De zorgelijke ontgroening
Op zaterdag 7 februari belegde de Generale Diakonale Raad een landelijke informatiedag voor (G.B.) diakenen. Deze jaarlijks weerkerende activiteit, die door de werkgroep GB-diaconieën van de GDR ontwikkeld is, ging over de terminale thuiszorg. Of, zoals ds. Hovius het in zijn inleiding verwoordde: We worden deze dag vooral geconfronteerd met de verbijzonderde diaconale zorg.
Het gaat om een dienend omgaan met mensen die hulp behoeven.
In het voorgesprek vertelde dhr. Van de Berg van de N.P.V. (= Nederlandse Patiënten Vereniging) dat de 'vergrijzing van Nederland' met zich meebrengt, dat er steeds meer zorg nodig is. Mensen hebben een hogere levensverwachting en dien ten gevolge zal er dus meer beroep gedaan worden op allerlei vormen van (thuis)zorg. Parallel daaraan zien we, dat een gezin gemiddeld genomen minder kinderen telt, dat wil zeggen: er komen minder mensen op de arbeidsmarkt. Als dat sterk verminderde aanbod van mensen ook nog eens gemiddeld genomen langer studeert en dus in meer kaderfuncties terechtkomt, zal het aanbod van mensen, die werkzaam willen zijn in de (uitvoering) van de zorgtaken dus sterk afnemen. Zo komen we dus in een situatie terecht dat er meer mensen zorg vragen en minder mensen zorg verlenen.
Zie hier het probleem: de ontgroening van onze samenleving als parallel van de vergrijzing ervan. En die tussenliggende leeftijdscategorie heeft heel veel energie nodig om hun (studerende) kinderen bij te staan in hun weg naar volwassenheid en de maatschappij.
Mantelzorg
Laten we ondertussen niet vergeten dat zeer veel familieleden met veel liefde en toewijding zorg verlenen aan hun moeder, vader, kind, tante of oom, of ook aan hun buurvrouw/buurman. In de hulpverlening wordt globaal de grens van zo'n 5 uur per week aangehouden. Wie rond dat aantal uren beschikbaar is voor 'zorg' (en dat kan variëren van boodschappen doen, samen wandelen, krant en post voorlezen voor een blinde, elke dag even een uurtje gezelschap bieden, het huis helpen aan kant houden...) die noemen we 'mantelzorger'. Voor veel mensen betekent het, dat ze die dingen gewoon opgepakt hebben, omdat we nu eenmaal betrokken zijn bij het leven van die mens! Zij wisten voorheen helemaal niet, dat zij een titel hadden: mantelzorger.
In een folder van de werkgroep Kampen lees ik: Bij mantelzorg kan gedacht worden aan de mantel der liefde, die warmte aanbrengt maar ook problemen toedekt (...) en daarom op den duur een loden mantel kan worden. Mantelzorg is een mooi, maar dikwijls ook een heel zwaar vak. (einde citaat)
Kenmerk van de mantelzorg is, dat de 'patiënt' centraal staat en de mantelzorger (soms wel vijf per patiënt!) aan de zijlijn.
Meestal wordt mantelzorg verleend in de fase van ziekte, ouderdom en handicap. De studiedag van de GDR ging nog een stapje verder: de terminale thuiszorg.
In het verkeerde bed
In zijn lezing verwoordde ds. Hovius het zo: De verbijzonderde diaconale zorg is nodig, want nog steeds sterven mensen in het verkeerde bed. Zijn lezing was vooral een theologische reflexie op (deze vorm van) diaconaat. In de psalmen lezen we herhaaldelijk dat God zich het lot van de onderdrukten aantrekt. Het laat Hem niet onbewogen en Hij doet er ook wat aan! Het is deze bijzondere zorg van God die de basis is van de oproep aan Israël, om zich het lot aan te trekken van wees, weduwe (en weduwnaar!) en vreemdeling, om attent te zijn en om te zien naar elkaar, naar de ander. Je broeders hoeder zijn. Het is dan ook niet verwonderlijk, dat in het leven van de Heere Jezus het dienen door de liefde niet alleen in woord maar ook in de daad zichtbaar en merkbaar werd.
