De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

4 minuten leestijd

Gerard Dekker/Joep de Hart/Jan Peters: God in Nederland 1966-1996, uitg. Anthos RKK/KRO, 153 pag., ƒ 29, 90.

In een periode van dertig jaar werd drie keer een opinieonderzoek ingesteld naar geloof en kerk in Nederland. In 1966 was het de redactie van het vrouwenblad Margriet dat als eerste zulk onderzoek liet uitvoeren. In 1979 waren het journalisten van het opinieweekblad De Tijd en van de KRO die dit onderzoek herhaalden onder de titel 'Opnieuw God in Nederland'. Vorig jaar (1997) november verscheen het derde verslag van een herhaalde peiling naar de stand van zaken onder ons volk. Dit keer werd het gedaan in opdracht van het RKK/KRO-programma Kruispunt TV. Opmerkelijk dat niet de kerken, maar journalisten deze herhaalde onderzoeken steeds hebben geëntameerd. Zij hebben er begrijpelijk behoefte aan om te weten hoe de stand van zaken is. Ze willen beslagen ten ijs komen als ze berichten over kerk en geloof. Eigenlijk zou je verwachten dat de kerken zelf er behoefte aan hebben en blijven houden om te weten hoe het er vóór staat met het Evangelie onder ons volk. Zeker van een kerk die tot voor kort de pretentie had volkskerk te zijn zou je denken dat ze op gezette tijden een soort marktonderzoek zou instellen naar de relatie volk en kerk. Goed, je kunt zeggen: als kerk hebben we geen winkel, we zijn geen zaak die optimale winst wil behalen uit het aan de man brengen van ons product. Toch blijft het een aangelegen punt: komt het over wat we bedoelen? Vindt het weerklank en ingang? Hoe staan we er voor en hoe staan we te boek?

Het rapport van november 1997 laat vooral zien de groeiende kloof tussen godsdienstigheid en kerkelijkheid. Anders geformuleerd: de georganiseerde christelijke godsdienstigheid in Nederland is sinds 1966 ernstig verzwakt. De onderzoekers constateren een merkwaardige paradox: mensen zijn meer gelovig maar minder kerkelijk geworden. Massa-individualisering heeft tot gevolg dat mensen steeds meer afkerig zijn geworden van een directe bemoeienis van de kerken met hun persoonlijke leefsfeer en leefstijl. Daardoor is een kloof ontstaan tussen de officiële leer van de kerken en wat mensen individueel ervan geloven. Opmerkelijk is in dit verband het onderzoek dat de EO bijna gelijktijdig publiceerde onder de titel 'de Boodschap en de Kloof'. Ook hierin signalen van een stagnerende communicatie juist onder orthodoxe christenen van de eeuwenlang beleden inhoud van het christelijk geloof naar de generatie van nu en van morgen. Ook in deze hoek van de christenheid blijken de (officiële) leer en het leven van de enkele gelovige niet synchroon te verlopen.

Kerken hebben na het bekend raken van de uitslagen van dit soort onderzoeken al gauw de neiging een en ander te minimaliseren of met een aantal statements te neutraliseren. Aartsbisschop Simonis kreeg de zwaarste dreun uitgedeeld: nog slechts drie procent van de rooms-katholieken in Nederland stemt in met de traditionele christelijke geloofsvoorstellingen. Ds. Beekman vernam dat in zijn kerk de secularisatie min of meer tot stilstand lijkt te zijn gekomen, mede dankzij het rechtzinnige deel van zijn kerk. Bij de gereformeerden lijkt de uittreding van mensen pas nu echt op gang te zijn gekomen. Zorgen te over dus. Simonis ziet de oplossing in een grondige catechese van jongeren en ouderen in zijn kerk. Anderen beseffen dat je, ondanks het gunstige imago dat de kerken tegenwoordig lijken te hebben, toch voor het geweldige dilemma staat hoe je met de afname van de kerkelijkheid moet omgaan terwijl velen toch min of meer met hun ziel onder de armen lopen en vol vragen blijken te zitten. Moet je je boodschap aanpassen of moetje zien te bewaren watje nog hebt?

De drie auteurs nemen elk een hoofdstuk voor hun rekening in deze overzichtelijke en heldere analyse van de huidige stand van zaken onder ons volk. Als godsdienstsociologen kunnen noch willen ze iets inhoudelijks zeggen over God en het geloof in Hem. Dat zorgt er voor dat het woord 'geloof' inhoudelijk zeer vaag ingevuld blijft. Als zoveel mensen wel zeggen 'gelovig' te zijn, zonder daar consequenties aan te verbinden in de richting van een kerk, dan komt direct de vraag op: wat moet je inhoudelijk geven om zulk geloof? Wat stelt dat eigenlijk voor? Is hier niet de inhoud verdampt in vaagheid? Je kunt er blijkbaar alle kanten mee uit. Marcel van Dam merkte in een wrang en zuur geschreven column in de Volkskrant op dat 'God voor velen dan nog wel niet dood is, maar wel op non-actief staat'. Hij concludeert dit naar aanleiding van het gegeven dat 37% van de ondervraagden twijfelt aan het bestaan van God en 39% gelooft dat er iets moet zijn als een hogere macht die ons leven beheerst. Kortom, er blijft werk aan de winkel van kerk en theologie. Achterover leunen in een luie orthodoxe stoel en denken dat alles wel komt zoals het moet komen, zal funeste gevolgen hebben, zeker voor onze kinderen en kleinkinderen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's