook met besturen en regeren te maken (men leze bijvoorbeeld art. 30 van de N.G.B., waarin wordt gesproken over 'de regering der kerk'). Het moet alles ook in de kerk met goede orde toegaan. In het avondmaalsformulier worden diegenen gemaand van het avondmaal weg te blijven, die 'tweedracht en secten en muiterijen in de kerken en wereldlijke regeringen begeren aan te richten'. Als zodanig vraagt leiding geven in de kerk om wijsheid, voorzichtigheid, tact maar ook om het nemen van concrete beslissingen. Verder dient te worden toegezien op leer en leven. In het kerkelijk leiding geven is zo bezien alles kerkpolitiek. Uitspraken van leidinggevenden of van leidinggevende organen staan ook altijd in een bepaalde concrete context. Ze worden, zeker in situaties van verdeeldheid en spanning, ook verschillend geïnterpreteerd. Het kan in een verdeelde kerk niet zonder discussie, en helaas soms ook niet zonder polemiek.
Predikanten, die uit hun werk van gemeentepastor worden geroepen om mede leiding te gaan geven aan de kerk of aan kerkelijke verbanden, worden daarmee als het goed is geen 'andere' personen, maar hun bediening krijgt wel een andere context en een andere draagweidte en daardoor en daarin ook vaak een andere beoordeling.
Leiding geven kan niet zonder kerkpolitiek in de goede zin van het woord. Als er maar geen tegenstelling ontstaat tussen arbeid in de gemeente en kerkelijke arbeid. Wie zal hier echter met schone handen, zonder 'kerkpolitieke' schuld af komen? Want ongetwijfeld is het ook zo, dat kerkpolitiek het gevaar aan zich heeft, dat het regeerambt in de uitoefening ervan niet correspondeert met het drievoudige ambt van Christus. Kerkpolitiek dus in de ongunstige betekenis van het woord. Dat geldt niet alleen in de kerk als geheel, ook in de afzonderlijke gemeenten.
Er is ook verscheidenheid in bediening als het gaat om leiding geven. Het lijkt mij onjuist wanneer Graafland in zijn genoemde artikel het voorzitterschap van de Gereformeerde Bond van ds. W. L. Tukker onderscheidt van dat van ds. Boer, in die zin dat de leiding van laatstgenoemde van meer 'kerkelijke liefde' en 'kritische relativering' van de eigen kring getuigde. Dat verschil zet ik dan liever op de noemer van de verscheidenheid van gaven en bedieningen, in dezelfde liefde voor de kerk. Maar, hoe men ook de kerk dient en er leiding aan geeft, het geschiedt in een concrete context, waarbij het ook altijd om keuzen gaat, ook om positiekeuzen. En die hebben beiden gemaakt.
Het valt mij in dit verband dan echter op, dat prof. Graafland hier verzuimt te vermelden de grote en grootse kerkelijke inzet van ds. Boer inzake de verzoening. Die zal hij ongetwijfeld met mij waarderen. Ook die inzet vond plaats tegen de achtergrond van de kerkelijke ontwikkelingen van zijn dagen, namelijk de geruchtmakende uitspraken van prof. dr. P. Smits, dat het zijn eer te na was, dat een Ander voor zijn schuld zou betalen. Boer was toen al lang bestuurslid van de Gereformeerde Bond en de climax ervan lag in de korte periode, dat hij voorzitter was (1966-1969). De interne schermutselingen in die dagen ten spijt, diende ds. Boer de kerk.
Niet alles politiek
Intussen zou het er in de kerk niet best voorstaan als het alles (kerk)politiek is wat de klok slaat. De kerk leeft van wat ze gelooft en belijdt en niet van hoe zij wordt bestuurd. In de zaak van de verzoening, waarom het nu ook nu in alle ernst gaat in de kerk, moet alle kerkpolitiek, waarbij groepsbelang of groepsidentiteit wordt geprofileerd, wijken. Hier gaat het om het hart van het christelijk geloof zelf. Dat wordt geloofd, hoe er ook (theologisch) leiding wordt gegeven. Maar bezinning erop raakt de concrete kerk.