De twee lijnen, vanuit het Oude Testament en het Nieuwe Testament bracht ds. Hovius ertoe om op te roepen sterke aandacht te hebben voor zowel de Diakonia van de gemeente (daadwerkelijk dienstbetoon) als de Koinoonia (d.i. de onderlinge gemeenschap). Daar moet je aan werken en de diakenen worden opgeroepen daar leiding aan te geven. Dat de koinoonia noodzakelijk is, mag duidelijk zijn. Echter daarmee is niet de Diakonia afgegrensd! Dat gaat over de grenzen heen, tot aan de grens van leven en dood... ongeacht of mensen wel of niet behoren bij de gemeente. Hier komt de terminale thuiszorg in het zicht. Zorg, die geboden wordt waardoor mensen zich niet bezwaard hoeven voelen, wanneer ze aangeven het laatste stukje van hun leven op aarde in de eigen, vertrouwde kring en sfeer te willen vertoeven.
Het eigene van de christelijke terminale thuiszorg zit 'm in de identiteit van de zorgverlener. Daarmee komt de betrokkenheid van de vrijwilliger bij de Christus in het vizier. Daarbij moet gelijk gezegd worden, dat deze vorm van zorg (überhaupt elke vorm van diaconaat) geen opstapje voor evangelisatie is. Waar echter de vragen gesteld worden is het eenvoudig vertellen waarom wij deze hulp geven een getuigenis op zichzelf!
Praktische handreiking
De tweede spreker op die dag was dokter N. Wolswinkel, een huisarts uit Veenendaal. Hij maakte veelvuldig gebruik van een boekje van drs. Nico van der Voet. Wanneer mensen terechtkomen in de stervensfase hebben ze het levensperspectief achter zich gelaten. Daarmee worden de vragen anders van toon, anders van inhoud. Nabijheid wordt afstand en elk ding wordt bevraagd op het uiteindelijke nut ervan. Er zijn zoveel dingen die losgelaten moeten worden, er treedt steeds weer 'verlies' op. Het wordt zwaar, wanneer je lichaam je vreemd wordt, ja zelfs een vijand vanwege de aftakeling, de pijn, de afbraak. Je bed kun je gaan ervaren als een gevangenis! Anderen gaan jouw taken overnemen. Loslating... je gezin, je huwelijk, die verenigingen en clubs waar je zo met hart en ziel bij betrokken was... de kerk.
Ziek zijn heeft ook buitengewoon veel gevolgen voor je gezin. En je vriendenkring! Je kunt geweldig wijs worden, juist vanwege je ziek zijn! Dat kan...
Wanneer we spreken over de terminale fase, dan hebben we het niet meer over diagnostiek van de ziekte, in plaats van werken aan beterschap gaan we zorg verlenen. Professionele zorg door de wijkverpleegkundige, ziekenverzorgster, de hulp bij huishoudelijk werk, de arts. En vrijwilligers zorg: je echtgenoot/echtgenote, kinderen, familieleden en/of buren en vrienden. Soms is de huisarts het verbindingspunt tussen de professionele zorg en de mantelzorgers; vaak is het de wijkverpleegkundige. Soms moet er onderling overleg plaatsvinden, omdat de (kritieke) situatie van de patiënt dat vraagt. Soms ook hebben mantelzorgers het advies en de aandacht van de professionele hulpverleners nodig, omdat ze de fase van het ziekzijn niet onderkennen. De ontreddering, de ontkenning, de opstandigheid, het verdriet of de aanvaarding. Het is van groot belang te onderkennen in welke fase de zieke verkeert: het bepaalt jouw reactie, jouw benadering.
Een waslijst
Vervolgens noemde dr. Wolswinkel een waslijst van dingen op, waar je aan zou moeten denken. Waarom ga je eigenlijk op ziekenbezoek? Wat is jouw innerlijke drijfveer? Heb je een oprecht verlangen de zieke te ontmoeten? En durf je te denken vanuit de zieke in plaats van je eigen drempels te laten bepalen? Leef je eens in in de zieke zelf! Hoe fijn vindt deze het dat jij komt!
Aan het einde van de 'waslijst' had het er veel van weg dat de aanwezige diakenen niet meer durfden. Moet je aan zoveel denken? Wie is dan in staat om dit werk aan te pakken? In de praktische tips werd tenslotte aandacht gegeven aan het feit dat het gaat om de ontmoeting waarin de gouden regel van de Heere Jezus vertaald werd in: 'Probeer na te denken wat je zelf belangrijk vindt waarover gesproken wordt'. Signaleer in je bezoek waar aanvullende hulp nodig is en spreek daarover met de zieke en zijn/haar familie. Kijk ook eens of er extraatjes nodig zijn, want ziek zijn kost heel veel geld! Zoek er ook in het gesprek naar of er pastorale zorg nodig is. Een diaken heeft zo zijn eigen plek en moet niet op de stoel van de zorgverleners gaan zitten. Hij moet op tijd ook weten wanneer anderen ingeschakeld moeten worden. Misschien is het met name wel de taak van de diaken aandacht te hebben voor de gezinsleden van de terminale patiënt: nazorg in verband met rouwverwerking is van groot belang!
