Globaal bekeken
'Vloek alarm! Computerkastje wist vloeken uit tvprogramma's', aldus een curieuze mededeling in 'Kort en Bondig', de nieuwsbrief van de Bond tegen het Vloeken.
'Een Amerikaanse firma heeft een kastje ontwikkeld waarmee vloeken en andere lelijke woorden uit tv-programma's kunnen worden gewist. Het systeem (TV Guardian geheten) kan thuis worden aangesloten op de antenne-ingang van het tv-toestel. Alle binnenkomende woorden en uitdrukkingen worden vervolgens gefilterd. Bij ongewenste woorden wordt het geluid even weggedraaid.
IHet filter houdt alleen Engelstalige krachttermen en scheldwoorden tegen. Het systeem is getest op een aantal speelfilms. In de film "Men in black" hield het kastje 66 laakbare woorden tegen, terwijl er slechts één lelijk woord door het filter glipte.
Het is niet bekend wanneer het anti-vloekkastje op de markt komt. Hopelijk verschijnt er ook een Nederlandstalige versie, die eveneens de ondertiteling vloekvrij kan maken.'
In CHN-Magazine (Stichting Christelijke Hospices Nederland) wordt aandacht besteed aan 'de geschiedenis rond het ontstaan van hospices'. Aandacht wordt gegeven aan de Middeleeuwse gasthuizen. Hier volgen twee passages.
• Stadschirurgijn
'Elk gasthuis, dat men gedurende de Middeleeuwen in alle belangrijke steden kon vinden, had een eigen arts: de stadschirurgijn. Deze "stede meester" moest "cureren alle de syecken... van alle qualen, quetsuren ende andere gryeven...". Verder moest hij de patiënten thuis controleren of zij voor opname in het gasthuis in aanmerking kwamen.
Ongetwijfeld deed de stadschirurgijn goed zijn best, maar echt kundig was hij niet. Tot aan het einde van de Middeleeuwen was het namelijk in Nederland met de beoefening van de heelkunde maar matig gesteld. In de kloosters werd bij traditie wel wat aan geneeskunde gedaan. De oude handboeken waren alleen zo vaak overgeschreven en met zoveel schrijffouten, dat ze praktisch onleesbaar waren geworden.
Artsen konden dan ook niet bouwen op de handboeken van de klassieke geneeskunde. Ze moesten het meer hebben van de praktijk. Ze probeerden allerlei drankjes en smeerseltjes op hun patiënten uit. Werkten ze, dan werden ze breder toegepast. Echt wetenschappelijk was dit dus niet. Hier en daar was er een "medicijn". Dit was van een doctor in de medicijnen, die aan een van de beroemde buitenlandse universiteiten gestudeerd had. Maar omdat hij een duur man was - alleen welgestelden waren in staat de kostbare opleiding te volgen - konden alleen de rijkeren van zijn diensten gebruik maken.'
• Aderlaten
'Zo'n man was de stadschirurgijn niet. Artsen waren vooral theoretici. Chirurgijns waren "slechts" eenvoudige ambachtslieden, die zich bezighielden met de behandeling van wonden, het appliceren van pleisters, het purgeren en het aderlaten.
Het was zelfs zo dat de chirurgijn tegelijk barbier was of andersom: dat de barbier ook chirurgijn was. De barbier moest namelijk het (scheer)mes hanteren, dus een aderlaatmesje verschilde daarvan niet veel!
Aan de opleiding tot barbier-chirurgijn mankeerde nogal wat. Leerboeken vond men niet zo belangrijk. Het belangrijkste was dat men goed met het mes kon omgaan. Het slijpen van messen hoorde daar ook bij. De opleiding duurde vier jaar en gebeurde intern bij een erkend chirurgijn. Deze verklapte echter niet altijd alle geheimen...
Na vier jaar volgde het examen met - als belangrijkste - drie aderlatingen. Vervolgens kon je beginnen, waarbij het geregeld voorkwam dat de nieuwe chirurgijn-barbier slechts zestien jaar oud was!
Overigens maakten alleen de "armen" gebruik van de diensten van het gasthuis en de chirurgijn. Wie het kon betalen, koos voor geneeskundige hulp en verzorging aan huis. Thuiszorg, dus.
***
' 'Paradijs op aarde' (uitgave Meinema, Zoetermeer) bevat 'gedachten over stad en land' van verschillende auteurs. 'Ik kom van de Veluwe', schrijft ds. Henk Vreekamp:
'Rond het middaguur zit ik op een bank van ijskoude zwerfkeien op de Goudsberg ten oosten van Garderen. Ook rondom deze ouds godsberg, ruim drieënveertig meter boven de zee, is het land getekend door de ijstijd, in de vorm van uitlopers van stuwwallen en inkervingen in de akkers. Vanaf de berg heb ik een helder uitzicht op de toren van Garderen, in vroeger dagen baken voor vissers op de Zuiderzee.
In Garderen was ooit Jan Gerritsz. Versteghe pastoor. Als Veluwse boerenzoon, geboren in Stroe, zocht hij zes jaar lang met zijn eigen volk een refomatie van de kerk. Toen werd hij in de nieuwjaarsnacht van 1550 door dienaren van de inquisitie afgevoerd naar Arnhem, en daar gedwongen tot een "zondige wederroep". Dat staat te lezen op de voet van de sculptuur, recht tegenover de toren. Maar hij stond op uit de val van herroeping van zijn overtuiging: Anastasius Veluanus, opgestane Veluwenaar, werd zijn naam. Achter hem zie ik verschijnen aan de horizon de gestalten van Lebuïnus en Liudger. In de ene hand dragen deze christenpredikers de bijbel, in de andere een bijl. Zij verkondigen het Veluwse volk een onbekende god. Zij brengen het vreemde en verre woord van de God van Israël. In de loop van de achtste eeuw begint de kerstening van de Veluwe. Voor het evangelie moet letterlijk ruimte worden gemaakt. Geveld dient de heilige boom in het midden van de mensengemeenschap, de heilige eik, de wereldes. En van dat hout moet gebouwd de kapel, waar de bijbel kan worden geopend. Het christendom treedt binnen, vaak met gezag van geweld. Karel de Grote trekt ieder voorjaar weer eropuit om de Saksen onder beslag van het christelijk geloof te brengen. Dat lukt slecht, totdat hij er dertigduizend over de kling jaagt. Dan is de weerstand gebroken. Het Saksische volk krijgt daarop het evangelie te horen in de eigen taal, verstaanbaar binnen de eigen cultuur, via de vertolking van de "Heiland", waarin, om iets te noemen, het Fatum, het lot, een plaats behoudt tussen God en mens.
Ik kom van de Veluwe. Volgens de jood Paulus ben ik van huis uit een wilde olijf. Op zich onvruchtbaar, enkel van nut als lauwerkrans bij de olympische spelen. Meer niet. Afgesneden van de eigen wortel, word ik geënt op de tamme olijf, Israël. Een operatie is het, compleet met wond, verband en litteken. Ontworteld ben ik daardoor, geworden van een ander geslacht. Je stamboom, zo wordt mij aangezegd, gaat voortaan terug op Jezus. Theologen beweren dat de bijbel als grondtoon een anti-heidens getuigenis laat horen, juist met het oog op het heil, de heelheid der volkeren. Die toon hoor ik ook doorklinken in de muziek van Bach: "Nun komm' der Heiden Heiland". Zo gezien, wil ik Lebuïnes van harte verwelkomen. Het is een schreeuw van groot geluk waard dat de naam van de God van Israël ook over het Veluwse land is uitgeroepen (...).'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's