Boekbespreking
Harry G. M. Prick, In de zekerheid van eigen heerlijkheid - Het leven van Lodewijk van Deyssel tot 1890, uitg. Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1080 pag., ƒ75, - .
Wie het genre van de biografie mint, kan de laatste jaren in ons taalgebied zijn hart ophalen. Alleen al aan dichters en schrijvers van proza werden de laatste jaren dikke boeken gewijd die ons grondig inleiden in hun leven en werk: Willem de Mérode (Hans Werkman), Achterberg en Slauerhoff (Wim Hazeu), Louis Couperus (F. L. Bastet), Henriëtte Roland Holst (Elsbeth Etty) en Herman Gorter (Herman de Liagre Böhl), om slechts een greep te doen.
Al jaren was bekend dat dr. Harry Prick werkte aan een omvattend levensverhaal van Karel Joan Lodewijk Alberdingk Thijm. Prick vertelt in zijn inleiding en verantwoording uitvoerig hoe dat gekomen is. Als jongeman las en herlas Prick Van Deyssels werk en had de gewoonte zijn leeservaringen schriftelijk te melden bij de grote meester. Zonder dat Prick het vermoedde, werd dit door Van Deyssel bijzonder gewaardeerd. Als achttienjarige krijgt Prick een brief waarin Van Deyssel hem aanwijst als zijn toekomstige biograaf. Om een lang verhaal kort te maken, iets waar Prick overigens de grootste moeite mee heeft, als Van Deyssel in 1952 overlijdt, wordt hij de erfgenaam van een geweldig grote hoeveelheid correspondentie en ander materiaal en is vanaf die tijd de toekomstige biograaf. Het heeft intussen tot eind 1997 geduurd eer nog maar de eerste vijfentwintig levensjaren van Van Deyssel geboekstaafd zijn. De opdracht ontvangende jongeman is intussen ook een man geworden op leeftijd (1925) en hoopt na niet al te lange tijd er voor te zorgen dat ook het tweede deel van de biografie voltooid zal zijn. Met groot respect lees en herlees je een boek als dit. Het notenapparaat telt 2400 noteringen. Prick vertelt dat Jeroen Brouwers spottend eens schreef dat hij al dertig keer verzopen zou zijn in de acht miljoen feitjes en gegeventjes inzake het minutieus geboekstaafde leven van Van Deyssel. Prick vermeldt bescheiden niet dat Brouwers er dan snerend achter schrijft: Dé biografie van V.D. zal Prick niet schrijven. Welnu, hij ligt thans voor ons. En je moet er wel echt voor gaan zitten om door de honderden bladzijden vol feiten en wetenswaardigheden heen te komen.
Karel nam als zoon van een beroemde vader, Jozef Albertus Alberdingk Thijm, al jong het pseudoniem Lodewijk van Deyssel aan. Begaafde zonen van beroemde vaders tobben wel vaker ove hun eigen identiteit. Als je schrijver bent, is daar wat aan te doen: je kiest een eigen naam waaronder je publiceert en als het mee zit vervolgens bekend raakt. Lodewijk was de jongste zoon van 'Vader-Thijm', zoals de titel luidt van de biografie die Michel van der Plas onlangs (1995) over hem schreef. Bekend werd hij in de 19e eeuw als voorvechter en emancipator van de rooms-katholieken onder ons volk.
Ook Prick besteedt uiteraard uitvoerig aandacht aan de achtergrond en leefwereld van Lodewijks familie. Vader nam in het maatschappelijke en culturele leven van Amsterdam een belangrijke plaats in. Moeder wordt beschreven als een wat ziekelijke, tobberige vrouw die daarom de lange zomermaanden doorbracht in het toen nog uiterst landelijke Hilversum waar de familie een tweede woning had. Zijn was een fijn-roomse vrouw die dat met ernst trachtte over te dragen naar haar kinderen, hetgeen slechts ten dele lukte. Met haar jongste zoon heeft ze meestal een conflictachtige relatie. Lodewijk tart graag gezag en laat dat op allerlei manieren uitdagend merken. De jonge Lodewijk groeit op in een voor die dagen welgedaan milieu, zet zijn eerste stappen op het veld van de cultuur, heeft moeite maat te houden op velerlei gebied, staat met tijdgenoten als Kloos, Verwey, Van Eeden aan de wieg van de Beweging van Tachtig, publiceert al jong over literatuur, verdedigt en promoot in ons land de Franse schrijver Emile Zola en het door hem geïnitieerde naturalisme. Daardoor botst hij geregeld op zijn roomse achtergrond en thuisfront. Prick loopt verder de ontwikkeling van Van Deyssel langs en doet dat rijk gedocumenteerd. Hij verdedigt de omvang van dit eerste deel daar ook mee: hij beschikt over bijna de complete correspondentie, over geschreven en gedrukt materiaal dat bijna niet of heel erg moeilijk te achterhalen is. Daaruit citeert Prick veel en lang. Ook al maakt dit de omvang van een boek als dit kolossaal, je hebt wel het gevoel zo'n beetje alles te weten van de eerste 25 levensjaren van de hoofdpersoon. Prick heeft een lichtelijk ironische manier van schrijven en benaderen, waardoor menigmaal een glimlach over je gelaat komt. Ook in de titel klinkt ironie door, zij het gematigd. Ironie kan een te hoog zuurgehalte krijgen, waardoor het tot sarcasme verwordt. In Van Deyssels werk hebben de begrippen 'heerlijkheid' en 'heerlijk' een tamelijk hoge frequentie, aldus Prick. En vlak vóór zijn dood legt hij vast dat hij zijn leven kan zien als 'eenen-al-heerlijkheid'. Prick meldt dat het tweede deel ingrijpend anders van opzet zal zijn dan dit deel, meer topografisch rond een drietal plaatsen waar Van Deyssel na zijn 25e levensjaar woonde: Bergen op Zoom, Baarn en Haarlem.
Voor wie kan het aantrekkelijk zijn een boek als dit aan te schaffen en te lezen? Wat heeft het te bieden aan eventuele lezers? Voor het lezen van werk van Van Deyssel zullen aan het eind van onze eeuw wel niet zoveel mensen meer warm te krijgen zijn, hoewel nog niet zo lang geleden zijn boek 'Een liefde' herdrukt is. Toch biedt een biografie voor historieminnenden heel veel. Prick geeft omstandig aandacht aan het culturele klimaat in ons land in het laatste kwart van de vorige eeuw. Wel bedenk je als lezer uit een reformatorische hoek: hoe waren er ook toen al geweldige verschillen in levensstijl, in geloofsopvatting en cultuurbeleving. Wat in de vorige eenw los kwam, vond in onze eeuw zijn jarenlange doorwerking.
Verder, voor literatuurliefhebbers is er veel te vinden over de al genoemde Beweging van Tachtig (ca. 1880-ca. 1894), met veel inside-information over Willem Kloos, Albert Verwey, Francois Erens e.a. Je maakt kennis met de levensstijl van de upperten van de Amsterdamse bourgeoisie. Prick laat nauwelijks iets onvermeld en via uitvoerige citaten uit brieven en dagboekaantekeningen ontvang je een kijkje tot in de diepste zieleroerselen van sommigen, zeker van de toch wat behaagzieke dandy die Van Deyssel was. Ik meen genoeg argumenten te hebben aangevoerd voor de liefhebber om tot aanschaf en lezing over te gaan van deze overvolle hoorn die Prick zeer zorgvuldig heeft samengesteld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's