De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gods werk óf ons werk? (6)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gods werk óf ons werk? (6)

Remonstrantisme

9 minuten leestijd

Er wordt wat getobd over de uitverkiezing. Soms terecht, maar meestal onterecht. Zoals ik een vorig keer aantoonde, behoeft de vraag óf men wel uitverkoren is niemand tot wanhoop te brengen.

Tot eenieder die zich met deze vraag bezighoudt kan gezegd worden: 'Wat u in waarheid begeert, zult u ontvangen'. Wie het werkelijk om de verzoening met God te doen is, kan de verzoening ontvangen. Er is zoveel verzoening op het kruis door de Zaligmaker aangebracht dat eenieder daarin kan delen.

Dat de Heere Zijn heil kwijt wil, blijkt ook uit het Woord als wij lezen: 'Zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal worden opengedaan' .

De beloften dat de Heere ons genadig wil zijn, zijn vele in getal. Op vrijwel iedere bladzijde van de Schrift laat Hij ons horen dat Hij ons alles wil geven wat ons ontbreekt, mild en overvloedig.

Alle beloften voor eenieder?

Kan men zeggen dat alle beloften voor eenieder zijn bestemd? Ik denk dat wij met dit te zeggen voorzichtig moeten zijn. De beloften van een lang leven gelden niet eenieder. Ook is niet altijd iedere rechtvaardige er zeker van dat zijn brood zeker en zijn water gewis zal zijn. Er komen rechtvaardigen om vanwege de honger en de dorst. Ook kan er niet gesteld worden dat ieder kind van God altijd een goede gezondheid geniet. ledere ambtsdrager zal wel eens een kind des Heeren hebben ontmoet dat altijd ziek was en leed onder de grootste pijnen.

Wij zullen onderscheid moeten maken in de beloften. Het kan zijn dat de ene rechtvaardige de belofte van een lang leven krijgt, de ander niet. G. Boer vertelt in één van zijn preken over 'Elia' dat een officier in zijn jeugd van de Heere de belofte had ontvangen dat hij in goede ouderdom zou sterven. Toen deze officier in de eerste oorlogsdagen tegen de Duitsers streed, floten de kogels om hem heen. Links en rechts, voor en achter zag hij soldaten vallen. Zij stierven bij tientallen tegelijk, maar tot hem genaakte het kwaad niet. Hij bleef letterlijk én figuurlijk rechtop staan met de vaste belofte in zijn hart dat de Heere hem een goede ouderdom zou geven.

Ik geef nog een ander voorbeeld uit de Schrift. Vader Jacob heeft voor al zijn zonen het een en ander van de Heere ontvangen. Dat kunnen wij lezen in Genesis 49 als de aartsvader op zijn sterfbed ligt. De zegeningen die toch beloften Gods waren heeft hij aan zijn kinderen mogen geven.

Maar let wel: niet iedere vader of moeder die de Heere vreest, krijgt altijd het een of ander voor de kinderen. En als zij iets krijgen, wil het niet eens altijd zeggen dat zij deze belofte in hun leven in vervulling zien gaan.

Ik herinner mij in één van de gemeenten die ik mocht dienen dat een godvrezende moeder van de Heere een belofte had ontvangen dat haar drie kinderen in de vreze des Heeren zouden wandelen. Eenieder zal begrijpen dat zij erg blij was met deze belofte. Zij wist heel zeker dat deze belofte van de Heere was, want Hij bevestigde steeds opnieuw de belofte. Zij werd als het ware van tijd tot tijd opnieuw in haar ziel gedrukt. Echter... de vervulling van deze heerlijke belofte Gods heeft zij niet gezien. Wel bij een van haar kinderen, maar niet bij alle drie. Na haar overlijden - een flink aantal jaren daarna - werkte de Heere Zijn goed werk ook in de harten van de twee andere kinderen.

Ik wil met dit alles maar zeggen dat zelfs Gods kinderen niet altijd dezelfde beloften ontvangen. Met name de beloften voor de tijd kunnen heel verschillend zijn. Hierover zou nog veel meer te schrijven zijn, doch vanwege de omvang van deze artikelenreeks moet ik mij beperken.

In het algemeen kan men zeggen dat er in de Schrift onderscheid wordt gemaakt tussen algemene en bijzondere beloften.

Van de bijzondere beloften heb ik in het bovenstaande iets geschreven. Zij zijn doorgaans alleen bestemd voor Gods volk.

Van de algemene beloften kan men stellen dat zij voor eenieder gelden. Wanneer de Heere Zijn genade toezegt aan eenieder die Hem zoekt, dan geldt dit ook voor eenieder. Nog een voorbeeld. Wanneer de Heere bij de doop van een kind Zijn Naam verbindt aan de naam van het kind en belooft: Ik wil uw God zijn, dan geldt dit voor ieder gedoopt kind.

Aan deze belofte mag men niet tornen. Ook mag men de kracht daaruit niet halen door te zeggen: Dit geldt alleen de uitverkorenen. Ook moet men voorzichtig zijn om te zeggen dat het genadeverbond alleen maar met de uitverkorenen is opgericht. Eschatologisch gezien valt hier niets op af te dingen, maar in de prediking van het Evangelie alsmede in het pastoraat en de catechese kan daarmee niet gewerkt worden. Dominees zijn geen predikers van de verkiezing, maar zij zijn verkondigers van het heilig Evangelie. Zij zijn predikers van de beloften Gods. En tot eenieder laten zij welmenend deze belofte uitgaan: 'Doe uw mond wijd open; Ik zal Hem vervullen'.

