Een voorlopig vrijzinnig antwoord
Ingezonden
Wat en waar is vandaag eigenlijk de vrijzinnigheid nog, vraagt dr. ir. Van der Graaf in zijn 'media-impressie' Op het scherp van de snede in de Waarheidsvriend van 19 februari 1998. Graag wil ik hem per omgaand een voorlopig antwoord geven. Dat antwoord ligt op journalistiek niveau: evenals Van der Graaf ben ik voortdurend bezig mij in de media te verdiepen, zij het vanuit een ander uitgangspunt.
'Vrijzinnige hervormden laten meestal weinig van zich horen en dreigen nooit met afhaken.' Deze waarneming in het synodeverslag in Trouw van 13 februari is zeker waar Bij al het lelijks wat de laatste maanden over vrijzinnigen en vrijzinnigheid werd gezegd en geschreven verscheen er nauwelijks een weerwoord van vrijzinnige zijde. Toen de heer Van der Graaf een rechtstreeks verband legde tussen de pedoaffaire en de kwestie Den Heyer was het niet de Vereniging van Vrijzinnige Hervormden die constateerde dat hij uit de bocht vloog, maar nota bene de rechtzinnige hoofdredactie van het Nederlands Dagblad. Maar de kruik gaat zo lang te water dat hij barst. Uiteindelijk werd het sommigen toch te machtig. In Trouw van 11 februari verscheen het reeds door Van der Graaf gesignaleerde stuk van Anne van der Meiden en de GPD-bladen publiceerde een interview met dr Hetty Zoek en ds. Gilbert Baudet, eveneens door Van der Graaf genoemd. Beide stukken zijn goed voor de assertiviteit van vrijzinnige hervormden die best wat groter zou mogen zijn! Sommige vrijzinnigen zullen de benoeming van ds. B. J. van Vreeswijk als preses van de hervormde synode een domper op die assertiviteit vinden, maar in Trouw heb ik al opgemerkt dat ik Van Vreeswijk graag het voordeel van de twijfel gun, gezien zijn moed en zijn verbindende kwaliteiten.
De door mevrouw Zoek genoemde kenmerken van de vrijzinnigheid werden bijna zeventig jaar geleden op zijn wijze al geformuleerd door de bekende Groningse kerkhistoricus J. Lindenboom;
'Een kritische houding tegenover de traditionele waardering van Kerk en Bijbel als goddelijk gegeven en met absoluut gezag bekleed, wat meebrengt een ontkennen der geldigheid van de autoriteit der christelijke gezagscultuur; een uitbreiding van het begrip openbaring buiten de grenzen der Schrift, zodat die openbaring óók - om niet te zeggen in overwegende mate - wordt afgelezen uit natuur en schepping, wereldgebeuren, mensenleven en mensenwerk; een nadruk leggen op de zedelijke en godsdienstige autonomie van de mens, tredend naast, en voor een deel in de plaats van de oude, traditionele heteronomie; een als geoorloofd aanvaarde secularisatie, verwereldlijking — tevens een kerkelijke ontvoogding, emancipatie - van vele levensgebieden die elders en tevoren werden beschouwd als alleen en uitsluitend onder kerkelijke bedeling te staan; een principiële en vérgaande verdraagzaamheid tegenover andersdenkenden; een wetenschappelijk onderzoek dat geen halt houdt voor kerkelijke of traditioneelkerkelijke verbodsbepalingen.'