Ds. Boer gaf zich in de zestiger jaren vier jaar lang met volle inzet - het sloopte zijn krachten - aan het werk van een commissie, die door de synode terzake van de verzoening was benoemd. Liefst drie vrijzinnigen maakten er deel van uit. Boer schreef een minderheidsrapport. Vanwege de actualiteit vandaag drukken we dat stuk hiernaast nog eens af. Tijdens de synodezitting zei prof. dr. A. A. van Ruler, dat hij zich vijftig jaar had 'doodgeërgerd aan het Evangelie van de verzoening, dat stelt, dat een Middelaar zijn schuld moet overnemen'; aldus ds. Boer zelf in zijn boek 'De prediking der Verzoening', waarbij hij verder opmerkt dat de indrukwekkende rede van Van Ruler onder doodse stilte werd aangehoord. Ik hoor het ds. Boer nog zeggen, toen hij terugkwam van de synodezitting: 'die man mag voorzitter van de bond worden.' Als het om het hart van het Evangelie ging, moest bij Boer alles wijken, maar juist daarin zocht hij breed naar dwarsverbindingen. Geen kerkpolitiek in de slechte zin van het woord, gericht op groepsbelang van 'de bond', maar leiding geven in theologisch opzicht, met het oog op de gemeente, midden in de actualiteit en met het oog op de hele kerk. De synode wees in die dagen het meerderheidsrapport af en gaf meerderheids-en minderheidsrapport in handen van een nieuwe commissie.
Actueel
Opnieuw is de zaak van de verzoening in het geding. Is het mogelijk daarover te spreken los van kerkpolitiek? In zekere zin niet. Omdat het te maken heeft met actuele ontwikkelingen. Maar de zaak waarom het gaat is bovendien kerkelijk complexer dan ten tijde van ds. Boer. Toen ging het om een zaak, die binnen de Hervormde Kerk speelde. Vandaag is de kwestie van de verzoening in alle hevigheid aan de orde gesteld binnen de Gereformeerde Kerken. De Gereformeerde Bond gaf een Open Brief uit, waarin werd opgemerkt, dat de kwestie ook de Hervormde Kerk diep raakt, vanwege het proces van kerkelijke vereniging. Is het dan ongeoorloofde kerkpolitiek wanneerin de brief is gevraagd om alle beraad op te schorten, teneinde voorrang te geven aan wat voor de kerk haar hart is? Men kan pogen om het één van het ander los te maken, maar dat zal nooit helemaal lukken. Het gaat in het huidige geding om wat vandaag kerkelijk terzake is.
***
In reacties in het Reformatorisch Dagblad op genoemde Open Brief viel op, dat de ondervraagden allen de zaak, die in het geding is, met SoW verbonden. Dr. B. Plaisier, de secretaris generaal van de Hervormde Kerk, prees de inhoud en de toon maar betreurde het verband, dat werd gelegd met de kerkelijke vereniging. Ds. J. Westerink (Chr. Geref.) en ds. C. Harinck (Gereformeerde Gemeenten) toonden respect voor de inhoud maar vroegen wel, vanuit hun kerkelijke positie, of de Gereformeerde Bond aan zulk een brief ook consequenties zou verbinden.
En toch...
Alles is kerkpolitiek (bepaald), alles wat omgaat in de Hervormde Kerk heeft vandaag ook te maken met het SoW-proces, maar kerkpolitiek is niet alles. Als het om het hart van het Evangelie gaat, Jezus Christus en Dien gekruisigd, moeten alle overwegingen van mogelijke kerkelijke effecten of neveneffecten wijken. Kerkpolitiek in de slechte zin van het woord kan monddood gaan maken, uit vrees voor neveneffecten. Ik heb er behoefte aan hier te citeren uit een brief, die ik ontving van prof. J. Kamphuis, emeritus hoogleraar van de Gereformeerde Kerken (vrijg.), thans woonachtig in Ommen. Ik doe dat met zijn toestemming.