Wij moeten niet vergeten dat het genadeverbond met eenieder in Israël werd opgericht. Toch deelde niet eenieder in het genadeverbond. Maar dat was niet zozeer, omdat men niet verkoren was, maar wel omdat men het genadeverbond ongehoorzaam was. De wraak van het verbond ging uit tot allen die de Heere ongehoorzaam waren. Niet de verkiezing is de oorzaak ervan dat een mens verloren gaat, maar dat is de mens zelf die aan de beloften Gods en aan Zijn werk achteloos voorbijgaat. De Heere Jezus horen wij zeggen: 'Gij wilt tot Mij niet komen'.

Zoals ik aan het begin van dit artikel schreef: Wie om vergeving van zonden verlegen is, kan vergeving van Godswege ontvangen. De Heere schenkt niet alleen deze belofte, maar laat deze graag in vervulling gaan. Dat is Zijn liefste werk (Pascal). Dit moeten wij goed inprenten: Wat de Heere belooft, schenkt Hij. Het is niet zó dat Hij het een of ander toezegt en als wij vragen om de vervulling van die belofte Hij Zijn toezegging intrekt.

Zo gaan wij wel eens met onze beloften om. Bij nader inzien kunnen óf willen wij er niet aan voldoen, maar zo doet de Heere niet. Hij maakt Zijn beloften waar en waarachtig. Zij zijn in Jezus Christus ja en amen Gode tot heerlijkheid, door ons.

Toch een beetje remonstrant?

Op grond van wat ik hierboven heb geschreven, kan iemand zich afvragen of ik soms tijdens het schrijven van deze artikelen toch niet een beetje remonstrants ben geworden?

Ik geef toe dat ik een vrij sterke nadruk heb gelegd op de verantwoordelijkheid van de mens. Toch heb ik niet anders kunnen doen. God heeft ons eens goed en recht geschapen. Om die oorzaak blijft Zijn eis om Hem te kennen, lief te hebben en te dienen overeind staan. God doet daarvan geen afstand, ook al kunnen wij aan die eis niet voldoen.

Maar ook wat ik eerder schreef, houd ik staande: Van een vrije wil is bij ons geen sprake. Zelfs de vonkjes (Calvijn) die ons gelaten zijn, hebben niet het vermogen in zich om te willen wat God wil.

De remonstrant ziet dit enigszins anders. De oorzaak hiervan is dat de zonde door hem anders wordt opgevat. Volgens de remonstrant is de zonde een dwaling. Zoals duidelijk zal zijn, kan bij een dwaling niet over moedwillige ongehoorzaamheid gesproken worden.

Een arminiaan gelooft niet dat wij ons zover uit de gemeenschap van God hebben gezondigd dat wij nooit meer naar God willen noch kunnen terugkeren. Toen wij ons los scheurden van God was er in ons het vaste voornemen om nooit weer tot Hem terug te keren. Die gedachte tot terugkeer kwam niet in ons op. Trouwens, die gedachte leeft nog niet bij ons.

Keuze

Wie in een bos verdwaalt, kan op zijn schreden terugkeren. Men kan proberen om weer op de goede weg te komen.

Op de weg terug uit het bos, heeft men een keuzevrijheid. Welke weg men inslaat doet er niet zoveel toe als het maar de weg terug is.

Zo denkt ongeveer de remonstrant. Omdat de zonde in haar wezen niets anders is dan dwaling, meent men dat de weg terug niet zo moeilijk is. Er zit nog wel zoveel (goede) wil in de mens, dat hij in staat is om terug te keren. Kortom: om voor God te kiezen.

Volgens de remonstrant is het goede er als het verstand maar ontwikkeld is. Goed onderwijs zou de mens een heel eind op weg helpen. Dat men echter door goed onderwijs niet tot het goede komt, is duidelijk gebleken. De gevangenissen zijn nog nooit zo vol geweest als juist in onze tijd, terwijl toch de meeste mensen een goede opleiding hebben genoten.

Goed onderwijs is een voorrecht! En laten wij dankbaar zijn dat er in ons land goed onderwijs is. Ook dat dit onderwijs voor velen toegankelijk is. Ik heb dit in Afrika wel anders gezien.

Toch is goed onderwijs niet bij machte om ons op de goede weg te plaatsen. Onze val is zo diep dat wij niet in staat zijn tot enig geestelijk goed. Wij kiezen niet voor God. Wij kiezen ook niet voor Jezus.

Nu is het wel zo dat wij voorzichtig moeten zijn door alleen maar te wijzen naar mensen die remonstrant zeggen te zijn of naar hen die zich gedragen als een remonstrant. Wij wijzen nogal eens snel naar een ander, omdat hij niet zuiver is in de leer! Wie met één vinger wijst naar een ander, wijst nog altijd met drie vingers naar zichzelf.

Vergeten wij soms niet al te zeer dat de remonstrant schuilt in ons eigen hart? Wij willen geen zondaar zijn. Hoe vaak komt het in het pastoraat voor dat er wordt gezegd of gedacht: 'Als ik nu dit óf dat maar ken, kom ik er wel. De Heere zal mij dan wel genadig zijn'. Soms gebeurt het wel dat men zich wat de kennis van de ellende betreft gaat meten met een ander. Dat werken om de Heere welbehagelijk te zijn zit zo in ons vlees en bloed. Wat een les is het daarom om er achter te komen dat uit de werken der wet geen vlees zal gerechtvaardigd worden voor God. Om dat te leren moet er een vlijmscherp mes in ons bestaan worden gezet waarmee alles van ons wordt weggehaald, zodat er plaats komt voor het werk van onze Zaligmaker: Jezus Christus. (Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gods werk óf ons werk? (6)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1998

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's