Jezusbeeld
Het vrijzinnige Jezusbeeld dat mevrouw Zoek schetst, zal ongetwijfeld voor veel vrijzinnigen gelden, maar er valt meer te zeggen. Dit bijvoorbeeld:
En toch was Jezus mens als wij, geen vleesgeworden God, geen mensgeworden zijnswijze der zogenaamde Drie-eenheid. Een mens met een vader en een moeder. Een mens met een beperkte horizon. Zijn concrete verwachtingen zijn niet in vervulling gegaan. Het Rijk is niet gekomen in manifeste heerlijkheid, niet tijdens Jezus' leven, niet bij zijn sterven, niet na zijn sterven. Vrome gemoederen hebben Jezus in legende en dogma tot een bovennatuurlijk wezen trachten te maken. In de Evangeliën is de legende al aan het werk, in de latere kerk wordt de vergoddelijking krachtig doorgezet. Wij waarderen het gelovig bedoelen, maar wij willen boven alles de waarheid. Jezus was mens, zonder reserve. Hij worstelde in het gebed om Gods wil te leren kennen. Hij had een feilbaar oordeel. Hij was een jood uit het Palestina van tweeduizend jaar geleden. Omdat wij dit zeggen, noemt men ons vrijzinnig en dit woord heeft nog altijd een ketterse klank. Toch moet het gezegd worden. Maar als wij dit alles hebben gezegd, weten wij dat wij het voornaamste niet gezegd hebben. Het voornaamste is: God was in hem. God strekt in hem de armen uit naar een verloren wereld. God won door hem mensenharten. God brak afkeer en vijandschap. God verzoende mensen met zich door hem. Gods offer werd manifest in het offer van Jezus van Nazareth.
Het bovenstaande werd in april 1957 geschreven door dr A. de Wilde in het blad Kerk en Wereld. Het artikel leidde tot een felle discussie in Woord en Dienst met ds. Buskes en uiteindelijk tot een afwijzende verklaring van de hervormde synode. Het zelfde artikel én het gevolg was twee jaar later aanleiding voor het fameuze artikel van prof. Smits met als titel Waarvoor stierf Jezus? met daarin het gewraakte zinnetje: en geef voor wat Paulus betreft mijn portie maar aan Fikkie. Het tragische is dat door alle commotie om dit overigens in de context volstrekt overbodige zinnetje de rest van het artikel volledig is ondergesneeuwd. Vóór het zinnetje schreef Smits:
Als Albert Schweitzer het bij het rechte eind heeft, geheel of ten dele, blijft de hele joodse voorstellingswereld van waaruit Jezus in zijn tijdgebondenheid heeft gedacht en geleefd, in haar letterlijkheid ons even vreemd als die zo heel andere voorstellingswereld van Paulus. Maar wat ons niet vreemd hoeft te blijven, ja innerlijk niet vreemd mag blijven, is de diepzinnige en aangrijpende wijze waarop Jezus in zijn eigen hart het Messiasschap onlosmakelijk verbonden heeft met de overtuiging van de innerlijke noodzaak van het vrijwillige plaatsvervangende lijden. Het Rijk van God kan slechts groeien en zich geleidelijk realiseren door de vrijwillige offers van de besten der mensheid en het offer van Christus is voor ons als christenen het oeroffer onder alle offers.
En na het zinnetje over Fikkie:
Maar als het gaat om de eigenlijke waarheid van de hele wereldgeschiedenis, ja dan wordt het wel anders! Het kruis van Golgotha blijft het zegenende en zeer deemoedig makende teken van het bevruchtende lijden uit liefde, uit bevrijdende want dienende solidariteit met de zaak van God in deze wereld. Ik zou zo graag willen dat de synode nu eens serieus inging op de hele theologische problematiek van en rond het kruis van Jezus. Maar ik hoop dat ze haar antwoorden en inzichten niet langer per synodale verklaringen kenbaar maakt.
Wortelstokken
Toen prof. Smits in 1976 70 jaar werd, schreef De Wilde hem een open brief:
Beste Smits, wij lijken op het moment achterhoedemensen te zijn, de georganiseerde vrijzinnigheid komt in de kerken en de media nauwelijks aan het woord; een in alle opzichten onklaar mixtum van orthodoxieën geeft de toon aan; men lost terecht veel sociale schulden in. Maar waarheidsgetrouwe theologie is onmisbaar, nodiger dan brood. We blijven fris en vrolijk werken in de zekerheid dat er steeds weer vrije getuigen zullen opstaan, waarschijnlijk uit hoeken van de wereld waar we ze het minst verwachten. Onze generatie raakt uitgebloeid, maar in de grond liggen onverwoestbare wortelstokken.