Overigens kwam in de middaggedeelten nog eens tot uitdrukking hoe belangrijk het is, dat er sprake is van contact en relatie voordat de patiënt 'terminaal' wordt. Omdat de vooraf opgebouwde vertrouwensrelatie voor zowel de patiënt als de diaken zo wezenlijk van belang is! Diaconaal huisbezoek doen, regelmatig bij de abonnees van de kerktelefoon aan gaan: er is veel te doen aan diaconaat in de gemeente! Dat legt de basis voor een goed contact wanneer de situatie van terminale thuiszorg gaat ontstaan.
Gewoon doen
Als het een taak van de gemeente is om te zien naar hen die lijden, dan zeker in de zorg om de mensen die ziek zijn en gaan sterven. Dat zie je als 'leek' niet, de wijkverpleegkundige en arts geven meestal aan, dat het ziekbed een sterfbed wordt. De diaken (en dus de gemeente van Christus) heeft in eerste instantie de houding van de Heiland na te volgen; 'Wat wilt gij dat Ik u doen zal? ' (Luk. 18 : 41). Want juist hierbij blijft de patiënt de regisseur. Hij/zij bepaalt wat wel en niet toelaatbaar is. Jij komt dan ook niet om een plicht te vervullen, want dan ben je bezig om dat te doen wat jij vindt dat gedaan moet worden. Nee, omdat het om deze mens gaat! Daarom kom je! En daarom is het ook goed, dat de gemeente daarvoor een groep vrijwilligers (m/v!) toerust en laat trainen om deze bijzondere zorg op zich te nemen. Wanneer er meerdere kerken in uw woonplaats zijn is het heel 'natuurlijk' om dat als kerken gezamenlijk op te pakken. Gewoon doen. En niet schromen daarbij de hulp van uw diaconaal consulent in te roepen. Of bij de Nederlandse Patiënten Vereniging enige handreiking aan te vragen. Gewoon doen. In de wetenschap dat de zegen van de Heere doorgaans ervaren wordt in de weg van het gehoorzaam handelen naar de Heilige Schrift.
Tenslotte
Op de dag zelf werd er kennisgemaakt met het werk van de stichting 'Kuria' en Amsterdam. Een Hospice, waar mensen in een huiselijke sfeer kunnen sterven. Verder was er de werkgroep terminale thuiszorg in Katwijk. Mevrouw Hanneke de Landmeter van het verpleeghuis Slingedael heeft veel verteld over de palliatieve zorg. De angst voor teveel pijn in de laatste fase van het leven kan soms leiden tot euthanasieve vragen. Daarin hulp bieden (die pijn dus) geeft veel ruimte om mensen te helpen bij het stervensproces. Tenslotte heeft dhr. Van de Berg een pleidooi gehouden voor het opzetten van netwerken in de gemeente of de regio. Netwerken, waardoor de (vrijwillige) zorgverleners hun werk kunnen doen en de organisatie ervan ook als vangnet kan fungeren. De diaken kan daarin een voortrekkersrol vervullen. Zij signaleren vaak bij de 'kerktelefoon-gemeente' veel zorg en vraag om aandacht. Zij zijn vaak allang voor de terminale fase in contact met mensen. Diaconaat is daarom iets waar we met kracht aan moeten werken, opdat straks, wanneer mensen in de terminale fase terechtkomen, zij niet zo vereenzaamd zijn, waardoor men in het verkeerde bed moet sterven.
Het is een lang artikel geworden. Ik hoop met deze informatie u een handreiking te geven. Ik zou u willen adviseren contact op te nemen met uw diaconaal consulent om samen een plan uit te zetten. Om deze vorm van zorgverlening ook in uw eigen woonplaats te organiseren. Om in elk geval opnieuw te ontdekken, dat het diaconaal huisbezoek van groot belang is!
Immers juist omdat er sprake is van zowel vergrijzing als ontgroening zal de diaconale zorg van de kerken hier initiatieven in moeten nemen, of wanneer de professionele zorgverleners signalen uitzenden die volstrekt serieus te nemen. Dat dit overigens niet nieuw is, maar vanuit de allervroegste kerkgeschiedenis al als christelijke plicht is opgevat (het bezoeken van zieken en bijstaan van stervenden) behoeft op deze plaats nu geen toelichting.
Mede namens de inleiders en initiatiefnemers van deze studiedag over terminale thuiszorg wens ik u veel creativiteit, moed en doorzettingsvermogen, bovenal trouw, geloof en volharding toe om dit werk te beginnen of voort te zetten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1998
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's