Globaal bekeken
'Het elektriciteitsarrest en het achtste gebod', luidde het opschrift boven een artikeltje van Timon Oudenaarden in Zwingli (principieel vrijzinnig maandblad), met een verwijzing naar Spreuken 21 : 8, 9. Hier volgt een deel ervan:
'Enkele jaren geleden schreef ik, onder de cryptische titel Ceci n'est pas une pipe, in Zwingli een stukje over de verschillende manieren waarop rechters wettelijke bepalingen kunnen interpreteren. Het probleem is dat wettelijke regels nooit een (expliciete) oplossing bevatten voor alle concrete gevallen, omdat geen enkele regelgever alle mogelijke situaties waarin die regel een rol kan gaan spelen kan voorzien. Dat geldt zelfs voor een op het oog simpele regel als artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht, dat diefstal strafbaar stelt ("hij die enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort wegneemt, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, wordt gestraft..."). Een bekend geval is dat van iemand die (in 1921) er na enig geknutsel met de leidingen in zijn huis in was geslaagd om elektriciteit af te tappen buiten de meter om. Dat dat niet mag lijkt duidelijk, maar de rechter (tot de Hoge Raad aan toe) had niettemin moeite met de situatie. Bij "goed" denken we in eerste instantie aan iets stoffelijks, aan een tastbaar voorwerp of substantie. Is elektriciteit een goed? Kun je elektriciteit "wegnemen"?
Een geval zoals dit is eigenlijk niet goed op te lossen zonder te kijken naar de bedoeling van degene die de regel heeft opgesteld: de wetgever. Als je er met een gewone, letterlijke interpretatie niet uitkomt kun je als rechter je toevlucht nemen tot de Kamerstukken, waarin de regering aangeeft wat ze met het betreffende wetsvoorstel wil bereiken, waarom het is ingediend, hoe bepaalde begrippen in de tekst moeten worden uitgelegd enzovoort. Ook in de bovenstaande elektriciteitscasus heeft de Hoge Raad aangesloten bij de intentie van de wetgever, die kennelijk heeft willen verhinderen dat mensen zich iets toe-eigenen wat van iemand anders is. Een ruime uitleg van de tekst van artikel 310 sluit het best aan bij deze doelstelling. Een soortgelijk probleem deed zich in 1983 voor, toen het Gerechtshof in Arnhem tot de conclusie kwam dat ook computersoftware een goed was dat iemand zich kan toe-eigenen (in dit geval ging het om verduistering). De opstellers van het Wetboek van Strafrecht konden in 1881 natuurlijk nog niet voorzien dat er ooit computers zouden worden uitgevonden; de rechter heeft dus maar geprobeerd zich voor te stellen wat de wetgever ervan zou hebben gezegd als er eind vorige eeuw ook al computers waren geweest.
Als een relatief simpel begrip als "goed" al voor zoveel problemen zorgt kan men zich voorstellen hoe gecompliceerd de situatie wordt als er vagere begrippen (in grote hoeveelheden in Nederlandse wetten aanwezig) in het spel zijn. Artikel 162 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek zegt dat iemand die een onrechtmatige daad pleegt verplicht is de schade die anderen daardoor lijden te vergoeden. Als onrechtmatig wordt onder meer aangemerkt een doen of nalaten in strijd met "hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt". Een bepaling als deze geeft op zichzelf vrijwel geen aanknopingspunten voor concrete gevallen, en hoe een rechter dit criterium in specifieke gevallen zal invullen is aan de hand van de tekst alleen erg moeilijk te voorspellen.'
'Hoop voor alle volken' is een uitgave uit de kring van zending en werelddiakonaat, met als ondertitel 'Zingen met partnerkerken'. Liederen van buiten Nederland zijn vertaald en muzikaal getoonzet. Hier volgt het Schotse lied 'Als het ademen faalt (de laatste reis)', waarvan het verhaal gaat, dat het werd gebruikt wanneer in oude tijden de Schotse koningen na hun dood naar hun laatste rustplaats werden geroeid op het eiland lona:
Als het ademen faalt, door de dood achterhaald
en in stilte voorgoed is gezwicht,
wijst de hemel ons aan, dat het aardse bestaan
pas te zien is in goddelijk licht.
Als verdriet niet meer wijkt,
alle hoop ijdel lijkt en het eind van de reis komt in zicht,
dan is Christus de Heer
ons nabij eens te meer
met zijn troost en bevrijdend bericht.
Als het levenslicht sterft
en het duister ons tergt
wordt de glorie van God openbaar
Want de Geest geeft ons moed
en is bij ons voorgoed
in een liefde volkomen en waar
Als wij - weg uit de tijd
en van twijfel bevrijd -
mogen rusten in vrede voortaan,
zingen eng'len in koor
Gods beloften ons voor,
die hun stemmen hier laten verstaan.
'In een oud, eenzaam kerkje ergens in Frankrijk', trof een lezer van VRIJzicht een stukje aan 'om over na te denken':
Uw scooter is Japans,
uw pizza is Italiaans,
en uw couscous Algerijns,
uw democratie is Grieks,
uw koffie in Braziliaans,
uw klok is Zwitsers,
uw (over)hemd is Hawaïaans,
uw walkman is Koreaans,
uw vakanties zijn Turks,
Tunesisch en Marokkaans,
uw cijfers zijn Arabisch,
uw schrift is Latijn,
en u verwijt uw buurman,
dat hij een vreemdeling is?
De eerste zin luidde 'uw Christus is joods'. Daarover zou meer te zeggen zijn. Hier had verwezen kunnen worden naar 'Ik was een vreemdeling en...' (Mt. 25 : 35).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's