De Wilde overleed in 1987, een paar jaar voor zijn dood mocht ik hem voor Kerk en Wereld interviewen. Hij had goede verwachtingen van de gereformeerden. Daarom verzette hij zich ook niet tegen Samen op Weg: laat ze maar komen. Hij dacht er niet aan vanwege hun komst uit de kerk te stappen. In Lunteren was hij heel bewust lid van de Oude kerk.
Geest en vrijheid
Tenslotte nog iets over de huidige stand van zaken.
ken. Bij gelegenheid van het verdwijnen van Kerk en Wereld (VrijZicht is de voortzetting) verscheen een boekje Geest en vrijheid, schetsen na 86 jaar Kerk en Wereld. Het bevat bijdragen van ds. A. W. Vlieger, mr. A. J. Allan, dr K. M. Witteveen, drs. T. R. Noorman, ds. G. H. Baudet, mevr F. Dijk, ds. H. Buning en mevr R. van Berkum-Kappeler Ook de genoemde artikelen van De Wilde en Smits zijn opgenomen (uitgeverij De Ploeg, Maarssen).
De bijdrage van Taco Noorman, vrijzinnig hervormd predikant in Rotterdam, is getiteld Geding over het dogma, de reactie van J. J. Buskes op een artikel van A. de Wilde in Kerk en Wereld. Noorman schrijft:
Het artikel van De Wilde laat zich lezen alsof het gisteren geschreven is. () Sinds de briefwisseling in Woord en Dienst - waarin, met alle goede bedoelingen, de schrijvers elkaar niet echt bereikten - is er wel het een en ander verschoven. De interesse in en kennis van de joodse achtergronden van de paulinische brieven en de evangelies hebben de discussie sterk bepaald en mijns inziens De Wildes positie versterkt. Zijn meest overtuigende gezichtspunt blijft echter de gedachte uit het uit het al geciteerde vers uit het Johannesevangelie, zeker als de woorden die er aan voorafgaan, worden meegewogen. Daar zegt de johanneïsche Jezus: 'Nog veel heb ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen; doch wanneer Hij komt, de Geest der Waarheid, zal Hij u de weg wijzen naar de volle waarheid.
En hij besluit zijn artikel als volgt:
Ook ten aanzien van de plaats en betekenis van het trinitarisch dogma waren Buskes en De Wilde het uiteraard niet eens. Een vrijzinnige theologie zal mijns inziens moeten blijven opkomen voor De Wildes overtuiging dat het dogma van de Drieeenheid Gods een belangrijk... 'archiefstuk der kerk' is: 'in twintigste-eeuws belijden is het voorondersteld, maar dit belijden gebruikt eigen woorden '. Steeds opnieuw zal 'hetzelfde' anders gezegd moeten worden, omdat het gaat om de levende werkelijkheid van God-met-ons. De Wilde gaf er een indrukwekkend voorbeeld van.
Aanzet
Ziedaar in vogelvlucht een journalistieke schets van het vrijzinnige gedachtegoed. Moge onder leiding van de nieuwe synodepreses het kerkelijk gesprek goed op gang komen. Een goede aanzet werd gegeven op de synodevergadering van 18 november 1996, toen het ging over het onderwerp Geloven wij in dezelfde God? Het zei toch wel iets dat op die vergadering de orthodoxe prof. dr F. G. Immink zich herkende in datgene wat de vrijzinnige Taco Noorman naar voren bracht op de vraag 'Wat dunkt u van de Christus? '
P.S.
1) Ten onrechte wordt ook in bovenstaand stuk de suggestie gewekt, dat ondergetekende een rechtstreeks verband legde tussen pedofilie en vrijzinnigheid. Eén en ander heb ik nog eens uitgelegd in VRIJzicht.
2) Men zie voor de zaak Smits, die hier ook wordt aangevoerd, mijn artikel en het stuk van wijlen ds. G. Boer in dit nummer
J. van der Graaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 februari 1998
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's