'Ik wil graag u en in u de broeders van (het hoofdbestuur van) de Gereformeerde Bond in de N.H.K. bemoedigen in uw openlijke belijdenis van de verzoening in onze Here Jezus Christus, de verzoening door Zijn voldoening. Wat is het een rijke belijdenis! Onze namen in het hart van onze Borg en onze Middelaar, toen hij leed tot aan de dood aan het vloekhout, de namen van ons, doemwaardige zondaren! Dat geheimenis is zó groot, dat het aan het vlees, ook het zogenaamde 'wetenschappelijke' vlees, wel als een belachelijkheid moet verschijnen: de dwaasheid van het kruis! Inderdaad: het is het hart van het evangelie, zoals u in deze dagen steeds weer hebt mogen belijden. Onze God sterke u en de uwen in deze goede belijdenis door zijn eigen Heiligen Geest. Natuurlijk heb óók ik overwogen, of u niet gevallen was in de valkuil van de 'kerkpolitiek', toen u de door een generale synode van de synodaal GKN (Gereformeerde Kerken in Nederland, v.d.G.) getolereerde èn gelegitmimeerde loochening van dit 'hart van het evangelie' inbracht in uw strijd tegen het SoW-proces. Het gevaar ligt voor u ongetwijfeld op de loer! Maar het was en is geen 'kerkpolitiek' dat u uw protest tegen de loochening van de verzoening door het bloed van Christus verbond aan uw strijd tegen SoW. Ik heb overwogen, dat er, zoals u zelf ook opmerkt, ook in de NHK voorbeelden aan te wijzen zijn van dit snijden in het hart van het geloof, maar wij hebben bij de bestrijding van het centrale van het christelijke geloof bij Den Heyer te doen met een door de generale synode getolereerde, gelegitimeerde en beapplaudiseerde loochening van wat een christen en wat de gemeente boven alles lief is en lief behoort te zijn. Over uw positiekeus in de worsteling tegen SoW zou veel te zeggen zijn. U zult verstaan dat daarover bij mij vragen leven-, kritische vragen. Maar op het punt dat nu in het geding is, mag u en mag de Gereformeerde Bond de vraag aan de orde stellen, of het niet geboden is nu alle overige punten als het ware terzijde te stellen om de éne vraag onder ogen te zien, of het kerkelijke vergaderingen, die pretenderen in naam van de kerk, ja zelfs in naam van de Koning der kerk, te spreken, geoorloofd is op de weg van kerkelijke vereniging verder te gaan, terwijl Hij, de Heiland en de Heer der kerk in zijn borgtochtelijke liefde voor voor Zijn gemeente wordt weersproken en weerstaan op een veel afschuwelijker wijze dan toen de apostel Petrus de door hem zojuist beleden Here in de weg trad en door Christus toen werd teruggewezen met het "satan" en het "gij zijt niet bedacht op de dingen van God, maar op die van de mensen". Matt. 16 : 23. Hier geldt inderdaad het afsnijdende . woord van onze Zaligmaker en ook van zijn apostel in 2 Kor. 6 : 15. Als ik over deze dingen denk, vermenigvuldigen zich de gedachten! Er zou nog veel zijn te schrijven, maar ik wil het nu laten bij dit woord van bemoediging. Zou de belijdenis van de waarheid Gods ons ook niet nader tot elkaar brengen? '
***
Om ook hier 'kerkpolitiek' in de negatieve betekenis ervan te vermijden, geef ik deze brief integraal door. Ik geef ook geen verdere 'kerkpolitieke' commentaar. Als het om het hart van het Evangelie gaat, sluit zich kennelijk de kring van allen, die de Heere Jezus Christus in Zijn verzoenend lijden en sterven van harte hebben lief gekregen. Dan blijkt de kring zich te sluiten om Boer en Graafland, Van der Graaf en Kamphuis, Westerink en Haiinck, de verschillende kerkelijke gangen ten spijt. Dat bleek de afgelopen weken ook indrukwekkend uit vele andere brieven.
Alles is kerkpolitiek? Als het met regering der kerk te maken heeft, in zekere zin: ja. Maar kerkpolitiek is niet alles. De kerk leeft van Golgotha. Daar is haar geschiedenis geschreven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's