Kind en geloof (1)
In de titel van dit onderwerp staan twee kernwoorden: Kind... Geloof...
En die twee woorden willen we bij elkaar brengen, vandaar dat het woordje 'en' er ook tussen staat. Eerst iets over het woord kind. Hoe is het met de aandacht voor het kind? Wel, aan de ene kant is er een geweldige belangstelling voor het kind. Gemeenteraden, ministeries en noem maar op zijn druk in de weer met het scheppen van voorzieningen voor het kind. We hebben zelfs wel eens een jaar van het kind gehad. Er worden peuterspeelzalen opgericht, er komen crèches en noem maar op. Belangstelling genoeg voor het kind. Maar... dat is één kant van de zaak. Er is ook een andere kant. Als we daarop letten, dan zijn kinderen niet zo in tel. Wij mensen zijn wel groot geworden, vindt u niet? We bouwen grote fabrieken, grote schepen, grote vliegtuigen en noem maar op. Wij houden van grote mannen, van geweldige redenaars - ook in de kerk. Wij doen alles in het groot! En dat betekent tegelijk dat we geen plaats hebben voor kleintjes, letterlijk of figuurlijk! Zo gaat het toch ook in het gewone dagelijkse leven. Tijdens een familiefeest bijvoorbeeld... Dan pronken we toch ook graag met onze oom die president-directeur is van een groot bedrijf en we zetten tante, die nogal eens domme opmerkingen kan maken maar liever een beetje achteraan. En als we als grote mensen onder elkaar het geweldig druk hebben met onze belangrijke gesprekken over de wereldpolitiek en er komt een kind bij ons met een autootje waar een wiel van los is, dan zeggen we: vooruit joh, ik heb nu geen tijd, niet zeuren!
En in de kerk? Daar vinden we een mannenvereniging of kring met pittige discussies toch veel belangrijker dan de eenvoudige zondagsschool of kindemevendienst? Ja, wij mensen zijn erg groot geworden! Daar hadden de mensen in de tijd dat de Heere Jezus op aarde was, ook al last van. We lezen in Mattheüs 19 (en ook in de andere Evangeliën) dat er ouders kwamen om hun kinderen tot Jezus te brengen opdat Hij ze zou zegenen. Dat vonden de discipelen maar een kwalijke zaak, want zij waren juist in een diep gesprek gewikkeld met de Heiland. En, midden onder dat ernstige gesprek komen die mensen met hun kinderen! Wat een gedoe! En dat terwijl de rijke jongeling ook nog liep te trappelen van ongeduld om zijn belangrijke vraag over het eeuwige leven aan Jezus te stellen.
We moeten klein worden
In een hoofdstuk eerder, in Mattheüs 18 lezen we dat Jezus een kind in het midden stelt als voorbeeld. En dat midden in een gewichtig gesprek. Waarover? Wie toch wel de meeste zal zijn in het Koninkrijk der hemelen. Je ziet het voor je! Grote gewichtige mannen die kibbelen over de ministerszetels die verdeeld zullen worden in het Koninkrijk van Jezus. En dan Jezus Zelf, die Zich voorover buigt naar een kind, dat met de duim in de mond van verlegenheid in het midden staat en dit kind tot een voorbeeld in het midden zet. En je hoort het Jezus tot al die grote mannen zeggen: 'Als jullie je niet veranderen en worden als dit kind, dan hoef je niet te kibbelen over de ministerszetels in Mijn Koninkrijk, want dan kom je er helemaal niet!' Dat is de boodschap die Jezus de discipelen geeft: Worden als een kind! Dat is de boodschap die Jezus u en mij geeft: Worden als een kind...
Geloven als een kind. Dat brengt ons op het tweede woord. Geloof.
Geloven... Wat is dat eigenlijk? Ja, dat is eigenlijk toch weer: Worden als een kind, afliankelijk, vol vertrouwen. We moeten ons weer zo klein voelen dat we verlangen naar de veiligheid van Jezus' armen. Ons hele leven moeten we zeggen: Heere God, we kunnen het zelf niet, we zijn totaal afhankelijk van U! Dat is geloven! Ons hele leven in Gods hand weten, ook de zorgen van elke dag. Wie zo tot Hem komt, die zal ervaren, dat Hij zegt: 'Geef die zware last maar eens aan Mij. Die last... Dat kan van alles zijn. Als je jong bent, kan dat de studie zijn die niet vlot zoals je dat graag zou willen. Of je verkering die op springen staat. Als je ouder bent, kan dat de loodzware last van je werk zijn. Een bepaalde zonde in je leven. Of de problemen in je kerkelijke gemeente... Of de opvoeding! Als je oud bent, is het wellicht de last van het lichaam, dat niet meer mee kan. 'Geef die last aan MIJ!'.
God werkt door eenvoudige middelen. Worden als een kind... Het kan en het mag, omdat onze Heiland Zelf kind is geworden. In Bethlehem geboren... In Nazareth opgegroeid... Ons in alles gelijk geworden, behalve de zonde. Kind in onze plaats! En nu komt natuurlijk de vraag: Hoe krijgen we die twee nu bij elkaar? Kind en Geloof. Wat is daarvoor nodig? En dan moeten we niet meteen met een dogmatisch antwoord op de proppen komen: Daar moet de Heilige Geest aan te pas komen om dat kind tot geloof te brengen. Dat weet ik ook wel en daar doe ik geen letter vanaf.
Maar... de Heere God werkt wel door middelen. God werkt middellijk zeiden de mensen vroeger. En één van die middelen is de opvoeding. Nog wat nader aangegeven: de godsdienstige opvoeding, de geloofsopvoeding. En daar gebruikt God mensen voor. Allereerst de ouders, maar ook andere opvoeders. Onderwijzend personeel, een leider van een club, een leidster van een kindemevendienst. En daar gebruikt God heel eenvoudige middelen ook voor: een eenvoudig gesprek thuis; een vertelling; een kinderbijbel.
Maar... daar moet je als ouders wel mee bezig zijn! De geloofsopvoeding moet geen stoplap zijn. Zo van: als we alles gehad hebben, dan ook nog een scheutje godsdienst er overheen.
Er staat in de Bijbel, in Deuteronomium, dat de woorden van God in ons hart moeten zijn en dat we erover moeten spreken als we in ons huis zijn, als we opstaan en als we nederliggen. Betekent dat de hele dag door preken? Nee, dat zeker niet.
Wat dan wel? Wel dat ons hele leven, ons hele handelen, ons hele gezinsleven doortrokken is van de liefde tot God. Dat is geen kwestie van woorden alleen. Maar ook van daden! Van een levenshouding!
God liefhebben boven alles en onze naaste als onszelf. Dat is de samenvatting van de wet. Dat is ook tegelijk de hele inhoud van de geloofsopvoeding. Niet meer! Ook niet minder. Dat is moeilijk zegt u? Ik zeg het sterker: Onmogelijk!
Maar, ik mag er iets bij zeggen: Wij hoeven het niet te klaren. God is ons allang voorgeweest. Bij de doop heeft de almachtige en drie-enige God Zijn Naam over ons en onze kinderen uitgesproken:
— God de Vader richt met jou een eeuwig verbond der genade op;
— God de Zoon wast jou in Zijn bloed;
— God de Heilige Geest wil je toe-eigenen, hetgeen je in Christus hebt. In alle ernst vraag ik u en jou: Wat willen we nog meer?
Die boodschap mogen we aan onze kinderen meegeven. Niet alleen, maar samen, ook als gemeente!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's